vijfde eeuw ..... ergens in frankenland.

Nooit hadden de monniken deze vroege morgen zo vurig gebeden, om vergiffenis smekend, want nu stonden ze met een omgekeerd kruis om de hals in een in de vloer getekend omgekeerd pentagram. Het  zweet parelde op hun voorhoofd, hun lippen beefden. Maar de abt had hen verzekerd dat het om het goede, ja zelfs heilige doel ging .En daar verscheen de abt , nam plaats in hun midden en ontrolde twee perkamentrollen. Bij het luidop lezen sprak hij de Hebreeuwse lettergrepen tergend langzaam uit alsof zijn leven ervan af hing. En dit was ook zo. Plots werd het pikdonker in de kloosterruimte, enkel verlicht door een onverwachte bliksemflits gevolgd door een rommelende donder alsof satan in eigen persoon hen uitlachte. De volgende kletterende donderslag was voor de angstige monniken een ontgoocheling, want ze verwachtten een ander geluid. En daar kwam het, het gebrul van het beest, rochelend vanuit de diepste krochten van de hel. ’s Anderendaags zouden ze ook innig bidden, want ze wisten dat er slachtoffers zouden vallen, maar ze waren er ook van overtuigd dat het voor het geheiligde doel was: het duivelse vuur dat soms uit de muil van het monster zou komen was niets in vergelijking met het eeuwige hellevuur waar de heidenen uit hun omgeving zouden ingeworpen worden indien ze zich niet tot het ware kruis zouden bekeren, en dit zou nu spoedig gebeuren, want de juiste persoon die alle onderdelen van het ritueel  grondig had voorbereid was gecontacteerd en onderweg. Niets kon nog mislopen..

tweemaal gent.

Over de wel zeer vreemde fenomenen in en boven Gent las ik voor het eerst in “40 jaar ufo’s” in 1987 geschreven door Van Kampen, één der betere boeken over het ufofenomeen. In de universiteit van Augsburg had hij een document ontdekt (een zogenaamde nieuwsbrief) waarin uitvoerig uiterst merkwaardige voorvallen te Gent (18 augustus 1586) werden vermeld. Tijdens een ongemeen hevige storm werden er vliegende draken boven de Arteveldestad gezien en achteraf bleken mensen geteleporteerd te zijn. Van Kampen vermeldt ook dat er de volgende eeuw eveneens vliegende draken boven Londen werden gesignaleerd. Voor de auteur leed het geen enkele twijfel, het betrof ufofenomenen die in de 16de en 17de eeuw enkel pasten in het referentiekader van draken, via de toenmalige literatuur en overleveringen nog fris in het geheugen. En uiteraard werd dit alles met de duivel en hekserij geassocieerd. Als Gentse stadsgids heb ik jaren vruchteloos gepoogd hierover iets meer te weten te komen, tot pas in 2016 de befaamde nieuwsbrief werd getoond te Brugge in het Sint-Janshospitaal tijdens de tentoonstelling “de heksen van Breugel”. Neen, ik heb spijtig genoeg de tentoonstelling niet bezocht, maar me wel verdiept in de prachtig geïllustreerde gids van Renilde Vervoort, een warm aanbevolen werk voor iedereen die zich wil verdiepen in de achtergronden van de hekserij. En hier las ik meer details over de Gentse gebeurtenissen: kwade geesten werden waargenomen die veel schade aan huizen en gebouwen aanrichtten, sommige huizen en hun inwoners  verdwenen volledig, sommige ontwortelde bomen stonden ondersteboven, de takken in de grond en de wortels in de lucht. In de vorm van een draak (duidelijk te zien op een illustratie van de nieuwsbrief) viel de duivel de Sint- Pieterskerk aan en bracht er vernielingen aan. De Augsburgse nieuwbrief was geïnspireerd op een Nederlands vlugschrift dat in Antwerpen verscheen maar verloren is gegaan. Hoe dan ook, die gebeurtenissen waren uitzonderlijk omdat draken bijna uitsluitend hun opwachting maakten tijdens de verspreiding van het katholicisme , de fameuze kerstening van Europa einde oudheid, begin middeleeuwen. Voorbeelden hiervan zijn legio, we bespreken er 3 van. Op dit ogenblik loopt te Gent (stammuseum) tot in mei 2017 een prachtige tentoonstelling over draken . Meer daarover in een volgend artikel. 

nessie laat zich bedwingen door het kruis

De kerstening van Ierland en Schotland kan voornamelijk op het palmares van Columba (6de eeuw) geschreven worden. Deze heilige( in feite afkomstig uit Gallië)     stond met zijn een been in de Keltische natuurreligie en met het andere in het ontluikend christendom, toen nog niet gebonden aan Rome. Zo is de eucharistieviering bij Columba grondig verschillend van die uit Rome. Zijn hymne “Altus Prosator” (zijn wereldgeschiedenis vanaf de schepping tot het laatste oordeel)is volledig geconstrueerd volgens de regels waaraan de liederen van de Keltische barden beantwoordden. Zijn kerstening van het Ierse volk leverde geen noemenswaardige problemen op want ze herkenden in het christendom ( echt katholiek, dus onderworpen aan Rome, werden ze pas in de 12de eeuw) talrijke elementen van hun oorspronkelijke religie. Een ander paar mouwen was het met de poging het Schotse volk te bekeren, want hier huisden de koppige en gewelddadige Picten en Scoten. Zelfs de Romeinse keizer Hadrianus kon ze niet klein krijgen en bouwde een deel van zijn overbekende muur om ze tegen te houden. Toen Columba vol bekeringsijver arriveerde werden die opstandige stammen geteisterd door een zeemonster dat zich schuilhield in Loch Ness en zo nu en dan één van hen oppeuzelde.  Ze sloten een vreemd akkoord met de heilige : bevrijd ons van het zeemonster en misschien bekeren we ons dan tot jouw religie. Plots verschijnt het monster (men had juist een visser uit het water gehaald die door het monster was aangevallen), Columba schreeuwt het dier toe, slaat een kruis en het  verschrikte monster verdwijnt onder water. Pas veel eeuwen later steekt het weer zijn afgrijselijke kop boven water, in 1934 namelijk. Het dier stond niet oog in oog met een kruis slaande heilige man, maar keek verbaasd in het fototoestel van dokter Wilson. Die foto van Nessie werd wereldberoemd (het monster liep met dezelfde eer weg) tot de dokter op zijn sterfbed bekende dat zijn foto een imitatiekop toonde die hijzelf in mekaar geklutst had. Ja, het kruisteken van de heilige Columba had zijn taak grondig volbracht. 

martha was een vrouw met ballen.

Vanop het vorstelijk kasteel van Tarascon (zetel van de graven van Provence)heeft met een prachtig zicht op de Rhonevallei. Wanneer de zomerse zon zich vredig in de brede rivier weerspiegelt krijgt de hele streek een sprookjesachtig, uitnodigend karakter. Eens, kort na de dood van Christus, was het juist andersom. Met doodsangst staarde men naar het water, want hier huisde een afgrijselijk watermonster: Tarasque. Deze gigantische draak werd zeer nauwkeurig beschreven: leeuwenkop, zes korte poten, rugschubben met stekels en een eveneens geschubde staart .Hij verorberde niet alleen de inwoners maar met zijn alles verpulverende steekvlam die uit zijn muil kwam stak hij ook hun schamele huizen in brand. De plaatselijke koning had verordend tegen deze draak te vechten, maar men vluchtte weg. Toen kwam Martha, bekend om haar talrijke wonderen. Ze was samen met haar zus Maria Magdalena en nog anderen ergens aan de Zuid-Franse kust geland (over de juiste plaats en de samenstelling van het gezelschap is men het niet eens), komende (vluchtend uit ?) van Judea. Over die episode zwijgt de kerk het liefst, want rondom Maria Magdalena zijn er geheimen gevlochten die de godsvruchtige katholiek beter niet weet . Beide zusjes trachtten de leer van Christus met wisselend succes te verspreiden . Toen in uiterste wanhoop de overlevenden uit het Rhonedorp zich tot Martha richtten, was ze bereid het monster te onderwerpen op één voorwaarde: dat ze Christus zouden volgen. Gewapend met een kruis en heilige(lees: magische) liederen zingend betoverde ze het monster , met door haar gezegend (lees: door magie gevitaliseerd)water doofde ze zijn vurige adem en als een wel groot tam huisdier (hij was iets groter dan een os) volgde het haar gedwee.. De dorpelingen hielden woord. In de vorm van allerlei gebakjes, prullaria en zelfs edelstenen is het beeld van Martha en de tamme draak alom tegenwoordig in het gezellig zuiders stadje. De graftombe van Martha bevindt zich in de crypte van de aan haar gewijde kerk. Jaarlijks (startend op 15 juli) wordt er nog steeds een festival voor haar gehouden. Een dergelijk feest met stoet (de Ducasse van Bergen) wordt jaarlijks de eerste zondag na Pinksteren te Bergen gehouden, de draak Doudou stelt de draak voor die door Sint-Joris werd gedood. 

sint joris weet van geen ophouden.

Het begrip Sint-Joris en de draak roept bijna bij iedereen het beeld op van de moedige krijger die met zijn speer de draak doodt, zo diep zit het archetypisch beeld in ons collectief geheugen verankerd, nochtans is de meest bekende en geliefde drakendoder ook de meest omstreden, want veel historici twijfelen aan zijn bestaan. Toch gaat men er meestal van uit dat Georgius een officier was in het leger van de Romeinse keizer Diocletianus (derde eeuw),die zich tot het christendom bekeerde , weigerde christenen te vervolgen en daarom door de keizer gedood werd. Zijn graf bevindt zich in Lydda in Palestina. Reeds in mijn derde versie wordt het drakenverhaal wat eentonig, daarom geef ik het verkort weer. Plaats van handelen: de stad Silena in Libië. Ook hier was de draak een veelvraat die zich oorspronkelijk tevreden stelde met schapen, maar toen deze opgepeuzeld waren eiste hij (een draak kon dus communiceren met mensen, dit onthouden we) jonge meisjes die door het lot aangewezen werden. Toen de koningsdochter uitgeloot werd deed men beroep op de pas bekeerde Georgius die de draak met een lans doodde. Ook hier was de bekering van de bevolking de voorwaarde. De laatst gedoopte onthoofde het monster. Uiteraard kreeg de heilige een ereplaats in de katholieke hemel, maar hij verliet die regelmatig om op aarde verder te strijden tegen wie hij vijanden noemde. Zo zagen kruisvaarders hem dikwijls verschijnen als aanvoerder van hun legers, met het rode kruis op zijn schild dat tevens op de Engelse vlag te zien is (hij werd de schutspatroon van Engeland , van de ridders, kruisboogschutters en tevens van Rusland). Ook aan het begin van de eerste wereldoorlog toonde hij zijn hemelse krijgskunst. Toen een Engels regiment zicht terugtrok voor het gevreesde en wegens hun wreedheid gehate Duitse leger (men noemde de Duitse soldaten de nieuwe Hunnen en men beschouwde hen als een soort draken in mensengedaante)verscheen hij samen met engelen als kruisboogschutters aan het firmament en samen doodden ze vele Duitsers. Op de plaats waar de hemelse pijl hen raakte zag men geen wonde, enkel een geheimzinnige plek. Die legende of dit voorval (je mag zelf kiezen) lokt nog steeds hevige discussies uit tussen believers en non believers. Een schilderij over de fameuze engelen van Mons hangt in het belfort van die stad. Ik vraag me wel af welke magiër de heilige had opgeroepen. Trouwens in een volgend artikel buigen we ons over het magisch aspect van de drakengeschiedenissen.  

 

wordt vervolgd.

 

Tekst: Corry Geijsen                                                               Illustraties: Coucke Patrick