2. De verborgen agenda van                   Keizer Karel (1/2)

Deel 1 

 

DE LAATSTE WOORDEN VAN DE KEIZER

Enkele maanden voor het jaar 2000 werden we als gids klaargestoomd voor het Keizer Kareljaar. Ik verslond artikelen en boeken. Eerlijk gezegd was ik over deze figuur bevooroordeeld. Ik beschouwde hem, later zou blijken onterecht, als een karakterloze persoonlijkheid die door erfenissen een wereldrijk in de schoot kreeg geworpen waar spreekwoordelijk de zon nooit onderging, maar van geen enkel wereldhervormend initiatief getuigde.

Read MoreIndien we met onze huidige normen de toenmalige jonge Karel zouden ontmoeten kreeg hij onmiddellijk de weinig vleiende omschrijving van lichtjes mentaal gehandicapte mee: door zijn typische Habsburgse kin beperkte zijn spreken zich tot een bijna onverstaanbaar lispelen, door diezelfde kin kon hij met moeite zijn eten kauwen.  Zijn raadgevers moesten hem alles voorzeggen, als hij bijvoorbeeld bij één van zijn talrijke bezoeken aan middeleeuwse steden een maagdje in bed kreeg toegewezen werd hem ook uitvoerig uiteengezet hoe hij zich daar moest gedragen. Daar kwam echter op zessendertigjarige leeftijd een drastische verandering in, toen hij zich tijdens een bezoek aan Rome op het capitolijn voor het ruiterstandbeeld van keizer Marcus Aurelius bevond.

Tijdens mijn uitgebreide biografische zoektocht was ik namelijk ergens heimelijk op zoek naar esoterische momenten in het leven van onze keizer, je kon maar nooit weten. Ik vond er inderdaad twee, die mijn visie op de onbelangrijk geachte persoon totaal wijzigden. Inderdaad, in 1536 bevond hij zich op uitnodiging van paus Paulus 3 te Rome, en tijdens het bewonderen van het standbeeld van de beroemde Romeinse keizer onderging hij plots een grondige inwendige metamorfose: het was alsof de geest van de keizer van hem bezit nam. Vanaf dat moment veranderde ook zijn persoonlijkheid prompt van de onbeholpen pseudoleider in een zelfbewuste bestuurder die zelfstandig optrad. Ook zijn uiterlijk wijzigde zich, hij wou op de keizer lijken en liet ondermeer een baard groeien.

Marcus Aurelius (121 – 180) was in de eerste plaats filosoof, slechts in de tweede plats keizer. Het keizerschap beschouwde hij als een metafysische uitnodiging om in zijn rijk god zich te laten ontplooien.  Niet de persoonlijke, boven mens en universum staande god van de christenen, maar een universele kracht die alles en iedereen doordringt. Dit goddelijk principe moest de basis vormen van zijn regeren. Terug naar de in 1500 te Gent geboren latere keizer. Als ik de namen zie die als tegenpool voor de talrijke verheerlijkingen die Karel in het aan hem gewijde jaar 2000 ontving gegrift staan in de donkere poort aan het prinsenhof ontwaar ik geen enkele goddelijke inspiratie. Integendeel, het zijn de namen van de ongelukkigen die hij wegens hun protestants geloof liet terechtstellen. Een vrouw liet hij zelfs levend begraven: concreet betekende dit tot aan het hoofd in de grond laten ingraven om dan door paarden vertrappeld te worden.

Nochtans geven de huidige historici een genuanceerder beeld van de keizer, ondermeer de Leidense hoogleraar Wim Blockmans. Zo trachtte Karel een kwarteeuw lang protestanten en katholieken te verzoenen via een concilie dat de kerk moest hervormen. Pausen en kardinalen in een door en door gecorrumpeerd Vaticaan wisten dit ook een kwarteeuw grondig te dwarsbomen. Een duidelijk voorbeeld hiervan is het in 1548 door Karel opgestelde Augsburgse Interim, in feite een inspiratieloos geschrift waarin hij wou aangeven wat katholieken en protestanten moesten geloven. Niet meer dan een samenvatting van de katholieke dogmatiek met enkele toegevingen aan de protestanten. Zo zag hij er geen theologisch bezwaar in dat de protestantse geestelijken huwden. Belangrijk is wel dat hij hier eventjes zelf paus wilde spelen, dit tot grote woede van de toenmalige paus Paulus 3. En toch ging hij ooit eens verder, zelfs veel verder. In een vlaag van jeugdige hoogmoed (hij was toen 27 jaar), hoogstwaarschijnlijk als overcompensatie voor zijn frustrerende onbeholpenheid en besluiteloosheid, vatte hij het plan op om de paus te elimineren en zich zelf aan het hoofd van de kerk te plaatsen. Ik weet maar al te goed dat ik door die uiterst gewaagde hypothese ieder rechtgeaarde historicus doe steigeren.

  • Waarover heb je het nu toch, Corry ?
  • Over de sacco di Roma
  • Maar dit was toch een uit de hand gelopen muiterij van huursoldaten van Karel, niets meer, al werd een groot gedeelde van de Romeinse bevolking in 1527 uitgemoord.
  • Dit was het inderdaad oorspronkelijk, maar plots zag Karel de kans schoon om zijn geheime opdracht, door geboorte opgelegd, te verwezenlijken: de paus uitschakelen  en zichzelf of een Habsbrurger aan het hoofd van de kerk plaatsen
  • Hoe kom je tot dit waanzinnig idee?
  • Gewoon door een bezoek aan een kleine tentoonstelling

 

Een kleine tentoonstelling

  • In 2000 had in de kleine maar stemmige laatgotische kapel in het patershol een tentoonstelling plaats met als titel : afscheid van de keizer. Zijn laatste levensjaar (1557 -1558) bracht onze keizer door te Yuste, in een voor hem gebouwde villa nabij het klooster van de eremieten van Sint Hiëronymus. De foto’s waren van Carl de Keyzer, de tekst van Laurens De Keyzer. Als bezoeker kreeg je een uitgeprint blaadje dat je echter moest afgeven bij het verlaten van de tentoonstelling, verzorgd door het Huis van Alyn. Wat ik op dit blaadje las maakte voor mij plots alles duidelijk, zoals een bliksemflits een in duisternis gehuld landschap haarfijn uitlijnt. Tijdens zijn langdurige doodsstrijd zocht men vruchteloos naar een priester voor een laatste biecht, niemand wou hem die afnemen tot men een geestelijke van het dertiende knoopsgat kon omkopen. Voortdurend herhaalde de keizer dezelfde woorden aan zijn analfabete knecht die ze feilloos kon nazeggen: IK WOU EEN UNIVERSEEL CHRISTENDOM ONDER LEIDING VAN EEN HABSBURGER.
  • Volgens mij verwees dit alles ontegensprekelijk naar de sacco di Roma.
  • Zetten we de feiten op een rijtje

 

Sacco di Roma 1527

  • In feite begon alles met het zoveelste conflict tussen Spanje en Frankrijk, waarbij paus Clemens 7 de Franse kant koos. Frankrijk was de aartsvijand van Karel 5. Zijn troepen bevonden zich te Rome en toen liep het mis. De soldaten bestonden zowel uit katholieken als protestanten, de laatsten kregen achteraf van veel de schuld, voornamelijk van de pogingen om de paus te vermoorden. De plundering van Rome door de zogenaamde muitende troepen duurde meer dan een week. Zelfs voor de normen van die tijd was het verschrikkelijk. In zijn typisch zwierige naturalistische stijl geeft Louis Paul Boon in zijn in 1979 verschenen “Geuzenboek” een treffend relaas die bladzijden doorgaat. Een korte bloemlezing: “Even dronken legerhoeren jouwden aan tot nog schandelijker daden, waaronder het afsnijden der teelballen van priesters en monniken; Sommige dezer hoeren droegen de aan elkaar geregen bloedige bollen als een krans om de hals. Priesters werden in vrouwenkleren door de stad gesleept en in de ontuchthuizen verkracht, en een stokoude bisschop werd met een prop stro in de mond als op een beestenmarkt verkocht….”

  • Maar er was meer, de soldaten hadden de opdracht twee belangrijke esoterische voorwerpen te bemachtigen: de lans van Longinus waarmede de zijde van Christus doorboord werd en het zweetdoek van Veronica waarop het gelaat van Christus afgedrukt (miraculeus verschenen?) was. Maar ze hadden blijkbaar nog een andere opdracht: het doden van de paus.

  • De paus kon de moordende soldaten ontvluchten via de Passetto di Borgo en werd bijna tot de laatste man verdedigd door de elitetroepen van de befaamde Zwitserse garde (slechts 42 van de 189 overleefden het gevecht). Die passetto is een ongeveer 800m lange overdekte en bovengrondse tunnel die het apostolisch paleis met de Castel San Angelo verbindt, en een cruciale rol speelt in Dan Browns Bernini Mysterie. Nou ja, engelenburcht (het vroegere mausoleum van keizer Hadrianus), benoemd naar het beeld van de bronzen aartsengel, klinkt wel wat eufemistisch. Men hoorde er immers niet het hemelse gezang van de harmonie der sferen uit de onschuldige mond van de engelen(zoals prachtig afgebeeld op het Lam Gods), maar enkel het door merg en been dringend gekerm van de door de genadeloze beulen van de inquisitie gefolterden. Het offer van de Zwitserse gardisten wordt nog jaarlijks herdacht gedurende hun eedaflegging. Hoe dan ook, Karel 5 zag af van zijn oorspronkelijk plan (waarschijnlijk overwoog de angst voor een goddelijke eeuwige bestraffing in zijn getormenteerde ziel), want een maand later stemde Clemens in met de betaling van een enorm losgeld aan Karel, waarna hij zich kon vestigen in het pauselijk paleis in Viterbo, het Palazzo dei Papi, 60 km ten noorden van Rome. In feite verbleef hij er als een soort gevangene van de keizer. Had Karel 5 toen nog niet het idee verlaten om de stoel van Rome voor een Habsburger te bestemmen ? We zullen het wellicht nooit weten. Clemens 7 kroonde Karel 5 op 24 februari (zijn verjaardag) tot keizer van het Heilige Roomse Rijk. De diep vernederde bastaard uit de familie van de de Medici stond toen tegenover de half triomferende volbloed Habsburger. Maar half triomferend, want de keizerstitel was slechts het logische gevolg van zijn bezittingen, de kans op de heerschappij over een universeel christendom (een nieuwe kerk ?) was verkeken. Het echte of vermeende recht hierop had een veel diepere oorzaak en lag in zijn heilig bloed, hij meende te behoren tot de bloodline die tot Christus terugging.

     

     

    Tekst: Corry Geijsen

Wordt vervolgd