Door het verdrag van Versailles (1919) werd Duitsland niet alleen militair gemuilkorfd, territoriaal ingekort, economisch en financieel gefnuikt, maar de geallieerden verdeelden doodleuk de Duitse kolonies als mandaatgebieden onder mekaar. Zo pikte bijvoorbeeld België Ruanda-Urundi in. Later zou Hitler hier furieus op reageren.

Toen echter de Noren in 1938 een stuk van Antarctica claimden, dat ze Koningin Maudland noemden, kookte Hitler's bloed van woede, de Noren waren immers neutraal gebleven tijdens "de groote oorlog".

Hij wou prompt ook een Duitse kolonie en liet zijn begerig oog vallen op Antarctica.

Op 17 december vertrok in het grootste geheim vanuit Hamburg het schip "Schwabenland", een vrachtschip dat vlieg-tuigen kon katapulteren, richting Antarcti-ca, onder het bevel van kapitein Alfred Ritscher (1879 - 1963). Op 19 januari 1939 kwam de expeditie aan bij de kust van Antarctica en fotografeerde drie weken lang het door de Noren geclaimde gebied van zo'n 250.000 km2. 

Ze dropten Duitse vlaggen met hakenkruisen met metalen weerhaken boven het gebied dat de naam Deutsch-Neuschwabenland kreeg als de enige Duitse kolonie. Officieel luidde het, dat de Duitsers naar een geschikte walvispost op zoek waren zodat de vetproduktie kon verhoogd worden. Zoals zovele andere, werd ook dit leugentje van Hitler geloofd. De koloniale claim werd echter door de andere landen niet erkend. Later bleek dat Hitler een relatieve ijsvrije marinebasis voor de Kriegsmarine wou uitbouwen, om de vaarroutes rond Antarctica (en rond kaap Hoorn) te beheersen. Door het uitbreken van de oorlog werd dit stoute plan nooit gerealiseerd en raakte Nieuw-Schwabenland in de vergetelheid. Althans volgens de officiële geschiedschrijving.

De believers van de midden-aarde mythe bena-deren het echter totaal anders. Ze beweren dat er daar wel degelijk een geheime ondergrondse Duitse basis bestond, waar nazi's met buiten- en binnenaardse entiteiten samenwerkten en zo de beruchte nazi-ufo's construeerden.

Maar hiervoor moeten we verder in het verle-den terugkeren, naar een drietal spiritistische seances.

Neuschwabenland: een versie van believers

Na de eerste wereldoorlog bloeide het spiritisme welig. Stamelende mediums brachten de voor velen hoopvolle boodschap dat ontelbare zieltjes van hun verminkte lichamen met uitpuilende ingewanden in de loopgraven verhuisd waren naar prachtige astrale lichamen in dito landschappen in het hiernamaals.

Maria Orsic en Sigrum waren twee mooie Duitse mediums met zeer lange paardenstaarten, dienend om vibraties uit hogere sferen op te vangen.

Hun gecodeerde boodschappen die ze begin jaren twintig doorkregen te Ramsau, nabij Berchtesgarden, de latere geliefkoosde verblijfplaats van Hitler, waren van een totaal andere aard. Het waren trouwens niet alleen entiteiten van overledenen die doorkwamen, maar ook bewoners van een planeet van de ster Aldeberan, uit het sterrenbeeld stier. Voor die tijd was dit zeer ongebruikelijk, nu beleven we een ware invasie van aliens in de gechannelde berichten.

Wat ze doorgaven was nog bevreemdender: informatie voor het fabriceren van "jenzeitsflugmachine" (letterlijk vertaald: vliegtuigen uit het hiernamaals), aangedreven door een totaal onbekende energievorm die we nu vrije energie zouden noemen.

Ongeloofelijk maar waar, reeds in 1922, voor de naziperiode dus, werd een eerste dergelijk schotelvormig tuig door een fabriek van Messerschmidt te Augsburg ontworpen Later zullen de nazi's in geheime ondergrondse fabrieken (Duitsland, Praag ...) hieraan verder werken. In hoever dergelijke experimenten geslaagd zijn weten we niet, want kort na de oorlog werd alle informatie over de beruchte nazi-ufo's door de Amerikanen via operation paperclip (toen werden documenten met een papierklem nog samengehecht) in het allergrootste geheim verzameld.

Een zeer belangrijke seance met de twee schoonheden vond in 1943 te Kolberg aan de Oostzee plaats. Hierbij nodigden de aliens van de planeet rond Aldeberan de nazi's uit met hen samen te werken in Neuschwabenland. Ondertussen hadden de nazi's eveneens in het geheim hun basis van Neuschwabenland uitgebouwd.Hitler twijfelde nog een tijdje, maar in januari 1944 kwam het zover: de benodigdheden voor de experimenten met nazi-ufo's werden per onderzeeërs naar Antarctica overgeplaatst.

En hier ontstond een van de meest fantastische mythes: de samenwerking tussen nazi's, buiten- en binnenaardsen (trouwens in de hedendaagse channeling worden die twee nog steeds door mekaar gehaspeld) in de geheime basis van Antarctica.

Meer dan honderdduizend Duitsers, al of niet onder slavenarbeid, werden er tewerkgesteld. Zelfs sceptische historici geven toe, dat er ongeveer honderdduizend Duitsers uit die periode spoorloos verdwenen zijn. Er is ook sprake van ruimtereizen via buitenaardse technologie naar de maan en naar Mars,in feite zelfmoordacties.

Hoe fascinerend dit alles ook moge zijn (ik heb er zelfs een voordracht over), in feite bestaat er maar één al of niet betrouwbare bron: de auteur Ratthoffer die beweerde geheime SS-archieven te hebben geraadpleegd die achteraf in de handen van de geallieerden vielen. Hij publiceerde "Zeitmachinen" en "Das Vrill Project". Alle gedetailleerde gegevens die je op internet over nazi-ufo's vindt (technische details, gedetailleerde schetsen, zelfs foto's) komen uit die beide werken.

Ratthoffer stichtte in 1990 het "Tempelhoffgeselschaft", een soort gnosisreligie. Dit maakte hem uiteraard voor velen ongeloofwaardig. Zijn gegevens werden ook klakkeloos door latere neonazi's overgenomen (o.a. Serrano en Terzuski) die er hun eigen ziekelijke fantasieën aan toevoegden. We richten ons dan maar naar de verdere belevenissen van de in de vorige reeks vermelde Richard Byrd voor interessante informatie.

Het grote geheim van operation Jump.

Karl Dönitz, opperbevelhebber van de Duitse marine was de officiële opvolger van Hitler en speelde de hoofdrol bij de capitulatie. Na zijn arrestatie (kreeg 10 jaar gevangenisstraf) deed hij een uiterst merkwaardige uitspraak: de nazi's zijn elders in een onneembaar fort hun vloot aan het herbouwen.

 

En nu terug naar Richard Byrd.

Zoals in een vorig artikel vermeld nodigde Hitler hem in '38 uit om deel te nemen aan de expeditie naar Antarctica. Toen Byrd de ware bedoelingen van Hitler vernam, weigerde hij mee te gaan, maar had wel achteraf een gesprek met elke deelnemer aan de expeditie; een zestigtal man.

Terug in Amerika werd hij benoemd tot admiraal, dit in schrille tegenstelling tot zijn eerdere verwijdering uit de marine wegens lichamelijke toestand. Eind 1946 kreeg hij dan ook het opperbevel over operation Jump.

De officiële bedoeling was militaire kledij en uitrusting uit te testen op Antarctica. Die grootscheepse oefening werd begeleid door: 4.000 soldaten, 6 helicopters, 6 Martin vliegboten, 2 bevoorradings-boten, 13 ondersteuningsboten en een vliegdekschip. Je mag dit voorleggen aan om het even wie die op de hoogte is van militaire tactiek uit die periode: dit was onweerlegbaar de uitrusting voor een defensieve oorlog. Hierover ga je uiteraard niets vinden in de Amerikaanse militaire annalen uit die periode. De enige objectieve verwijzing naar een heuse oorlog komt uit de Chileense pers van dit tijdperk.Hierin is sprake van talloze slachtoffers. Alhoewel de operatie voor 8 maanden gepland was, zag men de thuisreis voor de Chileense kust reeds na 8 weken. Ook hier was sprake van zeer zware schade en verscheidene schepen die verloren waren gegaan.

Later werd Boyd loslippig tegenover enkele Duitse journalisten en verklaarde dat hij militaire actie moest ondernemen tegen vijandelijke gevechtsvliegtuigen uit het poolgebied. deze vliegtuigen waren in staat om van de ene pool naar de andere te vliegen met ongelooflijke snelheid.

Nog later verklaarde hij dat de SS in het poolgebied samenwerkte met een beschaving met geavanceerde technologie. Hij werd ter verantwoording naar Amerika teruggeroepen. Enkele neonazi's juichten dat Duitsland in feite de oorlog gewonnen had, maar voorlopig werd het stil rond de mythe over binnen-aarde.

Byrd overleed in 1957, een jaar hiervoor verscheen een zogenaamd geheim dagboek van hem waarvan de authenticiteit nog steeds betwist wordt. Maar de mythe van binnen- aarde kreeg vers zuurstof ingeblazen en kon nu haar definitieve vorm krijgen

Het dagboek van Richard Byrd.

Aangezien men het dagboek van Byrd volledig kan uitprinten via internet, vat ik het uiterst bondig samen. De gebeurtenis-sen van zijn geheime dagboek situeren zich in februari, maart 1947. Hij beschrijft het binnenvliegen, samen met anderen, via een opening in de noordpool in binnen-aarde. Ze ontwaarden eerst voorhistorische dieren om later een boeiende beschaving met prachtige steden te ontdekken. Ondertussen werden ze begeleid door vreemde vliegende tuigen die hen aanmaanden te landen.Ze werden naar de koning en koningin van midden-aarde geleid die hen verzekerde dat ze enkel door hun hoogstaande ethiek werden toegelaten. Ze kregen ook te horen dat ze de aardse bewoners moesten waarschuwen tegen atoomproeven.

Midden-aarde wordt belicht door een centrale zon en de temperatuur is er constant een 23 graden Celsius. Dan werden ze terug naar de aarde geleid.

Op 11 maart 1947 krijgt Byrd van de Amerikaanse veiligheidsdiensten het bevel over dit alles het grootste stilzwijgen te behouden en dit uit naam van de mensheid.

Dan volgt een laatste notitie op 30 december 1956. Met een naderende dood voor ogen besluit hij toch zijn dagboek te publiceren. Kort nadien overlijdt hij. De cruciale gebeurtenissen die erin worden vermeld speelden zich af kort na operation Jump, waar echter met geen woord over wordt gerept. Trouwens, het gebeuren wordt van de zuidpool naar de noordpool verschoven. Het relaas is dan ook alles behalve waarheidsgetrouw verteld. De Laatste zin ervan blijft me echter bekoren: "want ik heb dat land achter de pool gezien, dat centrum van het grote onbekende". Het knipoogje naar Verne is echter doorzichtig (voorhistorische dieren). In die periode (tweede helft jaren vijftig) krioelde het van opgediste verhaaltjes over ontmoetingen met ufonauten die waarschuwden tegen atoomproeven. Dus origineel was het verhaal niet, eerder naïef. Het hoorde dan ook eerder thuis in een ufotijdschrift, waar het trouwens ook werd gepubliceerd; het legendarisch flying saucers magazine, geredigeerd door de even legendarische Raymond Palmer. Dus origineel was het verhaal niet, eerder naïef.

En dan gebeurde het totaal onbegrijpelijke: de Amerikaanse regering kocht alle exemplaren van het tijdschrift op en liet de drukpersen vernietigen.

Uiteraard overvloedig koren op de molen voor aanhangers van complmttheorieën. Doch dit alles leidde nog niet tot wereldwijde bekendheid van het zogenaamde geheime dagboek. 

Dit geschiedde pas in 1964 door de publicatie van "de holle aarde" door de Rozenkruiser Raymond Bernard. Hij had het ook over de toegangswegen tot midden-aarde, een uitgebreid overzicht vind je ook op internet. Ik zal er wel eens uitvoerig op ingaan. Enkel dit: de dichtste bij huis zijnde toegangspoort is de Epomeoberg op het eiland Ishia, rechtover Napels. Vanaf toen behoorde de mythe van midden-aarde tot de denkwereld van de new-age. Er werd dan ook een goedkope b-film gedraaid over de belevenissen van Richard Byrd die echter nooit de zalen haalde, maar wel aan een goedgelovig publiek werd vertoond in de Schotse commune Findhorn, het mekka van de new-agers. En sindsdien werd het relatief stil rond de midden-aarde mythe, met uitzondering van gechannelde informatie die heen en weer werd geslingerd tussen de oeverloze fantasie van new-agers en angstwekken-de beweringen van christelijke fundamentalisten. 

Zo zou bijvoorbeeld het hoogstaande ras van midden-aarde ons helpen bij de overgang naar de vijfde dimensie, an-derzijds schotelt men ons voor dat midden-aarde in beslag genomen wordt door een letterlijk demonisch buiten-aards ras dat miljoenen onschuldige aardse stervelingen ontvoert om ze te folteren of te onderwerpen aan sinis-tere genetische experimenten. Meer dan ooit is er nood aan een nieuwe Richard Byrd, maar dan iemand die ons de waarheid vertelt. Blijft nog één prangende vraag over: waarom moest het verslag van Byrd uit de roulatie verdwijnen? 

Waarom die drastische ingreep?

In januari 1953 riep het Amerikaanse ministerie van defensie en de CIA een geheime vergadering samen, het Robertson Panel (raakte pas in de zeventiger jaren bekend) waarbij de leden van de commissie de methodes bespraken om de verhalen over ufo's in de media te ontzenuwen. Misschien past de drastische aanpak van de flying saucers magazine hierin. Maar meestal beperkte men zich tot de beproefde tactiek van debunking: het belachelijk maken van de meldingen en soms intimidatie. Nu ging men toch heel ver. Ik zie maar twee mogelijkheden voor dit harde optreden. Mijn eerste hypothese is een logische, de tweede komt uit de hoek waar de verleidelijke maar vervaarlijke complottheorieën zich schuilhouden.

Eerst de logica. De Amerikaanse defensie was er beschaamd in dat een belangrijke opdracht (operation Jump) werd toevertrouwd aan iemand die totaal paranoïde was: hij geloofde niet alleen zijn eigen leugens en fantasieën, maar wou die nog verspreiden ook.

Dan de complottheorie. Ik heb Byrds dagboek verscheidene malen herlezen en trof toch twee details aan die eventueel de Amerikaanse regering deden huiveren. De vreemde tuigen die Byrds vliegtuig begeleidden droegen nazikentekenen en de bevolking van midden-aarde sprak Engels met een Duits accent. In totaal versluierde vorm, onder het mom van een naïef en zelfs geïdealiseerd verhaaltje wordt een wereldschokkende waarheid onthuld. De Amerikanen hebben tijdens operation Jump niet alleen de oorlog tegen de neonazi's en de binnen- en buitenaardsen verloren, maar hebben zich achteraf met hun tegenstanders vermengd om zo een zootje ongeregeld te vormen dat niet alleen het ufotijdperk zal inluiden (met het Roswell incident als eerste mislukte samenwerking) maar ook de toekomst van de mensheid ernstig hypothekeert.

En zo ontmoeten we het echte komende ras, the coming race, van midden-aarde en deze maal niet ontsproten aan de fantasie van een auteur.

 

Tekst: Corry Geijsen                                                             Illustratie: Patrick Coucke