Dit is geen boekbespreking. Deze surrealistisch klinkende openingszin enkel om jullie te overtuigen, dit goddelijk werk (Knack benoemde heel terecht dit boek zo) een ereplaats te geven in jullie bibliotheek, want nog nooit werd de beeldende kunst van het christendom zo geniaal benaderd en dan nog wel door een overtuigde moslim. Kermani is hoogleraar oriëntalistiek, zoon van Iraanse immigranten (geboren te Siegen) en kreeg reeds diverse prestigieuze prijzen (o.a. vredesprijs van de Duitse boekhandel) voor zijn werken. In zijn laatste werk reisde hij, meestal samen met een katholieke vriend, de westerse wereld af op zoek naar christelijke kunstwerken die hij dan op een unieke manier bespreekt, getuigend van een zeer groot inlevingsvermogen en met een pittige, onderhoudende stijl die van intense verwondering naar milde spot kan overslaan en soms wel eens (in feite maar eenmaal) bitter cynisch klinkt. Hij heeft een grote eerbied voor het christendom , bidt zelfs in kerken, maar dan op moslimwijze, en heeft hiervoor nog nooit spottende opmerkingen moeten incasseren. Hij bewondert onze verdraagzaamheid. Als overtuigd moslim, dikwijls aanleunend bij het soefisme of de mystieke vorm ervan, verwoordt hij dikwijls hetzelfde bezwaar: de vergoddelijking van Christus en de bijna vergoddelijking van Maria. Hij houdt van zijn religie maar gelooft niet dat de moslimwereld nog door de verlichting moet marcheren, integendeel ze hebben dit reeds lang geleden gedaan , maar zijn nu verstrikt geraakt in een agressief en hopeloos fundamentalistisch islamisme. Als ieder weldenkend mens verafschuwt hij dit laatste. 

Hij heeft heimwee naar de moslimwereld van ruwweg voor de 16de en 15 de eeuw, glansrijk uitblinkend door verdraagzaamheid en hoogstaande cultuur. Terug naar zijn kunstbespreking. Zijn voorkeur gaat voornamelijk uit naar de Italiaanse barokschilder Caravaggio (1573 – 1610).Niet te verwonderen, in de islam mag men het goddelijke enkel door abstracte constructies uitbeelden en bij Caravaggio heb je het ander uiterste: niemand heeft ook religieuze taferelen op zo een rauwe, gewelddadige of erotische wijze afgebeeld. Ieder schilderij van de meester grijpt je naar de keel en blijft voor altijd in je geheugen gegrift .Op het katholicisme heeft de islam voor dat het laatste meer de nadruk legt op de directe relatie tussen mens en God, zonder de tussenkomst van een kerkelijke hiërarchie volgens het Romeinse machtssysteem. Kermani verwijst hier dikwijls naar, anderzijds zoekt hij dikwijls naar overeenkomsten tussen beide religies, hij lijkt zelfs van een eenheidsreligie te dromen. Hierbij komt hij tot zeer merkwaardige uitspraken, vier hiervan belichten we eens nader. Eerst bekijken we het kunstwerk door zijn ogen om dan over te gaan naar een persoonlijk standpunt, bedoeld als een soort dialoog. 

1.een alles behalve vrolijke Lazarus.

Rembrandt, de 17de eeuwse meester van het clair-obscur toont ons in zijn “de opwekking van Lazarus” een eerder lachwekkend dan een stichtelijk tafereel. De door Christus pas uit de doden opgewekte Lazarus kijkt met afgrijzen naar zijn afgetakeld lichaam, als wou hij protesteren : waarom heb jij mij niet in mijn eeuwige rust gelaten. Martha (Lazarus was de broer van Martha en Maria Magdalena )strekt ook haar arm  in afschuw naar Lazarus uit als wou zij stamelen: daar gaat de miserie opnieuw beginnen. Toen ik na een dergelijke commentaar van Kermani nog eens naar het schilderij keek moest ik hartelijk lachen. Dan wordt Kermani eerbiedig door te stellen dat Christus enkel de opwekking verrichtte om te bewijzen dat hij de dood kon overwinnen. Een en ander staat ook zo vermeld in het Johannesevangelie. Maar ditzelfde evangelie bevat ook een geheimzinnige zin over Lazarus, voor de opwekking: deze ziekte is niet ten dode, maar ter ere Gods. En nu wenden we ons eens tot het esoterisch christendom, dat nog altijd haaks staat op het dogmatisch katholicisme. We gaan ten rade bij Rudolf Steiner die in zijn “het Johannesevangelie” uitlegt dat in de klassieke oudheid tijdens een inwijding in een mysterieschool het astraal lichaam van de ingewijde van het stoffelijk lichaam gescheiden werd, een uittreding dus .Dit verschafte de neofiet de overtuiging dat zijn ziel onsterfelijk was. Maar volgens Steiner bestond er nog een geheimere inwijding: 

hierbij trad ook het etherisch lichaam uit waardoor het stoffelijk lichaam reeds begon te ontbinden. Dit was bij Lazarus het geval. De inwijdingshypothese kreeg een extra steuntje door de Amerikaanse onderzoeker Morton Smith die in 1958 claimde een geweerd fragment uit het Marcusevangelie in een klooster te Mar Baba (Syrië) ontdekt te hebben. Het uit het officieel evangelie geweerde fragment handelt nu juist over de opwekking van Lazarus, die trouwens als jongeling vermeld wordt: en de jongeling kwam ’s avonds tot hem gekleed in een linnen kleed over zijn naakte lichaam. En hij bleef die nacht bij hem en Jezus leerde hem de geheimen van het koninkrijk Gods .De meeste auteurs die dit fragment vermelden accentueren de naaktheid van de jongeling en suggereren of verwijzen expliciet naar homoseksualiteit .Maar had Jezus nu juist die naaktheid niet nodig om op een zeer eenvoudige wijze aan te tonen waar het koninkrijk Gods zich bevindt. De meester Caravaggio geeft ons een hint en Kermani snapt die hint. 

2.Hoe een wonde een opening wordt

Wat je nog verwacht is al gekomen, maar je herkent het niet (uit het Thomasevangelie)

Met een bewonderenswaardige gedrevenheid heeft professor Quispel zijn gehele leven gewijd aan het bestuderen en becommentariëren van gnosisteksten. Zijn stokpaardje waren uiteraard de in 1945 ontdekte Nag Hammaditeksten, maar toen hij zich voor het eerst boog over het daar ook gevonden Thomasevangelie (hij  smokkelde in 1956 een fotokopie van die tekst uit Egypte) werd hij met diep ontzag vervuld. Deze maal geen gnosisfilosofen uit de tweede eeuw die wat oneerbiedig hun ideeën uit de mond van Christus lieten komen, maar stond hij hoogstwaarschijnlijk oog in oog met de oorspronkelijke woorden van Christus. Dit is geen gnosisgeschrift, heeft de geleerde steeds eerlijk toegegeven. Dit koptisch geschrift stamt weliswaar uit de 4de eeuw, maar is een vertaling van een veel oudere Griekse tekst. Het bevat 114 losse uitspraken van Christus, niet door een biografisch verhaal aaneen geregen. We horen een totaal andere taal van Christus, niet die van een wereldvreemd  verlangen naar een utopische toekomst, maar een onverbiddelijk hier en nu, hic et nunc.

Hef een steen op en je vindt het rijk Gods, waar moet ik heen om het te vinden, daar waar je voeten staan is het ontnuchterend antwoord. Het koninkrijk Gods is rondom ons te ontwaren, maar vooral in de mens. Het klinkt alsof we iemand horen die uit een Zenklooster is gestapt. Insiders weten dat dit ook zo is. In 1887 ontdekte de Russische onderzoeker Nicolas Notovitch in het Hermisklooster in de buurt van Leh (de hoofdstad van het oude koninkrijk Ladakh, grens India en Tibet) het evangelie van Issa. Daarin staat overtuigend beschreven dat Jezus tussen zijn 12de en 30ste levensjaar in India en Nepal verbleef om dan naar Palestina terug te keren. Terug naar Kermani bij zijn bespreking van Caravaggio’s “de ongelovige Thomas”. Hij heeft hier geen goed woord over voor de evangelist Johannes die Thomas maar een onnozele ongelovige vindt. Thomas moet de wonden van de verrezen Christus zien om overtuigd te raken . Het is dezelfde Thomas die als enige de diepere betekenis van de woorden van Christus begrijpt, het is dezelfde Thomas die na de dood van de meester in diens voetsporen naar Indië trekt om in Madras de eerste verre christelijke gemeenschap te stichten (wordt uiteraard betwist). En nu schildert op zijn typisch meesterlijke wijze Caravaggio een zeer opmerkelijk detail dat bijna niemand heeft opgemerkt: de wonde in de zijde van Christus is in feite een opening, waardoorheen Thomas vol verwachting kijkt , samen met twee apostelen achter hem. De interpretatie van Kermani vind ik meesterlijk: de apostelen zoeken hier in Christus het rijk Gods. Nog dit: de bewuste opening in de zijde van Christus doet denken aan de manier waarop de echte Filippijnse wondergenezers het lichaam paranormaal openden. Iets dergelijks gebeurde met één van hen In het Gentse. 

3.Kermani gaat eenmaal door het lint

Drongen met zijn befaamde abdij is het bezoeken overwaard. Pronkstuk in de Sint-Gerolfkerk is het miraculeuze Mariabeeldje uit de 12de eeuw, de zetel der wijsheid, afkomstig uit de verdwenen norbertijner abdij te Hulsterlo. Zoals alle zeldzame romaanse Mariabeeldjes vermengt het uiterste soberheid met uiterste expressiviteit. Maar het merkwaardigste kenmerk is de griezelige overeenkomst met Oudegyptische beelden die Isis en haar zoon Horus op de schoot afbeelden. In de 12de eeuw straalde Maria nog volledig de eigenschappen van de moedergodin uit. In die esoterisch rijke 12de eeuw knielde Bernardus van Clairvaux (de feitelijke stichter van de tempeliersorde) neer voor een dergelijk Mariabeeldje in de Romaanse St.-Vorleskerk te Chatillon-sur-Seine toen hij zijn berucht visioen van Maria en kind kreeg waarbij hij enkele druppels van de moedermelk van Maria te slikken kreeg (bekend als de lactatio van Bernardus). Als tempeliersfan is de volgende interpretatie zeer verleidelijk: als geheime aanbidders van de moedergodin Isis kregen die riddermonniken symbolisch de moedermelk van Isis aangeboden. Trouwens, een dergelijk ritueel ondergingen de echte priesters en priesteressen van Isis. Diverse schilders hebben dit gebeuren afgebeeld. Zo ook Pietro Perugino, leermeester van Rafaël. Maar van het originele verhaal is hier weinig of niets overgebleven. En juist dit schilderij bespreekt Kermani, en hier is het ook m.i. dat hij zich volledig vergaloppeert. Want hij haat Bernardus vanuit het diepste van zijn ziel. Bernardus kreeg namelijk het visioen kort voor hij in 1146 te Vezelay (kerk gewijd aan Maria Magdalena) opriep tot de tweede kruistocht die alweer onnoemlijk veel leed over de moslimwereld uitstrooide. Maar Kermani viseert Maria. En er komt testosteron in zijn bloed, want hij beweert dat op het schilderij Maria Bernardus uitnodigt met haar te neuken (hij gebruikt maar eenmaal dit werkwoord in zijn boek). Want ze steekt uitnodigend haar onderbuik naar hem uit en ter hoogte van haar geslacht (alles in haar kledij is nochtans zedig gesloten) ziet hij haar vingers obscene gebaren maken .En volgens Kermani zou Bernardus het beter gedaan hebben met Maria, dan zou zijn agressie verdwenen zijn , samen met het idee van een kruistocht. Achter haar staat een engel met een lelie, symbool van maagdelijkheid, in haar hand. Maagdelijkheid ? 

Vergeet het maar, want zij kijkt minachtend en zijdelings. Het komt misschien door mijn leeftijd, of door melatonine (verwekt dromen) in mijn bloed, maar ik ontwaar totaal andere details.  Achter Bernardus staan twee mannen, één heeft een kruisje in de hand en het lijkt zeer goed op een Johanneskruis (Johannes de Doper): de dwarsbalk hoger en kleiner. En Maria maakt met haar hand net niet het Johannesteken, haar vinger is horizontaal  i.p.v. verticaal geplaatst. Ook hier was Kermani bij het bekijken van het schilderij te München vergezeld van een katholieke vriend die hem voortdurend op het hart drukte dat het niet Maria is die wordt afgebeeld. Wie dan wel ?? Johannes de Doper behoort tot de wel eens spottend genoemde Bethanië connectie, waartoe ook Maria Magdalena behoort. Volgens mij is het dan ook die Maria die werd geschilderd .En misschien wordt hier wel naar de natuurlijke verwekking van een kind verwezen. Toen Bernardus de tempeliersorde oprichtte moesten de tempeliers trouw zweren aan Maria Magdalena.  In elk geval een schilderij met diverse dubbele bodems, zoals zo dikwijls bij renaissancekunstwerken.  

Christus, God of mens.  Een onoverbrugbare kloof ?

  In een hadith (mondelinge overleveringen van uitspraken van Mohammed) zegt de profeet over Jezus dat hij als een baardloze jongeling een mooie gestalte heeft, met vol krullend haar, zijn voeten in het groen met gouden sandalen. Die beeltenis herkent Kermani het best in een mozaïek in de Galla Placidiakerk te Ravenna. Hier weerkaatst volgens hem Christus de goddelijke heerlijkheid, maar is als profeet juist geen God. Dit laatste zou blasfemie betekenen volgens de islam.   En dit is nu juist de onoverbrugbare kloof tussen de twee grote monotheïstische religies (bij het katholicisme heb je dan uiteraard ook nog de 

Drievuldigheid). Het woord is vlees geworden, leert Johannes ons. Hiermee bedoelt hij het scheppingswoord van Jahweh en de goddelijke vleeswording in Christus. Christus als God dus (door de katholieken als zoon van God begrepen) .Maar nu komt de heilige kat op de heilige koord. Gebeurde die vleeswording voor of tijdens de schepping. In het begin van het christendom (toen waren de katholieken nog hoegenaamd niet in de meerderheid) waren er ruwweg twee tegenovergestelde meningen. Volgens de arianen gebeurde de vleeswording tijdens de schepping en volgens de katholieken voor de schepping. Het arianisme beschouwde dus ontologisch Christus niet als God, hij benaderde hem wel. Het ging in feite om een meningsverschil over twee voorzetsels, en in die periode sneed men hiervoor mekaar letterlijk de keel over. Bij een dergelijke discussie zou men nu in slaap vallen. Uiteindelijk won het katholicisme en tijdens het concilie van Nicea (325) werd het arianisme tot ketterij uitgeroepen. Voor die periode gebeurde de kerstening van de Germaanse volkeren vrij snel. Wat men soms niet vermeldt is dat de Germanen bijna zonder onderscheid zich tot het arianisme bekeerden, want een bijna goddelijke figuur als spirituele leider zagen ze goed zitten (in de dertiger jaren van de vorige eeuw zagen vele Germanen dit ook zitten ,maar minder spiritueel). De paus die trouwens steeds machtiger werd, ook wereldlijk, vond een goddelijke Christus beter, het paste meer bij het Romeinse concept .De Romeinen vergoddelijkten vroeger ook diverse keizers. Uit louter opportunisme (men wou vriendjes blijven van de invloedrijke paus) gingen bijna alle Germaanse heersers over naar het katholicisme .De Visigoten in Spanje bleven het langst ariaans .En nu komt Kermani met een uiterst origineel idee: indien het arianisme had overwonnen zou de islam nooit ontstaan zijn. Met andere woorden, de reden (althans volgens hem) dat de aartsengel Gabriel de Koran in de ziel van Mohammed prentte was niets meer of minder dan een reactie op een verkeerd begrepen christendom. Een interessant thema om een dialoog aan te gaan, maar dan eentje zonder haat of djihad.

 

Tekst: Corry Geijsen                                                                                    Illustraties: Patrick Coucke