Bij het behandelen van de ontelbare, in duizenden  exemplaren verzonden ummo teksten, waarvan vele overtuigd waren dat ze van buitenaardse oorsprong waren ga ik uiterst beknopt en systematisch te werk. 

Ik beperk me in een drietal items tot hetgeen ik de essentie acht, beginnend met een korte samenvatting, als ik uitzonderlijk de buitenaardsen zelf aan het woord laat schrijf ik cursief, woorden uit hun eigen taal laat ik weg (ik wijd wel een kort item aan die taal) en na het inlassen van een alinea tracht ik mij soms in andermans en mijn denkwereld van de zeventiger jaren te verplaatsen om over te schakelen naar huidige inzichten. 

1. Geen plaats voor Aristoteles in de kosmos.

Onze logica ontworpen door Aristoteles wordt verworpen. Vooral het principe van de contradictie en het uitsluiten van de derde mogelijkheid (een oordeel is juist of onjuist) worden door hen rigoureus afgewezen.

 In het dagelijks leven blijkt die logica op te gaan (men kan bv .op geen twee plaatsen tegelijk zijn) maar in de microkosmos (subatomaire deeltjes) verloopt alles anders. Maar ook als we onze aandacht richten op het heelal, de macrokosmos, moeten we een totaal  andere logica volgen zodat er ook plaats is voor de derde mogelijkheid. In feite zou onze taal moeten herzien worden. 

Zolang jullie niet je vormen van informatieve communicatie grondig hebben aangepast en veranderd zal het zoeken naar de waarheid voor jullie altijd traag en moeilijk werk blijven.

In de zeventiger jaren verkondigden de missionarissen van de new age (waartoe ikzelf een beetje behoorde) in hun voordrachten en artikelen steevast het volgende: in de fascinerende wereld van de deeltjes kleiner dan het atoom (kwantumfysica) gaat onze onwrikbaar geachte logica plots niet meer op: bepaalde deeltjes kunnen op twee plaatsen gelijktijdig zijn en het licht heeft zowel een golf- als een deeltjesaspect (elkaar volgens onze logica uitsluitend). Ook bij de parapsychologische verschijnselen (in die periode zeer hot) gaan onze logica en causaliteitsprincipes niet meer op. En dan kregen we plots bevestiging van onze filosofie van wezens uit de ruimte die uiteraard warm verwelkomd werden. In feite spanden we het paard achter de wagen, de buitenaardse informatie was in dit geval een afspiegeling van de new age ideeën. We maakten een logische fout. Aristoteles zou die ontdekt hebben. 

2. Hun visie op de kosmos.

De subatomaire deeltjes zijn maar een illusie, in feite zijn zij het resultaat van de verschillende oriëntaties die door de drie “spillen” in de kosmos kunnen worden aangenomen.

 Volgens de manier waarop deze spillen zijn georiënteerd zien wij de productie van stof, energie, massa of een of andere vorm van straling….    Zo is de driedimensionale Euclidische meetkunde een zuiver mentale conceptie. De relativiteitstheorie verrijkte ons met een vierde dimensie, de tijd. Maar Einstein zag het nog te beperkt, want de kosmos is n-dimensionaal geconstrueerd. De bewoners van Ummo zijn bekend met tien dimensies, waarvan ze verschillende kunnen aanwenden. Dit doen ze op een zeer specifieke manier, namelijk door gebruik te maken van bepaalde afwijkingen of krommingen in het heelal die hen in staat stellen interstellaire reizen te maken binnen een tijdsperiode die voor onze fysieke begrippen totaal onbegrijpelijk is. Zo kunnen zij in negen maanden van hun planeet naar hier reizen (14,6 lichtjaren). Meegesleurd door ons enthousiasme schreven we toen dat dit alles geavanceerde wetenschap betrof die onze toenmalige kennis verre overtrof. We gingen wel heel kort door de bocht, want bij het opnieuw lezen kan ik alles in sciencefiction literatuur plaatsen. Dus gaan we op zoek naar originelere visies. En die zijn er maar vormen nog geen garantie voor buitenaardse oorsprong.

3. Hun godsbegrip.

Ieder ding, ieder wezen kan volgens hen slechts via een bewustzijnsproces worden gekend. De scheiding tussen object en subject is niet te trekken. Het zijn is dan ook een wisselwerking tussen bewustwordingsproces en objectief gegeven. 

De uitwendige realiteit is gebonden aan een soort conformiteit met onze mentale processen, ze wordt gewijzigd zodra het brandpunt van ons bewustzijn zich tot haar richt. Dit heeft verre-gaande consequenties voor hun godsbegrip. Indien andere bewustzijnen dan ummo-bewustzijnen in de kosmos een ander godsprincipe zouden hebben, zou dit niet alleen de opvattingen van god doen verschillen, maar zou de godheid hierdoor zelf (door de interactie subject-object) gewijzigd worden. En toch noemen ze zichzelf geen pantheïsten. Relativerend voegen ze eraan toe dat die opvatting van een open werkelijkheid en een godheid met n-mogelijkheden alleen voor hun denkende ikken opgaat, aangezien dit principe door hun bewustzijn werd geconstitueerd.…   Geef toe, een originele filosofische benadering waarvan ik echter naar aardse bronnen op zoek zal gaan.

Het klassieke theologisch standpunt:  God schiep de wereld en de mens en plaatste de mens in de wereld. Tussen die drie existenties gaapt een onoverbrugbare kloof door een subject –object splitsing.   In de new age en een groot gedeelte van het esoterisch denken wordt nu juist die kloof gedicht en verdwijnt de subject-object splitsing omdat alles in een holistisch geheel wordt ondergebracht ( dus geen existentieel onderscheid meer tussen god, mens en wereld), nog eens opgeladen met energieën die namen krijgen meestal ontleend aan het Chinees of het Sanskriet. Maar de eer van die originele filosofische opheffing van de subject-object kloof komt niet toe aan de new age, neen, Edmund Husserl mag die op zijn blazoen aanbrengen. Husserl (1859 – 1938) , was een Duits filosoof, een niet praktiserende jood en stichter van de fenomenologie. Door wat hij transcendentale reductie noemt wordt het bewustzijn in feite de oorsprong van de materiële natuur en bestaat er geen onderscheid meer tussen subject en object. Iedere filosofische benadering moet zich beperken tot het bewustzijn, meer nog, de relatie van het bewustzijn tot de werkelijkheid is maar een schijnprobleem. Die visie sluit nu naadloos aan bij hetgeen beweerd wordt in de ummo brieven. Bij zijn dood liet Husserl 40.000 bladzijden na (de Husserliana) die in de Leuvense universiteit terecht kwamen en zo uit handen van de nazi’s bleven. Wat mij altijd zeer sterk ontgoocheld heeft is de vaststelling dat, voor zover mij bekend, in geen enkel geschrift van de new-agers of de esoterici  Husserl vernoemd wordt. Maar ja, zij hebben zo hun eigen idolen die ze als meesters verheffen, maar in geen enkel ernstig werk over het westers denken vernoemd worden.

4. Hun taal.

Het is namelijk zo dat we, zelfs als we een complete lexicografische analyse van onze taal zouden hebben opgesteld, de diepere betekenis van onze woorden toch voor jullie zouden verborgen blijven, omdat hun betekenis essentieel verschilt van jullie plaatselijke of aardse denkwijzen.         

 

 

 

 

In hun uitgebreide briefwisseling schakelen ze nu en dan eens over naar hun eigen taal, een ingewikkeld systeem van stelselmatig herhalen van letters volgens een welbepaalde code met als doel een mathematische basis te hebben voor communicatie over metafysische, transcendente onderwerpen. Twee voorbeeldjes: OOYAA voor aarde en YIEE voor vrouwen. Vrij recentelijk hebben twee geleerden zich over die taal in het bijzonder en over de ummo affaire in het algemeen gebogen. Pierre Petit en Pollion. Petit is directeur van het Franse CNRS : centre national de la recherche scientifique en schreef hierover in 1991 “le mystere des ummites”. Hij drukt niet alleen zijn bewondering voor de ummo taal uit maar pleit, tot ieders verbazing, voor de buitenaardse hypothese. Pollion is het pseudoniem voor een Belgisch informaticus. Ook hier een enorme bewondering voor de geniale structuur van de ummo taal. Het werkt zonder woordenboeken en is gesteund op 18 symbolen die hij “sonsepts” noemt. Zelfs om louter linguïstische redenen wijst hij naar een buitenaardse bron voor de ummo affaire. Sinds 2002 publiceerde hij regelmatig over ummo, o.a. een uitgebreid voorwoord voor “Ummo de vrais extraterrestres”. En dit maakt de ummo affaire weer zo uniek. Hier staat de wereld op zijn kop: twee geleerden, waarvan een met wereldfaam, die normaliter misprijzend hun neus  ophalen voor alles wat met ufo’s te maken heeft houden hartstochtelijke pleidooien voor het buitenaards karakter van de ummo affaire. Daarentegen hebben bijna alle ufologen het over een hoax. 

5. Een hoax vanuit de Russische  KGB.

Het Engelse “to hoax” betekent iemand om de tuin leiden, daarvan is een hoax of bedrog afgeleid. Een term die sceptici te pas en te onpas gebruiken  en ufologen enkel als ze uit een case niet wijs raken, zoals met de ummo case. Zoals reeds vermeld focusten ze zich bijna uitsluitend op de teksten en hun bijna eensluidend besluit was : hier was een zeer machtige organisatie aan het werk met heel veel tijd, energie, geld (dit voornamelijk) en kennis.

 Ze keken alle richtingen uit maar vonden geen dergelijke organisatie, dus maar, op enkele uitzonderingen na, in het vergeet-hoekje verstoppen. Enkel de ufoloog Jacques Vallé (tevens astronoom en computerdeskundige- schitterde in de film “close encounters of the third kind” van Spielberg) tuurde ver genoeg in oosterse richting en kwam uit bij de Russische KGB via Andrej Sacharov (1921 – 1989). Vallé is mijn favoriete ufoloog. Voor het eerst zag hij het verband tussen ufofenomenen en de wonderlijke wereld van nimfen en elfen (passport to Magonia – 1969) en in “messengers of deception – 1978” legde hij voor het eerst de inherente banaliteit van ufofenomenen en het misleidend, leugenachtig karakter van de boodschappen van de ufonauten bloot. Het fenomeen lijkt zichzelf te ontkennen. Dan Sacharov. Hij was de vader van de Russische waterstofbom , later pacifist en dissident, verbannen naar Gorki . Hij ontving in 1975 de Nobelprijs voor de vrede en mocht in 1986 terugkeren naar Moskou. Hij publiceerde veel, zijn wetenschappelijke inzichten werden wereldwijd geprezen. Maar hij hield ook publicaties voor zichzelf. Waarschijnlijk science fiction met een gedegen wetenschappelijke achtergrond. Of net iets meer dan pure sience fiction. Hoe dan ook ,die geheimgehouden geschriften kwamen in handen van de KGB. En volgens Vallé vormen die de basis van de ummo brieven. Maar toen waren de voornaamste doelstellingen van de KGB het ontwrichten van de westerse samenleving en het ontfutselen van militaire geheimen. Het opsturen van duizenden brieven gedurende ongeveer twintig jaar past toch moeilijk in dit plaatje. Pure geld- en tijdverspilling, tenzij.. Die mening van Vallé las ik enkel in een lang interview met hem  op internet over ufo’s waarbij ummo slechts eventjes ter sprake kwam. Hij moet vast en zeker meer in petto hebben. Daarom wil ik een poging doen, vertrekkende van zijn korte verklaringen, een hypothese op te stellen waarbij ook rekening wordt gehouden met de ufo feiten van ummo. Daarvoor moeten we eerst naar Italië in de twintiger jaren van de vorige eeuw.

Persoonlijke hypothese.      Oproep tot de lezers.

Robert Bartini (1897 – 1974) was een Italiaans communist en vliegtuigontwerper, wel van speciale experimentele  vliegtuigen. Zijn eerste droom was het ontwerpen van een vliegtuig in de twintiger jaren dat van buitenaf onzichtbaar was door het  gebruiken van doorzichtig materiaal. (de radar werd pas in 1930 ontwikkeld). In 1923 vestigde hij zich in Rusland en werd onmiddellijk bij de kraag gevat door Stalin.

 Die wendde onverschilligheid en zelfs afkeer voor en liet het gerucht verspreiden dat Bartini in ongenade gevallen was. Niets was minder waar, in werkelijkheid zette hij hem onder zware druk zijn plannen te verwezenlijken. Volgens de historicus Sjavrov testte men in 1935 dergelijke vliegtuigen. Bartini’s tweede droom was nog veel fantastischer: het ontwerpen van een vliegend tuig dat de fysische eigenschappen van ons tijd-ruimtecontinuüm kon wijzigen. In die periode deden de nazi’s dergelijke experimenten (lees mijn artikelen over de midden-aarde). Vanaf dan hebben we geen concrete infor-matie meer over Bartini en zijn tuigen. Enkel de KGB kende het geheim. Zijn persoon en experimenten blijven nog steeds een geliefkoosd onderwerp voor het Russisch ufologisch onderzoekscentrum. En nu volgt mijn persoonlijke hypothese.

In tegenstelling tot de nazi’s slaagde Bartini er niet in zijn ruimte en tijd beheersend tuig te ontwikkelen, tot grote woede van Stalin. Veel later slaagde Sacharov er gedeeltelijk wel in. Gedeeltelijk, want het bleef beperkt tot aantekeningen op papier. Maar dit alles met de juiste wetenschappelijke achtergronden en technisch tiptop gebruiksklaar. Als pacifist hield hij zijn aantekeningen angstvallig verborgen, bang dat ze voor militaire doeleinden zouden misbruikt worden. En toch kwamen ze in handen van de KGB, volgens Vallé was het maar één agent die ze ontdekte. De tuigen (die we nu Russische ufo’s noemen) werden ontworpen. Men bleef met een levensgrote vraag zitten: beschikte het westen ook over derge-lijke toestellen ? Hoe kon men het beter weten dan enkele ervan richting westen te sturen. Men koos voor Spanje, een hyperkatholiek land, want dergelijke tuigen werden reeds ingezet voor dubieuze Mariaverschijningen en van jezuïeten hoefde men hoegenaamd geen tegenwind te vrezen. Over hen beschikte de KGB over uitgebreide dossiers. Hun rabiaat anti-communisme paste volledig in hun verdeel- en heerspolitiek. Om ufofanaten koest te houden verzon men het verhaaltje van de planeet Ummo als herkomst. Door de grondige informatie van de talloze verzonden brieven zouden echte insiders wel te weten komen over welke toestellen het ging en hoogstwaarschijnlijk de verstrekte informatie beantwoorden, wat ze volgens mij ook gedaan hebben. Ik weet dat mijn hypothese soms rammelt als een gammele kast die men wil verhuizen. Bijvoorbeeld:  werd die Spaanse adellijke vrouw dan ook door de KGB (Scandinavische agenten)  gemold en verminkt ? Opnieuw, volgens mij wel.  Maar toch doe ik een oproep aan de lezers: formuleer eens jouw eigen gemotiveerde hypothese en ik ben ervan overtuigd dat een verzameling ervan ons niet alleen een boeiend artikel zal opleveren maar ons ook een stap nader zal brengen naar de oplossing van hetgeen ik beschouw als het grootste ufo mysterie.

 

 

 

Tekst: Corry Geijsen                                                                                  Illustrties: Patrick Coucke