Mijn eerste kennismaking met Bosch geschiedde in de humaniora te Oostakker waar broeder Ado op ongemeen boeiende wijze geschiedenisles gaf. 

 

 

 

Hij toonde ons een afbeelding van “de kruisdraging” van Bosch waar het mooie, zelfs heilig ogende gelaat van Christus met gesloten ogen, zijn kruis dragend, omringd werd door afschuwelijke gelaten met dikke of lange haakvormige neuzen (Joodse neuzen ?), uitpuilende ogen, opengesperde monden met restjes tanden. Allemaal even afschrikwekkend .Broeder Ado wist ons te vertellen dat een Frans psychiater in ieder misvormd gelaat een pathologische aanleg voor een specifieke misdaad herkende. Die psychiater zal wel een late aanhanger geweest zijn van de 19de eeuwse criminoloog (en tevens vurig spiritist) Cesare Lombroso die in zijn “l’uomo delinquente” (1876) beweerde dat de geboren misdadiger te herkennen was aan fysieke eigenschappen, vooral die van het gelaat (fysiognomie). Wat onze broeder Ado beweerde paste uiteraard naadloos in de katholieke leer : de zoon Gods die door een stelletje misdadigers vermoord werd. Vele jaren later stond ik als hulptoezichter in het MSK Gent heel dikwijls oog in oog met het subtiele meesterwerk van Bosch en was ik er getuige van dat sommige mensen bijna in trance raakten bij het langdurig bewonderen van dit wel uiterst merkwaardig werk. Ik hoorde ook veel gidsen uitleg geven, meestal over detailkwesties, bijvoorbeeld dat de man met het geldstuk op zijn gelaat Judas uitbeeldde. ofwel weidde men uit over de esthetische kwaliteiten: Christus met de gesloten ogen was een nachtmerrie aan het dromen, zo kon men het werk zelfs als surrealistisch bestempelen, de kunstwaarde ervan straalde universaliteit uit. Bosch als voorloper van Magritte, wel een leuk idee. En toen kwam een kunsthistoricus met een groep in zijn kielzog de zaal van de oude meesters binnen. Ik luisterde ademloos naar wat hij uitlegde.

Een kunsthistoricus peilt naar de ware bedoelingen van Bosch

Dit laatste grote werk van Bosch is des te merkwaardiger omdat dit zijn enige schilderij is dat niet in opdracht is gemaakt van een of andere kerkelijke instantie, neen hier kon hij ongehinderd zijn persoonlijke overtuiging tonen. En dit deed hij op een zeer originele, zelfs nog steeds actuele manier: door het aanwenden van een eenvoudig binair systeem: ogen dicht is goed, ogen open slecht. Ik vraag jullie speciale aandacht voor die drie gelaten met open ogen die volgens het patroon van een drielob uit het maaswerk van een gotisch venster gerangschikt zijn dichtbij zijn kruis dragende Christus, uiteraard met de ogen dicht. We onderscheiden een bankier, een geestelijke en een militair. Hiermee toont Bosch ons de drie demonische machten die volgens hem het wereldgebeuren negatief beheersen: het bankwezen, de kerk en het leger. Voor de kerk moeten we misschien wel iets nuanceren, hij schildert namelijk het gelaat van een dominicaan. Die orde heeft een zeer bedenkelijke rol gespeeld in het ontstaan van de inquisitie. Plots keek de kunsthistoricus boos in mijn richting en snauwde: ben je mij aan het afluisteren ? Als toezichter was het inderdaad mijn taak een oogje in het zeil  te houden en niet om luistervinkje te spelen. Ik repte me dan ook vlug naar een andere zaal, maar keerde zonder naar hem te kijken terug. Ik voelde zijn woedende blik in mijn rug priemen maar kon nog juist de volgende woorden oppikken: het doek van Veronica op het schilderij onderaan links vormt een der grootste raadsels uit de kunstgeschiedenis. Tijd nu vrijmaken om op queeste te gaan om te trachten dit raadsel op te lossen.

Het raadsel van het doek van Veronica

Veronica was een jonge vriendin van Maria Magdalena. Zij droogde met een doek het zweet en bloed af van de lijdende Christus die zijn kruis droeg en prompt verscheen de afbeelding van zijn gelaat erop. De eerste bezitter van dit doek was keizer Tiberius die plots genas van een slepende ziekte . Uit erkentelijkheid voor de gekruisigde Jezus verbande hij Pontius Pilatus, Romeins procurator over Judea die Jezus tegen zijn zin vonniste. Na veel omzwervingen kwam het doek uiteindelijk te Rome terecht. Over waar het zich nu bevindt zijn de meningen verdeeld: ofwel verborgen in een zuil in een zijkapel van de Sint-Pieterskerk, ofwel openlijk vertoond in de kerk van Manoppello, 24 km van Rome. Maar nu terug naar het schilderij van Bosch. In de historiek van het katholicisme speelt dit doek toch maar een ondergeschikte rol, hoe leuk het verhaal ook klinkt. Men kan bezwaarlijk beweren dat dit voorvalletje een doorslaggevende rol zou gespeeld hebben in de uiteindelijke religieuze overtuiging van Bosch. En toch beeldt hij Veronica af met duidelijk gesloten ogen, dus hij twijfelt niet aan haar oprechtheid. Wat wil hij ons dan eigenlijk duidelijk maken? Op het doek zijn de ogen van Jezus  opengesperd (dus negatief) en het doek wordt zeer uitdrukkelijk aan ons getoond. Hier kom ik dan ook met een hypothese die velen te ver gezocht zal overkomen maar waarvan ik steevast overtuigd ben: De Christus die ons getoond wordt onder meer door de evangeliën en de kerk tovert ons een totaal vervalst beeld voor. Treffen we in een ander werk van Bosch een dergelijke verwijzing aan? Jawel, in de zaal van de oude meesters enkele passen van ”de kruisdraging” verwijderd. Namelijk op “de heilige Hiëronymus in gebed”, de naamheilige van Bosch. 

Een raar gebed van Hiëronymus

Voor wie enigszins vertrouwd is met hagiografieën zal het volgende bekend in de oren klinken: na een liederlijk, dus zondig leven bekeert zich een man plots tot een ascetisch en religieus leven. Een of meerdere liefjes volgen hem hierin. Zo geschiedde ook met Hiëronymus van Stridon (Dalmatië 347 – 420), een van zijn vriendinnetjes stierf hierdoor aan ondervoeding, hijzelf liep er een maagzweer van op, zijn reeds slecht karakter verbeterde er niet door. Hij was wel zeer verstandig en ambitieus .Zijn diepste wens : paus worden. Daarom trok hij als priester naar Rome waar hij begon aan de Latijnse vertaling (de Vulgaat) van het oude testament. Om de toenmalige paus (Damasus 1) te behagen liet hij zijn Latijnse tekst zoveel mogelijk passen in de prille (4de eeuw!) katholieke dogmatiek.  Nog steeds wordt deze vertaling door de katholieke kerk als enige gezaghebbende tekst aanvaard. De meeste theologen vertrouwen zijn vertaling echter niet en richten zich naar de Griekse vertaling, de Septuaginta. Toen kwam de grote ontgoocheling voor onze vertaler, een zekere Siricius werd in zijn plaats tot paus benoemd. Gegriefd keerde hij Rome de rug toe en leefde een tijdje als kluizenaar in de Egyptische woestijn om zich daarna in Bethlehem te vestigen, vooral omringd door, jawel, vrouwelijke getrouwen. In “Hiëronymus in gebed “ laat Bosch hem  geknield bidden in de Egyptische woestijn. Een kluizenaarsleven in de woestijn leiden betekent slachtoffer worden van zintuiglijke deprivatie (je hoort en ziet bijna niets) waardoor verdrongen seksuele wensen zich als verlokkelijke hallucinaties camoufleren. Aldus geschiedde. Bosch schildert dit op een zeer sobere wijze: geen monsterlijke wezentjes, enkel een oester symboliseert de vrouwelijke genitaliën. Waarom die soberheid, toch vreemd voor Bosch ? Alweer mijn hypothese: ook hier heeft hij een belangrijke persoonlijke boodschap te brengen, op een wijze die veel kunstcritici ontgaan zijn: de heilige bidt tot een kruisbeeld, maar de gekruisigde Christus hierop is geen houten beeldje, maar een mens van vlees en bloed. Voor mij is zijn boodschap opnieuw klaar en duidelijk: richt je niet tot het beeld dat men van Christus gemaakt heeft, maar heb enkel aandacht voor de levende Christus en zijn leer.

Verantwoording van een hypothese

1.Jezus als mythische figuur

 

Firenze, 1471 (Bosch was toen 21 jaar). Cosimo de Medici stormt de studeerkamer van Ficino (stichter van de Platonische academie) binnen en snauwt: Marsilio, stop onmiddellijk met de vertaling van Plato en vertaal deze 18 traktaten maar uit het Grieks, het zijn de belangrijkste teksten die ooit geschreven werden. Het betrof het “Corpus Hermeticum”, een reeks esoterische verhandelingen (waarvan Poimandres het bekendste) in dialoogvorm geschreven door Hermes Trismegistos over wie men dacht dat hij een tijdgenoot van Mozes was. Ook verwees men naar de Egyptische godheid Toth. Later ontdekte men dat deze Hermes een fictieve figuur was en de traktaten konden herleid worden tot de gnosisgeschriften van de tweede eeuw ; Door die relativering verdwenen ze eeuwen wat uit de belangstelling, enkel overtuigde esoterici verwezen er nog naar. Veel later, in 1986 werd door Dr.Elisabeth Fowden, gespecialiseerd in oosterse klassieke beschavingen, bewezen dat er inhoudelijk nauwe banden waren met het faraonisch Egypte. Het Corpus zou dus op een veel oudere, Egyptische bron gebaseerd zijn. Men had het over de Egyptische oergnosis. De Medici’s hadden dus toch ergens gelijk. Hoe dan ook, tijdens de renaissance verschoof de belangstelling in esoterische kringen van de klassieke oudheid naar de oude Egyptische beschaving. En veel belangrijke schilders, als ze tenminste tot de meesters van de schildersgilden behoorden, waren in het geheim lid van die verenigingen. En toen ontdekte men dat er een griezelige overeenkomst was met de mythe van Osiris, de man van Isis en hetgeen over Christus in de evangeliën beweerd werd. Oordeel zelf. En dan hebben we het niet enkel over de verrijzenis van Osiris uit het dodenrijk. Osiris werd geboren op 25 december en in een kribbe gelegd. 3 wijzen kwamen bij hem op bezoek , het waren wel goden (we zouden ze nu aliens noemen) van het sterrenbeeld Orion, met hem geassocieerd. Hij werd ook de eniggeboren zoon van God genoemd. Hij werd in een mythische rivier door Anup de Doper (‘waarschijnlijk Anubis, de god in de gedaante van een jakhals) gedoopt die later onthoofd werd.  (bron: het evangelie van Isis door Lauri Fransen – warm aanbevolen lectuur) In de gecanoniseerde evangeliën heeft men de historische Jezus vervormd tot een mythische figuur om overeen te stemmen met entiteiten uit de mysteriën van de oudheid, onder meer de wijdverspreide Isiscultus .Zo kon een nieuwe religie gemakkelijk gedijen in het Romeinse Rijk en werd het later zelfs de staatsgodsdienst ervan.  

2.De Jezus van vlees en bloed volgen was niet ongevaarlijk

 

De historische Jezus, wel degelijk de man van vlees en bloed dus, raadde de mensheid een eenvoudige en liefdevolle houding aan jegens jezelf, de medemens en de dierenwereld met het vertrouwen in een even liefdevolle God (die hij abba of vader noemde), niet te verwarren met Jahweh, de wrede joodse oorlogsgod. Ten tijde van Bosch had de beweging van de moderne devotie,  vooral geïnspireerd door Geert Grote, veel volgelingen in de Nederlanden. Ze streefden een praktische, persoonlijke vroomheid na door het leven van Christus na te volgen, maar zonder warrige mystiek of verstikkende dogmatiek. Dit klinkt allemaal zeer onschuldig en vroom, maar zonder gevaar was het niet. Het lag niet vers meer in het geheugen, maar men verwees toch naar de gebeurtenissen van 1318. De eerste grote figuur uit het christendom die een leven in armoede aan de navolging van Jezus wijdde was Franciscus van Assisi (1181 – 1226).De kerk nam een ambivalente houding aan tegenover hem, enerzijds werd hij heilig verklaard, anderzijds bracht hij het niet verder dan een wijding tot diaken. Kort voor zijn dood in 1226 liet hij zijn testament neerschrijven, bestemd voor zijn volgelingen, de Franciskanen, die hij voorhield consequent in armoede Jezus na te volgen. Door allerhande kerkelijke juridische spitsvondigheden verklaarde paus Gregorius 9 dat het testament niet bindend was. Ondertussen waren er 2 groepen binnen de Franciskanen ontstaan: de spiritualen die de ideeën van Franciscus trouw bleven en de conventuelen die de zich onderwierpen aan de pauselijke bevelen. Over de spiritualen regende het veroordelende pauselijke bullen en excommunicaties. Tenslotte werden ze aan de inquisitie overgeleverd en 4 weerspannige spiritualen stierven in 1318 als ketter op de brandstapel te Marseille. In veel artikels en boeken lees ik dat Bosch ervan overtuigd was dat de mensheid toen afstevende op het vuur van de hel, duidelijk aanwezig in zijn schilderijen. In zijn periode naderde het vuur inderdaad onheilspellend, want de zaden van de reformatie waren reeds uitgestrooid en het onkruid (althans in de ogen van de kerk) hiervan begon welig te tieren. Men sprokkelde volop hout om de brandstapels voor de ketterse protestanten te laten flakkeren. Zou Bosch misschien dit voorvoeld hebben ? 

 

Kort nawoordje

 

 Sommigen beweerden dat de kruisdraging van Bosch niet door hem geschilderd werd. De argumenten hiervoor waren zo zwak dat ik er niet verder op inga. Ook in het MSK lacht men het honend weg.

 

 

Tekst: Corry Geijsen                                                                                     Illustraties: Patrick Coucke