De hobby van mijn vader was astronomie, met de planeten van ons zonnestelsel als specialiteit. Hij kon er uren boeiend over vertellen, ik hing aan zijn lippen. Mijn lievelingsplaneet was Saturnus.

Mijn vader: Saturnus is de zesde planeet van ons zonnestelsel, de derde van de buitenplaneten en de verst verwijderde planeet die nog zeer goed met het blote oog zichtbaar is, want zij is zeer helder en heeft een matgele kleur. In een kijker (dat hadden we spijtig genoeg niet en de goede sint heeft het mij nooit gegeven) is hij een van de meest interessante objecten door een prachtig ringenstelsel (een viertal). Die ringen zijn waarschijnlijk restanten van vroegere manen die misschien ontploft zijn. Haar massa is 95 maal die van de aardmassa, als aardse bewoner kunnen we er onmogelijk op vertoeven, door haar enorme zwaartekracht zouden we onmiddellijk verpulverd worden. Saturnus heeft niet minder dan 10 manen. Die informatie prikkelde mijn verbeelding en dikwijls droomde ik s'nachts dat ik tussen de ringen van Saturnus zweefde en haar manen bewonderde die me door feeërieke wezens (dagresten van dergelijke wezentjes uit de strips van onder meer Suske en Wiske die ik gretig verslond) werden  getoond. Ik vond dit gewoon leuk, geen gezwets over een astraal lichaam dat gedurende de slaap het stoffelijk lichaam verlaat en ongeremd kan reizen in de kosmos, waarvan de droom slechts een vage herinnering is. Door die microbe werd ik pas jaren later geïnfecteerd, en ik niet alleen. Als kind schakelde ik over naar strips van Buck Danny de onvervaarde Amerikaanse piloot die tijdens de tweede wereldoorlog (de jappen vallen aan, de geheimen van Midway ...) de gele spleetogen (de vijandelijke Jappen werden zo genoemd in die stripreeks) bijna wellustiguit de lucht schoot. Oorlogsfilms werden mijn geliefkoosde films. De eens zo betoverende planeet Saturnus werd een vage herinnering aan een onschuldige en lieflijke kindertijd. Zo zagen de Romeinen het ook, maar wel collectief en niet individueel. Toch eerst eventjes corrigeren.    Over Saturnus vertelde mijn vader dit in de vijftiger jaren van de vorige eeuw. Nu is onze kennis over die planeet wel wat bijgeschaafd. De ringen bestaan voornamelijk uit ijs en meteorietsteentjes en zijn dus niet afkomstig van vroegere manen. Men heeft trouwens al 65 maantjes ontdekt. De massa van Saturnus is lichter dan water, dus dit samendrukken van een aards wezen klopt niet. Over de ringen deed men een paar jaar geleden een sensationele ontdekking, Saturnus telt nu 8 ringen, maar dit is voor een volgend artikel.

De koning Saturnus bij de Romeinen

Iedere beschaving die zichzelf respecteert kent een gouden tijdperk waarin de mensen op een ideale wijze leefden in overeenstemming met verheven kosmische wetten. Bij de Romeinen was dit het tijdperk van de medekoning Saturnus die heerste over de inwoners van Latium, Midden-Italië, een streek waar de Romeinen zich nauw mee verbonden voelden.                                                                                                                                                      In zijn magistrale epos “Aeneas” vertelt de Romeinse dichter Vergilius ons hoe Aeneas het brandende Troje ontvluchtte en na veel avontuurlijke omzwervingen uiteindelijk in Zuid-Italië aankwam waar hij nabij Cumae (nabij de Vesuvius) in het rijk van Hades belandde, de onderwereld dus of het hiernamaals.

Daarna ging hij naar Latium (het eerste gebied dat de Romeinen veroverden) waar zijn zoon Julus de stad Alba Longa stichtte, waaruit Rome ontstond. De moeder van Aeneas was niemand minder dan de godin Venus. De Romeinse familie Julii stamde af van Aeneas, de belangrijkste telg uit die familie was Julius Caesar, die later fier als een pauw zal beweren dat hij van goddelijke afkomt was. De Romeinen waren ook zeer fier dat hun wortels zowel in het godenrijk als in het hiernamaals lagen. Maar tot hun grote frustratie hadden ze niets met Saturnus te maken. In een mistig ver verleden waar historie en mythe niet te scheiden vielen heerste koning Janus over zijn onderdanen in Latium die in relatieve barbaarse omstandigheden leefden. En toen kwam plots per schip (niemand wist vanwaar) Saturnus aan die samen met Janus ging regeren en de bevolking de beschaving bracht door hen het schrift, de landbouw (vandaar dat de sikkel zijn belangrijkste attribuut werd) en het muntstelsel te onderwijzen. Maar er was meer. Onder zijn bewind (samen met Janus dus) waren alle mensen gelijk en kenden geen privébezit, slavernij bestond niet. De afwijzing van persoonlijk bezit trok zich raar genoeg ook door op liefdesgebied, mensen bedreven op een tedere manier de liefde met mekaar, hetgeen we nu vrije liefde noemen of met wat meer afkeuring promiscuïteit. En toen  verdween Saturnus plots. Later verkregen zowel Saturnus als Janus door de Romeinen een goddelijke status. Om Saturnus te eren stelden de Romeinen de Saturnaliën in, wel zeer rare feestelijkheden. 

Die rare saturnaliën.

De duur ervan wijzigde soms(meestal drie dagen), maar de saturnaliën vonden telkens plaats in december. Aanvankelijk begonnen ze op 17 december, de dag waarop de tempel voor Saturnus op het Forum Romanum in 497 v. Chr. werd ingewijd. Maar telkens viel midwinter tijdens die feestdagen omdat dan het licht begon te dagen, verwijzend naar het licht van de beschaving die koning Saturnus over een barbaarse samenleving liet schijnen

Tijdens de feestelijkheden werden de huizen versierd met hulsttakken en gaven de mensen mekaar geschenken. Dit waren oorspronkelijk poppen ter vervanging van mensen, want een of ander obscuur orakel had bevolen dat men mensenoffers moest brengen aan Saturnus. Dit zal men zich vooral aan het einde van de 19de eeuw herinneren toen Saturnus een uiterst negatieve connotatie verkreeg, Door zijn talrijke veroveringen beschikte het Romeinse Rijk over een enorm potentieel van slaven die een stevige basis vormden voor hun oorspronkelijk onwrikbare economie. Maar door hun vermeende goddelijke oorsprong wisten ze intuïtief dat dit niet strookte met kosmische wetten, en de saturnaliën vormden hiervoor de nodige maar wel korte correctie. Want tijdens die dagen werden de rollen van meester en slaaf omgekeerd, wat uiteraard voor koddige situaties zorgde. De meesters bedienden hun slaven die uitvoerig voor hun diensten bedankt werden. Dit is wel vrij uniek in de menselijke geschiedenis. Zo klaagt de bekende Vlaamse filosoof Etienne Vermeersch in zijn “over god” aan dat in de geopenbaarde godsdiensten nergens de slavernij wordt afgewezen. Meer nog, Paulus maant de slaven aan gehoorzaam te zijn aan hun meester en in de Koran wordt in bepaalde (wel duidelijk omschreven) gevallen slavernij toegestaan.  En dan de spreekwoordelijke losbandigheid, de tijdelijke promiscuïteit gedurende die periode. In tegenstelling tot opvattingen die ons door een vooringenomen geschiedenisonderricht zijn ingeprent hadden de Romeinen een strenge seksuele ethiek en stond huwelijkstrouw in hoog aanzien. Vrije liefde lag hen niet. De algemene consensus tegenover volgelingen van de saturnaliën was dan ook: doe thuis wat je niet laten kunt, maar kom ons achteraf niet lastigvallen met het verhaal dat je je vrouw hebt mishandeld of zelfs gedood omdat ze het met een ander deed. De saturnaliën stonden dan ook in schril contrast met de gevreesde en gehate bacchanalen. Deze aanhangers van de Romeinse wijngod Bacchus (Dionysos bij de Grieken) streefden in dronken toestand in hun orgieën naar uiterste vormen van seksuele extase. Hun eerste volgelingen waren oorspronkelijk vrouwen, later ook mannen. De eerste orgieën hadden plaats in bossen, later soms in het openbaar en waren niet enkel uitdagend en obsceen ,maar ook gewelddadig met dikwijls doden als gevolg. De Romeinen verboden ze, later werd zelfs de doodstraf ervoor ingesteld ( volgens Livius waren er 7000 terechtstellingen). De volgelingen van Saturnus hadden een diep doorvoeld heimwee naar een ideale oertijd, die van Bacchus wilden de bestaande maatschappelijke orde brutaal vernietigen. Beiden hadden in hun rituelen een seksuele achtergrond, maar groter kon de tegenstelling niet zijn, tederheid versus geweld. 

Julius Caesar en de saturnaliën. 

Julius Caesar verlengde de saturnaliën tot 7 dagen en verschoof midwinter naar 25 december. De meeste historici brengen dit in verband met de door hem ingestelde en naar hem vernoemde Juliaanse kalender. Maar er was meer aan de hand. De slaven werden dus meer dagen geëerd. Opportunisme, want de slavenopstand van Spartacus lag nog vers in het geheugen. Anderzijds leek Caesar zijn vergoddelijking voor te bereiden. Stamde hij immers via Aneas niet af van de godin Venus ?

Na zijn verovering van Gallië werd hij door de Romeinen  triomfantelijk verwelkomd. Maar er waren ook Romeinen met een zachtaardig zieltje. Die verweten hem de moordpartijen van zijn legers onder de Kelten en de alles behalve humane behandeling van hun aanvoerder Vercingetorix na diens eervolle overgave : door de straten van Rome gesleurd en achteraf na jaren onthoofd. Caesar wou dat hij tijdens midwinter zou herinnerd worden als een koning (hij wou opnieuw koning worden en de Romeinse republiek afschaffen, dit was de reden dat men hem vermoordde) die net zoals Saturnus vrede en beschaving bracht onder zijn volk. Vrede in het nieuwe koninkrijk onder alle mensen van goede wil. Met dit laatste bedoelde hij uiteraard mensen die hem volgden en geen opstandelingen zoals de onverlaat Vercingetorix. Na zijn gewelddadige dood gebeurde er iets merkwaardigs : men plaatste voor een klein namaaktempeltje voor Venus een kruis met daaraan een wassen beeld van Caesar genageld, zijn volgelingen begroetten het beeldje met de veelzeggende woorden: gegroet, zoon van een godin. Zijn erfgenaam en feitelijke opvolger, Octavianus, beter bekend als keizer Augustus richtte officieel de Pax Romana in, de algemene vrede in het Romeinse Rijk. En Caesar werd inderdaad vergoddelijkt. Maar wij herinneren hem enkel als een ongenadige krijgsheer waartegen onze moedige Ambiorix zich heldhaftig verzette. Enkel Shakespeare liet Antonius een literair onsterfelijke ode aan Caesar brengen.

Saturnus wordt vereenzelvigd met de Titaan Cronos.

Tijdens de gouden eeuw regeerde koning Saturnus dus samen met koning Janus. Van koning Janus werd gezegd dat hij twee gezichten had, een om naar het verleden te kijken en een om naar de toekomst te staren. Een goede koning hield immers zowel met het verleden als met de toekomst rekening voor zijn beleid. Ook Janus werd vergoddelijkt en behield zijn twee gezichten. Hij werd zelfs de god van de tijd, dus ook van alle begin, hij beschermde de aanvang van iedere maand. De eerste maand werd trouwens naar hem genoemd.

Maar dan deden de Romeinen iets met Saturnus dat nog steeds nazindert in hedendaagse complottheorieën : hij werd gelijkgesteld met de Griekse Titaan Cronos (soms ten onrechte verward met Janus). De titanen waren in de Griekse mythologie (de Romeinen speelden dikwijls leentjebuur met Griekse mythologische figuren en goden) reuzen die in de bovenzinnelijke wereld de macht in handen hadden, maar ze verloren die tijdens de titanenstrijd van de goden onder leiding van Zeus (Jupiter bij de Romeinen). De titanen waren uiterst wreedaardig en sadistisch. Zo castreerde ,louter om een machtskwestie, Cronos zijn vader Uranus (ook de naam van de eerste onzichtbare planeet) met een sikkel. Om te voorkomen dat hij op zijn beurt door de eigen kinderen zou worden verdrongen, verslond Cronos ze terstond na de geboorte. Door de samensmelting van Saturnus en Cronos werd de sikkel van Saturnus, aanvankelijk een heilzaam werktuig voor de landbouw, omgetoverd tot een akelig wapen om te castreren. Saturnus werd wel nog geëerd tijdens de saturnaliën, maar voor de rest van het jaar kreeg hij een negatief imago: iemand die zijn vader castreerde en zijn kinderen opat .Saturnus/Cronos had een dochter: Veritas of de godin van de waarheid, ze verschool zich meestal in een put ergens verborgen in het woud, want de waarheid mag zelden aan de oppervlakte komen, dit wisten de Romeinen reeds. Dikwijls werd zij naakt afgebeeld met een spiegel. Ook dit werd een negatieve beeltenis. Tegenstrijdig is wel dat Cronos/Saturnus niet schrikwekkend, maar eerder meelijwekkend werd afgebeeld: een sombere,gebaarde en meestal gesluierde oude man. Tijdens de renaissance, een periode waar men op zoek ging naar de ware entiteit van de klassieke goden, kreeg Saturnus/Cronos definitief een wreedaardig, zelfs diabolisch aureool. Louter een culturele benadering, niets meer. Met een dergelijke cultureel fenomeen kan men op twee manieren omgaan, gewoon negeren of pervers omhelzen. Van beide benaderingswijzen geven we een voorbeeld. 

Negeren en omhelzen.

Als kind ging ik met mijn ouders naar de avondmis in de St.-Baafskathedraal. Ik zorgde ervoor dat we plaats namen rechtover de preekstoel, want twee grote witte beelden fascineerden mij; die van een oude man die zijn sluier verwijderde en die van een vrouw die in een boek las. 

Ik vroeg mijn vader wie dit konden zijn en kreeg als antwoord: ik weet het niet, meer dan waarschijnlijk bijbelse figuren .Toen ik hun ware identiteit achterhaalde schrok ik er enorm van: niemand minder dan Saturnus/Cronos en zijn dochter Veritas. Die preekstoel is één van de vele artistieke meesterwerken die de kerk rijk is: 1745, rococostijl, ontworpen door Laurent Delvaux en gefinancierd door het nalatenschap van de grote mecenas bisschop Triest. De indrukwekkende witte beelden zijn van Carraramarmer (waarmee ook Michelangelo werkte), prachtig contrasterend met de donkere eik uit Noord-Europa. Algemeen wordt aangenomen dat het meesterwerk de overwinning van het ware geloof over de dwaling (meestal verwijst men dan naar het protestantisme) symboliseert. Richten we onze aandacht op Saturnus/Cronos en zijn dochter. Veritas schijnt uit haar put ontsnapt te zijn en leest in de bijbel waarin zij schijnbaar uiteindelijk de waarheid gevonden heeft. Het waren trouwens de protestanten die hun volgelingen aanspoorden de bijbel te lezen , dus van die veronderstelde aanval op het protestantisme geloof ik niet veel. Saturnus/Cronos neemt zijn sluier weg (wel aangespoord door het trompetgeschal van een engeltje). Hij staart verwonderd , zelfs een beetje bewonderend naar zijn dochter die nu eindelijk het licht lijkt te hebben aanschouwd (de bijbelse tekst die ze aandachtig leest is die van Paulus over de verrijzenis). En inderdaad, die ontsluiering lijkt erop te wijzen dat het kwade zich van hem verwijdert, meer nog, hij lijkt zijn dochter te volgen. Mijn visie wordt m.i. bevestigd door hetgeen we boven aan de achterzijde van de preekstoel zien: een engeltje verwijdert een appel (in Genesis het overbekende symbool van het kwade) uit de muil van de slang. Er valt nog veel meer te vertellen over de iconografie van dit meesterwerk (onder meer over de eindtijd) , maar ik beperk mij tot de rol van de twee mythologische figuren. Inderdaad een christelijke boodschap, die nu eenmaal een kathedraal dient uit te dragen. Maar zeer origineel is de artistieke verpakking die getuigt van een universele esthetische taal met ontzag voor andere beschavingen , wars van alle culturele vooroordelen. Ook dit maakt de St-Baafskathedraal uniek.

 

Satanisme en zwarte magie vormden de nachtzijde van de romantische beweging in de 19de eeuw. Sommigen koppelden zelfs ongebreidelde machtswellust aan sadistische pedofilie. In een van mijn vorige artikelen suggereerde ik dat Goya, onder meer hofschilder aan het Spaanse koninklijke hof ,getuige was van kinderoffers en dat zijn werken uit zijn donkere periode (1819 – 1822) hiernaar verwezen. In dit artikel ging het dan over de grote god Pan. Zijn bekendste werk uit die periode is echter “Saturnus verslindt zijn zoon”. Aan welke god kan men efficiënter kinderen offeren dan aan de entiteit die zijn eigen kinderen verslond ? De link tussen Saturnus en satanisme werd door dit werk definitief gelegd.

 

 

 Wordt vervolgd

 

Tekst: Corry Geijsen                                                                          Illustraties: Patrick Coucke

 

 

Nawoord

 

Een tweede meesterlijke preekstoel ontwierp Laurent Delvaux voor de prachtige (de grootste in België)  Romaanse kerk in Nijvel. Die preekstoel is gewijd aan Maria Magdalena en bevat meer dan waarschijnlijk veelbetekenende symboliek in verband met die geheimzinnige vrouw van wie de relatie met Christus nog steeds onduidelijk is. Wie wil er mee met mij op treinuitstap (Gent-St.Pieters – Brussel – Nijvel) op speurtocht naar ontrafeling van die symboliek? Graag voor de voordracht die van Schaik (ik bewonder zijn eruditie, lees zijn boeken zeer graag) in universeel zal geven en waarin hij zal trachten te bewijzen dat Maria Magdalena nooit met Christus kon gehuwd zijn. Misschien vinden we in Nijvel tegenargumenten. Onze queeste lijkt me het best geschikt ergens in de paasvakantie.