vervolg van artikel 24: "Filips van den Elzas - kroongetuige en medespeler".

Het beste gezicht op het in 1180 gebouwde Gravensteen heeft men vanaf de Rekelingenbrug (in het verlengde van de Burgstraat). De enige plaats waar men goed het huisje van de graaf en de gravin ziet. Inderdaad, huisje, met zijn trapgevel heeft het relatief kleine gebouw, bijna bescherming zoekend tegen het imposantere donjon, iets vertederends. In 1184 wordt het echter het huis van de graaf en de koningen, want toen huwde Filips van den Elzas, na de dood van zijn eerste vrouw Elisabeth, met Mathilde, dochter van Alfonso 1, koning van Portugal. Zij verafschuwde de titel van gravin en eiste als koningin te worden aangesproken. Ook zij kon Filips geen kinderen schenken. Dit huis en de donjon wordt omgeven door een omwalling met 24 torentjes. En hier treffen we de eerste tempelierssymboliek aan, want bij zijn terugkeer zou Christus omringd worden door 24 ouderlingen. In het vorige artikel stipte ik reeds aan dat het Gravensteen werd geconcipieerd volgens de johannietersburcht “Crac des Chevaliers” nabij Homs, maar alles 12 maal (een magisch getal) kleiner. Nu zal je terecht opmerken: ik heb een vergelijking gemaakt met een afbeelding van dit majestatische kasteel uit Syrië, maar heb toch geen overeenstemming gevonden. Voor die merkwaardige gelijkenissen moet je binnen in het Gravensteen op zoek naar afbeeldingen van het oorspronkelijke gebouw, want na de brand in 1829 (het herbergde toen een katoenfabriek 

en één van de stoommachines ontplofte) hield men bij de heropbouw weinig of geen rekening met het originele gebouw. Het uitzicht van de ingangspoort bleef wel intact, hiervoor stellen we ons op voor de ingangspoort, aan een chinees restaurant. Eerst een misschien wat saai lesje in de religieuze-architectonische symboliek. De dubbele boog boven de ingangspoort, de 3 werp– en schietgaten verwijzen respectievelijk naar het oude en nieuwe testament en de heilige Drievuldigheid. Bovenaan tref je een Grieks kruis met gelijke armen aan: de 4 elementen. De lege plaats in het midden is voorbehouden voor Christus die bij zijn terugkeer als pantokrator (Grieks: almachtige, albeheerser) over de elementen zal heersen. De tempeliers nemen dit kruis over, kleuren het rood (bloed van Christus) en ankeren het (teken van hoop). Hun doelstelling en ideologie is eenvoudig: in afwachting van de komst van Christus zullen we voorlopig in zijn plaats vanuit Jeruzalem regeren (of laten regeren). Terug naar Filips. Nu wordt de symboliek pas interessant want op een fiere, zelfs uiterst ambitieuze manier neemt hij het heft in eigen handen. Onder het vernoemde Griekse kruis laat hij een dergelijk blind (je kan er niet doorkijken) kruis aanbrengen met pal in het midden (dus op de plaats voorbehouden voor Christus) de volgende tekst (vertaald uit het latijn) : in het jaar 1180 na de menswording liet Filips, graaf van Vlaanderen en van Vermandois, zoon van Diederik en van Sibylla, dit kasteel bouwen. Via zijn vader stamt hij van de Vlaamse graven af die merovingisch bloed in hun aderen hebben, zijn moeder Sibylla is verwant met Godfried van Bouillon. Volgens believers heeft hij dus tweemaal het heilig bloed in zich. Maar Filips kunnen we geen believer naar moderne maatstaven noemen, nadat hij het boek uit Glastonbury met de bijgewerkte lijst van de desposyni (zie vorig artikel) bestudeerd had werd hij wetende. Volgens de legende (ik hou niet van die term, maar bij onderzoek stootte ik op historische tegenstrijdigheden) vond Sibylla, na een visionaire droom, een kristallen flesje met het gestolde bloed van Christus onder de restanten van de tempel van Salomon, waar toen het hoofdkwartier van de tempeliers gevestigd was. Het kwam in Brugge terecht waar het volgens diezelfde legende iedere goede vrijdag vloeibaar werd, tot de tempeliers werden uitgemoord. Volgens mij bevat die legende (over de rol van Sibylla wordt ernstig getwijfeld, het heilige bloed zou uit dankbaarheid voor de kruistocht door de patriarch van Constantinopel aan Diederik geschonken zijn) een niet mis te verstane hint: het flesje werd gevonden op dezelfde plaats waar de tempeliers na jarenlange opgravingen de zaken vonden die de wereldgeschiedenis zouden veranderen of het christendom op zijn grondvesten laten daveren. Het bloed van Christus, met andere woorden de ontdekking van de tempeliers omvat onder meer informatie over de afstammelingen van Christus. Iets wat Sibylla haar zoon zal ingeprent hebben en later aangevuld met informatie van zijn vrienden de tempeliers, opende dit voor Filips de weg naar Jeruzalem. 

De vergeten oorsprong van de leeuw van Vlaanderen.

Juda is de vierde zoon van Jacob en Lea. Hij is de stamvader van de stam Juda, die de eerste plaats onder de stammen van Israël gaat innemen. David en zijn dynastie kwamen uit deze stam voort, daarom gaat ook de messiaanse verwachting naar Juda uit. Zo stamt Jezus van Juda af. Het heraldisch teken voor die stam is de klimmende leeuw, verwijzend naar gen.49.9: een leeuwenwelp is Juda, na de roof zijt gij omhoog geklommen, mijn zoon. Iemand die het messiaanse bloed in zijn aderen voelt stromen omdat hij meent dat hij van Christus afstamt is er dan ook van overtuigd dat hij tot de stam van Juda behoort. Vandaar dat Filips het wapenschild van zijn graafschap Vlaanderen zal veranderen: van een fantasieloos schild met stralen eromheen naar een klimmende leeuw. Enkel de Plantagenets waren hem voor geweest. Later werd de connectie tussen leeuw en de stam van Juda vergeten, de heraldische leeuw wordt zelfs een soort modeverschijnsel en de leeuw verwijst dan naar zijn kracht. Eentje die niet te temmen is en sterke klauwen heeft bijvoorbeeld. 

De toestand in de Levant.

Gedurende deze periode zijn de gebeurtenissen in de Levant zo omwentelend dat ze deze maal geen siddering in de christelijke wereld veroorzaken, maar een ware tsunami van verschrikking, wanhoop, woede en verbijstering: Jeruzalem is in handen van Satan gevallen. Maar zetten we de feiten op een rijtje. Eerst zorgen de tempeliers voor ophef. Grootmeester Gérard de Ridefort besluit Saladin aan te vallen met een ongelooflijke numerieke minderheid: 140 tempelridders tegen 7000 moslimstrijders. Een ware zelfmoordactie, uiteraard tot een totale nederlaag leidend bij Casal Robert. We hebben het raden naar de motieven van Ridefort: een wanhoopsdaad pur sang of rekende hij op een mirakel? Of nog erger: hebben bedenkers van complottheorieën (Laurence Gardner bv.) dan toch gelijk dat er een geheime overeenkomst was tussen moslims en tempeliers: de moslims wilden een kalifaat oprichten met als centrum Jeruzalem (de huidige moorddadige beweging van Isis beoogt dit) en de christenen een theocratisch bestuurd christelijk rijk met eveneens Jeruzalem als centrum (dicht bij ons was kardinaal Suenens - een raadselachtig figuur - die de kern en het bestuur van het christendom van Rome naar Jeruzalem wou verplaatsen).Bij de sjiieten speelde ook de bloodline een grote rol:

een leider die afstamde van Mohammed of zijn schoonzoon Ali. Een geheime overeenkomst, als die er al was, zie ik dan eerder met de sjiieten. De 140 tempeliers werden in die visie opgeofferd om de schijn hoog te houden dat moslims en christenen mekaar moesten bekampen. Koren op de molen van de complottheorie: de Ridefort werd door Saladin ongedeerd vrijgelaten. Hetzelfde gebeurde met de Ridefort na de beruchte slag in de horens van Hattin, de meest verpletterende nederlaag die de christenen ooit tegen de moslims geleden hebben. In bepaalde kringen zindert die vernedering nog steeds na. De tactische sluwe Saladin lokte het christelijke leger (christelijke strijders, tempeliers en johannieters) in de droge, door verzengende hitte geteisterde vlakte nabij het meer van Tiberias. De bijna van dorst stervende christenen slepen zich naar de enige bron in de omgeving, die in de horens van Hattin. Met een leger van 60.000 manschappen hakt Saladin de verraste christenen in de pan. En dan doet Saladin, alom geprezen om zijn ridderlijkheid en erbarmen, met de overgebleven, gevangen genomen tempeliers en johannieters, iets totaal onbegrijpelijks: hij trommelt soefi’s, de vreedzame mystici onder de moslims, op, en laat die de tempeliers en johannieters onthoofden, één voor één.

De soefi’s doen dit met een ijzingwekkende kalmte. Persoonlijke hypothese: Saladin wou uittesten of de tempeliers inderdaad over bovennatuurlijke krachten beschikten of over een dergelijk wapen (de ark bijvoorbeeld). Dit alles gebeurde op 4 juli 1187. 4 juli, the fourth of july. De ideologie van de tempeliers ging over in de latere vrijmetselarij: de tempel van Salomon werd wel geïnterioriseerd, het werd de innerlijke tempel waar iedere mens moet aan werken ter zelfvervolmaking. Bij de stichting van de VS speelden vrijmetselaars een doorslaggevende rol, vandaar dat 4 juli de nationale feestdag van de VS werd. (het wel originele idee komt van Graham Hancock in zijn “de talisman”). Graham gaat nog verder: eeuwen later riposteren de moslims: in de twintowers zien ze de Amerikaanse fiere versie van Boaz en Jachin (wijsheid en macht), de twee kapitale zuilen van de tempel van Salomon. Opnieuw wordt de westelijke wereld een zware slag toegebracht, net zoals op 2 oktober 1187: Saladin neemt dan Jeruzalem in. Maar nu toont hij werkelijk zijn edelmoedigheid, hij wil zich niet laten verlagen tot het ongebreideld sadisme van de kruisvaarders tijdens de verovering van de heilige stad in 1099. Geen slachtpartij, iedere inwoner kan worden vrijgekocht (Saladin vermindert stelselmatig het bedrag van de afkoopsom). Uiteindelijk kunnen alle joden en christenen de stad vrij verlaten, maar de tempel van Salomon wordt opnieuw de Al-Aqsa moskee en blijft die nog steeds. Ondertussen had Saladin ook Akko veroverd, de tempeliers startten het beleg van Akko in 1189. Hierbij sneuvelde de omstreden grootmeester Gérard de Ridefort op 4 oktober 1189. Dit alles leidde tot de derde kruistocht en nu zal onze Filips in actie schieten. 

Een opmerkelijke grisaille uit de abdij Ter Duinen.

In zijn vlot geschreven, prachtig geïllustreerd en rijk gedocumenteerd werk “De Graven van Vlaanderen” toont Edward De Maesschalk ons een grisaille (een schilderwerk waar men alleen tinten aanbrengt) uit een reeks uit de abdij Ter Duinen waar Filips volledig geharnast, het zwaard geheven naast zijn echtgenote Mathilde van Portugal wordt afgebeeld. Aan zijn voeten zien we het oude wapen van Vlaanderen, in zijn linkerhand houdt hij het nieuwe wapen. Aan haar voeten bevindt zich het wapen van Portugal en zij draagt een kroon. Vol bewondering en verwachting kijkt zij haar echtgenoot aan, met gespreide vingers raakt zij het wapenschild met de klimmende leeuw net niet aan, als wil ze zeggen: spoedig word ik koningin van Jeruzalem en heersen mijn echtgenoot en ik over de gehele christelijke wereld. (die interpretatie neem ik uiteraard volledig voor mijn rekening). 

Een tweede en laatste maal naar Levant.

Het driemanschap van de derde kruistocht bestond uit de Franse koning Filips-August, de Engelse koning Richard Leeuwenhart en onze Vlaamse graaf Filips van den Elzas. Maar het waren geen dikke vriendjes. De twee koningen gedroegen zich vaak als kemphanen en de Franse koning had reeds meerdere pogingen ondernomen om het te autonome Vlaanderen terug onder het centrale Franse gezag te plaatsen. Een vierde bekend, zelfs berucht personage was Eleonora van Aquitanië, de moeder van Richard Leeuwenhart en Jan zonder Land: een zeer mooie vrouw met een enorme erotische uitstraling. Die echte mannenverslindster had in de echtelijke bedstee de Franse koning Lodewijk 7 verwisseld voor de Engelse koning Hendrik 2.

Trouwens, tot in de 15de eeuw bleven grote gebieden van Aquitanië Engels grondgebied. Voor Filips leek de derde kruistocht meer op een pelgrimstocht dan op een krijgsverrichting, want alvorens te vertrekken nam hij in juni 1190 te Gent de pelgrimstekens op (staf en bedelzak). En toch leek het aanvankelijk meer op een romantisch plezierreisje, want hij deed een ommetje langs Rome, waar na de dood van haar echtgenoot Eleonora verbleef. Ze was weliswaar al een dame van 70 jaar (een zeer oude leeftijd naar middeleeuwse normen), maar haar schoonheid was nog niet weggedeemsterd achter haar talrijke rimpels. Dit alles had ook een tactische bedoeling: ze reisden met zijn tweetjes naar Sicilië om de twee twistende koningen aldaar met elkaar te verzoenen. En dan werd het ernst. Richting Akko, de Franse koning en Filips arriveerden er op 20 april 1191.

Vooral de tempeliers waren zeer verheugd met hun komst want ongeveer 2 jaar belegerden ze reeds heroïsch de stad. Aanvankelijk vocht Filips duchtig mee, maar spoedig werd hij ziek, zelfs zwaar ziek en overleed op 1 juni 1191. Hij mocht de val van Akko niet meer meemaken (12 juli 1191). Ook de Franse koning was zwaar ziek geworden, verloor zelfs een oog en keerde hals over kop naar Frankrijk terug, waar hij halfblind nog de kracht vond om gebieden van de overleden Filips (in feite zijn leenman) in te palmen, tot grote woede van Mathilde. Ako werd de hoofdstad van het christendom in de Levant tot 1291, dan kwam het opnieuw in de handen van de moslims (Mamelukken) die het verwoestten en verlaten achterlieten, de stenen van de vernielde gebouwen werden met aarde bedekt. Nu is Akko een Israëlisch industriestadje aan de Middellandse Zee. Mathilde was uiterst verdrietig en teleurgesteld, haar gebeden hadden niets opgeleverd. Toch wou ze haar echtgenoot postuum een grote eer bewijzen en wendde zich tot de cistercïenzers. Vergeten we niet hun stichter, Bernardus van Clairvaux, achter de schermen van de kerkelijke hiërarchie, officieus de tempelorde oprichtte en aan de legendarische eerste 9 tempelridders de opdracht gaf te graven, desnoods jarenlang, onder Salomons tempel tot ze “het” vonden. Filips lijk werd van Akko naar Frankrijk overgebracht waar men voor hem te Clairvaux een ongemeen prachtig mausoleum oprichtte. Tijdens de Franse revolutie werd dit imposant gebouw met de grond gelijk gemaakt: theocratisch vanuit Jeruzalem regeren was nu eenmaal niet in overeenstemming te brengen met de revolutionaire idealen van broederlijkheid, vrijheid en gelijkheid.

 

 

Tekst: Corry Geijsen                                                             Illustraties: Patrick Coucke