Als hobby heb ik een groot gedeelte van mijn leven gewijd aan het bestuderen van ufofenomenen om te trachten er een plausibele verklaring voor te vinden, mij openstellend voor alle hypotheses. Tevergeefs. Als ik tot een conclusie meende te komen had ik het nare gevoel dat het als zand tussen mijn vingers wegglipte.

Ik werd heen- en weergeslingerd tussen boeken en artikelen van believers en non-believers. De eersten grepen krampachtig naar buitenaardse en paranormale verklaringsmodellen en waren bijna neurotisch allergisch voor rationele benaderingen ,de anderen vertoonden uiteraard de omgekeerde reacties. En toen verscheen als een verrassende komeet in de zestiger en zeventiger jaren de ummo affaire aan de ufohemel. En het zand bleef in de vingers, bij iedereen. Maar achteraf was niemand tevreden hiermee en distantieerde men zich zoveel mogelijk van de case. De believers waren gefrustreerd omdat alles toch niet volgens hun verwachtingen verliep en eenzelfde frustratie bij de non-believers omdat ze niet alle gegevens rationeel konden verklaren. Ik schreef er een drietal artikelen over en was dolenthousiast. Ik was toen nog onder de invloed van gechannelde informatie (o.a. van de Woedstads uit Gent) waarin een spoedige contactname met buitenaardsen werd voorspeld. De huidige dubbele artikelenreeks is in feite een reactie op hetgeen ik in 1976 en 77 geschreven heb. Voor alle juridische duidelijkheid: mijn artikelen verschenen in de nummers 20, 21 en 22 van het toenmalig tijdschrift van de Braidkring. Op de voorkaft werd mijn naam en adres vermeld  als verantwoordelijke uitgever en redactie. Dit drievoudig artikel wordt nu hoegenaamd niet overgenomen, bepaalde persoonlijke teksten werden volledig herwerkt en aangevuld met nieuwe gegevens en mijn huidige (uiteraard voorlopige) standpunten. De exacte gegevens haalde ik uit het tijdschrift “flying saucer review”. Buitenlandse tijdschriften kon men toen bestellen in een Gentse winkel ergens tegen de Bargiekaai. In een eerste artikel zal ik in een viertal items de fenomenen weergeven en bespreken (telkens zal ik één case grondig behandelen) , in een tweede artikel zal ik me buigen over de inhoud van de ontelbare brieven die buitenaardsen zouden gericht hebben naar aardse geleerden en trachten tot een conclusie te komen, dit laatste bij voorbaat mislukt door de banaliteit en contradicties van de feiten.

1. ufolandingen.

 

Mijn verhaal begint als de kroniek van een aangekondigde landing. Op 6 februari  1966 landde een ufo in het bijzijn van veel getuigen (waaronder militairen) te Aluche ,een voorstad van Madrid.

Het meest merkwaardige was dat een paar dagen voordien een onbekende in een Spaanse krant de exacte plaats en tijd van die landing had aangekondigd. Later werden ter plaatse gevolgen van elektromagnetische stralen in de bodem en de plantengroei vastgesteld. Op de onderkant van de ufo merkten de getuigen een H-vormig teken, dat later na dergelijke landingen in verband werd gebracht met het alchemistisch teken voor de planeet Uranus. Zestien maanden later deed zich een gelijkaardig geval  voor (ook vooraf aangekondigd in een krant) op 4 km van San José de Valderas, in de omgeving van de studio’s van de Spaanse TV en vlak tegenover een restaurant. Ook hier elektromagnetische afdrukken en het H-vormig teken aan de onderkant van de ufo. Op de plaats van de landing werd achteraf een metalen kokertje gevonden, een stukje vinyl bevattend met hetzelfde teken erop. Na een grondig onderzoek in het Spaanse laboratorium voor ruimteonderzoek bleek dat het metaal van het kokertje een ongewone zuivere nikkellegering was, waarvan het gebruik enkel door militairen toegestaan werd. Het vinyl was gelijkaardig aan de in de VS gemaakte soort om hitteschilden van in de atmosfeer terugkerende ruimtevaartuigen te bedekken. Er werd ook een foto van de ufo genomen, maar Dr Allen Hynek van het center for ufo studies in Chicago verklaarde dat het een trucagefoto betrof. Een paar jaar later (april 1972) landde een ufo te Mulhouse in Frankrijk en liet hetzelfde H-teken in het gras gebrand achter. Ufo’s met een H-teken onderaan werden een hype bij ufo fanaten en er verschenen diverse foto’s van dergelijke tuigen. Nu kon overtuigend worden aangetoond dat het vervalsingen waren. Uiteraard welgekomen schietschijven voor de pijlen van de non-believers die de gehele ummo-affaire naar fabeltjesland verbanden.  Over de landingen in Madrid schreef de Spaanse ufoloog Ribera een boek : un caso perfecte.

2. telefoongesprekken en brieven.

 

Diezelfde Ribera kreeg eind november 1966 een telefoontje van een vriend (Enrique Villagrasa) die hem over een uiterst belangrijke zaak dringend wou spreken. Enrique had namelijk op 28 november een lang telefonisch gesprek met een alien gehad. Het gesprek duurde meer dan 2 uren ( ’s nachts) en de mysterieuze opbeller sprak langzaam, met een stem zonder buigingen en met een vreemd accent. Hij antwoordde op alle door Enrique gestelde vragen over diverse onderwerpen: geschiedenis, wetenschappen, archeologie, technieken, enzoverder. Villagrasa had dan ook de indruk dat hij tegen een elektronisch brein sprak. 

Dat doet me denken aan de Amerikaanse ufoloog John Keel die ook vele dergelijke telefonische gesprekken beweerde gevoerd te hebben. Dit beschreef hij onder meer in zijn boek “the Mothman Prophecies” dat in 2002 werd verfilmd met Richard Gere in de hoofdrol  (Keel noemt Klein in die film). De metaalachtige klanken van buitenaardsen via de telefoon uit die verfilming drongen me door merg en been. Terug naar Enrique. Ook verschillende andere personen in Spanje hadden lange gesprekken met de geheimzinnige opbeller die beloofde dat hij ook brieven met de door hem verstrekte informatie zou opsturen. Dit gebeurde dan ook, en zo startte in feite de ummo-affaire waarvan die brieven de hoofdmoot vormden. Niet enkel de opgebelden, maar ook verschillende Spaanse intellectuelen kregen ongevraagd uitgebreide schriftelijke documentatie van de ummo-mensen (ummo was de naam van hun planeet). Telkens was de tekst gemerkt met het reeds vermelde H-teken. De brieven waren in het Spaans opgesteld maar nu en dan werd ook overgeschakeld naar hun taal. Oorspronkelijk bleef dit in de zestiger jaren tot Spanje beperkt, maar later kregen ook andere Europeanen en zelfs inwoners van andere continenten dergelijke brieven tot midden de jaren zeventig van de vorige eeuw. Men schat dat het over ongeveer 160.000 bladzijden gaat. Over de inhoud van die brieven gaan we het uitgebreid in een volgend artikel hebben waarbij we ook zullen trachten de essentie ervan te doorgronden. Het is wel zo dat de aandacht van de ufologen bijna uitsluitend naar de inhoud van de briefinformatie afgeleid werd en minder aandacht aan de ufolandingen werd besteed.

3.wat de buitenaardsen zelf beweerden.

 

 

Hun thuisplaneet Ummo cirkelt rondom de ster die wij onder de naam Orbiting Wolf kennen, een rode dwerg (een ster met een relatief kleine massa) die deel uitmaakt van een dubbelster en 14,2 lichtjaren van ons verwijderd is( in het sterrenbeeld maagd). In hun briefwisseling gaan ze hier grondig op in en verschaffen heel wat wetenschappelijke informatie over hun planeet. 

Dit werd grondig geanalyseerd en de conclusie luidde onverbiddelijk: hun informatie klopt hoegenaamd niet met hetgeen wij over die ster weten. Zij repliceerden dat de theoretische basis van hun wetenschap anders is dan de onze .In het volgende artikel meer hierover. Onze planeet ontdekten ze door in 1934 signalen op te vangen uitgezonden door een Noors schip (nabij Newfoundland). Oorspronkelijk konden ze de signalen niet ontcijferen. In maart 1950 landden ze op onze planeet in Frankrijk op 8 km van de stad La Javie (streek van des Basses Alpes). Ze richtten hier een ondergrondse basis op en begonnen aan hun moeilijkste opdracht: menselijke aardse gedaantes aannemen. Een dergelijke bewering van buitenaardsen is uniek, want het controversiële gegeven van aliens in aardse gedaantes wordt bijna altijd verstrekt door ufologen of slachtoffers van ufo ontvoeringen. We kennen wel 2 soorten geestelijke entiteiten die een menselijke vorm kunnen aannemen: engelen en demonen, allebei  wel eens als verklaring voor ufofenomenen gebruikt, volgens eigen godsvrucht en vermogen of het ontbreken ervan. Ik kies hier voor demonen, maar dat wisten jullie al wel. De overtuiging dat echte aliens een menselijke gedaante kunnen aannemen is wel een zeer heet hangijzer in de ufologie. De Amerikaanse historicus David M. Jacobs waagde zich hieraan en schreef hierover “The Threat” in 1998, vertaald als “Alien Complot”. Hierin stelt hij dat aliens hiervoor talrijke ontvoeringen van mensen gebruiken om zo door ingewikkelde genetische manipulaties uiteindelijk zelf een menselijke gedaante te kunnen  ontwikkelen en zich hierdoor ongemerkt onder ons kunnen vertonen. Het boek werd in academische kringen doodgezwegen, veel dodelijker dan de vinnigste academische kritiek. Maar terug naar de aliens van Ummo. Gordon Creighton, voormalige officier van het British Foreign Service en sterk geïnteresseerd in ufo’s (werd hem niet in dank afgenomen) ging navraag doen in Frankrijk en eerst aarzelend werd hem door Franse autoriteiten meegedeeld dat zich in 1950 in de desbetreffende streek ufo verschijnselen hebben voorgedaan en uiteindelijk bekende men dat die nacht helikopters van het Franse leger werden ingeschakeld om het gesignaleerde tuig (immers vruchteloos) te detecteren. 

4. uit het gruwelarsenaal.

 

 

Nu nog de uiterst negatieve benadering van het ufo vraagstuk: aliens trachten ons te vangen in een web van leugens om hun ware bedoelingen te verhullen: gruwelijke genetische experimenten op mens en dier met als gevolgen veeverminkingen, ontvoeringen van mensen, aanbrengen van implantaten en nog ergere zaken zoals het volgende macabere verhaal gelinkt aan de ummo-affaire. 

Bij de zeldzame gevallen dat hier sprake was van een visueel contact met die buitenaardsen (onder meer bij een ingewikkeld verhaal over het kopiëren van hun teksten)  werden ze omschreven als knappe mannen met een Scandinavisch uiterlijk, Nordics dus .Margarita Ruiz de Lihory, een dame uit de Spaanse adelkringen won de vriendschap van de buitenaardsen die zich als Deense dokters voorstelden en de vrouw inderdaad van een aantal kwalen genazen. Margarita liet hen in een groot huis te Albacete wonen waar ze toestemming kregen proeven uit de voeren op de talrijke huisdieren die er aanwezig waren. Ze verbleven twee jaren in het huis.  Toen werd de dochter van de vrouw ziek. De “geneesheren” voerden haar naar Madrid waar ze overleed. Daar deed men de gruwelijke ontdekking dat een hand en de  twee ogen aan het lijk ontbraken. De zoon van die vrouw beschuldigde hun eigen moeder van lijkschennis en het kwam tot een ophefmakend proces (1972). Ondertussen waren de twee “geneesheren” spoorloos verdwenen. Enkele dagen later kreeg Ignacio Rojas-Marcos, een Spaans ufoloog, een brief van de Ummo-entiteiten die hun betrokkenheid hierin bekenden en waarbij ze het volgende verklaarden: een virus van hun planeet had een paar mensen uit de gebuurte besmet. Oorspronkelijk kenden ze de uitwerking van dit virus op menselijke wezens nog niet maar achteraf bleek alles onschuldig te zijn. Maar het lichaam van de vrouw was door haar eigen ziekte reeds gevoelig verzwakt zodat het virus zich in delen van haar lichaam genesteld had: de oogballen, het zacht gehemelte en de handpalmen zodat de twee “dokters” die delen amputeerden. Die brief (in het Spaans met een zeer gebrekkige vertaling naar het Nederlands) kan nu via internet gelezen worden. Een slijmerige stijl waarin de aliens hun onschuld proberen uit te schreeuwen. Toen ik over het geval in 1977 schreef beschikte ik uiteraard niet over de mogelijkheid die brief te lezen.                                       

Een grondig onderzoek bracht aan het licht dat die twee “dokters” inderdaad in Albacete waren opgemerkt.

In ieder geval, de ufo feiten van de ummo-affaire behoren tot de best gedocumenteerde uit de annalen van de ufologie.  Ze kunnen niet weggerationaliseerd worden.  Een objectief oordeel vellen over de zeer omvangrijke teksten die de aliens in duizenden en nog eens duizenden exemplaren over de gehele wereld verspreidden is heel wat moeilijker. In een volgend artikel doen we hiertoe een poging.

 

 

Tekst: Corry Geijsen                        wordt vervolgd                                  Illustraties: Patrick Coucke