Het Ufofenomeen

Over de schrijver:             

                                                                                                               

Corry Geysen is zeer goed gedocumenteerd over dit onderwerp.  Reeds als kind had hij een enorme belangstelling voor alles wat met ufo's te maken had. Die fascinatie groeide met de jaren, en in 't begin van de jaren zeventig begon hij er voordrachten over te geven. Hij heeft al heel wat artikels over ufo's geschreven en nu ook een gloednieuw voor Universeel.

Veel leesplezier.

 

1. Het Ufofenomeen

Heimelijk had ik gehoopt dat het op 14 oktober 2008, toch nog zou gebeuren. Maar zoals steeds bij door channeling aangekondigde ufomanifestaties was het wachten op Godot. Deze keer was echter iets zeer bijzonders aan de hand, net zoals in de hoogdagen uit de beginperiode van de parapsychologie: een zuiverkaraats kruiscorrespondentie. Onafhankelijk van mekaar kregen verschillende mediums (o.a. Goodchild uit Australië, Brinkley, Quinsey, ook mediums uit België en Nederland) dezelfde berichten door. Deze maal niet hoe het er aan de overkant van dit tranendal uitziet, maar een zeer concrete voorspelling op korte termijn: op 14 oktober 2008 zullen we ons aan jullie aardse bewoners vertonen gedurende 3 dagen door een reusachtig ruimteschip uit louter licht. Niet uit het blik (jaja, zo stond het letterlijk in de gechannelde informatie) van jullie vliegende schotels, weliswaar met hulp van de slechte en nu verdreven aliens gefabriceerd. Onze komst zal het begin van een totaal nieuw tijdperk voor de mensheid inluiden, zo zal ondermeer de onthutsende waarheid over nine-eleven bekend gemaakt worden. Die wij en ons uit de gechannelde informatie sloeg op de galactische federatie, met als belangrijkste zetel een planeet van Sirius, de bekende ster uit het sterrenbeeld Grote Hond. De slechteriken, waarmee perfide Amerikanen samenwerkten kwamen van ergens uit Orion. Nu ging uiteindelijk orde op kosmische zaken gesteld worden, want de mensheid was al te lang de speelbal geweest van de kosmische strijd tussen goed en kwaad.

De fanaten van de mayakalender deden ook hun duit in het zakje en orakelden dat 14 oktober in de door hen aanbeden mayakalender geboekstaafd staat als “galactic activation portal” wat betekent dat op die dag de sluiers tussen deze en andere werelden dunner worden. Op de kosmische koop toe viel die dag nog eens samen met volle maan. Men ging voorbij aan het banale karakter van de boodschap en de Nederlandse ufovereniging Nibiru (terecht bekend voor zijn grondige informatie over ufo’s op internet) redeneerde dat het deze maal misschien raak kon zijn, nog nooit was men zo concreet in een voorspelling en werd wel zeer kort op de bal gespeeld. De voorzitter van Nibiru kwam dit allemaal nog eens uitleggen op VTM tijdens de nieuwsuitzending van 23 uur op 14 oktober. Indien niets zou gebeuren zouden de mediums zich toch uiterst belachelijk maken. Ik had de informatie grondig doorgenomen en stootte toch op enkele zeer flagrante fouten: alles zou beginnen in de Amerikaanse staat Alabama en een ander bericht situeerde dit in het zuidelijk halfrond. Blikken vliegende schoteltjes horen thuis in Dreamland en geef ik aan mijn kleinkinderen. Neen, argeloze believers werden voor de zoveelste keer bij de neus genomen. Ergens in de kosmos zal men weer hartelijk om ons gelachen hebben.

En toch had dit alles voor mij een voordeel: ik voelde me een goede dertig jaar jonger, mooi meegenomen voor een zestiger-plusser. Want in de zeventiger jaren van de vorige eeuw waren banaliteit en valse voorspellingen ook troef in het ufowereldje, ik was toen wel iets minder sceptisch.

De jaren zeventig: het bal van absurditeiten en valse voorspellingen

Ik koester ze als een kostbaar kleinood in mijn bibliotheek: de exemplaren van het spw tijdschrift “ufo info”, geredigeerd door Rudy De Groote. SPW staat voor studiegroep progressieve wetenschappen. Samengeniete, gestencilde bladzijden waar het idealisme van druipt. Het ufo-onderzoek van Rudy was grondig verricht veldwerk:niet alleen onderwierp hij de getuigen aan een langdurig verhoor, maar ploos alles tot in detail uit: eventuele landingssporen, standen van maan en planeten, vluchtgegevens van nabijgelegen vliegvelden en ga zo maar door. Hij had m.i. een feilloze intuïtie om fantasten als kaf van het koren van betrouwbare getuigenissen te schiften. Rudy en ik hebben ons avonden over het ufofenomeen gebogen, maar kwamen geen stap dichter. Het bleef bij het opstellen van hypothesen die dan door nieuwe gegevens werden tegengesproken. Eens zei zijn intuïtie ja en zijn gezond verstand neen. Ergens in West-Vlaanderen kreeg een ex-para na een fikse wandeling flinke dorst en droomde van frisse pinten: de dichts bijgelegen herberg was nog een eindje stappen. Plots zag hij een ufo landen en zich openen (de wand van een ufo is één naadloos geheel en heeft uiteraard geen deuren). Om zichzelf te bewijzen dat hij niet bang was stapte hij binnen, zag er niemand en werd , omgeven door allerlei instrumenten, getrakteerd op een gratis tochtje in de ruimte. Na een tijdje verveelde hij zich en kreeg hij spijt dat hij niet doorgestapt was naar de herberg. Op dit moment materialiseerde zich een frisse pint voor zijn verbijsterde ogen. De ufo landde en hij stapte uit voor de volgende pinten in de vertrouwde herberg. Het rare was nu dat hetzelfde voorval zich kort nadien ook ergens in de omgeving van Rijsel had voorgedaan. Rare ufofenomenen hebben de neiging zich te herhalen, verzekerde Rudy mij uit ervaring. Toch heeft hij dit voorval niet gepubliceerd, het was te veel een aanval op de menselijke ratio. Immers, sceptici wezen er voortdurend op dat het befaamde residu van onverklaarbare ufofenomenen voor een groot deel bestond uit gevallen met een hemeltergende absurditeit: de eerste ontvoeringverhalen, seksueel contact met ufonauten, aliens die aardbewoners pannenkoeken aanboden of vroegen hoe ver ze nog van de autostrade verwijderd waren om daarna uiterst beleefd te bedanken voor de verleende informatie, en ga zo maar door. Auteurs die het ernstig meenden en niet op sensatie uit waren trachtten dan ook zoveel mogelijk absurditeit te weren uit hun verslaggeving. Wat echter zowel believers als no-believers toen niet doorhadden was dat juist die absurditeit tot de kern van het ufofenomeen behoorde. En toen kwam John A.Keel die in 1970 zijn “ufo’s operation Trojan horse” schreef, in het Nederlands in 1971 vertaald als “ufo’s, operatie paard van Troje”. Voor het eerst in de wel roerige ufogeschiedenis werd absurditeit erkend als onlosmakelijk met ufo’s verbonden. Ufo’s zijn volgens die journalist afkomstig van entiteiten die vanuit onzichtbare gebieden van het elektromagnetisch spectrum (jaja, hij had beter het begrip van andere dimensies naar voor geschoven, dan had hij minder wetenschappelijk gevloekt)opnieuw de aarde trachten te heroveren. Hiervoor wenden deze demonische wezens een dubbele taktiek aan. Enerzijds spiegelen zij contactees (Adamski bivoorbeeld) en via spiritistische boodschappen (de term channeling was toen nog niet ingeburgerd) mediums voor dat zij het zeer goed met de mensheid voorhebben en zij zelfs eenmaal de mensheid op een kosmisch hoger plan zullen tillen. Als ze zich anderzijds echter in onze zichtbare wereld moeten manifesteren doen ze dit op zo een absurde wijze dat eventuele getuigen hopeloos belachelijk gemaakt worden en hoegenaamd niet geloofd worden. Absurditeit wordt hier dus logisch herleid tot een vorm van psychologische oorlogsvoering. In zijn vervolg uit 71 (vertaald in 73) “Onze belaagde planeet” schreef Keel dat die misleidende entiteiten zich in spiritistische manifestaties graag vermommen als overleden Griekse filosofen. Juist in die periode maakte ik kennis met een echtpaar dat op mediamieke wijze teksten ontving van overleden filosofen.

Gechannelde informatie: wachten op Godot

Na al die jaren heb ik er nog steeds bewondering voor. De filosofen gaven hun mening overeenkomstig hun wereldbeschouwing en gaven meteen pittige details over de tijd waarin ze leefden. Ik was erg enthousiast over die teksten. Op zeker moment was er echter iets vreemds. Bijna als een stoorzender kwamen berichten door, midden een mediamieke uiteenzetting over een totaal ander onderwerp, over buitenaardse tuigen. Een voorbeeld: in 1954 had Empedocles (5de eeuw voor Chr.) het over zijn stokpaardje: de elementen waaruit de kosmos volgens hem was samengesteld. En plots onderbrak hij zijn betoog en kwam het volgende door: “Voorzeker komt er nog in deze eeuw een collectieve nieuwe tijdrekening voor gans uw planeet .Door landingen van hogere wezens, komende van zeer ver gelegen werelden, zal de levensopvatting van het tegenwoordig mensenrijk in een nieuwe fase treden. Door contactname met zulke wezens komt er een geweldig keerpunt in economie, politiek, geneeskunde, geloof enz. Eens bij dageraad zullen steden, liggende tussen 60 en 70 noorderbreedte, landingen van vreemde tuigen en wezens waarnemen. Hun signalen, woorden en zendingen zullen niet gesteund en gevolgd worden door kanongebulder, zoals veroveraars uwer planeet het deden, maar wel door uitschakelingen en inschakelingen van voorname dynamische trillingen, zullen zij orde brengen, en het bewustzijn van het mensdom op een hoger kollectief punt trachten te brengen. In vreemde tuigen zullen bezoekers uit verafgelegen werelden zich verkondigen door een electromagnetisch geschrift.”

Via de geleidegeest kon men de geesten (of wat het ook waren) vragen stellen. In de zeventiger jaren, na de eerste kennismaking met het echtpaar, deed ik het dan ook. Ik vroeg nadere uitleg over het tijdstip van die buitenaardse interventie. De vingers van het medium gleden vliegensvlug over het qui-jabord en met een bijna griezelige precisie kwam het volgende door: die dag zal in jullie geschiedenis geboekstaafd staan als de kerstdag dezer eeuw;”Vanaf dit moment wachtten we ongeduldig af, telkens de kerstdagen naderden hoopten we op die wereldschokkende gebeurtenis. Soms, na een nieuwe ontgoocheling, was er achteraf wel sprake van een lichte stijging van ufoactiviteiten rond Kerstdag. Christelijke fundamentalisten, zich herinnerend dat Maria te La Salette in 1846 aan kinderen voorspeld had dat in de eindtijd de demonen van de lucht met de antichrist zouden samenwerken, hadden in hun visie hier wel een plausibele uitleg voor. Aangezien in de kerstdagen de aarde heilig werd, vluchtten de demonen in de lucht. Niet-wetenden beschouwden ze als ufo’s.

Hoe dan ook, ik was op zoek naar informatie over leven na de dood en kreeg ongevraagd overvloedige informatie over buitenaardse tuigen en hun welwillende bedoelingen. Achteraf bleek dat dit met zeer veel gechannelde informatie het geval was. Men hamerde er steeds op, waar ook ter wereld die berichten doorkwamen, dat een massale contactname met buitenaardsen nakend was en dit zeer heilvol voor de mensheid zou verlopen.

Het werd inderdaad wachten op Godot. Voor mij wat minder frustrerend, want ondertussen had ik een ufo waargenomen, van relatief dichtbij.

De jaren negentig: daar verscheen hij eindelijk

Zaterdag 31 maart was een mijlpaal in de ufogeschiedenis, of zou het althans moeten geweest zijn. Om halfeen in de morgen namen twee F-16 piloten een ufo waar en vergrendelden hun radar. Als eerste land ter wereld (waarin een klein land groot kan zijn) bevestigde België officieel het bestaan van ufo’s en dit bij monde van kolonel-vlieger De Brouwer die het beeld van de ufo op de boordcomputer tijdens het tv-nieuws toonde en becommentarieerde. De krant (opnieuw De Gentenaar) blokletterde: ufo’s bestaan. Wat ik tot heden niet begrijp is dat deze maal de kritiek uit onverwachte hoek kwam: die der believers. De Brouwer zou maar een deel van de waarheid gezegd hebben, meer nog het zou zelfs geen ufo geweest zijn. Wat waarschijnlijk bedoeld was als een openbare bekendmaking werd afgedaan als onderdeel van een cover-up operatie. Hier werd dus volop de complottheorie naar voor geschoven. Voeg hierbij de talloze rapporten over ontvoeringsgevallen, vooral door de ook in het Nederlands vertaalde werken van de kunstenaar-hypnotiseur Bud Hopkins bekend geworden en de no-believers kregen op een schaaltje twee doelwitten aangeboden om hun pijlen op af te schieten. Na een tijdje was iedereen de echte of vermeende openbare bekendmaking van De Brouwer vergeten. Wie nog geloofde in de warrige complottheorieën moest zich dringend laten behandelen tegen paranoia en wie de ontvoeringhypothese verdedigde was hoognodig toe aan het volgen van een cursus elementaire psychologie, dan zou men weten dat een gewiekste hypnotiseur zijn wildste fantasieën als valse herinneringen in iemands psyche kan inplanten.

Een woensdagavond midden in de negentiger jaren in een zaal te Mechelen. Ik kon een gedeelte van mijn publiek maar niet overtuigen van het bestaan van ufo’s. Gefrustreerd keerde ik huiswaarts, zoals steeds stuurde mijn vrouw. Toen we ter hoogte van St.-Niklaas de E-17 opreden mopperde ik: “reeds meer dan twintig jaar geef ik voordrachten over de ufo’s en doe ik alle moeite om hun bestaan te bewijzen: als ze zich niet aan mij willen vertonen kunnen ze de pot op”. Op de haar typisch onderkoelde toon antwoordde mijn vrouw: daar heb je jouw ufo. Een grote driehoek met drie enorme lichten erin in de lucht deed me verstommen. Onmiddellijk wist ik dat dit er een was, doch bleef ik koppig en stamelde tegen mijn overtuiging in: dit is gen ufo. Nu is het eenmaal zo dat onze taal aan een onverbiddelijk Aristoteliaanse logica gebonden is Drie lichtzuilen bereikten vanuit het toestel langzaam de grond: het was geen licht maar materie, het was geen materie maar licht. Ik bemerkte ook een drietal automobilisten aan de kant die ons aanmaanden te stoppen. Nu nog begrijp ik mijn toenmalige reactie niet : “Rij maar verder en negeer de ufo”. Misschien wou ik de zekerheid dat het fenomeen voor mij bedoeld was, misschien was het een angstreactie. Hoe dan ook, op dat ogenblik bewoog zich het toestel langzaam in de richting van onze auto. Opnieuw schiet taal te kort. Het bewoog zich alsof er geen wetten van zwaartekracht bestonden. Trouwens, de oorspronkelijke benaming voor het fenomeen was niet flying saucer, maar skipping saucer. To skip betekent huppelen, overspringen. Toen het boven onze auto “zweefde” leek het me dat het samengesteld was uit talloze tv-beelden, die elk een wonderbare kosmos op zichzelf vormden, maar hoegenaamd niet behorend tot onze wereld. Het klinkt belachelijk, maar ieder beeld had de neiging mijn geest op te slorpen, een drang uitoefenend waaraan nauwelijks weerstaan kon worden.

Te St-Amandsberg aangekomen stopten we aan de herberg Macaco en bespraken samen nog de voorbije voordracht. Toen we opnieuw in de auto stapten zei ik plots: “maar we hebben toch een ufo gezien”. Inderdaad, antwoordde mijn vrouw, opnieuw op dezelfde onderkoelde toon.

Ik beweer niet dat we het voorval totaal vergeten waren , maar we spraken er met geen woord over, het zat ergens diep in mijn psyche veilig opgeborgen. Zaterdagnamiddag: plots hoorden we op een locale zender op de radio dat men woensdagavond boven de E17 ufo’s had waargenomen. Plots herinnerde ik me alles tot in detail en belde hals over kop mijn vriend Hubert op, net zoals ik een ufofan, samen volgden we het fenomeen reeds jaren. Achteraf was er nog een klein probleempje: we zetten de radio nooit op een lokale zender.

Nawoord: ontmoeting met een sterrenkind, september 2008

Ik meende nu twee zekerheden te hebben: ufo’s bestaan, doch gechannelde boodschappen hierover zijn misleidende leugens. Mijn vriend Hubert bleef me echter die boodschappen doorsturen. Zo las ik geamuseerd dat men afgezien had van een massale landing op onze planeet, en overgeschakeld was op een ander plan: ter voorbereiding van een definitieve contactname zond men uit andere werelden gereïncarneerde kinderen naar onze aarde. Ik zou me nooit meer laten vangen, dus moest ik hier eens hartelijk om lachen. Een les had ik nog niet geleerd: zeg nooit “nooit” meer in de ufowereld.

Voorlopig kan ik niets kwijt over de omstandigheden waarin ik Robin, een zevenjarige jongen ontmoette. Zo maar geen gewoon kind, maar naar eigen zeggen gereïncarneerd uit een planeet van het sterrenbeeld Orion. Ik had een urenlang gesprek met hem en kwam zeer onder de indruk: opnieuw die tweespalt in mij: zou het nu toch kunnen waar zijn. Robin is hyperintelligent (mocht onmiddellijk van het eerste naar het tweede studiejaar overgaan) en beschikt over opmerkelijke telepathische vermogens. Hij raakt dikwijls in trance (waarbij zijn oogballen naar achteren rollen) en spreekt een vreemde taal waarvan hij achteraf beweert dat het de taal van een planeet uit het Orionstelsel is. Iedere nacht nemen gidsen hem mee (via uittreding) naar zijn thuisplaneet. In de lessen op school komt hij dikwijls in opstand tegen hetgeen hij onze totaal verkeerde aanpak van problemen noemt (opwekking energie bijvoorbeeld) Hij is hier op deze aarde gekomen om ons bij te staan bij het betreden van andere dimensies. Op de vraag wanneer dit zal gebeuren antwoordde hij dat dit door gebeurtenissen in 2009 zal ingeleid worden. Is dit jongetje nu spontaan, of wordt hij grondig, zelfs misdadig gemanipuleerd door volwassenen uit een of andere sekte (ik vond hiervoor geen enkele aanwijzing) of misschien zelfs door misleidende entiteiten buiten hem. Opnieuw die tweespalt in mij. Er volgen waarschijnlijk nog contacten met die uiterst merkwaardige jongen. Ik houd jullie wel op de hoogte.

2009 ….wordt het opnieuw een wachten op Godot?

 

 

Tekst: Corry Geijsen