DE KERK EN DE ALIENS.

1933 was me het jaartje wel voor Maria-verschij-ningen in België: Beauraing, Banneux, Onkerzele, Chaineux, Etikhove,     Olsene en    Lokeren.      Zelfs de kerk wist er geen raad mee,   hetgeen m.i. bewijst dat een schimmige organisatie achter de kerk verant-woordelijk was voor de overijverige Maria, tenzij we aannemen dat het verheerlijkte lichaam van Maria vanuit de hemel naar de aarde kwam om haar apocalyptische boodschappen over te brengen.               En inderdaad, in 1933 stond Europa voor een apocalyptisch gebeuren zonder weerga.                             Onze speciale aandacht gaat echter naar Onkerzele, een agrarische deelgemeente van Geraardsbergen

aan de Dender. Toen was armoede daar troef en in de toenmalige rechtse pers werd het wel eens omschreven als een nest van linkse ratten. En inderdaad, tijdens haar Maria-visioenen werd Leonie Van den Dyck, spilfiguur van de verschij-ningen, vanuit haar foto staart ze ons als een ziekelijke magere vrouw wezenloos aan, dikwijls luidruchtig gestoord door jonge socialisten. Maar op 18 december 1933 deed zich daar een zonnewonder voor dat nagenoeg ongekend is gebleven. In het bijzijn van talloze getuigen, want Leonie had ook devote aanhangers. Een schijf als een grammofoonplaat verduisterde de zon. Een tweede zonnewonder deed zich voor op 23 februari 1934 met ongeveer 15.000 toeschouwers. Een parelgrijze schijf daalt neer uit de bovenste wolken en plaatst zich voor de zon. Lichtstralen komen van achter de schijf en vormen de letter y. Een regen van bloedrode tranen valt eruit. De tranen verdwij-nen voor ze de grond raken. Ook rozen vallen en verdwijnen. Men neemt rozengeur waar. De” zon” wordt groter en schijnt op de mensen te vallen. Het wordt zeer heet. De  “ zon” komt hoger en wordt kleiner. De gelijkenis met het zonnewonder van Fatima is frappant. Het gebeuren kende echter weinig of geen weerklank. Deze keer waren echter geen kinderen het middelpunt van de verschijningen , maar een tengere vrouw die haar vijanden wel eens bestempelden als een hysterisch drankorgel. En toch. 

Een vlot leesbaar en fraai geïllus-treerd boek is “elfde gebod, mystieke plaatsen en figuren in Vlaanderen” (Nicky Langley). In hoofdstuk 9, over Onkerzele  maakt ook Patrick Bernauw, auteur van onder meer thrillers met esoterische inslag, zijn opwach-ting. En dan wordt het zoals steeds spannend .Uiterst interessant is een zeer kort fragment waarin een zekere Geert aan het woord komt. Die weet te vertellen dat hij gedetailleerde plannen heeft gezien van een te bouwen basiliek te Onkerzele waartegen die van Lourdes kattenpis is. Maar hij vertelt niet wie die plannen heeft opgesteld en voor wanneer de werkzaamheden zijn voorzien, als die al voorzien zijn. Niettegenstaande die tergend onvolledige informatie sterkt het toch mijn overtuiging dat Mariaverschijningen dikwijls een onderdeel vormen van een plan met een imposant katholiek heiligdom als eindpunt. En ook hier, alvorens er sprake van was, heeft een vliegende schotel zijn uiterste best gedaan.

Intermezzo:  de demon Astaroth aan het woord


In feite heb ik het liever over een weddenschap dan over een overeenkomst die ik afsloot met medestander,  ook die term gebruik ik liever dan tegenstander, Jahweh. Voor alle duidelijkheid: Jahweh is machtiger dan 
ik, maar toch blijft hij als demiurg een godheid van lagere orde, weliswaar met de 

mogelijkheid tot schepping .Eenvoudig uitgelegd: hij schiep de elementen, ik kan ze als gevallen engel beheersen, weliswaar onder bepaalde voorwaarden, onder meer voldoende aanhangers om energie van af te tappen. Mijn toegewezen domein is het luchtruim, uit de bestaande elementen kan ik onder meer zogenaamde ruimtetuigen maken die niet beantwoorden aan de natuurwetten. Onze weddenschap: zo veel mogelijk mensen aan mijn kant krijgen gedurende de eindtijd. Mijn tactiek ? Kerk- en wereldlei-ders benaderen om zo een groot deel van de mensheid aan mijn zijde te krijgen. Zo liet ik tijdens het pontificaat van Pius 12 twee van mijn tuigen in de Vaticaanse tuin landen en mijn onderdanen (mijn rang is koning) konden hem overtuigen dat we op alle gebieden de kerk te hulp zouden schieten. In feite werden wij al bij voorbaat door de jezuïeten benaderd. Hij had een sterk egogevoel, dus met wat vleierij konden we de paus overtuigen. Hij moest alleen nog de curie benaderen en hij zou zelfs later de gelo-vigen van onze nobele bedoelingen verzekerd hebben. Maar hij stierf te vroeg, althans voor onze plannen. Zijn opvolger Johannes 23 was uit ander hout gesneden: het onbuigzame hout van de vrijmet-selarij. Zo bleef hij onwrikbaar bij zijn overtuiging dat de mens ook zonder ons ingrijpen tot volmaking kon komen. Al onze toenaderingspogingen beantwoordde hij met zijn typisch cynisme. Als laatste wanhopige poging stuurde ik Adamski naar zijn sterfbed. Tevergeefs. De Poolse immigrant Adamski was één van mijn uitverkoren menselijke pionnetjes op mijn demonisch schaakbord. Niet zo intelligent, maar met een enorm charisma en een overredingskracht om u tegen te zeggen. Tijdens zijn jeugd ver-bleef hij een tijdje in Tibet en samen met een collega haalden we nog eens de trukendoos van de meesters van het verre oosten uit de vergetelheid: aan hem verschijnen om de gebruikelijke metafys-ische onzin te verkondigen en hem later channelen om een boek hierover te schrijven. Eertijds ging het bij vele mensen als zoete broodjes binnen, maar overijverige theosofen  verknoeiden de boel door zelf voor die meesters te spelen. Dan maar overschakelen naar een nieuwe hype, die volledig mijn terrein besloeg: die der vliegende schotels.

De gemakkelijk beïnvloedbare Adamski namen we in de woestijn van Californië mee in één van onze tuigen, trakteerden hem inderdaad op een ruimtereisje en deden hem belanden in één van onze para-llelle, imaginaire werelden. We konden hem zonder moeite overtuigen dat hij zich op Venus, later zelfs op Saturnus bevond. En dan stuurden we hem naar de wereldleiders, maar dit lukte enkel bij koningin Juliana. Het ufoplan werd voorlopig  afgeblazen, althans door mij. Over de echte buitenaardsen wil ik het hier niet hebben. Trouwens, velen van hen werken samen met demonen van lagere orde. Mensen misleiden is mijn hobby, niet mensen ontvoeren. Maar ik heb een ander geniaal plan bedacht. Dit van een planeet die onze aarde benadert en waarvan de bewoners fouten willen goedmaken die ze vroeger de aardse stervelingen hebben aangedaan. Buitenaardsen zouden dan de mensheid haar goddelijke status opnieuw bezorgen. Wacht tot ze mijn creatie zullen ontwaren aan de hemel. En mijn pionnetjes op aarde staan reeds klaar, en deze maal zijn ze wel zeer intelligent! 

Adamski, twee pausen en de aliens

 

Die periode is van cruciaal belang voor de relatie tussen kerk en aliens. Hier miste men - althans toen - de aansluiting, men kan het ook anders formuleren: hier ontsnapte de kerk, en daarmee een groot gedeelte der mensheid, aan een noodlottige deal, kwestie van standpunt. Zoals steeds gebruik ik geen voorwaardelijke wijs, in een nawoord geef ik een beknopte bronvermelding en laat de beoordeling over het waarheidsgehalte aan de lezer over. 

1. The rise and fall of George Adamski.

In bijna alle ufoboeken is die Adamski (1891 – 1965) de grote zondebok en krijgt hij bijna alleen de schuld van de negatieve houding die vanaf toen de officiële instanties tegenover de ufoproblematiek  innamen. Men bestempelde hem als een psychopathische mythomaan die niet alleen in zijn verwerpe-lijke fantasma’s geloofde maar ze nog aan de mensheid wilde opdringen. Ik bekijk het enigszins anders: hij verkondigde geen leugens maar werd achteloos beetgenomen door de leugens van de aliens. Hij was wel een rare snuiter, deze Poolse immigrant in Amerika, zo had hij geen navel, maar een ster in zijn buik gekerfd. Zo schreef hij in 1936 “wisdom of the masters of the far east” (nooit vertaald), in dezelfde naïeve stijl van theosofische werken over dit onderwerp. Het boek had hoegenaamd geen succes. Sinds de SPR ,de Engelse parapsychologische vereniging, het theosofisch bedrog te Madras met de zogenaam-de meesters had ontmaskerd, had het onderwerp veel aan ernstige interesse ingeboet. George veranderde het geweer van schouder en liet oosterse meesters plaats ruimen voor ruimtebroeders, oorspronkelijk van Venus afkomstig, die hem prompt met een vliegende schotel (de term ufo was nog niet ingeburgerd) van Californië naar Venus vervoerden. Dit gebeurde in 1952 en een jaar later schreef hij hierover samen met Desmond Leslie (die Adamski verafgoodde) “Flying saucers have landed” (wel vertaald in het Nederlands) dat wereldwijd een enorme bestseller werd. Adamski werd opeens wereldberoemd, zijn beweringen (verbroedering met onze ruimtebroeders, gevaren van kernenergie, buitenaardsen die ons te hulp zullen komen) haakten gretig in op de toenmalige tijdsgeest die reeds kenmerken vertoonde van de latere new-age. En toen kwam het hoogtepunt en tevens het begin van zijn verval: op 18 mei 1959 bezocht hij op haar uitnodiging koningin Juliana, tot grote ontsteltenis van het koninklijk Nederlandse hof. Tijdens de daaraan gekoppelde persconferentie viel hij door de mand, al zijn enthousiast gebrachte verklaringen waren in flagrante tegenspraak met hetgeen toen reeds wetenschappelijk bekend was over Venus. Het Britse koningshuis haakte onmiddellijk af. Toen hij een paar jaar later nog openlijk verklaar-de deelgenomen te hebben aan een driedaagse planetaire conferentie op Saturnus (1962) was zijn aan-hang ferm ingekrompen tot een zootje wereldvreemde sektariërs. Toch ging hij in het jaar 1962 nog naar het sterfbed van paus Johannes 23, zogezegd in opdracht van de buitenaardsen. Dit vormde de omme-keer van het kerkelijk standpunt.

        2.Twee pausen en de buitenaardsen.

 

 Pius 12 (1939 -1958) was in staat zijn ziel te verkopen aan de duivel als het instituut kerk er maar baat bij had. Als kardinaal Pacelli (toen was hij nog geen paus) ondertekende hij op 20 juli  1933 het concordaat met nazi-Duitsland. Eenmaal paus probeerde hij vanuit Rome de duivel uit Hitler te drijven. 

Ook een tweede maal verkocht hij zijn ziel. In 1954 was de toenmalige Amerikaanse president Eisenhower op vakantie in Palm Springs, Californië toen hij voor dringende regeringszaken werd weg-geroepen. Tot zijn grote verwondering vloog men hem naar Holloman, een afgelegen vliegveld in New Mexico waar hij een eerste ontmoeting had met buitenaardsen. Bij een volgende dergelijke ontmoeting op Muroc Airfield (Californië) was ook de bisschop van Los Angeles, James McIntyre aanwezig (zocht de president geestelijke bijstand?). Die haastte zich naar Pius 12 die meteen de SIV samenstelde (servicio informazioni del Vaticano), een geheime Vaticaanse inlichtingendienst, bijna uitsluitend bemand door jezuïeten.. Doelstelling: contact zoeken met aliens ten dienste van de kerk .In feite werden de doelstellingen van Bruno en Kirchner hier gerealiseerd. Tussen leden van het SIV en de aliens hadden diverse ontmoetingen plaats (o.a. in de tuinen van het vaticaan). De aliens beweerden dat ze zich tot Christus hadden bekeerd en zich ten dienste van de kerk zouden stellen. Ze schoten meteen in actie en de paus was overtuigd. Mijn moeder had in die periode een grote devotie voor Maria en was op het tijdschrift “Maria Middelares” geabonneerd. Ik herinner mij artikelen over Mariaverschijningen in de Sovjetunie en miraculeuze gebeurtenissen daar in het luchtruim. De communisten deden alles om dit in de doofpot te stoppen en iemand die hier te veel ruchtbaarheid aan gaf kreeg een ticketje enkele reis naar een of andere goelag. Heeft iemand hier nog informatie over ?                                                                            

Toen kardinaal Roncelli in 1958 de pausnaam Johannes 23 koos fronsten veel conservatieve katholieken die enigszins bekend waren met de kerkelijke geschiedenis de wenkbrauwen. Terecht, want Johannes 23 was de naam van een beruchte tegenpaus (1410 – 1415) tijdens het westers  schisma. Zijn bijnaam was “de piratenpaus” wegens één van zijn avontuurlijke bezigheden tijdens zijn jeugdjaren. De progressieve

katholieken prezen hem letterlijk de hemel in omdat hij de totaal wereldvreemde Latijnse misliturgie verving door de volkstaal en door veel veranderingen alles dichter bij het gewone volk bracht. Wat hij in feite deed, als vrijmetselaar met een 33ste inwijdingsgraad, was de liturgie ontdoen van door hem gevaar-lijk geachte magische rituelen. Zijn houding tegenover buitenaardsen was onwrikbaar: laat ze gewoon begaan, maar ga er nooit op in en negeer ze totaal. Weliswaar ontmantelde hij de SIV niet, hij wou de jezuïeten niet tegen de haren strijken, maar hij verweet hen voortdurend dat ze te veel aandacht aan de aliens besteedden .Hij wou een kerk zonder inmenging van aliens. Toch deden de laatsten een toenade-ringspoging in juli 1961. Dit weten we door een getuige, zijn secretaris Capolvilla die achteraf naar de pers stapte om alles te vertellen. Er landde toen een ufo in het pauselijk zomerverblijf Castel Gandolfo waaruit een door een gouden aura omhulde alien stapte( volgens zijn beschrijving eentje van het Nordic type met mooi blond haar, dus geen lelijke insectenogen)   die een twintig minuten durend gesprek voerde met de paus. Achteraf sprak de paus enkel de wat cynische, doch m.i. wijze woorden:” de kinderen van God zijn overal, alhoewel het soms moeilijk is om je eigen broeders te ontdekken”. Een laatste poging door de aliens werd op het sterfbed van de paus ondernomen: ze stuurden Adamski naar hem met een ampul met een buitenaardse vloeistof die de stervende paus zou genezen. Hij weigerde ervan te drinken en antwoordde dat hij enkel in Christus vertrouwde. Achteraf was Adamski toch nog tevreden, want hij had van de paus een gouden medaille gekregen, volgens hem van onschatbare waarde. Achteraf bleek het een waardeloos toeristisch kleinood te zijn, soms aan woekerprijzen aan toeristen verkocht. Astaroth was woedend, maar de gevallen engel had een ander plan, maar eerst een ballonnetje oplaten om te weten hoeveel aanhangers hij kon samenbrengen. Dan het grote plan.         Hoe alles verliep en verloopt, vertel ik de volgende keer.  

 

 

Tekst: Corry Geijsen    (wordt vervolgd)                                                        Illustraties: Patrick Coucke