Nu  de prestigieuze tentoonstelling in het teken van het Boschjaar te ’s Hertogenbosch al een ruime poos  achter de rug is wordt de tijd rijp ons eens te buigen over de meest raadselachtige schilder aller tijden met talrijke raakpunten met het occultisme. In feite noemde hij Jeroen van Aken en zijn geboortestad Den Bosch. Neen, ik heb de tentoonstelling niet bezocht en spijtig genoeg de Sint-Janskerk, die mooiste parel aan de kroon van de Brabantse gotiek niet kunnen bewonderen. Maar ik heb me wel verdiept in enkele werken over Bosch uit mijn bibliotheek en schafte me onlangs  het prachtig geïllustreerde “Jheronimus , de wegen naar hemel en hel” aan van de in Nederland wonende Amerikaanse kunsthistoricus (als één der meest gezaghebbende beschouwd) Gary Schwartz. Voor mijn artikel ben ik veel schatplichtig aan hem en zal dan ook diverse malen naar zijn visies verwijzen. Strak genomen zijn er twee visies op Bosch, enerzijds de volgzame en brave katholiek die in zijn werken nauwgezet volgens de katholieke dogmatiek zijn kerkelijke opdrachtgevers gehoorzaamt en anderzijds de stoute Bosch, in het geheim lid van de sekte van de vrije geest, zelfs deelneemt aan hun eveneens geheime seksuele orgiën en door zijn duivelachtige en demonisch spottende figuurtjes op zijn schilderijen de draak steekt met katholieke dogmatiek. Bosch leefde in de vooravond van de reformatie, maar na zijn dood werd de stad waarnaar hij vernoemd werd een bolwerk van katholicisme in de noordelijke Nederlanden waar de calvinisten op soms fanatieke wijze de plak zwaaiden. 

De brave Bosch

Als bewijs voor zijn vroomheid wordt dikwijls verwezen naar zijn lidmaatschap van de “Illustere Lieve Vrouwe Broederschap”, een Mariagenootschap uit zijn geboortestad. Zijn naam wordt vele malen vermeld in de boeken van die broederschap en vanaf 1488 was hij zelfs voorzitter van het jaarlijks banket van de broeders. Maar er was meer. Die broederschap telde duizenden leden, maar slechts vijftig gezworen broeders , en Bosch behoorde hiertoe. Men moest koster, lector (geestelijke die liturgische teksten voorlas) , acoliet (geestelijke die de hoogste van de vier lagere wijdingen ontvangen heeft), of….exorcist zijn. Terecht besluit Schwartz dat Bosch waarschijnlijk een exorcist was. Als niet geestelijke mocht hij echter geen duivels  uitdrijven maar wel assisteren. Hij stond dus meermaals letterlijk oog in oog met demonen. Dit verklaart, slechts enkel ten dele, de talrijke demonische figuurtjes op zijn schilderijen. Maar er zijn ook andere verklaringsmogelijkheden. We komen er nog op terug.

De stoute Bosch

Volgens de Duitse kunsthistoricus Wilhelm Fraenger (overleden in 1964) zou Bosch in het geheim lid geweest zijn van de broeders en zusters van de vrije geest. Ze ontstonden in de 13de eeuw maar volgelingen worden nog aangetroffen in de 16de eeuw. Die sekteleden maakten geen onderscheid tussen de geschapen mens en de ongeschapen God en beweerden van zichzelf dat ze hierdoor boven de morele categorieën van goed en kwaad stonden. Om dit te bewijzen vervielen ze dikwijls in libertinisme, deden ze massaal  wat men als kwaad beschouwde en namen deel aan orgieën. Ten tijde van Bosch waren ze in het geheim actief in de Nederlanden. Volgens Fraenger zou Bosch aan dergelijke orgieën hebben deelgenomen. Die kunsthistoricus staat wel alleen met zijn gewaagde theorie en is zo een eenzame witte raaf in de volière van de kunsthistorici waarin inderdaad soms rare vogels rondfladderen. Als belangrijkste argument voor zijn inderdaad wel controversiële stellingname verwijst hij soms hartstochtelijk naar “de tuin der lusten”, wel het meest besproken en geheimzinnigste werk van de kunstenaar. De sekteleden  noemden zich soms ook adamieten omdat ze Adam vereerden die ze beschouwden als de enige persoon die vrij van zonden was. In 1535 verbrandden ze hun kleren en liepen schreeuwend naakt rond te Amsterdam, ze werden opgepakt en gevierendeeld. Maar Bosch rustte toen reeds lang in vrede in zijn geboortestad, althans zijn lichamelijke resten .In een voordracht over promiscuïteit als religieus bijfenomeen zal ik die en andere rare snuiters (o.a. de anabaptisten of wederdopers) onder de loep nemen. 

Het ging er lustig aan toe in de tuin der lusten.

Volgens mij is “de tuin der lusten” (Prado – Madrid) het eerste schilderij ter wereld waar zo uitdrukkelijk de seksuele lusten worden uitgebeeld en dan nog in zachte, uitnodigende pasteltinten. Het vormt het centrale luik van een drieluik en werd rond 1500 geschilderd. De meest gehoorde mening van kunsthistorici  luidt dat het bedoeld werd als een intense aanklacht tegen het zondige wellustige leven met zijn verachtelijke uitspattingen. Zeer vreemd. Ik kan maar één aanbeveling geven: bestudeer zelf eens grondig een afbeelding van het fascinerend werk, desnoods met een vergrootglas, in navolging van de Spaanse koning Filips 2 die dit in zijn Escorial  ook deed, waar het werk uiteindelijk belandde . Daarom maar een zeer korte, fragmentarische benadering. Overal zoeken mannen en vrouwen een plaatsje op om de liefde te bedrijven, met uitzondering van naakte mannen die op allerlei dieren rondom een vijver rijden waarin zich naakte vrouwen bevinden. Alles, maar dan ook alles staat in het teken van de seks: zelfs rotsen en gesteenten hebben vaginale vormen of lijken op penissen (Schwartz). In zijn werk “Jeroen Bosch rond 1450 en 1516” gaat Walter Bosing dieper in op de allegorisch erotische betekenis van sommige afbeeldingen, het plukken van vruchten als symbool voor de geslachtsdaad bijvoorbeeld. En nu de interpretatie. Die van Fraenger kennen we al. Bosing beschouwt de uitvoerig getoonde seks als een niet mis te verstane waarschuwing dat een dergelijk zondig leven naar de hel leidt. Verheerlijking of verwerping dus, blijkbaar is er geen middenweg .Het is nu uiterst merkwaardig dat Schwartz die middenweg wel vindt: in het beruchte middenpaneel zou Bosch aantonen hoe de wereld met de mensen erop er zou hebben uitgezien als de zondeval niet had plaatsgehad. Seks zonder zondebesef ,Eva toch, waarom heb je die appel aan Adam gegeven!  Hier nog een zin uit de even boeiende als ontroerende roman “de duivelskunstenaar” van Matthias Rozemond over de ontstaansgeschiedenis van dit meesterwerk: “Heel even, toen de maan achter de wolken vandaan kwam en leek te dansen op het water, zag ik een tuin voor me waar man en vrouw in harmonie verkeerden, niet gefolterd werden door zondebesef, waar de slang gewoon geen toegang had”

Protesteert Bosch driemaal?

Voor de laatste maal nemen we het magistrale werk van Schwartz als leidraad. In zijn grondige besprekingen van de werken van de schilder laat hij hem trouw en vroom de leerstellingen van de katholieke kerk volgen. Als teken van volgzaamheid aan zijn kerkelijke opdrachtgevers zal hij dat wel gedaan hebben, al wijst de auteur eerlijk op tekenen van verzet en protest bij Bosch, soms heel subtiel, soms provocerend door het berucht gebruik van bizarre wezentjes. We geven 3 voorbeelden.

1. Een verkeerde stand van de maan.

Johannes laat Jezus aan het kruis sterven precies op het tijdstip wanneer de paaslammeren worden geofferd in de tempel. Een trucje om te bewijzen dat Christus stierf ter vergiffenis van de zonden van alle mensen en niet alleen die van de joden. Schwartz weet ons nu te vertellen dat het tijdens het joodse paasfeest volle maan was en in “de gevangenneming van Christus en de kruisdraging” (buitenzijde van één der vleugels van “de verzoeking van Sint-Antonius”) schildert hij echter een sikkeltje van de wassende maan. Schwartz suggereert dat het een vergetelheid betreft. Volgens mij is het geen onachtzaamheid van Bosch, maar wil hij zeer bewust aantonen dat hij met de dogmatische visie van de verlossing door Christus niet akkoord gaat. Ik geef toe, dit kan vergezocht lijken. 

     

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2. Een duidelijk protest.

      Ze dagen zelfs de uiterste grenzen van de menselijke verbeelding uit, die ondefinieerbare absurde  figuurtjes in de schilderijen van Bosch. Er zijn dan ook oeverloze discussies gevoerd over de vraag wat hem hiertoe heeft geïnspireerd. Een laatste lovenswaardige poging ondernam de beroemde Nederlandse wereldreiziger en schrijver Cees Nooteboom in zijn “een duister voorgevoel – reizen naar Jheronimus Bosch”. Hij reisde de wereld af naar musea en plaatsen  waar iets van Bosch te vinden was, van wereldberoemde meesterwerken tot relicten uit zijn leven. Ook hij kon het raadsel niet ontcijferen  en kwam tot de conclusie dat hij wel in staat zou moeten zijn om zelf  in de werken van Bosch te kunnen verdwijnen.

 

Persoonlijk ontwaar ik een verband met de wereld van … de elfen.

Zo bekeek ik nog eens de talrijke fascinerende afbeeldingen van die wezentjes uit een parallelle wereld

(“de elfen” – brian froud en alan lee) die plots van vorm kunnen veranderen en in die uitdagende absurde

vormen veel gelijkenis vertonen met dergelijke wezentjes in Bosch’ werken. Van elfen is gekend dat

mensen plagen en uitdagen hun geliefkoosde bezigheid is. En volgens mij gebruikt Bosch ze ook

hiervoor. Een zeer gekend voorbeeld is de schaatsende vogelman met een brief in zijn snavel (zijpaneel

van de “verzoeking van Sint Antonius” ). Op de brief staat het woord “protio” geschreven en Schwartz

legt ons uit dat dit een afkorting is voor protestatio, wat protest betekent. Hij vermeldt trouwens nog een

pikant detail: onder een tafel ziet men creaturen die Antonius naar de hemel willen voeren, maar het zien

er eerder demonen dan engelen uit. Het schaatsende wezentje kan uiteraard als demon tegen die

hemelvaart protesteren, hetgeen Schwartz volgens mij suggereert. Maar ik blijf bij een veel essentiëlere

conclusie: het protest waarvoor Bosch het elfachtig wezentje gebruikt verwijst naar zijn algemeen

protest tegen de dogmatische voorstellingen die zijn opdrachtgevers hem oplegden. Dus we gaan

op zoek naar nog een duidelijker, zelfs blasfemische afbeelding. Nog dit, ik geloof dat door magie Bosch

kon doordringen in die parallelle wereld van de elfen of andersom, dat zij in zijn geest konden

doordringen, zodat zij dan in feite zijn ware inspiratie vormden. 

3.De mokerslag

Erger kan het in feite niet. Bosch maakt van de heilige familie een onheilige familie, zelfs met satanische trekjes. Het betreft een detail uit “de verzoeking van Sint Antonius” (Lissabon) waarin de vlucht naar Egypte wordt uitgebeeld. Kindje Jezus en Jozef worden respectvol afgebeeld, maar Maria wordt voorgesteld als een boomgeest (de vrouwelijke tegenhangster van de grote god pan, oerbeeld voor de duivel?) met een vissenstaart, rijdende op …jawel ,een rat .Schwartz verwijst hier naar carnaval, waar dikwijls de wereld op zijn kop gezet wordt. Leuk dat hij de schilder verdedigt, maar aan die invalshoek geloof ik niet. Ik wil geen beroep doen op niet correcte kunsthistorische complottheorieën, maar wil enkel benadrukken dat ik hier geen snars van begrijp. Bosch als geëerd lid van een befaamd Mariagenootschap die een dergelijke blasfemische afbeelding van Maria laat zien!! En voor zover mij bekend is hier geen reactie op gekomen. Volgens mij geen toeval dat het tafereeltje ook te zien is op de verzoeking van Antonius. Deze woestijnheilige werd geplaagd en uitgedaagd door demonen, demonen van de lucht. Een vriend van mij bezocht grondig de Bosch tentoonstelling en ik vroeg hem wat hij nu eindelijk van de kunstenaar vond. Zijn antwoord: die man was totaal krankzinnig. Dat geloof ik niet. Ik geloof wel dat zijn geest soms beneveld werd door entiteiten van buitenaf, of dit nu demonen of elfen waren .Blijft één grote onopgeloste vraag: wie spotte nu met de katholieke dogmatiek: Bosch zelf of de entiteiten?. Maar zoals iedere zeer grote kunstenaar uit die periode had hij ook zijn eigen ideologie die hij eveneens vertolkte. Hier konden die wezentjes niet bij, wij proberen  in een volgend artikel wel bij die kern in zijn artistieke geest te raken.

 

 

 

Wordt vervolgd.

 

Tekst: Corry Geijsen                                                                                Illustraties: Patrick Coucke