Parijs, auberge Nicolas Flamel - einde 18de eeuw.

In het Parijse Rue de Montmorency in de wijk Temple bevond zich de Auberge Nicolas Flamel. De herberg lag bijna in de schaduw van le Temple (het vroegere hoofdkwartier van de Tempeliers). Die schaduw mag je ook figuurlijk nemen want zelfs het woord Tempeliers was omgeven door een aureool van magie, vooral zwarte, en die Auberge was nu eenmaal het trefpunt van pseudo-magiërs en occultisten die er hun fantasie de vrije loop lieten. Alleen al de naam Nicolas Flamel, een Parijse alchemist uit de 15de eeuw die beweerde dat hij de steen der wijzen had gevonden. En magie en occultisme waren nu eenmaal niet de favoriete onderwerpen van de revolutionairen van het Directoire (Eerste Franse Republiek 1795 – 1799). Fantaseren over de geheimen van de piramides en de bovennatuurlijke vermogens van Isis mocht wel. Trouwens, bij het uitbreken van de Franse revolutie wou men met de stenen van de vernielde Bastille een Egyptische piramide bouwen. Dit kwam er niet van, maar anderzijds had de kunstenaar Louis David een standbeeld van de Egyptische moedergodin Isis laten oprichten , uit haar borsten liep water, als symbool voor de revolutionaire vernieuwing. Spijtig genoeg bestond het imposante beeld uit gips, zodat het nu verdwenen is. Zo bestond de republikeinse kalender uit 36 decadi van 10 dagen, afgekeken van de Egyptische zonnekalender ter ere van Isis en Osiris. Maar terug naar onze occulte café. Een graag geziene gast (al lachte men hem achter zijn rug uit) was iemand die zich graaf Saint Germain noemde en beweerde dat hij al eeuwen op onze aardkloot rondliep. Maar eerder bevreesd was men voor een onbekende man van wie men zonder zijn insignes wist dat hij tot de hogere militairen behoorde, dit straalde zijn fiere houding uit. Men verdacht hem er dan ook van dat hij kwam luistervinken om later alles aan het Directoire over te brieven. Maar de waardin koesterde geen enkel wantrouwen , want zoals ieder rechtgeaarde cafévrouw kon ze de diepste zieleroerselen van haar klanten ontwaren. En zo merkte ze dat zijn ogen begonnen te blinken als haar klanten het over de piramides of Isis hadden. Toen iemand opmerkte dat grote veroveraars zoals Caesar en Alexander de Grote zich juist voor hun beroemde veroveringstochten hadden laten inwijden in de piramide van Cheops sprong de gevreesde man recht (zijn eerder kleine gestalte bleek ineens veel groter), zijn hele figuur leek een bovennatuurlijke kracht uit te stralen, en riep met een ongehoorde kracht uit: daar moet ik zijn. 

Na zijn militaire successen in Italië en na lang debatteren kreeg generaal Napoleon Bonaparte in 1798 eindelijk de toestemming van het Directoire voor een militaire operatie in Egypte. Vooral zijn argument dat Engeland moest beroofd worden van zijn koloniaal bezit in Klein- Azië gaf de doorslag. Op zaterdag 19 mei 1798 vertrok dan ook vanuit Toulon in ideale weersomstandigheden de grootste vloot naar Egypte die ooit door de Middellandse Zee voer. Die armada bestond uit 280 schepen die ongeveer 40 000 soldaten aan boord hadden. Om zijn veldtocht ook een culturele uitstraling te geven vaarden ook geleerden mee die de antieke Egyptische beschaving moesten doorgronden. Ook broeders vrijmetselaars vaarden mee. Zij alleen kenden de ware bedoelingen van Napoleon. Maar de reusachtige vloot maakte eerst een ommetje naar het eiland Malta waar de ridders van de Orde van Malta de macht in handen hadden. Dit had alles te maken met de schat van de Tempeliers. Maar eerst moeten we een historische nuancering aanbrengen . 

Tempeliers, Johannieters en Maltezers.

Vroeger noemde men de Maltezers de Johannieters, ze kregen hun nieuwe naam nadat Keizer Karel hen als beloning voor hun strijd tegen de Turken het eiland Malta toewees. Na de genadeloze vervolging van de Tempeliers door de Franse koning Filips 4 (vanaf vrijdag 13 oktober 1307) en de kerkelijke opheffing van de orde door paus Clemens 5 (het concilie van Vienne – 1312) ordonneerde de paus dat de bezittingen van de Tempeliers moesten worden overgedragen aan de Johannieters .Bewonderaars van de Tempeliers (zoals ik) beschouwen dit als een verraad. Jaren geleden gaf ik een voordracht over Tempeliers in het Geuzenhuis te Gent. Op de eerste rij zaten enkele ridders van de Maltese Orde in volle ornaat.  Toen ik naar voren bracht dat de Maltezers de Tempeliers verraden hadden verlieten ze ostentatief de zaal. 

Achteraf beschouwd was mijn  benadering wel heel kort door de bocht. In feite zat het zo: de zwakke paus Clemens 5 had er berouw van dat hij zich zo door de perfide Filips 4 had laten manipuleren. Er was geen terugkeer meer mogelijk, toch deed hij een allerlaatste zet op het historisch schaakbord om de koning te dwarsbomen: de bezittingen van de Tempeliers aan een andere geestelijke ridderorde schenken. De koning deed een volgende sluwe zet : hij hief 200 000 Franse pond als belasting op de aan de Johannieters geschonken bezittingen. Zo vloeide toch een belangrijk gedeelte naar de staatskas. Het woord verraad was inderdaad wel niet gepast. Tempeliers en Johannieters hadden een soort haat-liefdeverhouding. Soms stonden ze letterlijk met getrokken zwaarden tegenover mekaar, soms vochten ze ridderlijk samen, vooral tegen de Koerd Saladin. Ik stelde me wel de vraag of ook de beruchte schat van de Tempeliers bij de Johannieters terecht was gekomen. Ook Napoleon stelde zich die vraag. In verhitte discussies in de herberg Nicolas Flamel te Parijs zag men twee mogelijkheden: ofwel bevond die zich ergens in de kathedraal van La Valetta, de hoofdstad van Malta, ofwel hadden de Maltezers die goed verborgen in de door hen gegraven tunnels onder Acco, dit laatste christelijk bolwerk in de Oriënt. Beide plaatsen stonden op het verlanglijstje van Napoleon. Ten opzichte van de geestelijke ridderorden had Napoleon een ambivalente houding: enerzijds die van het Directoire dat hen bestempelde als verwaande jongelingen uit adellijke families, anderzijds had hij een geheime bewondering voor de Tempeliers en eveneens een afkeer voor de Maltezers, zoals zal blijken

Het ommetje naar Malta.

Zo maar landen op Malta en de kathedraal plunderen, dat was zelfs voor de vastberaden Napoleon een brug te ver. Dan maar vlug een voorwendsel zoeken en vinden. Hij eiste van de grootmeester van de orde , Ferdinand von Hompesch zu Bolheim een haven om zijn schepen te bevoorraden, maar kreeg die niet omdat Malta neutraal moest blijven. Dan maar onmiddellijk de kathedraal plunderen, van een tempeliersschat geen spoor, maar de overige waardevolle objecten waren goed om zijn veldtocht in Egypte (met een tweede poging de schat in Acco te vinden) mee te helpen financieren. Eerst verbleef hij nog 6 dagen in Malta, hitste de bevolking tegen de ridders op en organiseerde uitbundige feesten (lees: orgieën) om de bevolking te paaien. Zijn plan lukte, de bevolking kwam in opstand tegen de ridders. Napoleon liet een garnizoen in Malta achter en vaarde af. Na enkele maanden kreeg de bevolking heimwee naar de rustige vastheid van het  zedelijke ridderlijk bestuur en ze kipten de overgebleven Fransen buiten. Dan kwamen de Engelsen en lijfden Malta als Britse kolonie in. Ze beloofden de Maltezer Orde dat ze ooit hun autonomie zouden terugkrijgen, maar hielden geen woord. Pas in 1964 werd het eiland onafhankelijk. De Maltezer Orde groeide ondertussen uit tot een machtige ultrakatholieke Orde met haar zetel te Rome in de Villa Magistrale aan de Via Condotti (de wereldberoemde straat met de chique winkels). Men beweert (complottheorie ?) dat haar machtige hand een niet te onderschatten rol speelt in het dirigeren van het wereldgebeuren. Ook hier zullen wel de nodige nuanceringen moeten worden aangebracht. 

In Egypte toont Napoleon zijn ware bedoelingen.

De Egyptenaren leefden toen onder het juk van de Mammelukken in naam van het Turkse Ottomaanse Rijk. Napoleon wou hen hiervan bevrijden en versloeg de Mammelukken dan ook in de slag bij de Piramiden. Hierbij ontpopte hij zich als een religieuze leider met zelfs bovennatuurlijke roots. Vooreerst had hij zijn soldaten opgedragen grote eerbied te betonen t.o.v. de moslims. Hijzelf wou zich laten doorgaan als de Iman Madhi , vertaald: de verlosser of bevrijder. De nakomelingen van Mohammed via zijn dochter Fatima en zijn schoonzoon (tevens neef) Ali noemt men de Imans. Ali was de eerste Iman, nu nog intens vereerd door de Sjiieten. Volgens de Hadith (overlevering van gezegden en handelingen van Mohammed , dus niet de Koran) verdween in 872 de zevende Iman in een soort parallelle wereld. In moslimtaal noemt men dit in verborgenheid gaan: hij blijft onder de mensen maar men ziet hem niet. Pas in de eindtijd zal hij als Iman Madhi opnieuw een menselijke gedaante aannemen. Zowel (zij in de eerste plaats) de Sjiieten als de Soennieten geloven 

 

hierin. Maar de toenmalige Egyptenaren geloofden niet dat Napoleon die voorspelde Iman Madhi was . Dan gooide hij het maar over een andere boeg. Ondertussen waren de Mammelukken gevlucht naar Palestina. Op 14 april 1799 ging Napoleon alleen overnachten in Nazareth, hij heeft nooit gezegd waarom. Door zijn geboortedatum (15 augustus 1769 – Maria Hemelvaart) meende hij een speciale relatie tot Maria te hebben en verwachtte hij eventueel een openbaring. Maar Maria zweeg. Napoleon richtte zich dan maar op hetgeen hij toen nog als zijn levensdoel beschouwde : de Tempeliers wreken en zelf hun geheim ideaal verwezenlijken. Akko, het laatste bolwerk van de Tempeliers in de Oriënt werd door Saladin in 1291 veroverd, en daar bevonden zich nu juist de Mammelukken. Napoleon was vol zelfvertrouwen: vlug Akko veroveren en dan oprukken naar Jeruzalem. In vorige artikelen heb ik meermaals betoogd dat de geheime missie van de Tempeliers erin bestond vanuit Jeruzalem theocratisch te heersen over de christelijke wereld of toch die wereld te beheersen, in afwachting tot de komst van Christus. En nu geloofde Napoleon dat de Voorzienigheid ervoor gezorgd had dat hij die verheven taak op zich kon nemen. Hij had zelfs het plan opgevat om de katholieke kalender met een heilige aan te vullen: de heilige Napoleon. Het waren waarschijnlijk de vrijmetselaars die Napoleon eerst een lesje in theologie gaven: de christenen geloven dat de teruggekeerde Christus (parousie) vanuit het uit de hemel nedergedaalde Jeruzalem als pantocrator over de wereld zal regeren. Enkel de antichrist of iemand die rechtstreeks door hem geïnspireerd wordt kan het plan opvatten om vanuit het wereldse Jeruzalem voor de echte parousie te heersen over de wereld. “Napoleon, zie af van je plan om Jeruzalem als uw bestuurscentrum te maken of de gehele christelijke wereld zal je als de antichrist uitspuwen.” waarschuwde men hem. Trouwens, het oorspronkelijke woord was antechrist, en “ante” betekent “voor”, dus voor Christus de macht overnemen.. Napoleon was nu eenmaal zeer bijgelovig en gevoelig voor religieuze argumentatie en daarom wijzigde hij zijn fictief plan (hij zou nooit in Jeruzalem geraken) : zijn bestuurscentrum zou hij verplaatsen naar Damascus en Jeruzalem aan de Joden schenken die hij gemakkelijk manipuleerbaar achtte. In werkelijkheid zou hij de touwtjes in handen hebben. Enkel vanuit die informatie (die ik trouwens enkel vond in het boek “de Messiaanse erfenis “ van Baigent en Leigh – 1999) is de beruchte proclamatie van Napoleon begrijpelijk, een brief die hij op 20 april 1799 aan de Franse Joden schreef. Hier de cruciale zin : “het leger waarmee de Voorzienigheid me tot hier heeft gebracht ….heeft Jeruzalem tot mijn hoofdkwartier gemaakt en zal overgebracht worden naar Damascus. Jeruzalem zal een bloeiende stad zijn voor altijd .” Zionisme avant la lettre dus, maar in feite enkel

wishful thinking. De inname van Akko mislukte, hij kon de Mammelukken maar niet verslaan, zijn soldaten sneuvelden of stierven als vliegen door tropische ziektes en over Frankrijk dreven donkere wolken: het Directoire was Napoleon liever kwijt dan rijk en zijn liefje Josephine de Beauharnais amuseerde zich met haar talrijke minnaars. Hoog tijd om terug te keren. Maar eerst dringend zijn derde belangrijke opdracht tijdens zijn missie in Egypte vervullen: zijn inwijding in de piramide van Cheops. 

Inwijding in de piramide van Cheops.

Eindelijk was het zo ver, kort voor zijn dertigste verjaardag, in de nacht van 12 op 13 augustus 1799 bracht hij een nacht door in de piramide, daarna zou hij nooit meer dezelfde zijn. Twee mannen vergezelden hem tot de graftombe om hem daarna alleen te laten. Elias Buqtur, zijn tolk die hem steeds vergezelde als gids was een koptisch Egyptenaar .De Kopten waren volgelingen van Marcus die ook in Egypte leefde en daar zijn origineel (het ons bekende evangelie werd geschreven door iemand die zich in zijn plaats stelde) evangelie schreef, die de Kopten beweerden te kennen. De Kopten hadden hun eigen paus en namen in hun religie gedeelten op van het Oude Egypte. Ze waren vertrouwd met de Egyptische godenwereld, niet enkel cognitief maar ook empirisch, sommigen van hen hadden contact met die entiteiten. De tweede begeleider was generaal Kleber, ingewijd in de hogere graden van de vrijmetselarij. Een hogere inwijding hield onder meer een contact in met Isis. Althans, dat was de bedoeling. 

Eerst verschenen twee zuilen van koud vuur. En dan verscheen       Zij die moest gehoorzaamd worden ,  de godin Isis. Ze spreidde eerst haar prachtige vleugels uit , want de vogel is één der belangrijkste symbolen van de moedergodin. Van Napoleon werd beweerd dat geen enkele kogel zijn naam droeg. Maar nu was hij voor het eerst echt bang, want die kleuren waren niet van deze  wereld. Op haar hoofd droeg ze een gewei waartussen de zon geprangd zat. De vrijmetse-laars hadden hem hiervan de betekenis reeds uitgelegd: Isis wordt ook wel eens de kos-mische koe genoemd, want zij baarde de wereld. Zij was de geheime naam van de zonne-god Amon-Re te weten gekomen, dus had ze in feite macht over hem. Isis openbaarde aan Napoleon dat hij een machtige heerser zou worden, maar dat zijn kosmische bestemming eerder van religieuze aard was. Ook gaf zij hem een waarschuwing. Bleek verliet Napoleon de piramide en ontmoette als eerste Kleber aan wie hij toevertrouwde dat hij niet kon vertellen wat hij beleefd had, niemand zou hem immers geloven. Napoleon merkte de grijns niet op Klebers gelaat, die kon zich alles maar al te goed voorstellen. 

Terug in Parijs, een eerste bezoek aan Gent. 

In Parijs wist hij maar al te goed wat hem te doen stond: door een soort staatsgreep ontbond hij het Directoire en verving het door een consulaat, met zichzelf als eerste consul. Hij wijzigde het wapenschild van Parijs. Oorspronkelijk toonde het een schip (door de bloeiende handel was de schippersgilde de machtigste), met in het schildhoofd (bovenste gedeelte) de fleur de lis als symbool voor het Franse koninkrijk; Op het voorsteven van dit

heraldisch schip zat nu een fiere Isis met boven haar hoofd de Stella Maris (ster van de zee). De symboliek is duidelijk : Isis bepaalt nu mede welke koers Parijs, Frankrijk dus ,zal varen. Dit varen wordt wel letterlijk getoond. De Stella Maris is ook de naam voor Venus, de morgen- en avondster als richtpunt voor de vissers en tevens één van de eretitels voor Isis. In het schildhoofd prijkten nu drie bijen , een universeel symbool voor een moedergodin. Hier schonk Napoleon Isis nu wel een zeer mooi eerbetoon.

Via le département de l'Escaut behoorden onze contreien tot Frankrijk. De burgemeester van Gent was Lieven Bauwens, een rijke industrieel die de onderdelen van de mechanische spinmachine Mule Jenny vanuit Londen naar hier had laten smokkelen. Onder meer te Gent in het door de Fransen aangeslagen Kartuizerklooster aan het huidige Fratersplein had hij een spinnerij laten oprichten. Hijzelf woonde zeer luxueus ( een toilet met doorspoelsysteem !) in de woning van de vroegere abt. In 1803 vereerden Napoleon en Josephine de Beauharnais hem met een bezoek. Bauwens had hiervoor de Franse architect Dieudonné gecontacteerd en liet hem een imposante trap in empirestijl ontwerpen (nog steeds te bewonderen – psychiatrisch centrum sint jan te deo) met sfinxen aan het uiteinde van de leuningen. Als apotheose een groot beeld van Isis bovenaan. Waarom kwam Bauwens op het originele idee Napoleon hiermee te imponeren, want sommigen beschouwden Napoleons expeditie in Egypte als een pijnlijke mislukking ?  Hiervoor vinden we nu een verklaring aan het standbeeld van Bauwens aan het François Laurentplein. Onder zijn voeten ontwaren we sterren, symbool voor inwijding in de hogere graden van de loge. Vandaar.

 

In 1904  kroonde Napoleon zichzelf als keizer in de Notre Dame te Parijs. Via drie ingrepen volgen we kort zijn houding tot de religie. Ik ben er dan ook van overtuigd dat hij aanvankelijk de aanbevelingen van Isis volgde, maar haar waarschuwing om zich hierbij niet te laten leiden door persoonlijke wrok uiteindelijk in de wind sloeg. 

Keizer Napoleon en religie : van overheersing tot ondergang   drie fasen. 

1. Door de christenen te vervolgen maak je er martelaars van, dit wist Napoleon maar al te goed. Daarom sloot hij in 1801 een concordaat met de kerk. Door veel vroegere revolutionairen werd dit als een verraad beschouwd. Het was enkel een sluwe zet van de eerste consul. Enerzijds verleende hij volledige godsdienstvrij-heid, anderzijds eiste hij medezeggenschap in de benoeming van bisschoppen die tevens luisterrijke paleizen kregen toegewezen. Zo kreeg hij de kerk volledig in zijn greep , luxe corrumpeert zal hij cynisch gedacht hebben. Tien jaar later (hij was toen reeds keizer) verscherpte hij zijn eisen van inspraak bij kerkelijke 

 

benoemingen. De bisschop van Gent, prins de Broglie, had de tactiek van Napoleon door en verzette zich hier hartstochtelijk tegen en werd  dan ook verbannen. De Gentse seminaristen bleven hun bisschop trouw en werden dan in de vesting van Wesel (Rijnland) opgesloten , waar velen omkwamen. Ter hunner herinnering werd een epitaaf opgericht, te bewonderen in de laatste linkse kapel van de kathedraal. Er waren toen heel wat seminaristen ! 

2. Het Sanhedrin was ten tijde van Christus het opperste religieuze gerechtshof van de Joden. Rond het jaar dertig werd het in het midden van de nacht in allerijl samengeroepen om Jezus om onduidelijke redenen (valse messias – samenwerking met demonen – zich zoon van God noemende ….) te veroordelen. Aangezien het Sanhedrin geen doodstraf mocht uitspreken leverde men Jezus uit aan Pontius Pilatus (Romeins stadhouder) die hem met tegenzin liet kruisigen. Althans dit vertellen ons de 4 evangelisten. Hoe dan ook , eeuwenlang beschuldigden de christenen de Joden ervan Christus te hebben vermoord, met het Sanhedrin als verwerpelijk symbool hiervoor. Grote consternatie, zelfs woede  

onder alle christenen toen Napoleon in 1808 het Sanhedrin (le Grand Sanhedrin) opnieuw instelde. Uiteraard werd hij geliefd bij de Joodse gemeenschap, de Italiaanse Joden die hij alle door de kerk afgenomen rechten opnieuw schonk noemden hem “Buone Parte” , het goede doel. Door oorlogsomstandigheden werd dit nieuwe Sanhedrin echter nooit samengeroepen. 

3. In zijn laatste werk “Annais” verwijst de Romeinse historicus Tacitus naar Christus en zijn executie door Pontius Pilatus. Ook vermeldt hij dat volgelingen van Christus in zijn verrijzenis geloven. Voldoende voor de christenen om niet aan de historiciteit van Christus te twijfelen. Toen kreeg Napoleon in Milaan het volgens hem oorspronkelijk boek van Tacitus in handen, over Christus geen woord. Hier begon zijn afkeer voor het christendom: 

 

hij ontkende de historiciteit van Jezus en bespotte de leer van de drievuldigheid. Zijn wrok richtte zich vooral tegen de veronderstelde plaatsvervanger van Christus op aarde : paus Pius 7. Wat oorspronkelijk een smeulend vuurtje bleek veranderde in een alles verschroeiende vuurhaard. Napoleon nam eerst bezit van de pauselijke staten om ze in het grote Franse rijk te plaatsen. Dan zette hij de paus gevangen in Savona en plaatste hem later onder huisarrest in Fontainebleau buiten Parijs. De paus werd niet opstandig en onderging deemoedig zijn gevangenschap. Meer nog, hij werd geliefd onder het volk dat Napoleon steeds meer begon te haten. De afloop kennen we. Na de val van Napoleon gaf de paus onderdak aan de familie van Napoleon , hetgeen hem nog meer geliefd maakte. Uit de oorlog tussen Napoleon en de kerk kwam de paus als psychologische overwinnaar op de voorgrond, en dit zonder geweld of wapengekletter. 

Greep Isis nog eenmaal in? 

Wegkwijnend (vergiftigd door arsenicum?) in zijn ballingsoord Sint- Helena kwam Napoleon tot het inzicht dat de verering van de zon de enig zinvolle religie is. Dacht hij aan de Egyptische zonnegod Amon-Re ,dus ook aan Isis ?In elk geval blijf ik ervan overtuigd dat het de entiteit van Isis was die de allerlaatste Franse koning, Louis-Philippe in 1840 een zeer merkwaardig besluit liet nemen : hij liet het stoffelijk overschot van Napoleon van het verre afgelegen eiland naar Parijs brengen om op 15 december een luisterrijke begrafenis te organiseren in de Dôme des Invalides. De prachtige sarcofaag was van rood kwartsiet en werd beneden geplaatst, zodat iedereen zich bij het binnenkomen boog en zo onwillekeurig Napoleon groette. Dit hebben reeds miljoenen mensen gedaan. Ja, Isis bedankt iemand die haar eer bewezen heeft.

 

 

Tekst: Corry Geijsen.                                                                            Illustraties: Coucke Patrick