16. ALFRED STEVENS - ZIJN MARIA           MAGDALENA - HUN VERDRIET

Een zondagmorgen in de maand maart 2003. Een busvertraging had roet gestrooid in mijn wekelijkse ontmoeting met mijn vrouwelijk idool.

Corry, jouw vriendinnetje wacht op jou, ze zal ongerust zijn. Algemeen gelach in de balie van het Gentse museum voor Schone Kunsten. Buiten waren al mensen aan het aanschuiven voor de tentoonstelling over Maria Magdalena. Ik liep dan ook snel, bijna struikelend over de trappen, naar zaal 18.

En daar stond ik dan, helemaal alleen, oog in oog met haar. Vanuit het schilderij van Alfred Stevens (1823 - 1906) keek ze mij met haar zowel dwingende als melancholische blik aan. Als een echte femme fatale had ze me opnieuw ingepalmd, opnieuw boog ik eerbiedig voor haar.

Enerzijds werkte ik als hulptoezichter voor het museum, anderzijds gidste ik voor de stad Gent. Ik had juist de wandeling "esoterisch Gent" op punt gesteld, waarin Maria Magdalena zowat de hoofdrol speelde. Ik had en heb enorm veel bewondering voor haar. Nu stond ik opnieuw oog in oog met haar, waar ik me ook in de zaal bevond, haar blik bleef hypnotiserend op mij gericht. Ze had ook verdriet, in haar rechteroog welde een traan op. Toen al nam ik me voor dat ik de reden van haar verdriet zou doorgronden, ik had een flauw vermoeden, vooral als ik naar het doodshoofd staarde dat ze in haar schoot hield. Ook moest ik te weten komen wat Stevens met zijn prachtig werk bedoelde.

Die korte studie is hiervan de neerslag. Samen met anderen meen ik het geheim doorgrond te hebben. IK ben me er wel van bewust dat ik met mijn hypothese (het is niet meer dan dit) buiten de gangbare academische lijntjes kleur. Schiet dus niet op de pianist, lachen mag uiteraard.

Nog dit, voor de biografische gegevens focus ik mij voornamelijk op wat van belang was voor het tot stand komen van het werk. Wat de hypothese betreft, mijn verwijzing naar het beruchte en veel besproken geheim van Rennes-le-Chateau is geen anachronistische vergissing van mijnentwege. 

Stevens schilderde het doek in 1887, het pastoortje Sauniére ontdekte de documenten in of buiten zijn kerkje pas in 1891. De voor het christelijke geloof compromitterende inhoud was in de Parijse kringen al eerder bekend.

Tenslotte zal ik trachten een thematisch en esoterisch verband te leggen tussen dit schilderij en "Salomé" dat hij een jaar later schilderde.

Biografische gegevens

Toen Alfred Stevens op 11 mei 1823 te Brussel geboren werd, moeten de sterren gunstig gestaan hebben voor zijn latere artistieke loopbaan, althans via zijn ouders. Zijn vader Leopold was als kunstliefhebber een van de eerste verzamelaars van schilderijen van Géricault en Delacroix. Zijn moeder was de dochter van de eigenaar van een Brusselse herberg,

waar heel wat prominenten en kunstenaars kwamen. 

Alfred Stevens was later voornamelijk werkzaam in Parijs als portret- en genreschilder, gedurende het Tweede Franse Keizerrijk. Hij raakte bevriend met bijna alle grootmeesters van de Franse schilderkunst, die bijna zonder onderscheid, zijn technische verfijning bewonderden.

Hij legde zich voornamelijk toe op de verfijnde weergave van de mondaine vrouwen van zijn tijd, die hij vleiend schilderde in elegante kledij en in chique interieurs. Dit bracht hem roem (zelfs Degas en Manet bewonderden zijn verfijning) en rijkdom. De uiterst luxueuze vrouwenkleding die hij schilderde, kreeg hij vaak van vooraanstaande dames in leen, bv.: van princes Mathilde (dochter van Jerome Bonaparte) en van princes de Metternich. Na wat aanvankelijk jaloerse tegenwerking van de Parijse salons ("houdt jullie maar de medaille, dan zal ik mijn stijl behouden" was zijn antwoord op een weigering) steeg hij steeds hoger op de sociale ladder. Hij promoveerde tot officier in het Légion d'Honneur en zijn luxueuze levensstijl werd spreekwoordelijk. Een onvervalste arrivist dus. Tijd voor de schikgodinnen om in te grijpen en één van zijn levensdraden die hem met het weelderige leventje verbond, gedeeltelijk door te knippen, hierbij hopend op wat meer diepgang in zijn werk.

In 1880 kreeg zijn ego een eerste deuk door een onteigening ten gevolge van de urbanisatie van de stad. Hetzelfde jaar begon zijn gezondheid te verzwakken door een luchtpijpaandoening. Zijn arts schreef hem lange verblijven aan zee voor. Hij trok regelmatig naar Normandië waar hij landschappen begon te schilderen. Maar het sterkste wapen van de schikgodinnen is verliefdheid. Niet alleen wordt je wereldbeeld totaal omvergeworpen, uit de diepste lagen van het onderbewuste krijgt de kunstenaar nieuwe inspiratie.Hij werd smoorverliefd op een wereldberoemdheid: de actrice en latere filmster Sarah Bernhardt (Parijs 1844 - aldaar 1923). Uit hun briefwisseling kunnen we uitmaken dat ze minnaars werden. Hij heeft haar diverse keren geportretteerd, hoogstwaarschijnlijk ook voor "Maria Magdalena". In 1887 - 1888 schilderde hij enkele vrouwentypes die niet ontleend zijn aan zijn Parijse society, maar aan de bijbel en Shakespeare. De bekendste zijn:

- Maria Magdalena: in 2001 aangekocht door het Gentse Museum

                            voor Schone Kunsten.

- Ophelia:             vanaf 1975 in de Galerie Jonas te Parijs.

- Lady Mackbeth:   2 versies: Musée des Beaux-Arts te Verviers

                                          en Parijs - privéverzameling.

- Salomé:              Koninklijk Museum voor Schone Kunsten in

                            Brussel.  

 

Men stond wel wat versteld van die nieuwe letterkundige of symbolische geladenheid en velen spraken zelfs van een kwaliteitsvermindering. Dit had echter te maken met een lossere penseelvoering onder invloed van het impressionisme. Trouwens, de eerste Franse impressionisten werden ook niet goed in de salons ontvangen. 

Trouwens, later zullen we aanmerken dat "Maria Magdalena" een perfect huwelijk vormt tussen impressionisme en realisme.

Na enerzijds stijgende roem en anderzijds een paar tegenvallers (o.a. een niet genezende beenbreuk), overleed hij te Parijs op 24 augustus 1906, hoegenaamd niet in vergetelheid.

Na zijn dood taande zijn populariteit wat, soms schreef men met minachting over hem. Zo noemde Karel van de Woestijne hem een charmeur zonder enige diepgang in zijn werken. Meer en meer kunstcritici kwamen tot de conclusie dat die laatste vrouwenportretten een geheim verborgen. Dit gaan we bij 2 van hen trachten te ontrafelen: Maria Magdalena en Salomé. 

 

Wil de echte Maria Magdalena opstaan?

We moeten voor één zaak opletten: dat we niet het beeld dat we nu over Maria Magdalena hebben, projecteren op de negentiende eeuw. Sinds Dan Brown, of we hem nu geloven of niet, associëren we haar met de vrouw van Jesus, van wiens kinderen de Merovingers afstammen. De kerk protesteerde in alle toonaarden, maar bijna iedereen haalde onverschillig de schouders op.

Over de beeldvorming van Maria Magdalena, was het echter de kerk die, in de negentiende eeuw, de plak zwaaide. Nu wordt het wat ingewikkelder, want onze Maria is maar liefst de samenvoeging van 4 bijbelse figuren. Aangezien dit uiteraard geen theologische maar een artistieke verhandeling betreft, interesseert ons alleen die Maria, die Stevens inspireerde en dan komen we terecht bij Lucas, die een langharige, berouwvolle zondares beschrijft die met haar tranen de voeten van Christus wast en hem tevens zalft (tot messias beweert men nu, maar toen niet). De kerk hield van dit beeld, want berouwvolle zondaars passen nu helemaal naadloos in haar wereldbeeld. Ze verwachtte ook dat kunstenaars haar zo uitbeeldden, en dit deed Stevens nu juist niet, integendeel, zijn langharige Magdalena oogt zeer sensueel, wel met de uitstraling van een sensuele zondares, maar dan zonder enig berouw, wel met een diepgekoesterd geheim verdriet. Het katholieke Frankrijk protesteerde hevig. Iconografische doodzonde!

Stevens werk past echter wonderwel in wat we kunnen omschrijven als een soort intellectuele, antiklerikale subcultuur in verband met Maria Magdalena, waarin ze werd beschouwd als de geliefde van Christus. Des te bevreemdender, omdat de apocriefe evangeliën "evangelie van Maria" en de Nag Hammaditeksten respectievelijk in 1896 en 1945 te Egypte werden ontdekt. In beide teksten worden Jesus en Maria Magdalena inderdaad uitvoerig als geliefden beschreven. Waar haalden die intellectuelen dan de mosterd? Ik zie maar twee mogelijkheden:

1.  Bestuderen van de geschriften van de kerkvaders die

     hevige kritiek gaven op verloren gegane gnosisteksten

     waarin Jezus en Maria Magdalena niet alleen als geliefden

     werden beschreven, maar Maria Magdalena zelfs als de

     incarnatie van Sophia, volgens de gnostici, het

     vrouwelijke principe van God.

2.  Napoleon had geheime archieven uit de Vaticaanse

     bibliotheek laten halen. Ook die, in verband met de

     veroordeling van de tempeliers. Hieruit leerde men dat de tempeliers niet

     enkel een eed van trouw aan Maria Magdalena hadden afgelegd, maar ook in

     verband brachten met de moedergodin, zoals Isis, Cybele .... 

 

Als de smoorverliefde schilder nu een ode aan zijn geliefde wou brengen, was het portretteren van haar als Maria Magdalena wel het geëigende middel: ze was tezelfdertijd de geliefde van Christus, het vrouwelijke aspect van de godheid en de moedergodin. En dit deed nu juist Stevens voor zijn geliefde Sarah Bernhardt. 

Maar er was nog iets meer: een geheim dat ze samen deelden, hiervoor moeten we naar de omgeving van Rennes-le-Chateau.

Over het geheim van Rennes-le-Chateau

Vooreerst de connectie met Zuid-Frankrijk. Het gebeuren van de voetdroging en de zalving speelde zich af in het huis van Simon de Farizeeër te Betanië, nabij Jeruzalem. Ook Marta (Aramees voor meesteres) en Lazarus, respectievelijk broer en zus van Maria Magdalena, waren hierbij aanwezig. Lazarus werd door Christus uit de doden opgewekt, maar volgens esoterici betrof het een door ingewijden bekende esoterische inwijding. Hoe dan ook, na de dood (of verrijzenis?) van Jezus vertrekt dit drietal, samen met nog enkele anderen (niet heel duidelijk wie) richting Zuid-Frankrijk, waar zij nabij Marseille landen.

Dit volgens diverse, soms mekaar tegensprekende historische, religieuze en esoterische bronnen. Wegens plaatsgebrek ga ik hier niet nader op in, maar vermeld er wel enkele bij mijn bibliografie.

Wat gebeurde er feitelijk? Het meest plausibele verhaal is dit: het gevolg zoekt het gezelschap van druïdische religieuze gemeenschappen, die overeenstemming vinden met de oorspronkelijke opvattingen van Jesus (wordt uiteraard in alle toonaarden door de kerk ontkend); Maria Magdalena trekt zich tijdelijk terug in een grot nabij Saint-Baume (Baume betekent balsem, zalf), waar ze tekenen van uiterste verwarring vertoont (door liefdesverdriet?), want ze bedekt enkel haar naaktheid door haar lange haren. De rest van het verhaal is niet voor ons betoog van belang.

Over het veelbesproken geheim van Rennes-le-Chateau verwijs ik naar het werk "het heilige bloed en de heilige graal" van Baigent, Leigh en Lincoln.

Zeer kort samengevat: in het onooglijke dorpje Rennes-le-Chateau in de Franse Pyreneeën (met moeite 300 inwoners) ontdekt in 1891 de plaatselijke pastoor Béranger Saunière documenten waardoor hij, volgens de meest gangbare theorie, door zwijggeld van het vaticaan, schatrijk wordt. Hij laat ondermeer een uiterst luxueuze villa bouwen die hij Betanië noemt, uiteraard naar Maria Magdalena, waarmee het geheim hoogstwaarschijnlijk te maken heeft. Ik heb me grondig in dit onderwerp verdiept en merkte spoedig dat de talrijke, op geld beluste auteurs, klakkeloos en kritiekloos van mekaar afschreven.Op één uitzondering na: de Franse (maar hier slechts in Engelse vertaling verkrijgbaar) auteur André Douzet (zie bibliografie). De enige ook die zeer grondig veldwerk verrichtte en het nu nog als zijn missie beschouwt om zijn visie via voordrachten in Europa te verkondigen, onlangs nog te Amsterdam. Volgens hem situeert de ontdekking van de geheime documenten zich veel vroeger in de 19de eeuw en is de pastoor van het naburige Rennes-les-Bains de spilfiguur: Boudet. Samen met zijn collega Saunière maakt hij lange wandelingen in de Pyreneeën en hebben ze het over hun gezamelijke interesse: de geheimen van de streek.

Plots wordt Boudet rijk, heel rijk en verklapt hij waarschijnlijk de bron van zijn rijkdom (hij schenkt alles aan goede doelen, in tegenstelling later met Saunière). Het is zelfs waarschijnlijk dat hij de documenten aan zijn collega bezorgt, die ze achteraf zogenaamd ontdekt en zelf schatrijk wordt. Hoe dan ook, Boudet wil zijn geheim in gecodeerde vorm aan Frankrijk bekend maken en schrijft een verhandeling zogenaamd over het ontstaan van de Keltische taal: "la vraie langue celtique". Naast ondoorgrondelijke fonetische tabellen bevat het werk ook cryptische kaarten over de omgeving van Rennes-le-Chateau. Geen kat die het werk (uitgegeven in 1886) koopt. Hij stuurt in wanhoop dan maar een gratis exemplaar naar de belangrijkste Franse bibliotheken, en plots ontstaat er belangstelling in de kringen van de Parijse beau monde, waartoe Stevens behoorde. Ze doen alle moeite om de code te ontcijferen, en slagen er waarschijnlijk in, hoewel ze het nooit openbaar hebben gemaakt. Stevens moet van dit alles op de hoogte geweest zijn. 

Nog steeds wordt er druk gespeculeerd over het echte of vermeende (ja, het blijft een kwestie van believers en non-believers) geheim. Ik had zo mijn eigen hypothese, en vond die bevestigd in een werk over Maria Magdalena, door de journalist en cultureel verslaggever Guido Kindt "Sancta Erotica". Ik citeer hem: "Zoals vermeld beweerden auteurs dat de boot van Maria Magdalena ook de schedel van Jacobus de Mindere meebracht. Onderzoekers gaan ervan uit dat die schedel niet de schedel was van Jacobus, maar van Jezus zelf". Het beruchte geheim bestond er dus in dat Maria Magdalena de schedel van Jezus, haar geliefde, naar Frankrijk bracht, misschien zelfs zijn gebalsemde lichaam. Opnieuw Kindt: "De talrijke boeken proberen aan te tonen dat de stoffelijke resten van Jezus begraven liggen inde flank van de Mont Cardou, vlak in de buurt".

Nu wordt het meer dan hoogtijd om het schilderij van Stevens grondig, op ieder detail lettend, te bekijken.

Volgens mij kunnen we nu pas begrijpen wat hij met het werk bedoelde.

 

Het schilderij

De hechte thematische band tussen de merkwaardige vrouwenfiguren uit de latere periode van Stevens bestaat uit de hartstochtelijke liefde voor Sarah Bernhardt. Maar er waren kapers op de kust. Zo bracht zij op zekere dag haar "vriend" de prins vanWales naar zijn atelier. Dit moet enerzijds zijn ego gestreeld hebben, anderzijds bezorgde het hem verborgen gehouden liefdesverdriet dat hij in het schilderij liet samenvallen met het geheime verdriet van Maria Magdalena. In zijn inleiding op de tentoonstelling over Maria Magdalena in het Gentse museum merkt Hoozee terecht op dat de schilder in het prachtige werk Sarah Bernhardt in de lens laat kijken. Zo kijkt de femme fatale ook recht in de ogen van de toeschouwer, alsof Stevens zich afvraagt of die toeschouwer ook zo in de ban van de verleidelijke vrouw zal geraken.

Maria Magdalena zit frontaal naar ons toegekeerd. Haar lange sensuele blonde haren en haar prachtige bleke kleed lichten op tegen een donkere achtergrond, die een zonsondergang suggereert. Hij plaatst haar dus letterlijk in het licht. Op een impressionistische manier, want de kleurtoetsen primeren op de lijnen. De bergen zijn als het ware in het duister gehuld en worden enkel door kleurvlekken weergegeven. Volgens mijn hypothese bedoelde de schilder de Franse Pyreneeën met de bergen. Maar door het opzettelijk onherkenbaar maken van de bergen, toont hij overduidelijk aan dat het verhaal hier bij hem totaal ondergeschikt is aan het beeld van Maria Magdalena. Toch heeft hij het verhaal ergens nodig om het verdriet (en zijn eigen verdriet!) van Maria Magdalena te motiveren. Dit doet hij door de schedel te tonen, maar het begrijpen hiervan veronderstelt wel voorkennis die toen bijna niemand bezat. Enkel enkele ingewijden wisten waarover het ging. Dit maakt het werk des te boeiender en geheimzinniger.

Op het eerste gezicht kunnen we, de om het doodshoofd treurende, Maria Magdalena iconografisch als een memento mori (Latijn: bedenk dat je gaat sterven) omschrijven. Maar bij nadere beschouwing lijkt ze toch te zelfzeker, te sensueel, om een melancholische bespiegeling over de vergankelijkheid uit te beelden. De opwellende traan in haar rechteroog verwijst m.i. eerder naar liefdesverdriet dan naar een soort existentiële weltschmerz.

Nu geef ik mijn eigen interpretatie en tracht me in het gekwelde zielsleven van Maria Magdalena in te leven.

 

"Ik heb een stil, maar diep gekoesterd liefdesverdriet, want ik houd de schedel van mijn geliefde, maar ook mijn rabouni, leermeester, in de hand. Hij beloofde me wel dat onze zielen als zusterzielen in de Vader zouden vereeuwigd worden, maar via het lichaam zal ik hem nooit meer kunnen beminnen. Geen enkele man zal me ooit nog dit opperste geluk kunnen schenken. Maar jullie, die zich ten onrechte zijn leerlingen noemen, zullen hem ook nooit meer in het lichaam ontmoeten. Want jullie hebben zich door sluwe lui laten beetnemen, sinistere kerels die de oude mythe, van de gedode en na drie dagen herrijzende god, nieuw leven wilden inblazen. Ik ben een van de weinigen die het hoe van dit verraad weten. Ik ben een wetende, weliswaar een eenzame wetende met diep verdriet, maar toch ben ik door mijn kennis boven jullie verheven. Jullie zijn allemaal verblind door misleiding. Toch hoop ik mijn geliefde ooit in een andere vorm terug te zien. Hij heeft het mij beloofd en ik geloof hem."

En volgens het aangehaalde "evangelie volgens Maria" hield hij zijn woord en verscheen als geest aan Maria Magdalena, om haar mee te delen dat de apostelen, vooral Petrus, totaal verkeerd zijn boodschap interpreteerden.

Maar dit maar eventjes terzijde, van de metafysica terug naar de kunst om dit werk te vergelijken met een vorig schilderij: Salomé, 1888, en trachten het verband te vinden

 

Salomé en Maria Magdalena - complementaire schilderijen.

Salomé schilderde hij een jaar later, maar wat een verschil tussen beide werken. Hier schildert hij de vrouw bijna in het halfduister. Haar gelaatsuitdrukking verraadt geen enkele emotie en is met een bijna neoclassicistische onverschilligheid geschilderd, ook het lichaam en het kleed van de fatale vrouw (zij was het immers die na de dans van de 7 sluiers het hoofd van Johannes de Doper aan haar stiefvader Herodes vroeg en het op een schotel kreeg aangeboden) vragen geen aandacht van de toeschouwer. Echter is de schotel en het bijhorende mes met een uiterste precisie geschilderd, het overduidelijke aanwezige bloed op het mes herinnert zelfs aan de hoogdagen van de romantiek. 

Beide werken zijn perfect complementair. Hier overheerst het verhaal, het verhaal van het mes en de schotel, het intrigerende verhaal van het afgehakte hoofd van Johannes de Doper. Volgens mij vinden we het verband tussen beide werken bij ... de tempeliers!. Ik vermeldde al dat de tempeliers een eed van trouw aan Maria Magdalena moesten afleggen. In de 19de eeuw genoten de tempeliers een vernieuwde belangstelling. Men vroeg zelfs aan paus Pius 9, de kerkelijke banvloek, op die geestelijke ridderorde, op te heffen. De plaatsvervanger van Christus op aarde kon dit echter niet, omdat de tempeliers zich hadden schuldig gemaakt aan de ergste ketterij: de johannesketterij, waarbij men geloofde dat niet Christus, maar Johannes de Doper de ware messias was (dit idee haalden ze van de Mandeeërs).

Welnu, in de Parijse kringen waarin Stevens vertoefde, had men enkel grote belangstelling voor de tempeliers en hun geheimen, maar speelde men ook graag spelletjes met geheime codes.

Welnu, de door de tempeliers gebruikte Atbash-code vormde één van hun geliefkoosde spelletjes. Hierbij vertaalt men de woorden eerst in het Hebreeuws en door een rotatie-substitutiesysteem laat men de eerste letter van het alfabet vervangen door de laatste, de tweede door de op één na laatste, enzovoort. Het afgehakte hoofd van Johannes noemden de tempeliers Baphomet, en werd door hen aanbeden.

Als je op dit woord de Atbash-code toepast, kom je bij het Hebreeuwse woord Sophia, volgens de gnostici uit de 2de eeuw, het vrouwelijke aspect van de godheid, ook in verband gebracht met de moedergodin of het heilige vrouwelijke, en het vermoeden wordt geuit dat de tempeliers in het geheim aan godinnenverering deden, waarbij de figuur van Maria Magdalena een cruciale rol speelde. Net zoals Sarah Bernhardt een cruciale rol speelde in het liefdesleven van Stevens. De cirkel is rond ...

 

 

Tekst: Corry Geijsen                                                 Illustraties: Patrick Coucke

Bibliografie:

Maria Magdalena  -  MSK Gent  -  Barbara Baert  -  met voorwoord door Hoozee

-  De geheimen van de Da Vinci code  -  Simon Cox  -  Forum

-  Sancta Erotica  -  Guido Kindt  -  Van Halewijck

-  Het heilige bloed, de heilige graal  -  Baigent, Leigh en Lincoln  -  Tirion

-  Het symbolisme in België  -  Michel Draguet  -  Mercatorfonds

-  La vraie langue celtique et le cromleck de Rennes-les-Bains  -  Editions Belfond  -

   Boudet

-  Sauniere 's model and the secret of Rennes-le-Chateau  -  Douzet André  -

   frontier sciences foundation