Lessen van goede leerkrachten blijven zich aangenaam in ons geheugen nestelen. Zoals de onderwijzer van het vijfde en zesde leerjaar (begin jaren vijftig van de vorige eeuw) ons vertelde over Jules Verne: bijna alles waarover hij schreef is uitgekomen of zal uitkomen: ooit zal een mens de eerste voet op de maan zetten en onderzeeërs onthullen nu de geheimen van de diepzee. Eenmaal heeft hij zich vergist: nooit zal men een reis naar het middelpunt van de aarde organiseren.

Met een schoolmeesterachtige fierheid trachtte hij nu Verne van zijn voetstuk te stoten: in tegenstelling tot hetgeen Verne vooropstelde is de aarde niet hol, haar kern bestaat uit vloeibaar ijzer en nikkel rondom een harde kern waarvan men de samenstelling nog niet goed kent. Maar deze maal was het onze meester (wat een eerbiedwaardig woord) die het mis had. In 2007 kon je intekenen voor een uiterst merkwaardige trip, bestemming: middelpunt der aarde. Deze trip kostte wel 20.950 $.

Steve Currey was toen een zeer bekend wereldreiziger, met als gegeerde specialiteit, het afvaren van de grote wereldrivieren. Maar hij had ook een onlesbare passie: het vinden van de belangrijkste toegangspoort tot de midden-aarde (waarin hij heilig geloofde), in de vorm van een opening ergens aan de noordpool. Hij was ervan overtuigd dat de holle aarde door een superieur mensenras bevolkt werd en het was dan ook zijn ultieme droom, onze mensen die aan de oppervlakte van de aarde alle mogelijke ellende ervaren, met die wezens contact te laten leggen, als je er tenminste die grote som voor over had. Hij rekende op een honderdtal deelnemers (goedgelovig of moedig?).

De reis was gepland van 26 juni tot 19 juli 2007. Men zou eerst naar Moskou vliegen, waar een leuke historische verkenning werd beloofd. Daarna per vliegtuig naar de havenstad Moermansk. En dan het ongelooflijke: de Russische regering stelde de "Yamah" ter beschikking: een nucleair aangedreven ijsbreker (vandaar de dure prijs).

Wou Rusland een paar flinke roebels binnenrijven in economisch barre tijden of wilden ze een begerig mooi steentje meepikken van de belangrijkste ontdekking uit de menselijke geschiedenis die Currey vurig beloofde: de hand schudden van de leider van de bevolking van midden-aarde, een rasechte afstammeling van koning David (hij had zich ook blijkbaar laten inspireren door gechannelde gegevens). Maar toch was er enige twijfel bij Steve te bespeuren: hij kon niet beloven dat hij daadwerkelijk die geheimzinnige toegangspoort tot midden-aarde zou vinden, de kans hiertoe was wel heel erg klein. In het slechtste geval werd het dan een boeiende reis doorheen de ijsvlakte van het noordpoolgebied.

En dan sloeg het noodlot toe. Currey stierf totaal onverwacht aan agressieve hersentumoren, de mythe van de bewoonde holle aarde overeind latend. En dit is nu juist de bedoeling van dit dubbel artikel: een eigen(zinnig) verhaal vertellen over die mythe. We zoeken hierbij geen zogenaamd bewijsmateriaal voor die mythe, hiervoor verwijs ik naar internet.

Nog dit: als in 1864 Jules Verne professor Lindenbrock samen met zijn neef-assistent Axel in een slapende IJslandse vulkaan laat afdalen op zoek naar de holle aarde is dit niet het beginpunt van die mythe, ook niet literair, want ze ontmoetten er enkel voorhistorische dieren. (Reis naar het middelpunt van de aarde werd in 1959 verfilmd met Pat Boone in de hoofdrol). We moeten nog 7 jaren wachten tot een schrijver het aandurft daar ook een menselijk ras te situeren. Maar die schrijver zal zijn vermetelheid met de dood moeten bekopen.

het komende ras voorspelt niet veel goeds.

1873 - geheime plaats in Londen. Op de grond was een omgekeerde pentagram getekend. De grootmeester van het geheime genootschap en 4 overige leden van de tweede orde (de eerste orde bestond louter uit entiteiten uit de astrale wereld) hadden plaats gevat aan de punten van het pentagram, gemaskerd en hun zwarte gewaden met occulte symbolen bedekt. De grootmeester had lang getwijfeld om de vervloeking te laten doorgaan, want hun lid Edward was niet enkel van adel, maar ook een gekend en geliefd parlementariër en een veel gelezen en geprezen schrijver van voornamelijk geschiedkundige romans. Maar de astrale wezens waren onverbiddelijk geweest. Edward was veel te ver gegaan in de onthulling van geheimen: dat hij over het komende ras schreef was geen bezwaar, de mensheid moest toch van hun bestaan op de hoogte gebracht worden, maar hun ware bedoelingen onthullen betekende hoogverraad, hierdoor kwam het grote plan in gevaar. 

In 1871 schreef sir Edward George Bulwer-Lytton "Vrill - the power of the coming race". Als afstammelingen van een ras van voor de zondvloed leefde het komende ras in een onderaardse wereld verbonden door tunnels. Ze bedienden vliegende tuigen die door een kracht werden aangedreven die de mensheid totaal onbekend was: vrill. In feite bedoelde hij de seksuele oerkracht uit het tantrisme, zeg maar kundalini. De term was afgeleid van virile, het Engelse woordje voor viriel. Dit superieure (althans technisch en magisch) ras zou in de toekomst contact met ons opnemen om uiteindelijk de macht op aarde over te nemen... Ze zouden zich aanvankelijk vredelievend voordoen, maar achteraf zouden ze uiterst gevaarlijk blijken te zijn, want zij zouden ons onderdrukken om ons uiteindelijk op te volgen.

Het boek genoot enorm succes, ook in de vertalingen. Veel later zag men er bijna visionaire visies in op ideeën over rasveredeling, noodzaak aan lebensraum en een antidemocratische, de mensheid onderdrukkende, regering. met andere woorden, een wel zeer vroege  waarschuwing voor het nazisme  (de Duitse vertaling van het werk was één van de lievelingsboeken van Hitler). Maar toen het verscheen bekeek men het anders, het was een publiek geheim dat Lytton lid was van het veel besproken geheime genootschap "The Golden Dawn" en men geloofde dan maar al te graag dat hun geliefde auteur deze maal (een vorig werk over de ondergang van Pompeï was occult neutraal) sinistere geheimen van het even sinistere genootschap zomaar te grabbel gooide.

Ongeduldig wachtte men reacties van het genootschap af, maar die kwamen er niet. In 1873 kreeg Lytton last van oorsuizingen (normaal voor die leeftijd, stelden de artsen hem gerust). Maar kort daarna werd hij doof en blind en kreeg dagenlang intense en uiterst pijnlijke epileptische aanvallen. Bij zijn dood stonden de dokters voor een raadsel. Maar de grootmeester en enkele ingewijden wisten maar al te goed wat er gebeurd was. Tevergeefs trachtte de grootmeester de vervloeking uit zijn geheugen te wissen. Maar een langdurige hype of een religieuze uitstraling werd het boek niet. Daarvoor zorgde een Rus.

Een Rus schrijft ongewild een nieuwe apocalyps.

In 1920 ontvlucht de Russische anti-communistische schrijver en antropoloog Ossendowski zijn geboortestad in Siberië om het rode geweld te ontlopen. Hij maakt een langdurige trektocht doorheen Azië om tenslotte Amerika te bereiken waar hij in 1924 zijn "Dieren, mensen en goden" schrijft. Het werk bevat een zeer merkwaardige, maar relatief korte passage, met een even merkwaardige toekomstvoorspelling ...

In Centraal-Azië hadden monniken hem verteld dat in 1890 de koning der Wereld, heerser in midden-aarde, na een periode van wereldomvattende rampen (veroorzaakt door de intrinsieke slechtheid van een deel van onze bevolking) zijn geheim rijk zou verlaten om hier orde op zaken te komen stellen en zo voorgoed universele vrede en broederlijkheid te laten heersen. Zoals het een wetenschapper betaamt vertelt de Rus dit relaas op een afstandelijke, objectieve manier, nergens laat hij blijken dat hij hier daadwerkelijk in gelooft. Maar het verhaal gaat zijn eigen leven leiden. Men gaat zelfs geloven dat Ossendowski de koning der Wereld in levende lijve in de Gobiwoestijn heeft ontmoet om hem zijn apocalyptische boodschap te verkondigen. En inderdaad, de tekst wordt beschouwd als een nieuwe, ja zelfs de definitieve apocalyps en fundamentalistisch benaderd en geïnterpreteerd.

Zoals elke fundamentalist was men er heilig van overtuigd dat de eindtijd reeds aangebroken was en de binnen-aardsen spoedig zouden verschijnen om hun universele heilsstaat te stichten. Er doken steeds meer verhalen op van reizigers in de Himalaya die in kloosters kaarten hadden aanschouwd van het binnen-aardse rijk Shamballa, met als hoofdstad Agartha, verbonden door een netwerk van tunnels, de gehele wereld omspannend. De mythe kreeg zelfs een westerse variant waarbij de Tibetaanse monniken vervangen werden door de tempeliers die de geheime toegangen tot de binnen-aarde eveneens zouden gekend hebben. Maar er ontbrak nog iets bij de vurige believers: de getuigenis van iemand waarvan men geloofde dat hij in de binnen-aarde geweest was. Hoogtijd om nu de hoofdrolspeler in ons verhaal voor te stellen: de Amerikaan Richard Ryrd.

De raadselachtige Richard Byrd.

Richard Byrd (1888 - 1957) werd te Winchester, Virginia geboren in één der machtigste en rijkste families uit die staat. Zijn grote droom werd marinier te worden, maar een verbrijzeling van zijn enkel gedurende zijn opleiding strooide roet in het eten. Hij veranderde van droom en wou piloot worden en later werd hij zelfs wereldberoemd als piloot, want hij mocht twee merkwaardige prestaties op zijn palmares schrijven. Samen met een co-piloot vloog hij, vertrekkende vanuit Spitsbergen, voor het eerst over de noordpool in 1926 en drie jaar later herhaalde hij een identieke stunt over de zuidpool.

Het haalde de wereldpers. Hij nam ook foto's van het zuidpoolgebied en die toonden iets dat er normaliter niet te zien was: plantengroei. Waar men oorspronkelijk voor een raadseltje stond, vond men spoedig een geologische plausibele verklaring: door plaatselijke geothermische opwarmingen verschijnen er soms groene algen op een ijzig oppervlak. Niets aan de hand dus. Maar believers van de midden-aarde vonden die uitleg te prozaïsch, ze vonden er iets veel fatastischer op: door een opening in het zuidpoolgebied was hij al vliegend in de binnen-aarde terechtgekomen. Rond de mythe weefde zich een eerste complottheorie: de echt relevante en overtuigende foto's werden door de Amerikaanse regering in beslag genomen. veel later zou een zogenaamd geheim dagboek van Byrd dit alles nog eens uitvoerig bevestigen, maar dit is voor een volgend artikel.

Ook Hitler was enorm geïnteresseerd (we mogen hem bij de believers rekenen) in de binnen-aarde. Niet zoals Himmler uit een romantische drang naar het occulte en bovennatuurlijke, maar uit plat opportunisme: de binnen-aardsen zouden hoogstwaarschijnlijk over onbekende grondstoffen beschikken waarmee hij de toen reeds door hem geplande oorlog zou kunnen winnen. Ook de binnenaardse vliegende tuigen met hun vrillaandrijving genoten zijn belangstelling. In 1939 nodigde hij dan ook Byrd uit om naar Berlijn te komen. Richard ging op die uitnodiging in en arriveerde per schip te Hamburg. Vanaf dit moment wordt de mythe onlosmakelijk verbonden met één der grootste geheimen uit de tweede wereldoorlog: Neuschwabenland. Ofwel de stoutmoedigste complottheorie, ofwel een geheim gehouden waarheid van wereldschokkend belang: aan de lezer om te oordelen.

 

Wordt vervolgd.

 

 

Tekst: Corry Geijsen                                                  Illustraties: Coucke Patrick