VERDERE HANDELINGEN VAN DE GROTE GOD PAN

  

Ik heb ontelbare boeken verslonden over de holocaust, niet vanuit een morbide belangstelling, maar omdat ik deze goed geoliede moordmachine beschouw als één der duidelijkste uitingen van de absolute machten van het kwade en ik door het lezen van getuigenissen achter het geheim hiervan wou komen. Zo  las ik in “de slinger van Foucault”,het magistrale meesterwerk van Umberto Eco dat de nazibeulen op zoek waren naar een geheim teken, al was het maar een tatoeage op één der naakte lichamen van de miljoenen slachtoffers ,dat het geheim zou onthullen waarom de joden een uitverkoren ras zijn . 

Goed gevonden, maar dit is maar dichterlijke vrijheid ,een gunst alleen aan dichters en romanschrijvers verleend. En hoe grotere vlucht hun fantasie neemt, hoe meer lof hen wordt toegezwaaid. Hierop ben ik steeds jaloers geweest, want bij een schrijver van artikelen fronst men heel dikwijls (jaja, terecht) de wenkbrauwen als hij zijn fantasie de vrije loop laat. Dus blijven we braafjes bij getuigenissen. De machten van het kwade hullen zich altijd in geraffineerde misleidingen. Neem nou Auschwitz. Het begon reeds met het cynische opschrift “arbeit macht frei” boven de ingangspoort , met opperste ironie in het lettertype van de pacifistisch ingestelde kunstenaarsbeweging Bauhaus. Bij het uitstappen na een gruwelijke treinreis stonden ss'ers verkleed als verplegers klaar om gebrekkigen te helpen. En raar genoeg was er een merkwaardige uitzondering. Pasgeboren baby'tjes tijdens de treinreis werden bijna altijd met hun hoofdje tegen een treinwagon verpletterd. Dan hield de mooie schijn op: de steeds aanwezige afgerichte honden en zwepen deden hun afschuwelijk werk, de chaos en paniek overheersten alles. Nochtans had dit gemakkelijk kunnen opgelost worden door vrouwelijke ss'ers verkleed als kinderverzorgsters in te schakelen. Het sadistisch vermoorden van baby's had blijkbaar voorrang op het spektakel van misleiding. En toen las ik het verslag van een vrouwelijke gevangene die een bevoorrechte positie in het kamp had verworven en tussen ss'ers mocht werken. Uiteindelijk durfde ze de vraag stellen die haar reeds lang kwelde : waarom gaan de hogere ss-officieren toch iedere nacht het uitgestrekt woud in ? Het onthullende antwoord : al de doden hier beschouwen ze als een offer aan een of andere antieke bosgod. We weten maar al te goed welke bosgod bedoeld werd. De grote god Pan zal niet enkel tevreden geweest zijn met die offers (vooral die van de pasgeboren kinderen), maar hij zal ook aan de ss'ers  visioenen hebben voorgetoverd van de weldaden van het toekomstige derde rijk .Want ook dit was zijn specialiteit : via visioenen tonen wat men wou zien om later zijn volgelingen in het verderf te storten. Dit deed hij ook eens met de tempeliers. 

Hoe de grote god Pan de tempeliers misleidde

 

 

In het vroegere Bijlokemuseum te Gent (nu Stam) was een beeldje te zien waar bijna iedereen aan voorbij ging omdat er zo dertien in een dozijn waren, tenminste dit dacht men : Maria staande op een maansikkel.

En toch was er iets uiterst merkwaardig te zien: in de maansikkel was er geen duiveltje, maar een engeltje te bespeuren. Het beeldje werd in de zeventiger jaren van de vorige eeuw gevonden tijdens werkzaamheden bij het herbouwen van de grote klinieken te Gent, waar vroeger de commanderij Dobbelslot van de tempeliers was gevestigd. Het zat zo : de moedergodin Isis werd meestal voorgesteld met een maansikkel boven haar hoofd. Met haar demonisering door de katholieken werd de maansikkel aan haar voeten geplaatst met als waarschuwing dat ze de ketterijen zal verpletteren, vandaar het duiveltje. Vertaal nu Baphomet (de afgod die de tempeliers volgens de inquisitie aanbaden) in het Hebreeuws en pas dan de atbash-code toe (de eerste letter van het Hebreeuws alfabet vervangen door de laatste, de tweede door de voorlaatste, enzoverder) en je bekomt het woord Sophia, dat staat voor het vrouwelijk aspect van de godheid. M.a.w. de tempeliers aanbaden in het geheim de moedergodin. Een andere veel aangehaalde hypothese beweert dat Baphomet verwijst naar het afgehakte hoofd van Johannes de Doper. Hierover berichtte ik reeds uitvoerig .En dan heb je nog de overbekende afbeelding van Baphomet door de 19de eeuwse occultist Eliphas Levi : de grote god Pan ten voeten uit, horens en bokkenpoten incluis. M.i. bedoelde deze onverlaat de duivel en volgde hij hiermee klakkeloos en zonder het minste historisch besef het standpunt van de inquisitie, dat de tempeliers duivelaanbidders waren. Nu heb ik mijn mening moeten herzien. Eliphas Levi (1810 – 1875 -  echte naam: Alphonse Constant) volgde een opleiding als priester,maar werd wegens onorthodoxe opvattingen uit het priesterambt ontzet. Daarna werd hij een revolutionair die uiteindelijk in de gevangenis belandde. En toegegeven, zijn “dogme et rituel de la haute magie” uit 1855 is nog steeds een standaardwerk over het occultisme. In Londen ontmoette hij Edward Lytton (lid van de golden dawn en schrijver van “the coming race”). Samen riepen ze de geest van Apollonius van Tyana op, die zich prompt materialiseerde . In de bonte volière van de rare vogels van esoterische figuren is hij wel een witte raaf, je kunt hem de Christus van de esoterici noemen. Hij leefde kort na Christus en bracht eveneens zijn jeugdjaren door in een klooster nabij de Himalaya. Net zoals Christus beheerste hij de siddhi's en kon hij miraculeus (die term komt dan weer van de katholieken) genezen. Hij onderwees dat iedere mens op zoek moest gaan naar het hogere zelf in zichzelf en anderen. Na die invocatie werd Apollonius de geleidegeest van Levi, en toen ik dit vernam begon ik hem te vertrouwen. In hun visioenen meenden de tempeliers zich tot Isis of Johannes de Doper te richten, maar werden ze zonder zich hiervan bewust te zijn als weerloze vliegen de gevangenen in het verraderlijke web van de grote god Pan. Deze laatste zal hen eveneens via dezelfde visioenen wijsgemaakt hebben dat ze een spirituele genezende werking zullen uitoefenen in de theocratie die ze in de toenmalige bekende wereld wilden verwezenlijken en dat alle door hen nog te verrichten vernietigingen slechts het verheven doel van een nieuwe hogere orde beoogden. En m.i. toont Levi dit subtiel in zijn afbeelding van Baphomet, alias de grote god Pan. Zo ontwaren we de esculaap , de slang rond de staf van Asklepios, de Griekse god van de geneeskunde en nog steeds hiervan het symbool. En op zijn armen staan de Latijnse woorden uit de alchemie , solve (scheiden) en coagula (breng samen), dus iets moet gebroken worden voor het dan opnieuw kan opgebouwd worden. De tempeliers rolden ongewild de rode loper uit voor de grote god Pan. Dit gebeurde veel later ook door de leden van de occulte vereniging “the golden dawn”. 

De grote god Pan komt eventjes langs bij the golden dawn

 

Ja, 't is erg jammer, ze is volslagen krankzinnig. Maar daar was helaas niets aan te doen. En per slot van rekening heeft ze de grote God Pan gezien. (uit “de grote god Pan” Arthur Machen) 

De bekendste magiër uit the golden dawn was ongetwijfeld A. Crowley, die ook het duidelijkst uitlegde waarover het ging: na het tijdperk van de Egyptische moedergodin Isis brak het tijdperk aan van haar gemaal Osiris en nu zal hoopvol een nieuw tijdperk aanvangen, dit van haar zoon Horus, dat zal gekenmerkt worden door een hernieuwd contact met de bovenzinnelijke wereld en waarbij de mens absolute seksuele vrijheid zal mogen proeven. De grote god Pan voelde zich in zijn nopjes. Maar om te weten hoe men dit praktisch trachtte te verwezenlijken moeten we bij de schrijvers uit dit genootschap te rade gaan, want die klapten het eerst uit de biecht. Dit was het geval bij Arthur Machen die in 1894 de omvangrijke novelle “the great god Pan” schreef, nog steeds beschouwd als de moeder van alle griezelverhalen. Die datum is van belang om de tijdsgeest te begrijpen i.v.m. opvattingen omtrent de bovenzinnelijke wereld. De parapsychologie ontstond officieel in 1882 door de oprichting van de society for psychical research en die pioniers (o.a. Myers) trachtten voornamelijk een empirisch bewijs voor een leven na de dood te vinden en richtten hun aandacht vooral op het spiritisme (toen een echte hype) en lieten zich spijtig genoeg dikwijls door geraffineerd bedrog beetnemen, Velen die in het transcendente geloofden hadden toen reeds door dat het spiritisme naar een doodlopend straatje zou leiden. De toen zeer geliefde psycholoog William James verkondigde dat we maar 10 procent van ons brein gebruiken en dat de activering van het ongebruikte deel van kapitaal belang zou zijn voor persoonlijke religieuze ervaringen. En Henri Bergson, de filosoof van het vitalisme , schreef zijn eerste essays waarin hij onder meer stelde dat de hersenen een remmende functie vervulden en dat impulsen uit de bovenzinnelijke wereld door die zelfde hersenen automatisch werden geweerd. En met een scalpel de nodige correcties in de menselijke hersenen aanbrengen is misschien een absurde, doch niet onlogische oplossing om het contact met de bovenzinnelijke wereld te herstellen. En hiermee begint die beklijvende novelle. Een korte samenvatting. De hersenspecialist Raymond nodigt zijn vriend Clarke uit. Ze keuvelen  wat over de link met de andere wereld, hekelen het spiritisme en verwijzen zelfs niet naar de parapsychologie. Dan ontvouwt de hersenchirurg zijn gewaagd plan : God heeft een deel van de hersenen niet geactiveerd , en bij het geadopteerde meisje Mary gaat hij die nu juist in werking stellen zodat het contact met de bovenzinnelijke wereld zal hersteld worden. Na die schedelboring ontwaakt het meisje totaal krankzinnig. Negen maanden later (heeft ze gepaard met de grote god Pan ?) schenkt ze het leven aan een meisje , dat aan het platte land wordt uitbesteed. Ze vertoeft bij voorkeur in bossen waar ze Pan ontmoet en een vriendinnetje aan hem offert. Het gaat van kwaad tot erger en alle registers van het griezelgenre worden geopend. We leren haar onder diverse namen kennen en uiteindelijk pleegt ze zelfmoord , wat van haar overblijft is een slijmachtige massa waarvan de cellen nog levensvatbaar zijn. Nu hebben de leden van de golden dawn wel geen schedelboringen uitgevoerd, maar wel bizarre rituelen om inderdaad ongebruikt geachte delen van de hersenen te activeren om zo in het rijk van het bovennatuurlijke binnen te dringen. Vooral kosmische seksuele energie had hun belangstelling (kundalini, vrillkracht) en ook de grote god Pan was gewekt. Zo joeg hij Crowley de stuipen op het lijf door de vorm van een monster aan te nemen ergens aan het Schotse meer Loch Ness, maar verder dan een befaamde occulte vereniging te reduceren tot een belachelijk clubje raakte Pan niet. Nu wou hij tussen , neen in de mensen zijn. Maar hiervoor zou hij nog tot 1951 moeten wachten. Maar met een beduchte tegenspeelster had hij geen rekening gehouden. 

Wicca en de grote god Pan

 

 

De Engelse koning Jacobus 1 (1566- 1625) was niet enkel een machtige vorst maar ook een grote intellectueel die diverse boeken schreef , zo geniet de door hem geredigeerde King James Bible nog steeds een grote autoriteit. 

Hij had echter één obsessie, achter iedere boom of struik meende hij een demon of heks te ontwaren die hem belaagde. Zo stelde hij in 1604 de heksenwet in die alles verbood dat maar enigszins met hekserij kon te maken hebben. De wet werd slechts volledig in 1951 herroepen, want het Angelsaksische volk werd met de moedermelk de angst voor de duivel ingelepeld. En toen gebeurde alles relatief vlug. De covens (heksengroepen) schoten als paddenstoelen uit de grond. Ze telden telkens 13 leden : 6 mannen, 6 vrouwen en de hogepriester.  In 1954 schreef Gerald Gardner zijn “Witchcraft Today “ waarin hij probeerde te bewijzen dat de hekserij steunde op een universele religie die zowel door  katholieken als protestanten gedwongen werd ondergronds te opereren. De seksuele hereniging van de vruchtbaarheidsgod en de moedergodin stond hierbij centraal, En de leden van de covens trachtten dit na te spelen. Ruwweg leidden hiertoe drie wegen.  1. Het mannelijk aspect werd gesymboliseerd door een dolk, het vrouwelijke door een beker of kelk. Bij een ritueel werd een dolk in een beker geplaatst. Loutere symboliek dus. Je kunt het gerust een mis voor nieuwe heidenen noemen. 2. Hier komt reeds seks om de hoek gluren. Een man speelt de vruchtbaarheidsgod en een vrouw neemt de rol van de moedergodin op zich. En dan maar paren ,met als oorspronkelijk doel hiermede de vruchtbaarheid van het land te garanderen. Hieros gamos noemt men dit. Er bestaan diverse namen voor vruchtbaarheidsgoden en moedergodinnen (volgens de esoterie allemaal diverse cultuurgebonden namen voor dezelfde entiteit) maar toch genieten bij de wicca's twee de voorkeur : de grote god Pan en Isis. Ik noem dit close encounters of the third kind.  Door een invocatie worden die twee entiteiten dan opgeroepen, om bij te staan bij de magische handelingen in een cirkel of zelfs tijdelijk in te treden bij een man en een vrouw tijdens de magische coïtus. Hier een verkort gedeelte van die invocaties. Voor Isis : U bent al wat ooit was, en al wat ooit zal zijn. Kom als de parfum van de heilige lotus en bezwanger mijn cirkel met liefde en magie, ik bid u, daal neer op mijn cirkel . En voor de grote god Pan : God van de wijnrank, wees in mijn cirkel met uw liefde en stort van boven uw genade over mij uit. Wees met mij als mijn magie geschiedt. Pan die de liefde bedrijft met Isis, weliswaar tijdelijk in een menselijk lichaam, hieruit moesten vonken schieten. Bestaat hierover een (min of meer) betrouwbare getuigenis ? Jawel, die van Vivianne Crowley, neen geen familie van, wel de bekendste hedendaagse wicca, maar haar verslag doet ze wel in bedekte termen. 

De rare close encounters van Vivianne Crowley

 

 

In de hedendaagse wicca beweging is Vivianne Crowley de bekendste figuur. Als kind en puber dwaalde ze dikwijls rond in de wouden rondom New Forest, in het zuidoosten van Engeland. 

Pan lag op de loer. Hier werd ze bewust van haar paranormale gaven, o.m. contacten met natuurgeesten en het vermogen om  regen op te roepen. Ze trad op jeugdige leeftijd toe tot een coven waar ze spoedig de spilfiguur werd. In 1989 schreef ze “Wicca” (in 1990 vertaald als “hekserij”), nog steeds het standaardwerk over hedendaagse hekserij. Later studeerde ze psychologie met als specialisatie de analytische psychologie van Jung. Ze doceerde godsdienstpsychologie aan het prestigieuze King's College (Londen). Haar boek bevat weinig autobiografische gegevens, en over haar (seksuele) contacten met de grote god Pan schrijft ze hoogstens samen een halve bladzijde, nochtans is het uiterst merkwaardig wat ze schrijft. Om een geijkte term uit de psychoanalyse te gebruiken : ze lijkt veel te verdringen. Alles gebeurde tijdens de rituelen van de feesten van wicca die in feite naar het verloop van de seizoenen verwijzen. Dan zou Isis tijdelijk bezit nemen van Vivianne en de paring met de grote god Pan (in het lichaam van de hogepriester) geschieden. Tijdens de lente-evening lijkt Pan met alles wat beweegt te willen paren om na zijn pleziertjes opnieuw onbezorgd in de bossen te zwerven. Tijdens Beltane (vooravond van 1 mei, feest van Bel, de zon) neemt hij de verantwoordelijkheid op tegenover de godin. En bij het paren tijdens midzomer neemt hij nog een grotere verantwoordelijkheid op zich, namelijk die van de vruchtbaarheid van het land (de uiteindelijke bedoeling van het goddelijk liefdesspel). Wat moeten we nu hiervan denken ? Ofwel moeten we alles allegorisch interpreteren en belanden we inderdaad bij Jung. Zelf sukkelde die van de ene depressie in de andere, maar in zijn psychologie verloopt alles ten goede. want de menselijke psyche streeft vanzelf naar het individuatieproces waarbij het persoonlijke ik opgaat in het universele zelf. Hierover uitte Jung zich in vage metafysische termen zoals: individuatie sluit de wereld niet buiten maar in. Ofwel geloven we in een rasechte close encounter en dan krijgen we die bijna ongelooflijke transformatie van de grote god Pan, die van een uiterst driftige neuker tot een gewetensvolle minnaar die volledig zijn verantwoordelijkheid opneemt. Driewerf neen, zo hebben we onze grote god Pan nergens leren kennen. Dan zie ik maar één mogelijkheid : de moedergodin Isis heeft hem getemd en dit tot zijn groot ongenoegen. Voor Isis moet iedere man buigen en haar gehoorzamen, zelfs Napoleon deed dit (hierover schrijf ik wel eens). Ook goden, en vooral halfgoden is zij de baas. Tijdens mijn speurtocht in de menselijke geschiedenis naar de aanwezigheid van de grote god Pan moesten we toch dikwijls vaststellen dat hij gefrustreerd raakte en zijn uiteindelijk doel niet bereikte. Zou hij dan toch niet tot een grotere, zelfs allesomvattende daad in staat zijn ? En zoiets ontmoette ik totaal onverwachts. 

Is iedereen gevangen in zijn web ? 

In zijn laatste boek “het fantoomzelf” (in vertaling) beweert de beruchte David Icke dat we in een virtuele wereld leven en de boosdoener hierbij is Saturnus, waarmee hij zowel de entiteit als de planeet (zijn stoffelijke verschijningsvorm) bedoelt. Zijn werk is zeer rijk geïllustreerd. Eén illustratie trof me enorm : Pan die zijn fluit bespeelt. Pan beschouwt hij als een symbool van Saturnus, ik zie hem als zijn medespeler. In elk geval, door dit magisch fluitspel wordt volgens Icke nu juist de matrix, die verraderlijke schaduwwereld gevormd waarin we met z'n allen gevangen zijn.. Wordt hier een immens kosmisch geheim onthuld of gewoon te veel eer betoond aan de grote god Pan ?  Stof genoeg voor een levendige discussie bij mijn uiteenzetting in mei.

 

 

 

Tekst: Corry Geijsen                                                              Illustratie: Patrick Coucke