Eén van de regelmatige bezoekers van onze voordrachten trok onze aandacht op de Heer Romain Goorman, schrijver van dit artikel. De Heer Goorman schreef na zijn actieve loopbaan 3 zeer interessante boeken: "Ontwaken uit onze illusies", "Intelligentie in de natuur" en "De dood - het absolute einde - of toch niet".

in november van dit jaar komt hij een voordracht geven bij Universeel, maar geniet nu alvast van het artikel.

Indien we de dieperliggende grond- oorzaken van de covid-19 pandemie in ogenschouw nemen komen we een paar neven en nichten van de coronaproblematiek tegen die min- stens even zorgwekkend zijn en op termijn zelfs nog meer bedreigend: de klimaatopwarming en de teloor- gang van de biodiversiteit. Bij na- der toezien blijkt dat het huidig  dominant materialistisch wereld- en mensbeeld deze multidimensio- nele problematiek in de hand werkt. Om noodzakelijke en duurzame oplossingen te implementeren zal een meer holistisch wereld- en mensbeeld moeten ingang vinden  waarin de oorspronkelijke verbinding tussen mens en natuur hersteld wordt en de meer immateriële dimensies van de werkelijkheid terug een plaats krijgen. 

Nu de hele wereld aan het worstelen is om het corona virus onder controle te krijgen terwijl de druk toeneemt om zo snel mogelijk de economische normaliteit te herstellen dringen zich een aantal essentiële vragen op: kunnen we zomaar terug naar “business as usual” en is dit wenselijk, kunnen we de her-opstart niet laten samengaan met een aantal diepgaande veranderingen die we op termijn toch zullen moeten  

invoeren (o.a. wegens klimaatredenen), kunnen en moeten we ons in de toekomst meer preventief wapenen tegen gelijkaardige pandemieën, enzovoort. Midden de wirwar van meningen hierover bestaat bij een deel van de bevolking -en zeker bij de jeugd- een duidelijk gevoel van twijfel en onbehagen over de onzekerheid die dit alles meebrengt. De uitdagingen die we in de (nabije) toekomst zullen moeten trotseren zijn inderdaad heel complex en eenvoudige of populistische recepten zullen geen soelaas bieden.

De uiteindelijke hamvraag is: kunnen we met dezelfde denkmodellen die ons hier gebracht hebben de toekomst op een duurzame manier tegemoet gaan? Ik stel vast dat een groeiend aantal mensen geneigd zijn hierop eerder negatief te antwoorden. Reden dus om dit zomaar niet aan ons te laten voorbijgaan en er dieper op in te gaan. 

Maar over welke denkmodellen hebben we het dan? Om hierop een voldoende diepgaand antwoord te bieden moeten we misschien eerst even stilstaan bij het overwegend model dat aan de grondslag ligt van ons huidig denken en handelen. 

De evolutie van de laatste vierhonderd jaar heeft ertoe geleid dat -bijna op wereldwijde schaal- de materialistische visie op de werkelijkheid een steeds belangrijkere rol is gaan spelen en het denken van honderden miljoenen mensen in een bepaalde richting heeft gestuurd.

De kerngedachte van de materialistische visie is de aanname dat materie (dus atomen en moleculen) de enige bron is van alles wat bestaat.

Het materialisme is een filosofische strekking die de werkelijkheid, ook emoties en andere processen in het menselijk brein, uiteindelijk herleidt tot materie, dit in tegenstelling tot het idealisme of het spiritualisme. 

Het is dus een aanname of filosofische strekking waarvoor geen wetenschappelijk bewijs bestaat. Het is een veronderstelling die aan kracht gewonnen heeft toen, als uitvloeisel  van het verlichtingsdenken in de 17° eeuw, duidelijk werd dat kennis over de materie kon vertaald worden in allerlei toepassingen die een praktisch nut konden opleveren. De ontwikkeling van honderden technologische innovaties verlichtte de menselijke arbeid en bracht welvaart, gezondheidszorg en welstand voor een steeds groter deel van de bevolking.   De wetenschap van de materie maakte dit alles mogelijk en werd daardoor verheven tot de ultieme sleutel van de maatschappelijke vooruitgang. 

De wetenschap van de geest bleef echter ach-    terophinken en werd stilaan verdrongen naar de zijlijn. De fascinatie voor de wonderen van de wetenschappen -waar de vooruitgang op steun- de - bleek onstuitbaar met als gevolg dat het belang van de materiële dimensie van de werkelijkheid een ongekende hoogte bereikte. Niet-materiële aspecten van het bestaan, zoals het besef van een “anima mundi” (de begees- terde natuur), mededogen,  verbondenheid, religie en spiritualiteit, die voorheen voor rich- ting, houvast en zingeving hadden gezorgd, bleken overbodig te worden en kwamen gelei- delijk in de academische vergeethoek terecht. Niets stond de wetenschap van de materie nog in de weg en de overtuiging groeide dat de mens inderdaad heer en meester over de natuur kon worden, en deze kon “gebruiken” naar eigen goeddunken en gewin. 

De mens heeft zichzelf buiten de natuur geplaatst.

In de geest van de mens ging daarmee ook een loskoppeling van de natuur gepaard. Hij had zich- zelf buiten de natuur geplaatst en was  blind geworden voor de intrinsieke verbonden- heid die zich in de natuur op alle niveaus voor- doet en die voor delicate evenwichten in de eco- systemen zorgt. De fascinatie voor de technolo- gische weldaden van  het materialistisch denken en de materiële vooruit- gang leidde zijn aan- dacht af van de zorg voor de natuur. In de plaats daarvan kwam een proces op gang dat het ont- waakte ego streelde via een einde- loze stroom van consumptiegoederen en een drang naar  maximaal genieten. 

De sluimerende vragen naar zingeving werden  niet meer beantwoord en de periode van de “grote verhalen” werd afgesloten. Wat niet wetenschappelijk kon bewezen worden, kreeg steeds minder aandacht en werd uiteindelijk afgevoerd.

Ondertussen kreeg het geloof in de suprematie van de materiële dimensie van het bestaan stilaan de allure van een dogma. En dit geloof werd stilaan een paradigma: een ongeschreven en algemeen aanvaarde con- sensus.

De materialistische visie probeerde zich ook te nestelen in andere takken van de wetenschappen, vooral in de geneeskunde en later in de geesteswetenschappen (psychologie, filosofie, …). 

Op los zand gebouwd.

Dat het materialistisch paradigma echter op los zand was gebouwd mocht niet meer ter discussie gesteld worden. Tot op vandaag is het nog steeds behoorlijk riskant voor academici om interesse te vertonen in, of zich in te laten met aspecten van de werkelijkheid die effectief bestaan, maar die niet stroken met de materialistische kerngedachte. Het feit dat gerenommeerde wetenschappers, die wij geregeld interviewen over niet-materialistisch ge-inspireerde onderwerpen, vragen om de gesprekken in absolute anonimiteit te laten verlopen en er zeker niets over kenbaar te maken, spreekt boekdelen. 

Dat er een keerzijde aan het materialistisch paradigma vastzit, willen wij duidelijk maken aan de hand van onderstaand “wereldbeeld” dat ontstaat wanneer dit paradigma ongebreideld zijn weg verder zou zetten, en er geen ernstig onderzoek zou gebeuren naar de niet-materiële dimensies van de werkelijkheid. De visie die dan in de hoofden van mensen zou ontstaan (en aan het ontstaan is) ziet er dan als volgt uit.    Mijn lichaam is opgebouwd uit atomen en moleculen en het bewustzijn is het resultaat van de elektrische activiteit die zich afspeelt in het netwerk van neuronen en synapsen in mijn  hersenen, die op hun beurt ook bestaan uit atomen en moleculen. Mijn gedachten, mijn gemoedstoestand en alle mentale processen zijn toe te schrij- ven aan neurologische (lees: elektrische) activiteit in het brein of de aanmaak van bepaalde scheikundige stoffen die door het hormonenstelsel geactiveerd worden. De genen die ik van mijn ouders geërfd heb, worden stukjes van mijn DNA dat op zijn beurt bestaat uit lange spiraalketens van atomen, voor al kool- stof, waterstof, zuurstof, stikstof en zwavel. 

Mijn brein, dat op een of andere manier (die we niet begrijpen) het centrum en de bron van mijn bewust- zijn en intelligentie is, bestaat voor 96% uit koolstof, zuurstof, waterstof en stikstof en de overige 4% uit een “snuifje” calcium, chloor, cobalt, chromium en koper.

Kortom: de mens is, vanuit deze materialistische visie bekeken, een grote verzameling atomen en mole- culen. Het bewustzijn is een bijproduct van de elektrische wisselwerking tussen de atomen van de neuro- nen. De “geest” past niet in het plaatje van atomen,  moleculen en millivolts en komt hoogstens neer op een inbeelding of hallucinatie van de hersenen. 

Het wegvallen van de fysische, chemische en elektrische impulsen in de hersenen en in het lichaam bete- kent het absoluut einde voor de mens. Met de dood verdwijnt alles, zoals het beeld van een TV toestel verdwijnt wanneer we de knop omdraaien. Ook het bewustzijn verdwijnt voorgoed op het ogenblik dat de atomair-elektrische hersenwerking uitvalt.

Er kan bijgevolg ook geen sprake zijn van enig bewustzijn of leven na de dood. 

De mens heeft zich ook boven de natuur gesteld.

Wij leven als afzonderlijke materiële entiteiten,  die in wezen een beperkte verbondenheid en soli- dariteit met elkaar voelen, uit noodzaak en overle- vingsdrang. De dieren, planten en de natuur als  geheel zijn ook opgebouwd uit dezelfde materie en staan “buiten” ons. De natuur wordt bijgevolg gezien als een verzameling zielloze entiteiten die enkel een praktisch nut voor ons hebben en die we dus naar eigen goeddunken kunnen gebruiken,  verhandelen en weggooien zoals het ons past. Planten en dieren zijn immers allemaal louter ma- teriële entiteiten, ontdaan van elke geest, ziel of gevoel. (Ondertussen weten we dat onze onacht- zame manier van omgaan met sommige diersoor- ten ertoe geleid heeft dat de uitbraak van epidemieën continu om de hoek loert).

De mens, het meest intelligente wezen, staat boven dit alles en hoeft zich niet verbonden te voelen met of mededogen te tonen voor de bonte verzameling die wij “natuur” noemen. 

Sommige “wereldverbeteraars” pleiten voor meer verbondenheid met de natuur en dat klinkt mooi, maar heeft een new-age achtige bijklank, is eer- der iets voor “softies” en is zeker niet essentieel.

Het verzamelen en consumeren van bezittingen en materiële dingen staat hoog op de agenda van de materialistisch geïnspireerde mens en maakt deels de status uit die mensen bekleden in de ge- meenschap. Consumeren en maximaal genieten zijn daarom belangrijke drijfveren.

Economische groei is bijgevolg essentieel om deze drijfveren gaande te houden. De  gevolgen hiervan op de grote ecosystemen en de biodiver- siteit worden echter niet of slechts met mondjes- maat verrekend in het totaal economisch plaatje. Kortetermijnwinst primeert boven de zorg voor de natuur op langere termijn.

Het geloof in niet-materiële aspecten van het bestaan, zoals geest, religie, spiritualiteit, allerlei verruimde bewustzijnstoestanden (zoals telepa- thie, bijna-doodervaringen e.d.), wordt argwanend bekeken en als bijgeloof, ouderwets gedoe of new-age gezwets afgedaan. Niets daarvan kan immers bewezen worden volgens het materialistisch-we-tenschappelijk model, dus kan het niet waar zijn. Dikwijls wordt dit alles op één hoop gegooid on- der de noemer “fantasie” of "pseudowetenschap- pelijk”. Echte wetenschap dient zich bezig te hou- den met het verder ontwikkelen van praktische toepassingen die een uitvloeisel zijn van de reduc- tionistisch-materialistische basisgedachte. Met een open geest wetenschappelijk onderzoek doen naar de niet-materiële dimensies van het bestaan past niet in dit plaatje en krijgt bijgevolg weinig of geen subsidie. De schaarse onderzoeken die wel in dit domein plaatsvinden en die evidenties opleveren die de materialistische basisgedachte in twijfel trekt, worden arg- wanend bekeken, genegeerd of zelfs geridiculiseerd.

Het groter geheel, het heelal, staat compleet los van ons en is koud en afstandelijk. Omdat alles voortkomt uit materie, kan er immers ook geen universeel bewustzijn bestaan. Alles in het heelal is per toeval ont- staan en heeft geen enkele zin.

Zingeving in het leven wordt vooral ingegeven door de zorg voor de kinderen, het verwerven van status en materiële welstand en het maximaal ge- nieten. Verder is het zinloos om naar zingeving te zoeken. 

Oude verhalen over het bestaan van een alles doordringende spirit of natuurgeest komen nu en dan nog eens boven, maar worden afgedaan als behorende tot een naïef wereldbeeld dat "primi- tieve” volkeren ooit bedacht hadden.  

Bovenstaand wereldbeeld zal mogelijk voor velen nogal confronterend overkomen, maar het is  moeilijk om te ontkennen dat we in die richting aan het verschuiven zijn. Nochtans is het hier geenszins de bedoeling om afbreuk te doen aan de weldaden die het materialisme ook teweeggebracht heeft. Vooral als we denken aan de algemene welvaartstoename die zich in heel wat delen van de wereld heeft voorgedaan, de armoedebestrijding, de verbetering van hygiëne en onderwijs, het terugdringen van kindersterfte, de gezondheidszorg en het kunnen beschikken over een waaier van comfort schenkende innovaties. Dit alles zijn toepassingen van het reductionistisch-materialistisch denkmodel dat voor een ware omwenteling gezorgd heeft die we niet graag zouden terugschroeven. Niet enkel in het Westen, maar ook op wereldschaal is voor de meeste van deze parameters een reële, maar weliswaar trage vooruitgang merkbaar.

Al deze aspecten van vooruitgang zijn uitvloeisels van het verlichtingsdenken dat vierhonderd jaar gele- den zijn intrede deed. 

Er ontbreekt iets fundamenteels.

De kerngedachte van het materialisme (de veron- derstelling dat materie de enige bron is van alles wat bestaat) botst echter frontaal met wat de mees- te mensen diep in hun binnenste aanvoelen. Mensen zien zichzelf niet louter als een “zak ato- men en moleculen” maar eerder als sociale-emo- tionele-rationele wezens behept met het verlangen om deel te zijn van een groter geheel dat hen over- stijgt, iets dat hen raakt tot in de kleinste vezels. Het is alsof dit in de “software” van de mens is ingeschreven. Hiervoor bestaat geen bewijs in de wetenschappelijk-materialistische betekenis van het woord, omdat dit niet met de rede te benaderen valt. Het valt buiten de studie van “dingen” en kan dus via de vertrouwde paden van onderzoek, waar rechtlijnige logica en causaal denken centraal staan, niet onderzocht worden. 

En toch behoort dit tot de werkelijkheid die velen van ons intuïtief ervaren. Eerder dan veronderstellingen echter (waar het materialisme op gebaseerd is), zijn ervaringen van een gans andere orde. Ze zijn authentiek en onloochenbaar. Als ik ervaar dat ik blij ben of gefrustreerd of woedend, dan is dat authentiek. Ik hoef niet te bewijzen dat ik mij zo voel via een of andere logisch denkmodel. Ik voel wat ik voel. Mijn lichaam zal misschien reageren op sommige emoties (mijn bloeddruk zal er misschien door stijgen of  bepaalde hormonen zullen geactiveerd worden) maar wat dit veroorzaakt is niet iets materieels, maar mijn subjectieve beleving van een bepaalde ervaring. Deze subjectieve ervaringen beleven wij elke dag, om niet te zeggen bijna elk moment van ons leven. 

En deze subjectieve ervaringen bepalen voor een groot stuk hoe wij denken en leven, wie we zijn en hoe we onze relatie met anderen, met andere levende wezens en de natuur als geheel beleven.

 

Deze ervaringsrealiteit is een belangrijk deel van de werkelijkheid waarin wij leven (misschien wel het belangrijkste), maar er is niets materieels aan, helemaal niets. 

Internetgolven, radiogolven, TV golven, gsm golven, zonlicht en talloze andere elektromagnetische golfverschijnselen zijn ook niet materieel, en toch aanvaarden we dat ze een wezenlijk aspect zijn van de werkelijkheid waarin we leven.

Als het heelal grotendeels bestaat uit donkere materie en donkere energie en slechts voor 4% uit materie zoals wij die kennen (atomen en molecu- len dus), houdt het dan nog steek om te beweren dat “materie de enige basis is van alles wat be- staat?”  Waarschijnlijk niet.

Als de bevindingen van de kwantummechanica onomstotelijk aantonen dat op het diepste niveau van de microscopisch kleine werkelijkheid alles met alles verbonden is en dat er van afzonderlijke enti- teiten geen sprake meer kan zijn, heeft het dan nog zin om vast te houden aan de veronderstelling dat wij mensen los staan van andere wezens en van de natuur? Onze zintuigen geven ons de indruk alsof alles gescheiden zou zijn van alles, maar is dit geen illusie? En is dit ook zo op een dieperliggend niveau? Volgens de huidige inzichten van de kwantumfysica niet. In essentie is in de natuur en het universum blijkbaar alles met alles verbonden en is het (zoals de fysicus Niels Bohr beweerde) zinloos om over afzonderlijke entiteiten te spreken. 

Is de materialistische visie op de werkelijkheid achterhaald?

Niet enkel de authenticiteit van de eigen subjectieve ervaring, maar ook het voortschrijdend inzicht dat voortvloeit uit de moderne fysica leidt er dus toe dat de basisveronderstelling van het materialistisch denken op losse schroeven komt te staan.

Als sommige mensen dus beweren dat zij authentieke ervaringen hebben (vb. telepathisch inzicht, bijna-doodervaring, buitenlichamelijk verruimd bewustzijn, enz.) die niet stroken met deze bassveronderstel- ling, welk recht hebben wij dan om dit af te doen als een fantasie of een waanbeeld?  Als onomstotelijk aangetoond is dat bewustzijn zich ook kan voordoen in afwezigheid van ook maar enige hersenactiviteit, welk recht hebben wij dan om te blijven beweren dat bewustzijn gecreëerd wordt door de hersenen? 

Zou het niet kunnen dat we de zaken eerder moeten omkeren? Dat bewustzijn aan de  grondslag ligt van alles en dat materie een afgeleid product is van dat bewustzijn?

Dit is misschien voor westerlingen een baan- brekende gedachte, maar is voor veel wijs- heidstradities die duizenden jaren oud zijn een vaststaand gegeven. Verschillende grondleg- gers van de kwantumfysica (o.a. Max Planck) kwamen ook tot dezelfde slotsom.

Misschien is bewustzijn wel een fundamen- tele basiseigenschap van de kosmos, en be- staat er iets als een universeel bewustzijns- veld, naast andere universele velden zoals het zwaartekrachtveld of het elektromagnetisch  veld.

De filosofische strekking die met deze visie gepaard gaat wordt dikwijls “Panpsychisme” genoemd (“Pan” van “alles” en “Psyche” van “geest”, waarmee bedoeld wordt dat alles wat bestaat doordrongen is van een universele psyche of bewustzijn). In deze visie is het bewustzijn primair en materie secundair. Wat bestaat uit materie is immers gebonden aan tijd, ruimte en vergankelijkheid (zoals ons lichaam), terwijl de be- wustzijnsdimensie verder strekt dan de ons bekende tijd en ruimte, onvergankelijk is en de dood over- stijgt. Het kosmisch bewustzijn (dat aan de oorsprong van alles ligt) manifesteert zich onophoudelijk in de veelheid van levensvormen die er via onzichtbare draden mee verbonden blijven. In het resulterend kos- misch levensweb is daardoor ook alles met alles verbonden.

Met ons dagdagelijks waakbewustzijn kunnen wij dit alles niet waarnemen omdat het brein werkt als een filter die in “normale” toestand enkel een heel klein fragment van het kosmisch bewustzijn doorlaat (net als onze ogen slechts een heel klein fragment van het elektromagnetisch spectrum doorlaten).

Het panpsychisme als wereldbeeld is al duizenden jaren oud maar is in de loop van de geschiedenis een aantal keren verdrongen geweest. Op dit ogenblik kent het terug een heropleving.

Indien we het panpsychisme als uitgangspunt zouden nemen ipv het materialisme, dan kan dit méér as- pecten van de werkelijkheid verklaren dan het louter materialisme. Een wetenschappelijke benadering die gebaseerd is op het uitgangspunt van het panpsychisme, zou bijgevolg een veel breder spectrum van de totale werkelijkheid omvatten, inclusief de reeds bestaande kennis over de materie. Wat nu nog dikwijls meewarig als “paranormaal” aanzien wordt, zou gewoon een deel worden van het voortschrijdend inzicht dat de wetenschap continu nastreeft teneinde de wondere aard van de natuur, de kosmos en onszelf verder te ontdekken.  

Inclusieve wetenschap.

Het panpsychisme als wereldbeeld en denkmodel zou een totaal andere kijk op onszelf, de natuur en onze relatie ermee teweegbrengen. In de eerste plaats zou het een doorbraak betekenen in de manier waarop we ons opstellen in het groter geheel. In plaats van te vertrekken van de assumptie van afgescheidenheid (die er de oorzaak van geweest is dat we ons buiten en boven de natuur geplaatst hebben), zouden we ons opstellen vanuit een besef van diepe verbondenheid, vooreerst met onze medemens maar ook met alle andere levensvormen (dieren en planten) en met de natuur als geheel. 

We zouden ook met meer schroom en respect de andere levensvormen benaderen en ons niet meer boven en buiten de natuur plaatsen, laat staan dat we de natuur zouden benaderen vanuit een opstel- ling van vermeende superioriteit.  

In essentie zou dit nieuw denkmodel ons hande- len sturen in de richting van een meer duurzame samenleving waarin de zorg voor de mens, de andere levensvormen en de planeet als geheel centraal staan.

Doorgedreven wetenschappelijk onderzoek op vlak van de “psyche” en verruimd bewustzijn zou een wereld van ongekende mogelijkheden doen opengaan en voor meer balans kunnen zorgen tussen de materiële en niet-materiële dimensies van het bestaan.

De transitie naar dit nieuw model zou niet over een leien dakje lopen maar als we als soort willen over- leven en een duurzame toekomst willen tegemoet gaan voor onszelf en de planeet, is dit de aangewezen weg. De complexiteit van de problemen waar we voor staan is immers van die aard dat ze niet effectief kunnen aangepakt worden met hetzelfde denkmodel dat er in grote mate de oorzaak van is. 

Deze -maar ook andere- beschouwingen hebben een groeiend aantal wetenschappers ertoe aangezet om hun bedenkingen en twijfels omtrent de validiteit van de kerngedachte van het materialisme te synthetiseren in een document waarin geopteerd wordt voor de ontwikkeling van een meer inclusief denkmodel en inclusieve wetenschap. De materialistisch-wetenschappelijke benadering dekt immers niet de volledige lading en er zijn steeds meer aanwijzingen dat ze haar geldigheidsdatum overschreden heeft. Er is een heel domein (o.a. op vlak van bewustzijn en bewustzijnsverruiming) dat nog wacht op exploratie en integratie in het academisch denken.

Deze groeiende groep van wetenschappers (meer dan 300) heeft hun document getiteld:

A Manifesto for a Post-Materialist Science

waarvan u de nederlandstalige versie kunt lezen op de website van Ponto3.org.                                                                                                                                                                                                     

 

                                                                                               

Romain Goorman, april 2021.