Soms luister ik wel eens naar het avondnieuws op de radio. Komt het door ultieme censuur of banaal gebrek aan interesse, maar het gebeurt wel eens dat een item nooit meer aan bod komt. Voor het jaar 2000 hoorde ik eens dat het Vaticaan beslist had de tekst van het gebed "Onze Vader" grondig te wijzigen omdat die op sommige punten in tegenstrijd was met de orthodoxie van de katholieke leer. En inderdaad, reeds de eerste woorden: "onze vader die in de hemelen zijt" staat in schril contrast met de Christusfiguur die de Romeinse keizer Constantijn ons in 325 opdrong via het concilie van Nicaea.

Hierbij wou hij Christus zo veel mogelijk confirmeren aan zijn visie op de Sol Invictus, de onoverwinnelijke zon. En de geschiedenis van die godheid wil ik nu juist vertellen. Daarvoor moeten we terug naar een zeer ver verleden, in de nevelen der tijden, en een land waarheen een reis gelijkstaat aan zelfmoord: Syrië.

Een goddelijke steen uit de hemel.

De stad in Syrië noemt nu Homs en is een oord van verschrikking. Kinderen, vrouwen en mannen worden er gefolterd, verkracht en gedood, want over de stad heerst er een demonische oorlogsgod die mensenoffers eist en die sinds jaren dagelijks krijgt aangeboden. In een ver verleden noemde die stad Emesa en vormde een sprookjesachtige hoofdstad van een klein Arabisch rijk, dat later in de handen viel van de Romeinen.

In het begin der tijden viel daar een goddelijke steen uit de hemel. Neen, het was geen gewone meteoriet, want de steen bleef steeds warm, de bewoners geloofden dat de zonnegod erin huisde. Ze noemden hem Elagabal, god van de berg. Er werd een imposant heiligdom voor die steen gebouwd, en satrapen van de omringende gebieden stuurden kostbare geschenken. De rijkdom groeide gestaag aan door de passerende karavanen, zodat de weelderige stad terecht de parel van de Oriënt werd genoemd en de Romeinen haar met de nodige eerbied behandelden.

De seksueel getinte rituelen werden er gedoogd. Kwam het door een slag van de zon of door inspiratie van de zonnegod? Een moeder (Julia, bezeten door machtswellust) kreeg er een rare inval: haar zoon Antonius - behept met godsdienstwaan en seksuele fantasmas - moest keizer van Rome worden en zo de stedelijke zonne-erediensten naar het centrum van de wereld brengen. En het ongelooflijke geschiedde in een korte tijdspanne.

Door een list (een banaal verkleedpartijtje) slaagde die nog zeer jonge Antonius erin, Romeinse soldaten te overtuigen dat hij een familielid van de overleden keizer Caracalla was. De tegenstander van Antonius (keizer Macrinus) werd vermoord en

Antonius, die zijn naam veranderde in die van de zonnegod (Elagabalus) trok triomfantelijk als nieuwe keizer Rome binnen. Voor een eerste, doch korte maal veroverde de exotische zonnegod Rome, in juni 218, toen de zon haar meeste licht aan de hemel schonk.

Eerste verovering van Rome, decadentie alom.

In feite heerste Julia op despotische manier vanuit Rome, terwijl Elagabalus zich wijdde aan de erediensten van de zonnegod die hij de "deus Sol Invictus" noemde, de onoverwinbare zonnegod. Die eredienst werd tot staatsgodsdienst uitgeroepen, maar wel op een dictatoriale manier: Jupiter werd uit zijn Palatijnse tempel verdreven en de heilige steen van de zonnegod kwam in de plaats. Maar een godheid laat zich zomaar niet verdrijven.

De keizer danste als een travestiet om het altaar van de nieuwe god, de Romeinen uitnodigend om deel te nemen aan de rituele orgieën. Velen deden dit maar al te gretig, maar wie de Romeinse virtus (deugd) hoog in het vaandel droeg walgde hiervan. Toen Elagabalus een "vestaalse maagd" dwong om met hem te huwen om een goddelijk kind bij haar te verwekken (hetgeen maar niet lukte) en kinderen liet ontvoeren om te offeren aan zijn god (hij liet van zijn slachtoffers eerst de lever uitsnijden om de toekomst te voorspellen) liep de maat over.

De Romeinen smeekten Jupiter om terug te komen en Rome van die gek te verlossen. Toen scheurde de hemel open en de regen daalde zonder ophouden een week lang op Rome neer. Auguren (toekomstvoorspellers) ontwaarden onheilspellende lichten aan het firmament en de heilige steen werd koud. Door zijn eigen Pretoriaanse wacht werd Elagabalus op de vloer van een latrine in mootjes gehakt en de stukken werden in de Tiber geworpen.

Het eerste wat de volgende keizer (Severus Alexander) deed in 222 was de tempel weer aan Jupiter wijden onder de naam Jupiter Ultor, Jupiter de Wreker. De heilige steen werd teruggevoerd naar Emesa. Maar daar werd hij opnieuw warm, want een god laat zich niet zomaar verjagen, al was zijn dienaar barslecht. Toen in 272 het Romeinse leger, van keizer Aurelianus, Emesa naderde om te vechten tegen het leger van de stad Palmyra, zag Sol Invictus zijn kans schoon.

Tweede verovering van Rome, deze maal ernst.

Palmyra, van oudsher bekend als de bruid van de woestijn, was de tweede parel van betoverende exotische pracht in de Romeinse provincie Syrië. Toen heerste er de wondermooie Zenobia, die afstamde van Cleopatra en in opstand gekomen was tegen het Romeinse gezag. Cleopatra noemde zich de incarnatie van Isis. Aurelianus wou Zenobia een lesje leren en trok met een leger richting Syrië.

De beslissende slag vond plaats nabij Emesa en kunnen we gerust een "clash of the Gods" noemen: Sol Invictus tegen Isis. Aurelianus won, maar volgens hem dankzij de zonnegod van emesa die hij zag verschijnen. Wat dan volgde was een merkwaardige mengeling van Romeins machtsvertoon en dito eerbied voor de goden. Zenobia werd geketend naar Rome gevoerd, maar haar ketens waren van goud. Uiteindelijk kreeg ze in het huidige Tivoli (noemde toen Tibur) van de keizer niet enkel een prachtige villa, maar ook de toestemming om met een Romeins senator te huwen. Aurelianus wou Isis niet tegen haar goddelijk hoofdje stoten.

Maar vooral dankte hij Sol Invictus voor zijn welgekomen interventie: de heilige warme zwarte steen werd voor de tweede maal naar Rome overgebracht en de cultus van Sol Invictus werd de officiële staatsreligie. De keizer droeg vanaf dan een zonnekroon. Maar deze maal werd de zonnegod geen usurpator, de andere goden werden niet verbannen, hun tempels bleven overeind. Sommige kenmerken van andere goden (o.a. de zonnegod Apollo) werden wel syncretisch in de nieuwe zonnegod geïntegreerd. Aurelianus was niet enkel een geniaal staatsman (hij herstelde maximaal de eenheid van zijn immens rijk) maar ook een begenadigd filosoof.

Sol Invictus omschreef hij als de primordiale god waaruit alle andere goden waren geëmaneerd, zonder enkele vorm van concurrentie. Hierbij sloot hij nauw aan bij het neoplatonisme, zelfs bij het concept van de onbekende god van de christelijke gnostici. Ook de eerste links van de nieuwe eredienst met het christendom werden zichtbaar: de geboortedatum van Sol Invictus was 25 december (net zoals bij de populaire god Mithras), en na zijn geboorte werd hem eer bewezen door herders. De zevende dag van de week werd aan de zon gewijd.

Constantijn, de ommekeer.

Nu volgt het alom gekend gedeelte van het verhaal. In 312 verslaat keizer Constantijn zijn rivaal Maxentius in de slag bij Pons Milvius en juist daarvoor zag hij een kruis in de lucht, dat hij identificeerde met de god van de christenen.

Hij was een fervent belijder van de Sol Invictuscultus, maar door dit visioen tolereerde hij het christendom.

In zijn standaardwerk "de keizers van Rome" stelt de historicus David Potter, dat het te wijten is aan Constantijn, dat we nu een geromaniseerd (volgens de normen van het antieke Rome) christendom kennen. Dit komt m.i. vooral door de houding van de keizer t.o.v. het arianisme dat zich als een lopend vuurtje over zijn rijk verspreidde. Wat in feite begon als een dispuut tussen Arius, een priester uit Alexandrië, en zijn overste, bisschop Alexander, groeide spoedig uit tot een vlijmscherpe tegenstelling tussen hetgeen de meeste christenen toen over Christus geloofden en de visie die hen door de hogere geestelijkheid werd opgedrongen.

Arius zag Christus als een deemoedig mens die zich liefdevol richtte naar de goddelijke vader en dit aan zijn volgelingen ook vroeg. In die visie is de zoon dus ondergeschikt aan de vader. Niets van, riposteerde Alexander, zoon én vader zijn aan mekaar gelijk. In feite heeft Constantijn nooit duidelijk het onderscheid gemaakt tussen de Sol Invictus, die hij als een strijdvaardige god aanzag, en de god van de christenen. Met een wereldvreemde dweper behaal je nu eenmaal geen klinkende overwinning op je tegenstander.

Tijd dus om in het conflict in te grijpen. Prompt werd dan ook in 325 het eerste concilie bijeengeroepen (dit van Nicea) en liet hij bekrachtigen dat de vader en de zoon "consubstantieel" voor eeuwig tezamen bestaande, "wezenseen" zijn. Voor de eerste maal werd een religieuze leer, door een groot deel van het volk aangehangen, in het verdomhoekje van de ketterij gejaagd. Het arianisme zou trouwens nog een tweede maal als ketterij veroordeeld worden. De solinvictuscultus bleef echter nog bestaan, maar niet voor lang meer.

Theodosius, het einde.

Toen in 380 Theodosius het christendom tot staatsgodsdienst verhief, werd wat later de Sol Invictuscultus verboden. Maar in feite was dit maar een schijnbeweging: de belangrijkste elementen ervan waren reeds overgeheveld naar het christendom. Zo werd in de vroegchristelijke iconografie Christus met een zonnekroon afgebeeld (de heiligen kregen hun nimbus), in de strijdwagen van de zonnegod.

Het zonnerad werd eveneens het symbool van Christus. De altaren van de kerken werden oostwaarts gericht omdat Christus geassocieerd werd met de opgaande zon. De steen van Emesa verdween en is sindsdien spoorloos. Indiana Jones, er is werk aan de winkel! En het arianisme? Een staatsreligie heeft nood aan een rasechte, zuiverkaraatse godheid, dus werd het arianisme nogmaals sterk als ketterij veroordeeld. Maar toen na de val van het West-Romeinse rijk (476) de invallende Germaanse volkeren (Goten, Vandalen, Bourgondiërs, Franken enz.) overal in het vroegere imperium rijken stichtten, bekeerden ze zich vlug tot het christendom, maar tot grote ergernis van de prille kerk, tot de ariaanse vorm ervan. Een nieuwe intense strijd tegen de ketterij kon aanvangen. We weten wie gewonnen heeft, maar nog steeds wordt in alle kerken ter wereld het "Onze Vader" gebeden, waarin Christus zich nederig buigt voor de goddelijke Vader. Wie is nu in feite de overwinnaar?

 

 

 

Tekst: Corry Geijsen.                                               Illustraties: Patrick Coucke