14. VIJF RARE BIJBELTEKSTEN IN EEN       RUIMER PERSPECTIEF

Na jarenlang gechannelde teksten te hebben bestudeerd kwam ik tot de conclusie, louter op stillistische en syntactische gronden dat de bijbel grotendeels ook gechanneld is (waar de bron ook vandaan moge komen, die discussie ga ik niet aan). De overeenkomsten zijn immers overduidelijk: veelvuldig gebruik van de imperatief, pseudo-logische constructies, het veelvuldig verspringen van onderwerp, gegoochel met getallen, meervoudige bodems, aan gebeurtenissen een verborgen betekenis hechten, enz. Maar vooral de ondefinieerbare neiging de ziel van de lezer te penetreren, zodat hij of zij niet enkel een volgeling wordt, maar ook een ijverig verkondiger. En het vreemde is nu dat uit dit allegaartje een min of meer duidelijke christelijke leer is gedestilleerd in ruimere zin, of een strakke katholieke dogmatiek in engere zin. Maar toch, misschien eigen aan de uitschuivers, zo kenmerkend voor gechanneld materiaal, zijn sommige teksten blijkbaar tegengesteld aan de christelijke leer of de katholieke dogmatiek. Ze horen er hoegenaamd niet thuis. Daarom worden ze genegeerd, doet men alsof die teksten niet bestaan. Zo heb ik er een vijftal uitgekozen (toegegeven, dergelijke teksten in de bijbel zijn zeldzaam), twee uit het OT, twee uit de evangeliën en eentje uit de brieven van Paulus (daar hebben we hem weer). Wanneer ik gelovigen die steevast beweren dat ze de bijbel als hun broekzak kennen met dergelijke teksten confronteer, reageren ze eerst boos ontkennend: zoiets kan nooit in de bijbel voorkomen. Daarna verandert hun dikwijls fundamentalistische ingesteldheid in een metaforische en allegorische benadering: je mag die tekst niet letterlijk interpreteren, er zal wel iets anders bedoeld zijn. Dit deed me denken aan die bekende en afgezaagde scenes uit tv feuilletons waarbij iemand door zijn partner op overspel wordt betrapt en stamelt: het is niet schat wat je denkt dat het is. Ik gebruik cursief voor de aangehaalde tekst die ik dan in een andere, voornamelijk esoterische context plaats. En dat is nu juist het bevreemdende, op zichzelf vormen die teksten dissonanten in het geheel, maar vanuit hun esoterische benadering en duiding krijgen ze plots een zinvolle betekenis. Men suggereert soms dat ik citeer uit een vervalste bijbel (de getuigen van jehova hebben er zo eentje waarin het kruis vervangen is door een martelpaal). Voor alle duidelijkheid: ik beschik over een exemplaar uit 1969, een vertaling in opdracht van het Nederlandsch Bijbelgenootschap. Dus geen gefoefel.

God vroeg kinderoffers.

In de oudheid offerden de inwoners van Carthago kinderen om hun goden gunstig te stemmen. In de stad was een bronzen beeld van Cronos waarvan de uitgestrekte armen met de handpalmen omhoog naar de grond reikten. Elk kind werd erop gelegd, rolde eraf en viel in een soort gapend gat gevuld met vuur.

Er werd luid gemusiceerd om het gehuil van de slachtoffertjes te overstemmen. Als de Romeinen dit bij Plutarchus lazen werden ze met afschuw vervuld, want niets druist meer in tegen de menselijke natuur dan het plegen van kinderoffers. Zelfs de gewelddadige kerstening van de precolumbiaanse culturen, in het kielzog van bloeddorstige conquistadores, wordt omschreven als de overwinning van de liefhebbende god van de christenen op de sadistische, kinderoffers eisende satan, zich vermommend als hun heidense goden. Maar wat nu als de liefhebbende christelijke god ooit zelf eens kinderoffers eiste? Welnu, dit staat in de bijbel! exodus 22 - 28 - 31: De eerstgeborene van uw zonen zult gij Mij geven. Evenzo zult gij doen met runderen en met uw kleinvee. Jahweh zal wel dienst in de tempel gevraagd hebben, snauwde eens iemand mij af. Deden de runderen dan ook tempeldienst, sneerde ik terug. Hoe dan ook, er kwam een eind aan het bijbels offeren als een engel de hand van Abraham vastnam toen hij zijn zoon Isaac op bev   el van Jahweh wou offeren.

In de plaats werd een ram geofferd. Ik las ooit dat god zijn zoon Jezus offerde omdat hij iets goed te maken had. Bedoelde de auteur de vroegere kinderoffers? In het esoterisch christendom wou men absoluut komaf maken met welke offers dan ook, ook dit van Christus. Dit zou de reden zijn dat geen enkel Latijns kruis in het Lam Gods van van Eyck te bekennen valt, enkel tau - kruisen. God evolueerde in het oude testament van een wrede oorlogsgod naar een liefhebbende godheid. Zo werden er al leuke biografieën van god geschreven, onder meer door Armstrong. Dit alles past goed in het concept van de wordende god, hij die niet zegt "ik ben die ik ben", maar: "ik ben die ik worden zal". Zo stond het in het O.T. in het hebreeuws. Maar er rijst wel een ontologisch probleem: iets dat evolueert, verandert dus, kent geen eeuwigheidswaarde. Dit wordt opgelost door de gnosisleer.

Gnosis en polytheïsme in het O.T.

Het was Marcion (2de eeuw - stichtte eigen kerk die tot in de 5de eeuw in Syrië bleef bestaan) die voor het eerst stelde dat de wraakzuchtige oorlogsgod van de joden niet dezelfde entiteit kon zijn als de liefhebbende god die Christus als zijn vader (abba) benoemde. Het probleem van die verschillende goddelijke entiteiten werd opgelost door de gnosis, eveneens uit de 2de eeuw. Hierin wordt Jahweh gedegradeerd tot één van de demiurgen, lagere scheppingsgoden, allen ondergeschikt aan en geëmaneerd uit de hoogste god, ook als vader aangeduid, die enkel in termen van negatieve theologie (dat wat hij niet is) kan geduid worden. Door de eeuwen heen is de gnosis een soort subcultuur geworden, binnen of naast het christendom dat nu en dan boven water komt, zoals in de hermetiek, de theosofie en de new-age. De kerk beschouwt de gnosis als één van haar geduchtste vijanden die ze dan ook hevig bestreed, zelfs zeer recentelijk. 

Ook de bijbel met zijn strakke monotheïstische visie is schijnbaar onverzoenbaar met het intrinsiek (weliswaar ingewikkeld) polytheïsme van de gnosis.  Schijnbaar, want wat vind je van psalm 82, een psalm van Asaf (hier sterk ingekort weergegeven): God staat in de vergadering der goden, Hij houdt gericht te midden der goden.Wel heb ik gezeg: Gij zijt goden, ja, allen zonen des allerhoogste. Ik vind dit pur sang gnosis, zuiver karaats polytheïsme. Goden ondergeschikt aan de allerhoogste. Een vergadering van demiurgen onder leiding van de onbekende god. Ik kan me natuurlijk vergissen, maar dan moet een onbevooroordeeld bijbelkenner me toch overtuigen van hetgeen oorspronkelijk in het Hebreeuws stond, of in de Latijnse (vulgaat) of Griekse (septuaginta) vertaling. Het geheim schuilt m.i. in de auteur van psalm 82: Asaf. In een vorig artikel beschreef ik de ark als een communicatiemiddel met de elohim (meervoud!). Door hun bloodline hadden de levieten de taak de ark te begeleiden, te beschermen en te bedienen. Welnu, Asaf was zo een leviet ten tijde van koning David. Hij moest de ark begeleiden en kreeg de muzikale leiding toen de ark Jeruzalem binnengebracht werd. Men plaatste de ark voorlopig in een heiligdom. Asaf beweerde nu dat zijn ogen geestelijk in die tempel geopend werden waardoor hij rechtstreeks in contact met god stond, uiteraard met behulp van de ark. Hoe dan ook, dit inzicht leverde één van de merkwaardsigste teksten in het O.T. op.

Christus en de zusterzielen

Plato noemde ze wederhelften, iedereen heeft er zo eentje. Eerst vormden ze samen een hermafrodiete eenheid, maar door Zeus werden ze gescheiden. Als de wederhelft ook op aarde is worden ze verliefd op mekaar. Maar ze moeten zich wel volgens de wil van de goden gedragen, pas dan wordt hun definitieve eenwording in Hades, de onderwereld, verwezenlijkt. Dit is kort samengevat wat Plato (5de eeuw voor Chr.) in zijn Symposium (gastmaal) schreef. Maar Plato liet het achterste van zijn tong niet zien.

Hij was ingewijd in de Eleusinische mysteriën en had zwijgplicht. Zo verwijst hij hier niet expliciet naar reïncarnatie, maar suggereert het wel. De volgende stap wordt door de joodse kaballa gezet. In navolging van het Hooglied (mijn zus, mijn geliefde) worden ze hier zusterzielen genoemd. Ze emaneren samen uit de geesteswereld om in de stoffelijke wereld ettelijke reïncarnaties te ondergaan. Ze moeten steeds naar elkaar hartstochtelijk blijven verlangen om eenmaal in de geesteswereld opnieuw herenigd te worden. Het verlangen mag nooit uitdoven, vandaar dat in de pelgrimstocht via reïncarnatie een zusterziel bijna nooit onze partner is, maar wel de verre, onbereikbare geliefde. Iedere man moet wel zijn zusterziel op aarde zoeken, beveelt de kabbala. Plato gaf de eerste uitleg, aangevuld door de kabbala die de man op speurtocht zendt. Maar wie trachtte  ze samen te brengen? Het was wijlen professor Quispel, hoogleraar kerkgeschiedenis te Utrecht, Leuven en Harvard, die ooit beweerde dat de uiteindelijke missie van Christus erin bestond man en vrouw opnieuw samen te brengen. En volgens mij vinden we dit in het Johannesevangelie terug.

Maar dan moeten we naar de overbekende passage van de Samaritaanse vrouw. Het is een vrij lange maar gedroomde passage voor exegeten: Christus komt bij een Samaritaanse vrouw die uit een put water schept en Christus zegt haar dat hij het water bezit dat het eeuwig leven biedt, zij herkent hem als messias. Gesneden koek voor exegeten, opgediend op een mooi presenteerblaadje. Maar ongeveer in het midden stelt de vrouw de vraag hoe zij het eeuwig leven kan bereiken. Bij het antwoord van Christus geven de exegeten verstek of beperken zich tot niet ter zake doende commentaren. Ten onrechte, want m.i. geeft Christus hier de essentie weer over zusterzielen. Oordeel zelf: Ga heen, roep uw man en kom hier. De vrouw antwoordde en zeide: ik heb geen man. Jezus zeide tot haar: "terecht zegt gij: ik heb geen man, want gij hebt vijf mannen gehad en die gij nu hebt is uw man niet". Volgens mij is de boodschap hier duidelijk: het rijk gods kun je maar met je wederhelft betreden en die is niet noodzakelijk je partner. Ik kan me niet van de indruk ontdoen dat Johannes (of diegene die zich voor hem uitgeeft) niets van Christus' visie begrijpt en de Samaritaanse vrouw als een soort lichtekooi wil afschilderen. Maar Johannes zal wel niet de enige zijn die het niet begrijpt of wil begrijpen.

Levende doden in actie

Als kind dwaalde ik graag rond op het kerkhof Campo Santo te St.-Amandsberg. Begin jaren vijftig waren de godsdienstlessen heel wat boeiender dan nu, je kon nog eens gezellig griezelen. Elk moment konden de doden uit hun graven verrijzen, alleen god wist de juiste tijd. Ik hoopte tijdens mijn eenzame tochten dit moment te mogen meemaken. Tevergeefs, later leerde ik dat de verrijzenis een louter spiritueel gebeuren was, de graven die zich zullen openen moest je dan metaforisch of symbolisch duiden. De wereld werd onttoverd, enkel als het noodzakelijk was kwam ik nog op het kerkhof.

Het grote spirituele gebeuren zal uiteraard in de toekomst plaatshebben, in het verleden is nog nooit iets in die aard gebeurd. Maar dit is uiteraard niet zo vanzelfsprekend, althans niet volgens de bijbel (Mattheus 27: 52-53) waar zich het volgende wel letterlijk zombieachtige verhaal afspeelde te Jeruzalem tijdens de kruisiging van Christus: en de graven gingen open en vele lichamen der ontslapen heiligen werden opgewekt. En zij gingen uit de graven na zijn opstanding en kwamen in de heilige stad, waar zij aan velen verschenen. Van hetzelfde wel rauw realistisch gehalte is dit gedeelte van de boodschap die Maria openbaarde bij haar verschijning te La Salette in 1846 aan de eenvoudige kinderen Mélanie Calvat en Maximin Giraud: men zal doden en rechtvaardigen weer opwekken, dat wil zeggen dat deze doden de verschijningsvorm zullen aannemen van rechtvaardige geesten die op aarde hebben geleefd, om de mensen beter te kunnen verleiden. Deze zogezegde heropgewekte doden die niets anders zijn dan de duivel indeze verschijningsvormen, zullen een ander evangelie prediken. Verder weet Maria over die satanische nabootsing van de verrijzenis (hier geen symbolisme) nog te vertellen dat dit alles zal gebeuren wanneer de demonen van de lucht zullen samenwerken met de regeringen en dat die demonen de natuurwetten kunnen beheersen

De link met de ufo's is natuurlijk vlug gelegd en dat gebeurt ook in fundamentalistische sites. De Amerikaanse hypnotiseur en kunstenaar Bud Hopkins schreef enkele bestsellers over ufo-ontvoeringen. Toen één van de ontvoerden aan een grey (je kent ze wel, die aliens met hun insectenogen) vroeg waarom ze al die mensonterende genetische proeven op aardbewoners verrichtten kreeg hij het volgende antwoord: we bereiden een opstanding der doden voor. Die wel beruchte ontvoeringen zijn dus een voorbereiding voor een valse heropstanding der doden, tenminste als we Hopkins mogen geloven. Een algemene repetitie hiervoor heeft volgens mij al plaatsgehad, wel een tijdje geleden. Een goede tweeduizend jaar geleden, te Jeruzalem.

Toch nog iets belangrijks over dit fragmentje: chronologisch klopt er iets niet. Eerst laat men het synchroon met de dood van Christus aan het kruis verlopen: het voorhangsel van de tempel dat scheurt, en een aardbeving. En plots gebeurt het maar na zijn opstanding. In de oorspronkelijke versie kan men beweren dat Christus de eerste was die uit de doden herrees, vandaar de aanpassing. Dit wijst m.i. wel op het sterk manipulatief karakter van bijbelteksten, of heb je een andere verklaring?

Een merkwaardig visioen of een hemelreis

Het laatste woord krijgt Paulus (uit Corinthiërs 2) over zijn eigen mystieke ervaringen. Hij heeft het over de derde hemel. In Paulus' tijd was de eerste hemel die der planten, de tweede die der vaste sterren en de derde de verblijfplaats der zaligen. Jullie dwingen mij te beroemen op mijn religieuze ervaringen. Niet dat het er toe doet, maar als het dan moet, kom ik ertoe te spreken over mijn visioenen en de openbaringen, die de Heer mij heeft gegeven. Ik weet van iemand die in Christus is. Het is veertien jaar geleden. Of dat nu gebeurde terwijl mijn ziel in het lichaam was of buiten het lichaam, dat weet ik niet, dat weet God alleen. 

Die man werd in vervoering omhooggevoerd tot in de derde hemel. En ik weet dat die man - of dat nu gebeurde met zijn lichaam of zonder zijn lichaam, ik weet het niet, God weet het - in vervoering opsteeg tot in het paradijs en daar onuitsprekelijk geheimenissen hoorde, die een mens niet mag uitspreken. Hier zijn 2 facetten van kardinaal belang. Enerzijds houdt Paulus er zelf ernstig rekening mee dat hij tijdelijk in de hemel werd opgenomen. In zijn talrijke werken trachtte de Roemeense

godsdiensthistoricus Mircia Eliade aan te tonen dat de geopenbaarde religies in feite loten zijn aan een gemeenschappelijke stam: het sjamanisme, de oerreligie van de mensheid. Zo vertelde hij ons in zijn "het heilige en het profane" (2de druk - 1977) het volgende verhaal. In de 9de eeuw maakten de missionarissen zich zorgen hoe ze het begrip hemel aan natuurvolkeren moesten uitleggen. Tot hun grote verbazing kenden de natuurvolkeren die hemel maar al te goed en wisten ze er zelfs het volgende over te melden: eerst konden alle mensen lichamelijk de hemel bereiken, het was trouwens hun oorspronkelijke woonst, later konden enkel onze sjamanen dit en nu kunnen de sjamanen de hemel enkel in hun visioenen ontwaren.

Anderzijds meldt Paulus ons dat hem in een visioen (of een hemelreis?) goddelijke geheimen werden geopenbaard. In feite is dit louter gnosis. Ook de gnostici beweerden dat zij via visioenen geheimen kregen geopenbaard. Des te vreemder daar Paulus heftig te keer ging tegen de in zijn tijd al opkomende gnosis. Zich uiterlijk intens tegen iets verzetten maar er geheimelijk zelf aan deelnemen, dat komt ons bekend voor.

 

 

Tekst: Corry Geijsen.                                                   Illustraties: Patrick Coucke