Hier zijn ze vrijwel onopgemerkt op de markt gebracht, in Amerika werden ze een echte hype, ik bedoel de twee boeken van Daniëlle Trussoni: “Het uur van de engelen” en “De stad van de engelen”. In haar eerste werk werden we grondig ingewijd in de leer van de angelologie, een van de oorspronkelijke disciplines van de theologie, de theorie omtrent de aard van de diverse soorten engelen en hun invloed op de menselijke geschiedenis, want vanaf de oorsprong van de mens waren ze onder ons.

In het tweede boek breekt de hel los, letterlijk dan. Want de gevallen engelen leveren strijd tegen de goedaardige, met de mens als speelbal in de kosmische eindtijd. In de VS vochten uit-geverijen om het boek te mogen publiceren en de grote filmmaatschappijen bekvechtten om de filmrechten. Uiteindelijk werd het Will Smith die mocht produceren. Trouwens, dit jaar zullen we als plagen uit Hollywood overspoeld worden door Bijbelse films. Terug naar Trussoni’s tweede boek.

Toen ik wou afhaken, omdat ik het James Bondgehalte te gortig vond, las ik iets dat nare herinneringen bij mij opriep: namelijk dat de aartsengel Gabriël seks gehad heeft met Maria en haar nicht Elisabeth, om twee wezens te verwekken tussen mens en engel (uiteraard Jezus en Johannes de Doper) met het nodige genetisch materiaal (mitochondriaal DNA) om te strijden tegen de demonen. Toen ik alles 

verslond wat te maken had met het Lam Gods las ik ergens (ik ben vergeten waar of ik het heb verdrongen) dat de hand-doek geschilderd tussen Maria en de engel diende om de handen te reinigen van de aartsengel die juist seks had met Maria. Als je het wereldberoemde veel-luik sluit ontwaar je op de achterzijde de kamer van de annunciatie, met inderdaad een handdoek, een keteltje en een wasbakje tussen de engel en Maria afgebeeld. De engel heeft een lelie met een lange stengel in de hand, door die snoodaard als een phallus

geïnterpreteerd. Blasfemie van het gemene soort vond ik het maar. De handdoek en bijbehoren verwijzen hoogstwaarschijnlijk naar een joods reinigingsritueel (neen, geen reiniging van sperma) en een fotograaf kon me eens grondig en langdurig bij een kopie van het Lam Gods over-tuigen dat het schilderen van die bijna blinkend witte handdoek een geniale zet van Van Eyck was om evenwicht te brengen in het uiterst geraffineerde coloriet van dit tafereel. En toch was ik benieuwd hoe Van Eyck dacht over de rol van Gabriël in verband met de bovennatuurlijke bevruchting van Maria, was hij louter de boodschapper hiervan? Niet enkel bestudeerde ik grondig beide figuren (en ook Johannes de Doper) op het Lam Gods, maar vergeleek het met de rol van beiden op andere meesterwerken van Van Eyck en kwam tot een verrassende, weliswaar voorlopige conclusie die ik hier zal presenteren als vijfde hypothese over de bevruchting van Maria, van oudsher een delicaat en discutabel item uit de theologie. Bij iedere hypothese geef ik mijn eigen mening. Uiteraard hoef je die niet te delen. Bij gelovigen ligt dit onderwerp emotioneel zeer gevoelig.

 

1) De gewone gang van zaken

Hier was Jezus de oudste van een groot gezin en had 4 broers en 2 zussen. De bronnen hiervoor zijn de 4 evangeliën zelf en “Geschiedenis der kerk” door Eusebius. Het gaat om Eusebius van Caesarea (265—339). Deze bisschop wordt als de vader van de kerkgeschiedenis beschouwd en zijn bronnen (o.a. Hegesippus die beweerde de ononderbroken overlevering te hebben kunnen vastleggen) zijn historisch van onschatbare waarde. Schijnbaar bronnen boven iedere katholieke verdenking verheven, nochtans

houdt de kerk er een totaal andere mening op na. De vier broers van Jezus waren Jacobus de rechtvaardige, Jozef, Simeon, en Judas. De belangrijkste was Jacobus de rechtvaardige ( niet te verwarren met Jacobus de mindere, gestenigd te Jeruzalem door de Farizeeën) die de eerste leider werd van de gemeenschap van Jezus’ volgelingen in Jeruzalem. In het Thomasevangelie verwijst Jezus naar zijn broer Jacobus als zijn leerlingen raad zullen nodig hebben.

In 2002 werd in een wijk te Jeruzalem een ossuarium (beenderkistje) gevonden met de tekst: Jacobus, zoon van Jozef, broer van Jezus. Een eerste onderzoek wees uit dat het inderdaad uit de eerste eeuw stamde. Zoals verwacht was de kerk er als de kippen bij om te beweren dat de toevoeging “zoon van Jozef, broer van Jezus” een later toegevoegde vervalsing was. Nu, (januari 2014) wordt het ossuarium in Jeruzalem tentoongesteld en iedereen mag zich van de echtheid of vervalsing komen vergewissen. Zijn jongste broer Judas had twee kleinzonen (naam onbekend) die gevangen genomen werden tijdens de regering van Domitianus, omdat ze zouden afstammen van David. De Romeinen vreesden een opstand onder leiding van die afstammelingen. De opvolger van Jacobus als hoofd van de gemeenschap in Jeruzalem was Simeon, zoon van Cleopas. Cleopas was de broer van Jozef, dus de schoonbroer van Maria. Simeon stierf de marteldood. De naam van de twee zussen van Jezus worden nergens vermeld. Alhoewel die geslachtslijn geschiedkundig betrouwbaar gegrondvest is, wordt ze hoegenaamd niet door de kerk aanvaard.

Die eerste hypothese lijkt mij de meest plausibele en betrouwbare, nochtans moet ik bekennen, dat ik er een beetje het mythische element in mis. Dit gaan we later wel terugvinden bij Van Eyck, maar eerst het kerkelijk standpunt.

2) Voor altijd maagd.

Het kerkelijk standpunt is formeel: voor, tijdens en na de geboorte van Christus bleef Maria haar maagdelijkheid behouden. In feite werden de evangeliën geconcipieerd om een nieuw geloof te creëren dat onder meer aanvaard zou worden door aanhangers van de toenmalige mysteriegodsdiensten, zoals de alom verbreide Isiscultus. De wel onmogelijke combinatie van maagdelijkheid en moederschap werd ook aan de Egyptische moedergodin Isis toegeschreven, vandaar. Maar er was meer.

Reeds in de oudheid verschenen ge-schriften die een dubbel doel hadden: Jozef voorstellen als een oudere man die bezwaarlijk tot procreatie in staat was en de broers en zusters van Jezus andere ouders geven. Zo wordt in het Protevan-gelie van Jacobus (ca 150 - Latijn) Jozef beschreven als een weduwnaar op leeftijd met kinderen uit een vroeger huwelijk. De kerkvader Hieronymus (342 - 420) betoogde dat Jezus’ broers en zusters kinderen waren van Maria’s zus, dus in feite zijn neven en nichten.      

De kerk gaf opdracht aan oude meesters van de vroege Nederlandse schilderkunst (zoge-naamde primitieven) aan de meestal analfabete middeleeuwer plastisch te tonen dat Jezus geen broers of zusters had. Zo kun je in het MSK te Gent "De grote familie van de heilige

Anna” bekijken: hierin wordt niet alleen de zogenaamde heilige familie “herschikt” (ook hier wordt Jacobus een neefje van Christus), maar ook Jozef als een oude man geportretteerd. Op de hamvraag “deed hij het of deed hij het niet” zou je onmiddellijk negatief antwoorden. Dan heb je ook nog hetgeen ik de vergoddelijking van Maria noem (in feite een theologisch incorrecte omschrijving, ze wordt namelijk medeverlosseres en middelares genoemd), een aanvang nemend door het concilie van Efeze (431) waarin ze werd beleden als Theotokos of Moeder Gods. Alle eretitels die reeds aan de kerk waren gegeven, werden ook op Maria toegepast. Daarvoor werd ze gewoon als de moeder van Jezus gezien. Het in 1851 door paus Pius 9 ingestelde dogma van de onbevlekte ontvangenis wordt heel dikwijls ten onrechte beschouwd als de definitieve bevestiging van Maria’s maagdelijkheid. In feite wordt in de bulle “Ineffaabilis Deus” gesteld dat Maria vrij is van de erfzonde. In elk geval, met eerbied voor de oprechte volksdevotie voor Maria, is hier een grote discrepantie tussen de historische en de bijna vergoddelijkte Maria.

3) Een Romeins soldaat als vader.

Rome, 9 mei 1938. Het officieel bezoek van Hitler aan Rome was ten einde en de twee dictators waren nu alleen. Mussolini merkte dat Hitler wit van woede zag en wist maar al te goed waarom. Hitler had het door dat Mussolini’s pochen met de macht en grootte van zijn leger grotendeels bluf was: veel pantserwagens hadden houten geweren en veel soldaten die in de verte waren opgesteld bleken van louter karton. Mussolini moest Hitlers aandacht afleiden en dacht plots aan de dubieuze schedel die hem vanuit Frankrijk was aangereikt. “Hitler, dit is iets zeer waardevols, iets dat de menselijke geschiedenis in de richting zou kunnen leiden die u wenst, het is namelijk de schedel van Christus”. Hitler betastte minutenlang de schedel en toen kwam plots de gewenste gedaanteverwisseling. Zijn ogen kregen de beangstigende uitdrukking van een bezetene en met een stem die uit een andere wereld leek te komen orakelde hij:

"Ik heb het steeds geweten, Jezus was geen Jood maar een Ariër. Zijn moeder was een hoer die met een Romeins soldaat had geslapen, want Galilea was een kolonie waarin de Romeinen Gallische huurlingen hadden gelegerd. Jezus richtte zich dan ook met zijn leer tegen het Joods kapitalisme en daarom hebben de Joden hem ver-moord”. Zelfs al had Hitler een Arische huurling met blauwe ogen en blond haar voor ogen, toch bleef Jezus een volbloed jood, want de joodse entiteit wordt via de moeder doorgegeven. Dit wist Hitler maar al te goed. Het toppunt van ironie was wel dat Hitlers boute beweringen een zuiver joodse bron hadden: de Talmoed of de schriftelijke vastlegging van discussies die gedurende eeuwen door rabbijnen werden gevoerd. En in die Talmoed wordt inderdaad vermeld dat Miriam,

ondanks haar huwelijk nog maagd, bij een Romeins soldaat sliep (Pandeira of panter) waaruit een zoon kwam: Yeshu genaamd. Later vertelde die onwaarheden over Jahweh aan de mensen. Volgens mij is die joodse versie over de moeder van Jezus, louter ingegeven door haat: de joden slikten het niet dat bij zijn intrede in Jeruzalem, Christus zich als de Messias profileerde (hij zat bijvoorbeeld op een ezel om te beantwoorden aan de profetie van Zacharia). Hij deed niet wat van de Messias verwacht werd:

de joden bevrijden van het Romeinse juk. Ook zijn uitspraak dat men de keizer moest geven wat hem toekwam schoot in het verkeerde joodse keelgat. Hitler wou trouw-ens het Nieuwe Testament laten herschrijven volgens die visie. Zijn generaals konden hem hiervan weerhouden, want het was dankzij de steun van de Duitse katholieke partij dat hij aan de macht was gekomen.

 

Over naar een andere hypothese die eveneens joodse wortels heeft (de dode zeerollen) en even twijfelachtig is.

 

4) Een hogepriester speelt de rol van Gabriël.

Het christendom zal op haar grondvesten daveren en de verborgen waarheid ( Baigent en Leigh) over Christus zal door de kerk niet langer kunnen tegengehouden worden, dit was zo een beetje in de negentiger jaren de opvatting over de Dode-Zeerollen, in 1947 te Qumran ontdekt en een joodse periode tussen de 2de eeuw v.C en de 2de eeuw n.C. beschrijvend. Vooral de koperen rol liet bij velen de verbeelding op hol slaan, want er was sprake over de leraar van de gerechtigheid die zou terugkeren op het einde der tijden om de joden de definitieve overwinning op de

ongelovigen te bezorgen. Men associeerde hem uiteraard met Christus of met Jacobus, de broer van Christus (Eisenman). Toen onomstotelijk kwam vast te staan dat de tekst minstens honderd jaar voor Christus moest gedateerd worden en bovendien bewezen werd dat moeilijkheden bij de vertaling van dit alles tot vertragingen leidden en de kerk hier niets mee te maken had, verstilde het wild enthousiasme. Meer nog, toen bleek dat zelfs de teksten die tijdens of na de periode van Christus geschreven werden, hem hoegenaamd niet vermeldden, kwam men tot een ontnuchterende, tegenge-stelde conclusie, zoals cynisch verwoord door de onderzoeker (ex-priester) Florentino Martinez: Christus bleek de man te zijn die om de hoek woonde en niemand kende.

Een der eerste onderzoekers was Allegro (1923 - 1988) die na een turbulente leger-carrière als officier in de tweede wereld-oorlog zich aan de universiteit van Manches

ter stortte op de studie van Grieks en Hebreeuws om zich vervolgens met veel enthousiasme en nog meer fantasie op de Dode-Zeerollen te richten. Hij meende aanwijzingen te vinden voor de plaats waar de Essenen hun schat verborgen hadden en ging op schattenjacht naar Palestina, uiteraard zonder resultaat. Maar hij wist ons ook een leuk verhaal op te dissen: een hogepriester kreeg de niet onaangename taak, een jong meisje te bevruchten (het ogenblik werd astrologisch bepaald) om zo de toekomstige Messias te verwekken. Die hogepriester kreeg de codenaam “Gabriël”. Vooral new - agers namen het voor waar aan en verfraaiden het met min of meer betrouwbare informatie uit joodse tradities en onbetrouwbare gecancelde informatie.

De hogepriester (één van de 24 uit de tem-pel van Jeruzalem) behoorde tot de stam van Levi, die in vroegere tijden ook de ark des verbonds bewaakte en bediende. Hij bevruchtte Maria, de bloedlijn van Levi diende zuiver te blijven, die uitgehuwelijkt werd aan Jozef op voorwaarde dat na 7 jaar het kind terug moest naar de tempel waar het opgeleid werd voor de rol van messias. Neen, geef mij maar een echte, zuiverkaraatse aartsengel Gabriël die een kind verwekt op zijn geëigende zuivere manier, dus bovennatuurlijk.

Hiervoor moeten we bij Van Eyck zijn en zo komen we tot de laatste hypothese.

5) Gabriël als bovennatuurlijk bevruchter.

Eerst 2 aanwijzingen op het Lam Gods. Op het boogsegment boven Johannes de Doper staat onder meer geschreven dat hij aan de engelen gelijk is. Op het sierdoek van zowel Maria als van Johannes de Doper zijn onleesbare letters te zien die veel overeenstemming vertonen met, maar niet identiek zijn aan, geheimschrif-ten die gebruikelijk waren tijdens de Bourgon-dische periode. Die lettercombinaties, door sommigen als louter versiersel bestempeld, werden nooit ontcijferd of gedecodeerd.

Van Eyck wil ons dus met cryptografische inscripties een geheim verklappen in verband met Maria en Johannes de Doper. Het verband tussen dit alles legde ik voor het eerst na het lezen van de gewaagde hypotheses in Trussoni’s dubbelroman: aartsengel Gabriël verwekte een kind zowel bij Maria als bij Elisabeth, Johannes’ moeder. Maar Van Eyck interpreteer-de m.i. deze gebeurtenis op een bovennatuurlijke manier, niet geslachtelijke voortplan-ting dus. Even enigmatisch als het Lam Gods is het schilderij "het echtpaar Arnolfini" (1434 -

National Gallery - Londen). In 1997 werd een onderzoek ingesteld door kunstspecialisten en de conclusie luidde dat “alles wat dit schilderij lijkt te zijn, is het in werkelijkheid niet”. Volgens mij verbeeldt het de niet geslachtelijke voortplanting. De vrouw is duidelijk zwanger, maar het bed is onbeslapen en hun schoeisel (twee paar steltschoenen) liggen los van elkaar voor en achter in de kamer, geen inti-miteit dus. Er liggen drie sinaasappels op tafel en een in de vensterbank. Sinaasappels zijn meestal een symbool van onschuld en verwijzen naar de seksloze zuiverheid voor de zondeval. Ook de kristallen bidsnoer en de bolle spiegel worden vrij algemeen als symbolen van zuiverheid geïnter-preteerd. De staanders van de glimmende koperen kandelaar zijn ontworpen als fleur-de-lys, reeds in het Oude Egypte verwijzend naar goddelijke af-stamming en verwekking. Maar keren we nu terug naar Maria.

Tijdens de annunciatie kondigt de aarts-engel Gabriël aan Maria aan dat God haar heeft uitverkoren om zwanger te worden van Jezus door de heilige geest. Vele grootmeesters hebben dit tafereel op dezelfde iconografische manier geschil-derd: de engel naast Maria met een duif (heilige geest) boven haar hoofd zwevend. Nu beweer ik dat Van Eyck in twee werken die “de annunciatie” noemen duidelijk afwijkt van die gebruikelijke voorstelling om te suggereren dat de bovennatuurlijke bevruchting reeds tijdens die annunciatie gebeurde.

Ja, een gewaagde hypothese, maar tracht de beide meesterwerken zelf onbevooroordeeld te bestuderen en trek jouw eigen conclusie. Van groot belang zijn ook de beide opdrachtgevers van die schilderijen.

 

Twee annunciaties - twee opdrachtgevers.

In de periode 1434 - 36 schildert Van Eyck twee annunciatietaferelen voor twee opdrachtgevers. De eerste, Filips de Goede, staat als stichter van de Orde van het Gulden Vlies (1430 - zie mijn artikel hierover) met het ene been in de katholieke dogmatiek en met het andere in de esoterie of het alternatieve christendom. De aartsengel en Maria staan op “Annunciatie” (Gallery of Art, Washington) in een kerk. Veel geschilderde details van die kerk zijn subtiele verwijzingen naar kerkelijke leerstellingen, dit wordt onder meer op internet uitvoerig uitgelegd.

Maar er is meer.

Vanuit het venster linksboven schijnen gouden stralen naar Maria. Diezelfde goddelijke stralen ontwaar je op het middenpaneel van het Lam Gods, daar vertrekken ze vanuit de duif (heilige geest) in de zon. Op één van de stralen van “Annunciatie” zie je een duif. Deze maal niet het zinnebeeld van de heilige geest, want ze heeft een olijftwijgje in haar bek, verwijzend naar de duif die naar Noah in zijn ark terugvloog met de hoopvolle boodschap dat er land in zicht was. Ze werd dan ook de vredesduif genoemd. De insteek in het schilderij is dan ook m.i. de volgende: tijdens (en dus niet na) de annunciatie wordt Maria op een bovennatuurlijke wijze bevrucht van een entiteit die geacht wordt vrede op aarde te brengen.

De tweede opdrachtgever (bron: kunsthistoricus Elsig uit Geneve) René d’Anjou is van een totaal ander kaliber: reële koning van Napels en Sicilië en Aragon, symbolische koning van Jeruzalem. Toch was hij in de eerste plaats een esotericus pur sang: zou in bezit geweest zijn van de graal (een schaal van rood porfier), was intieme vriend van Jeanne d’Arc, werd vernoemd als grootmeester van de Prieuré de Sion. Voor hem schilderde Van Eyck “Diptiek van de Annunciatie” (Museo Thyssen - Madrid): Maria en de boodschapsengel worden afgebeeld als kleurloze (grisailles) gefingeerde stenen beelden. Het meesterwerk is dan ook een geniale combinatie van uiterste artistieke soberheid en bewonderenswaardige expressiviteit. Alles wordt herleid tot de essentie, geen overbodige details.

 

Hier breekt Van Eyck op een zelfs bijna agres-sieve wijze met de iconografisch traditionele afbeelding van de heilige geest als duif. Geen statige, symbolisch zwevende duif boven het hoofd van Maria, maar (eveneens monochroom geschilderd) een zeer actieve duif in duikvlucht naar het voorhoofd van Maria.

 

Esoterisch vertaald: de heilige geest beïnvloedt bovennatuurlijk het anjachakra van Maria. De heilige geest is oorspronkelijk het vrouwelijk deel van God, de duif is ook de onafscheidelijke metgezel van Venus, de Romeinse liefdes-godin met connecties naar de moedergodin. Een duidelijker, weliswaar esoterische uit-beelding van de bevruchting van Maria in de schilderkunst ken ik niet.

 

 

 

Tekst: Corry Geijsen                                                            Illustraties: Patrick Coucke