Avant garde is mijn favoriete kunstvorm. (vanaf 1907). Door de vervorming van de werkelijkheid effenden de expressionisten het pad ,maar vooral Picasso en Braque ( later overgenomen door o.a. Gris en Léger) vernieuwden op een revolutionaire wijze de plastische kunst door het kubisme te introduceren. Die term is een beetje misleidend want het gaat essentieel niet over de geometrische kubus die men overal meent te ontwaren in hun schilderijen, maar wel over een verrassend nieuwe esthetische techniek: een bekend object wordt vanuit verscheidene gezichtspunten bekeken (zgn. compositions simultanées), alsof diverse schilders aan het werk waren. Kunst heeft het enorme voordeel dat het aan een algemeen aanvaarde filosofische stellingname voorafgaat. Het latere postmodernisme postuleert dat niemand aanspraak mag maken op de waarheid, want iedere levensbeschouwing is maar een beperkte visie vanuit één standpunt. Het kubisme toont ons dit letterlijk. Vandaar de oorspronkelijke grote academische afkeer voor die kunstvorm.

Later gaat men nog verder en laat men de objectieve, zintuiglijke wereld volledig achter zich. Geen objecten meer, maar louter geometrische vormen. Dan pas (vanaf 1910) mag men spreken van abstracte kunst (begon bij Kadinsky, in Nederland bij Mondriaan ).  De kunstenaar wordt een god die een nieuwe wereld schept. Een religie zonder god, ontworpen door scheppende kunstenaars die ook in hun persoonlijk leven wars zijn van alle conventies. Heerlijk. Vooral in Rusland en in de prille Sovjet-Unie zal de avant garde beweging zijn eigen weg banen door een fascinerende verbinding tussen evolutionaire elan en kunst die als een nieuwe religie een eigen wereld schept, met Malevitsj en Tatlin als absolute meesters. Hun wederzijdse liefde-haat verhouding, hun artistieke evolutie die wreed en verstikkend eindigt in de genadeloze dictatuur van het communistisch regime wordt ongemeen boeiend en ontroerend beschreven in het boek ‘De Russische Revolutie in de Kunst’ door Sjeng Scheijen. 

HET BOEK OVER DE TWEE HOOFDROLSPELERS

1.. Malevitsj

Volgens vele kunsthistorici loopt de artistieke evolutie van de Russisch schilder Kazimir Malevitsj (1878 – 1935) parallel met het ideeëngoed van de Russische revolutionairen, althans in de beginperiode. Dit is maar gedeeltelijk juist, want hij had geen interesse voor politiek, maar zag wel in zijn revolutionaire esthetische benadering enige gelijkenis met het bolsjewisme. Hij liet zich de bewondering en de steun van de revolutionairen welgevallen, maar de liefde was van korte duur. Als jonge schilder voelde hij zich enorm aangetrokken door het kubisme dat hij navolgde, maar ging later zijn eigen weg en maakte zo van de Russische avant garde een unieke kunstvorm. Het begon in 1913 (het idee van de politieke revo-lutie bevond zich nog in een embryonaal stadium) met het zwart vierkant op een witte achtergrond, dat spoedig het embleem werd van de Russische avant garde en nu nog steeds (een vierde variant hiervan bevindt zich in de Hermitage te Sint-Petersburg) als een onuitwisbaar icoon bewonderd wordt. Het orthodoxe geloof was toen diep geworteld in de Russische ziel. Helemaal bovenaan in de hoek van bijna iedere Russische woonkamer bevond zich een icoon. Een icoon had een mythische waarde, alleen het eerbiedig bekijken ervan werd verondersteld de aanschouwer ervan een blik in de hemel te gunnen. Tijdens de eerste tentoon-stelling over  de Russische avant garde te Moscou (1915) hing Malevitsj zijn zwart vierkant nu juist in die bovenhoek.  

Dit was letterlijk hemeltergend. Marx schreef ooit dat godsdienst opium voor het volk was, hier gaf de schilder een niet mis te begrijpen boodschap: enkel de kunst (mijn kunst bedoelde hij uiteraard) kan de mens met het kosmische verbinden. Zijn kunst, die hij eerst het constructivisme noemde, verving letterlijk de religie. Hij beweerde eens dat God zijn beste vriend was, want ze waren allebei scheppers. Maar zijn (de kunstenaar) schepping beschouwde hij toch als superieur, hij gaf ze dan ook een tweede veelbetekenende benaming: suprematisme. Het zwarte vierkant kun je dan ook vergelijken met de zwarte metafysische chaos waaruit volgens vele religies de wereld ontstaan is. En Malevitsj schiep zo langzaam en stelselmatig zijn eigen wereld : geometrische vormen die geen enkele relatie met de natuur of de werkelijkheid hadden. Maar ook een god kan zich in melancho-lische momenten iets minder goddelijk voelen en dan beperkte hij zich tot het schilderen van objecten en mensen, weliswaar in kubistische vorm. Hij straalde een enorme autoriteit uit en eiste dat zijn leerlingen en volgelingen dit aanvaardden. Een van zijn bewonderaars was de tweede grote exponent van de Russische avant garde: Nikolay Tatlin, die zich ook een god waande. Maar breng twee goden samen en je krijgt herrie. Die liefde-haat verhou-ding tussen de twee grootmeesters wordt treffend in het boek beschreven. Tijdens het begin van de revolutie werd hij benoemd als docent aan de staatsacademie te Moscou. Daarna ging het bergafwaarts. Het boek wordt dan eerder de kroniek van een aangekon-digde langzame geestelijke dood. De Sovjetregering verkoos het socialistisch realisme als ideale kunstvorm, waarbij de weldaden en de heroïek van het communisme op bevel werden geprezen. Avant garde werd geminimaliseerd, belachelijk gemaakt en stelselmatig tegengewerkt. Ondertussen werd Malevitsj meer en meer bewonderd door de Europese avant gardisten. Het is dan ook verwonderlijk dat hij in 1927 de toestemming kreeg naar Berlijn te reizen waar hij voornamelijk contact legde met vertegenwoordigers (o.a.Gropius) van Bauhaus, progressieve kunstenaars en architecten die later door de nazi's werden gefnuikt. Het bleek waarschijnlijk een valstrik, want bij zijn terugkeer werd hij aangehouden, langdurig ondervraagd en gefolterd. Hij werd een gebroken man. Op 15 mei 1935 stierf hij vereenzaamd te Leningrad. Zijn overgebleven vrienden plaatsten het zwarte vierkant boven zijn sterfbed en vergezelden zijn kist naar een bescheiden, nu niet meer bestaand grafmo-nument (met eveneens het zwarte vierkant). Ondertussen leefde Tatlin in vijandschap met zijn vroegere afgod en liet het afweten. Plots daagde hij bij het graf op en huilde bitter. De laatste wens van Malevitsj was dat hij zou opgebaard worden in een wit hemd, een zwarte broek en met scharlakenrode schoenen. Dit laatste was voorbehouden aan de paus. Maar Malevitsj voelde zich als een vertegenwoordiger van een scheppende kunstgod op aarde. Maar tijdens die uiterst sobere begrafenis lagen ook vertegenwoordigers van de geheime politie op de loer. Kort daarna werden twee vrienden van de kunstenaar die eveneens aanwezig waren met een nekschot gedood. 

2. Tatlin

 De beeldend kunstenaar en industrieel ontwerper Vladimir Tatlin (1885 – 1953)  was de tweede grote figuur van de Russische avant-garde die aanvankelijk ook de Russische revolutie gunstig gezind was , maar daarna door de Sovjets werd uitgespuwd. Hij gaf aan het constructivisme een eigen inhoud door het ontwerpen van nieuwe vormen in nieuwe materialen voor een nieuwe samenleving. Klonk als zegevierende muziek in de oren van de kersverse revolutionairen. Reeds in 1919 maakte hij schetsen voor een fantastisch geschenk dat hij de prille Bolsjevistische regering wou aanbieden: een reusachtige toren van vierhonderd meter hoog , dus honderd meter hoger dan de toen hoogste constructie in Europa: de Eiffeltoren. 

Binnen in die constructie voorzag hij, volledig in de lijn van het constructivisme, 4 glazen volumes in de vorm van geometrische figuren: een kubus, een piramide, een cilinder en een halve bol. Dit alles moest in een verschillend tempo om zijn eigen as draaien, en was voornamelijk bestemd voor lokalen voor de communistische partij. In zijn oeverloos enthousiasme beschouwde hij zijn meesterwerk als een nieuwe toren van Babel die deze maal, althans symbolisch, tot de hemel zou reiken. Want de omwenteling van de volumes berustte op kosmische snelheden: een jaar voor de onderste kubus, een maand voor de piramide en een etmaal voor de cilinder. Meer nog, zijn constructie helde schuin naar boven in overeenstemming  met de hoek van de aarde. De ideale architectonische vorm voor een doctrine die de wereld in gunstige zin zou hervormen, letterlijk kosmisch uitge-werkt. Hij construeerde een model met bewegende onderdelen. Maar het bleef hierbij. In 1921 kwam Lenin eventjes kijken naar zijn “soevereine machine” (maar het bewegings-mechanisme werkte niet), staarde er onbegrijpend naar en ging ongeïnteresseerd weg. Door de communistische pers werd zijn toren belachelijk gemaakt, als de zoveelste zinloze uiting van het constructivisme. Vladimir raakte in een diepe depressie. Een klein hoopvol lichtpuntje verscheen in 1925. De Sovjet-Unie wou tijdens de Wereldtentoonstelling van Parijs in 1925 valselijk tonen dat zij de avant garde (in het westen won die kunstrichting steeds meer aan belangstelling) gunstig gezind was. Ze vroegen dan ook aan Tatlin een nieuw model van zijn toren te maken hetgeen hij met vernieuwde energie maar al te graag deed. In Parijs lieten de Sovjets uitschijnen dat ze die reusachtige, alle bestaande gebouwen overtreffende constructie inderdaad gingen bouwen. Maar Tatlin kreeg geen visum om zijn meesterwerk aan het westen uit te leggen. Daarna werd hij steeds meer tegengewerkt en belachelijk gemaakt. Als kunstvorm overwon het bombastische en zielloze socialistisch realisme. In 1953 stierf hij totaal uitgeput en vereenzaamd. Een van zijn weinig overgeble-ven vrienden zei op zijn begrafenis (ze waren met negen): “vandaag begraven we ons geweten”. Met het socialistisch realisme maakte ik voor het eerst kennis tijdens de expo te Brussel in 1958.

3. Een tijdreis           Brussel     expo 1958

 Als 13- jarige bezocht ik driemaal de wereldtentoonstelling te Brussel. Vooral de paviljoenen van Rusland en Vaticaanstad interesseerden me en daar heb ik dan ook levendige herinneringen aan overgehouden. Op de katholieke school (Oostakker Lourdes) pompte men ons in dat het communisme de wereld wou veroveren. Ik wou me dan ook in het hol van de leeuw begeven. Uiteraard ging hier de getoonde Spoetnik met alle aandacht lopen, maar ik werd voornamelijk overdonderd door de zeer grote wandschilderingen in inderdaad de stijl van het socialistisch realisme. Lenin sprak er zijn volgelingen toe, het Rode Plein werd in al zijn glorie getoond, maar het meeste indruk maakte toch de blijkbaar zeer gelukkige mensen die in overvloed van de weldaden van het communistische paradijs konden genieten. De leugens dropen er zo van af, maar toch besloot ik toen reeds dat ik dit alles eens persoonlijk wou verifiëren. Dit lukte pas in 1969 tijdens een reis naar Roemenië, waar ik definitief van iedere zweem van communistische sympathieën werd verlost. Graag zou ik dit nog eens uitgebreid vertellen. Rechtover dit paviljoen prijkte dit van het Vaticaan, opgesteld als twee titanen die al decennia een strijd op leven en dood voerden. De kerk zou die titanenclash winnen, met kerkelijke dank aan de CIA, maar dit is een ander verhaal.  Van dit paviljoen zijn me twee herinneringen goed bijgebleven. In een zaal deed men alle moeite om de historiciteit van Jezus te bewijzen, men deed dit echter zo uitdrukkelijk dat je zo kon aanvoelen dat zij er zelf aan twijfelden. Grote wereldkaarten verduidelijkten hoe ver de kerk al in het veroveren van de wereld geslaagd was, uiteraard noemde men het missionering. Gedeeltes van een kaart waren bloedrood geverfd, met prikkeldraad ervoor, communistische landen waar de kerk vervolgd werd.  In het vorig paviljoen trok een groot beeld van Lenin de aandacht, hier sloeg de persoonsverheerlijking via een even imposant beeld over op de toenmalige paus Pius 12 die zich als een aristocraat pur sang boven de  

massa verheven voelde. In Civitas Dei (of de stad van God, de naam van het paviljoen werd ontleend aan het beroemde werk van kerkvader Augustinus) kwam ik tot de conclusie dat de kerk en ik nooit goede maatjes zouden worden.

Maar nu gaat mijn aandacht naar twee belangrijke personages die elk op hun manier tevergeefs getracht hebben de wereld te veranderen : Chroesjtsjow en paus Johannes 23. Voor alle duidelijkheid : de wereldtentoonstelling eindigde op 19 oktober 1958 en pas op 28 oktober werd Roncalli, patriarch van Venetië als paus verkozen. Chroesjtsjow wou op wereldniveau de loftrompet van het communisme als ideale staatsvorm laten schallen, maar liet enkel de eerste tonen van de doodsklok voor het communisme weergalmen. En Johannes 23 wou de kerk liefdevol naar het volk en de wereld brengen, maar achteraf werden vele bepalingen van zijn door hem opgericht concilie teruggeschroefd, zodat m.i. zijn doelstellingen niet werden gehaald. Meer nog, de tegenwerking van zijn samengeroepen concilie door conservatieve krachten lagen aan de wieg van één der vreemdste complottheorieën: het sedisvacantisme dat stelt dat alle pausen na Pius 12 valse pausen zijn die eerder moeten beschouwd worden als vertegenwoordigers van Satan op aarde.

4. Chroesjtsjow wou het communisme hervormen

 Voor de theoretische basis van zijn communistische leer haalde Karl Marx zijn mosterd bij de filosoof Hegel, maar maakte er een eigen recept van. Hegel interpreteerde de geschiedenis als een dialectisch proces van these, antithese en synthese waardoor de Geest zich manifesteerde. Marx maakte van de these het kapitalisme met de uitbuiting van de arbeiders, de antithese zag hij in de arbeidersrevolutie en de synthese koppelde hij aan de uiteindelijk klasseloze maatschappij, het communistisch ideaal. Maar het venijn zat in 

de staart. Want volgens Marx moest de klasseloze maatschappij voorafgegaan worden door de dictatuur van het proletariaat. Zo zorgde de dictatuur van Stalin voor de grootste genocide in vredestijd. In volle koude oorlog was men er in het westen van overtuigd dat het communisme naar de wereldheerschappij streefde. En in dit alles wou Chroesjtsjow verandering brengen. Het communisme zou volgens zijn opvatting op een totaal vreed-zame manier de wereld transformeren. Dit zou heel stelselmatig volgens een goed uitge-kiend plan verlopen. Hij begon met destalinisatie: niet alleen werden standbeelden van de dictator neergehaald, maar ook vele gevangenen uit de goelag vrijgelaten. Volgens de ideologie van Lenin zou het kapitalisme onvermijdelijk in een oorlog uitmonden met het communisme. Chroesjtsjow verving dit door het begrip van de vreedzame coëxistentie waarbij beide systemen vreedzaam naast elkaar bestonden. Dan schafte hij definitief het begrip dictatuur van het proletariaat af, want onder zijn bewind zou zich het ideaal van de klasseloze maatschappij probleemloos verwezenlijken. Hiervoor schakelde hij een leger van wiskundigen in die op mathematische basis een ideaal maatschappijmodel moesten creëren waarbij ieder individu als een radertje in een perfect functionerende machine moest presteren. Als basisprincipe vertrok de idealistische leider van de maakbaarheid van de mens. Creëer de ideale maatschappelijke omgeving en de mens zal zich hierin automa-tisch als het genoemde radertje gedragen. En het kapitalisme zou dan vrijwillig naar het communisme overstappen. Maar de mens gedraagt zich nooit als een voorbeeldig radertje in een kunstmatige machine en die maatschappelijke machine werd een ware nachtmerrie met een ontwrichte economie als gevolg. Onvrede en rellen (o.a. Praag) namen toe. De CIA lag als een roofdier op de loer, maar kwam pas in actie tijdens de Poolse moeilijkheden (Walesa – solidarnosc). Eerst volgde het Vaticaan in de steun aan Walesa (de Poolse paus Johannes Paulus 2 had nog een eitje te pellen met de communisten), later volgden ook de westerse regeringen. De rigor mortis voor het communisme was ingetreden. De rest is bekende geschiedenis.

Maar ook de evolutie van de kerk was geen verhoopt succes.

5. Johannes 23 en het sedisvacantisme

 Ooit bezocht ik expo 58 met mijn oom Pol die als overtuigd katholiek me terug in de veilige haven van de kerk wou loodsen, vandaar mijn langdurig bezoek aan Civitas Dei. Maar mijn oom had ook een obsessie die me mateloos boeide, in 1960 zou het derde geheim van Fatima geopenbaard worden en het zou een afschuwelijke boodschap bevatten. Er restten ons toen nog 2 jaar. De brief werd door de curie ontzegeld, maar tegen alle afspraken in niet bekendgemaakt. Mijn oom beweerde de gruwelijke boodschap te kennen: op dit ogenblik werd de zetel van de paus door een gezant van Satan bezet. Later bleek hij gelijk te hebben, diverse getuigen die aanwezig waren bevestigden dit. Nog later kwam de kerk met een afgezwakte versie: de aanslag op paus Johannes Paulus 2 zou voorspeld geweest zijn. In feite was de entiteit die zich Maria noemde (1917) de eerste sedisvacantiste. Bij de benoeming van paus Johannes 23 in oktober 1958 was er geen vuiltje aan de lucht. Zijn vader noemde ook Johannes en Johannes de Doper en Johannes de evangelist waren 2 personages die zeer dicht bij Christus stonden, vandaar zijn keuze voor die naam. Hij was reeds betrekkelijk oud, dus een ongevaarlijke tussenpaus. Algemene consternatie toen hij in 1962 het tweede Vaticaanse concilie samenriep en een aantal progressieve vernieuwingen aankondigde. Toen pas werd door tegenstanders verkondigd dat de oorspronkelijke Johannes 23 een tegenpaus was (1370 – 1419) die zelfs beweerde in het bezit te zijn van de vinger van Johannes de Doper. Volgens het esoterisch christendom was het die vinger die Christus tijdens de doop in de Jordaan zijn goddelijke status schonk. Zuivere ketterij dus. En dan ontstond er een mythe of lekte de waarheid uit: tijdens het  

conclaaf in 1958 werd kardinaal Giuseppe Siri met een meerderheid tot paus verkozen. Door zowel druk binnen het conclaaf (sommige kardinalen) als druk erbuiten (men verwees onder meer naar de vrijmetselarij) werd Siri tot ontslag gedwongen en nam Roncalli zijn plaats in. Siri stond bekend als uiterst conservatief (beschermeling van Pius 12) en velen verkozen een verfrissende wind in de kerk. Die wonnen toen. Siri heeft zich steeds geuit als fervent anti-modernist, maar bleef in zijn functie als aartsbisschop van Genua. Hij loste geen woord over die wel fantastische afloop. Maar het sedisvacantisme (alle pausen na Pius 12 zijn vals) was definitief ontstaan en kreeg veel later zelfs bevestiging uit onver-wachte hoek: in 2003 beweerde na grondig onderzoek de gepensioneerde FBI agent Rudolf Schroeck dat Siri inderdaad als paus verkozen werd en de naam Gregorius 17 had aange-nomen. Vele ultrarechtse politici (o.a. Uit Lega Nord, Forza Ialia en Front National) werden sedisvacantist. Voor verdere informatie verwijs ik naar de verhelderende site “sedisvacantisme”op wikipedia.

Na Johannes 23 kwam er een ambivalentie in de kerk met enerzijds het terugschroeven of afschaffen van progressieve standpunten, anderzijds juist het invoeren van progressieve opties. Er ontstonden zo twee kampen die als vechthanen tegenover mekaar optraden. Hierover ontstonden heel wat polemieken. We beperken ons dan ook tot één minder bekend  voorbeeld uit beide standpunten.

Johannes 23 schafte het kerkelijk gebed voor de bekering van de joden in 1962 af, maar Benedictus 16 voerde er een nieuw in: dat wanneer de volheid van de volken uw kerk binnengaat, heel Israël gered moge worden. Sommigen zien in het middenpaneel van het Lam Gods een dergelijke bekering van de joden in de eindtijd: joden en christenen aanbidden samen het Lam, symbool voor de zegevierende Christus aan het einde der tijden. Ik ontwaar er een andere symboliek in. Onlangs merkte paus Franciscus een huilend jongetje bij zijn dode hondje op. Hij legde vaderlijk zijn arm om de jongen en troostte hem:in de hemel zul je jouw hondje opnieuw ontmoeten, want Christus heeft alle wezens die God geschapen heeft verlost. Zelfs de meest verstokte atheïst wordt vertederd door die zalvende woorden. Enkel de sedisvacantisten waren boos. Paus Pius 9 had immers verkondigd (hij wou de toenmalige ijveraars voor de rechten van het dier een hak zetten) dat dieren geen ziel hadden, dus kunnen ze niet in hemel geraken. Zelfs over de conservatieve Johannes Paulus 2 hadden ze zich boos gemaakt. In 1979 publiceerde hij zijn eerste encycliek Redemptor Hominis ,daarin verkondigde hij dat Christus als centrum van de kosmos met iedere mens was verbonden. In het theologische jargon noemt men dit heilsuniversalisme, in de volkstaal: Sint-Pieter  mag ook in sommige omstandigheden de hemelpoort voor niet katholieken openen. Nochtans had Eugenius 4 tijdens het concilie van Florence (1431 – 1442) verkondigd dat enkel katholieken in de hemel konden geraken, dit als reactie op filosofen tijdens de renaissance die de hemel gelijkstelden aan de ideeën-wereld van Plato. En pausen kunnen en mogen mekaar niet tegenspreken, sisten de sedisvacantisten. Ze beriepen zich daarbij op het dogma van de pauselijke onfeilbaarheid die Pius 9 tijdens Vaticanum 1 in 1870 uitvaardigde. Tijdens de eenmaking van Italië onder Garibaldi en koning Victor Emmanuel zag een gefrustreerde paus Pius 9 zowel zijn pause-lijke gebieden als zijn macht inkrimpen (hij voelde zich als een gevangene in zijn eigen Vaticaan) en machtsgeil als hij was voerde hij dan maar het dogma van de pauselijke onschendbaarheid in. Men beweert dat de Heilige Geest waait waarheen hij wil, maar Pius 9 wou die goddelijke wind enkel in zijn richting laten waaien zodat hij ze kon monopolise-ren. Zonder hem  was er waarschijnlijk nooit een sedisvacantisme gekomen. Ik vraag me wel af wat de rol van dit alles is van de entiteit die zich bij verschijningen Maria noemt.

 

 Tekst: Corry Geijsen                                                                          Illustraties: Patrick Coucke