MAGISCHE TEKENS IN HET PATERSHOL    CAERMERSKLOOSTER

Men beweert dat de berg Karmel (Karem El = de wijngaard van God) tegen Haifa één der mooiste plekken van Israël is , heel vruchtbaar en heel het jaar groen. Plaatsen waar de natuur haar bijna goddelijke volmaaktheid bereikt trekt mensen aan met de juiste spirituele ingesteldheid. De top van de berg was sinds de oudheid de plaats waar een altaar werd opgericht voor verschillende goden. Priesters van diverse religies leefden er in vreedzame harmonie. Maar het positieve trekt ook het negatieve aan. Verdraagzaamheid lokt uitdagend fanatisme aan. Toen kwam de joodse profeet Elia ,hij bespotte de andere 

 priesters en verjoeg hen. Aan de voet van de berg bevindt zich de befaamde bron van Elia (Van Eyck inspireerde zich op die bron voor zijn bron des levens op het middenpaneel van het LG). In een relatief grote tunnel in de berg leefde Elia. Een graf van de profeet zal men er uiteraard niet vinden want volgens de bijbel werd hij lichamelijk in een vurige wagen ten hemel opgenomen. Jozef en Maria hebben er een tijdje gewoond en zo ontstond er een gebedsruimte voor pelgrims. Opnieuw nodigde de pracht van de natuur uit tot meditatie en gebed, het wonderbaarlijk uiterlijke smolt samen met de innerlijke rijkdom en de onderlinge verdraagzaamheid kreeg weer de bovenhand. Sommige pelgrims (eerst mannen, later ook vrouwen) droegen een wat rare gestreepte mantel en in de periode van de kruistochten erkende de paus ze officieel als bedelorde. Zo ontstonden de Karmelieten. Hun devotie richtte zich vooral tot Maria. Maar geschiedenis heeft de vervelende eigenschap zich te herhalen en deze maal waren het de Saracenen die als fanatici kwamen opdagen en de Karmelieten verjoegen. De Karmelieten vluchtten naar Europa waar ze diverse kloosters stichtten , niet uit een fanatieke bekeringsdrang, maar geïnspireerd door een oprechte zoektocht naar spirituele plaatsen. In Gent kwamen ze in 1272 aan. Onmiddellijk vonden ze het Patershol de geschikte plaats om met het bovennatuurlijke in contact te komen en ze kochten de refuge van de abdij van Cambron (later meer hierover) op. (nu gelegen tussen de Lange Steenstraat en de Plotersgracht). Ze vestigden zich in wat ik de magische driehoek in Gent noem ,gevormd door het Caermersklooster, de abdij van de Augustijnen en het nu verdwenen dobbelslot van de Tempeliers. Het meest geschikte plaatsje werd ingenomen door de tempeliers, want hun commanderij bouwden ze op een tumulus, een kunstmatige Romeinse grafheuvel. De Romeinen wisten nog waar zich tellurische energie bevond en de Tempeliers wisten dit opnieuw. De kunst van het bedelen (hun enige manier van inkomen) beheersten de Karmelieten zeer goed ,want hun rijkdom groeide gestaag. Christus beweerde het reeds: geld is het slijk der aarde. De monniken raakten steeds verder verwijderd van hun oorspronkelijke doelstelling van introversie en gebed. Ze breidden hun klooster uit met steeds luxueuzere bijgebouwen en richtten een dikke muur op om zich af te zonderen van het plebs van de lederbewerkers in de omgeving. En hier begint ons verhaal, aan de 17de eeuwse infirmerie. 

Een gebouw vol geheimen. 

We bevinden ons in de Trommelstraat en staren verrast naar de 39 korbelen (houten consoles) onder de dakrand van de voormalige infirmerie van het klooster. Ze vormen een unieke verzameling van beangstigende saterhoofden en barokke duivelstronies. Dat met de naam Malpertuis dus de woning van de Boze, het huis van de duivel wordt bedoeld. Wat betekenen al die huiveringwekkende gedrochten ? Hoe heten de  gebeeldhouwde monsters, die de steunblokken voor het dakgebint dragen ? Die zinnen komen uit “Malpertuis” in het Frans in 1943 door de Gentenaar Jean Ray geschreven en in 1970 door Hubert Lampo , de grootmeester van het Vlaamse magisch realisme , in bloemrijk Nederlands vertaald. Nu, zoals zovele meesterwerkjes van Lampo, in de vergetelheid geraakt. Kort samengevat: een zeeman erft het huis van zijn oom. Het huis wordt geteisterd door spookachtige verschijnselen die afkomstig blijken te zijn van de vroegere goden van de mythische berg Olympos. Die entiteiten kunnen zich enkel manifesteren door een aantal believers die rotsvast in het bestaan van die Griekse goden geloven. Dit verhaal werd in 1971 door de Belgische regisseur Harry Kümel (hij verfilmde eveneens “De komst van Joachim Stiller” van Lampo) verfilmd. De hoofdrollen werden vertolkt door Orson Welles (hij sterft echter in het begin van de film) en Susan Hampshire. In 1972 werd de film genomineerd voor de Gouden Palm op het filmfestival van Cannes. De film flopte echter bij het grote publiek. 

Ik vind het nog steeds een meesterwerk .Kers op de taart: de film werd opgenomen, jawel in het Gentse Caermersklooster. Leden van de vriendenkring Jean Ray (in 1986 te Gent opgericht) gingen op zoek naar het huis van de duivel en meenden aan de hand van de beschrijving van een groot venster het als de Vooruit aan de Vrijdagmarkt te kunnen identificeren. Juist, maar ik ben er toch van overtuigd dat Jean Ray zich ook door het Caermersklooster liet inspireren. Het huis van de duivel ? Toen in 1797 de paters door de Franse overheersers werden verdreven deden geruchten (waarschijnlijk door bange geestelijken verspreid) in het Gentse de ronde dat de revolutionairen het klooster letterlijk ontheiligden door er orgieën te houden en er de duivel te aanroepen. En de monsterlijke tronies ? In zijn mooi geïllustreerd en boeiend geschreven “Patershol Gent - eigenwijs - springlevend” legt Geert Van Doorne (Eredirecteur Dienst Monumentenzorg) ons uit dat de consoles geënt zijn op de beschaving van de Mexicaanse Maya's. Voor de interpretatie hiervoor  bestaan er twee versies, allebei magisch. In die tijd beschouwden sommigen het Mayavolk als een inheemse stam die nog niet was aangetast door de erfzonde, de consoles waren dus in hun ogen getuigenissen van de magische wereld van de kosmische onschuld . Van Doorne gelooft in die interpretatie. Dan heb je de tegenovergestelde mening van de geestelijken die in het kielzog van de moordende en verkrachtende conquistadores de overgebleven Maya's van die genocide met zacht of eerder hard geweld tot het christendom bekeerden. Ze beschouwden de originele religie (toegegeven, er waren heel wat mensenoffers) van de precolumbiaanse volkeren als louter satanisch . Hier verwijzen de consoles dus regelrecht naar het rijk der demonen. Ik vraag me wel af hoe de Karmelieten ze beschouwden. Indien ze nog min of meer trouw waren gebleven aan hun oorspronkelijke idealen zouden ze voor de eerste optie moeten gekozen hebben. Nu wandelen we naar de Vrouwebroersstraat naar het oorspronkelijke (nu prachtig gerestaureerde) klooster. Op de zijgevel treffen we er metselaarstekens aan , eveneens magische symbolen die hun geheimen nog steeds niet hebben prijsgegeven. 

Metselaarstekens.

Een hardnekkige joodse traditie wil dat in ongeveer 1000 v.Chr. Koning Salomo zijn beruchte tempel liet bouwen door demonen die hij opriep en bedwong door zijn ring met de figuren van de zespuntige ster (hexagram) en de vijfpuntige (pentagram). Bij de aanvang van de romaanse bouwstijl verschijnen die tekens (vooral het hexagram of de davidster) opnieuw op de buitenmuren van de kerken en kloosters.        

Deze maal niet om demonen op te roepen, maar juist om ze te verjagen of af te weren. En dan verschijnen de duivelsknopen, een combinatie van vier ruiten. Van Doorne toont ons die aan weerszijden van het koorraam van de Norbertijnenkapel aan het Kaatsspelplein. Hij wijst er ons op dat ook kinderen die constructie soms met hun vingers en een touw maken en dat de duivelsknoop eveneens goed lijkt op een vissersnet om buit te vangen. De gehoopte buit was uiteraard een demon, misschien de duivel zelf. En dan krijgen we de gotische bouwstijl en verschijnen de Tempeliers achter de schermen op het historisch toneel. De tekens worden ingewikkelder en krijgen een typische tempelierssymboliek (maar die benadering volgen de historici niet !). Zo komt het x-teken of het andreaskruis erbij. De apostel Andreas , broer van Petrus, stierf de marteldood aan een dergelijk kruis. Een hedendaagse tempelier (ja, er bestaan nog dergelijke verenigingen) onthulde me de codering die volgens hem de Tempeliers gebruikten via de metselaarstekens. Het pentagram verwijst symbolisch naar de graal , alias de ark des verbonds. Vroeger schreef ik reeds over het verband tussen die twee. De ark als communicatiemiddel met de Elohim kon enkel door iemand van de juiste bloedlijn (de graal) bediend worden. En dan gebruikte men een vrij eenvoudig codesysteem (van een echt geheimschrift was dus geen sprake): als die tekens in of op een bepaalde locatie de combinatie van 6 ruitvormige structuren en 6 andreaskruisen toonden dan was daar belangrijke informatie over de graal/ark des verbonds te vinden. Dit zou dan verwijzen naar de legendarische twaalf bewakers van de graal. In het metselwerk van het binnenschip en de linker beuk van de St-Baafskathedraal zijn talrijke dergelijke metselaarstekens te onderscheiden, je ogen moeten er wel eerst aan wennen. Dit is werkelijk zeer uitzonderlijk, vooral aan de binnenkant van een kerk. In een vorig artikel interpreteerde ik dit alles als een verwijzing naar belangrijke informatie over de graal en de ark op het Lam Gods. In de periode van de orde van het Gulden Vlies (15de en 16de eeuw) verschijnen die tekens weer in hun volle glorie op en in kerken. Want de ridders van die orde gingen in het geheim koortsachtig op zoek naar de ark of wilden weten waar de Tempeliers hem verborgen hadden. De tekens in de Gentse kathedraal stammen uit die periode. Later (barok en latere periodes) vergeet men de verborgen betekenis van de tekens en krijgen ze, soms verfraaid, een louter decoratieve functie.  En nu de metselaarstekens op de zijgevel van het oorspronkelijk Caermersklooster. We onderscheiden: het hexagram, een duivelsknoop en een andreaskruis. De hamvraag: bevat of bevatte het klooster belangrijke informatie over de ark? Ik meen hier met een volmondig ja te mogen antwoorden.  

Een toren vol geheimen. 

Aan de rechtervleugel van het oude pand (rechts van de ruimte waar – veelzeggend – nu een tentoonstelling over het Lam Gods loopt) bevindt zich een octagonale toren met een uiterst zeldzame wenteltrap die toegang geeft tot kelder, refter en zolder, maar ook tot de bibliotheek die trouwens enkel via die trap toegankelijk is. De treden ervan zijn enkel in de wand van de trapkoker gevat zodat het midden hol blijft en een schalmgat vormt. Frappant is nu dat diezelfde toren (westelijk gelegen, octagonaal met identieke trap) in de Talmoed wordt beschreven als de toren grenzend aan de tempel van Salomo. En volgens diezelfde Talmoed noemde men die merkwaardige trap erin de trap naar de kennis, omdat ze toegang gaf tot de bibliotheek van de tempel met haar talrijke boeken vol geheimen.(met dank aan Chris Schoonejans die me voor het eerst op die unieke trap wees).  

De Talmoed is de schriftelijke vastlegging van discussies die gedurende eeuwen zijn gevoerd door de rabbijnen en wordt beschouwd als een evenwaardige aanvulling van de Thora. Dit noem ik de esoterische benadering van die toren. En nu volgt de eeuwige strijd tussen de evidentie van een logische verklaring en de onwaarschijnlijkheid van de esoterische benadering. De logische verklaring van die toren wordt ons aangereikt door Geert Van Doorne :ze heeft een louter tactische functie. Boven staand kan men onmiddellijk naderend gevaar bespeuren en door de trapstructuur kan men eveneens van bovenuit zien wie er binnenkomt, andersom kan men van onderaan de trap niets zien. Een gedroomde structuur ter verdediging. Adieu esoterie. Van Doorne wijst er wel op dat een dergelijke trap zeer zeldzaam voorkomt, hij geeft maar drie voorbeelden : in de beide westtorens van de Notre Dame te Parijs en in de torenhelm van de kathedraal van Straatsburg. Wel pareltjes van de gotische bouwkunst ! Later zal Gaudi een dergelijke trap laten bouwen in zijn Sagrada Familia in Barcelona. Gaudi profileerde zichzelf graag als een combattant katholiek (schrik voor Franco ?) maar ieder ornamentje van zijn fantasierijk bouwwerk ademt de sfeer uit van een louter esoterische natuurreligie, Dit beschrijft Dan Brown overtuigend in zijn laatste, helaas niet zo boeiende thriller “Oorsprong” En laat nu juist die wentelende trap een uiterst belangrijke rol in zijn verhaal spelen. En juist die wenteltrap in het Caermersklooster zal een niet te onderschatten rol spelen in ons verhaal. De inspiratie hiertoe vormt een te weinig onderzocht verband tussen twee gebouwen. 

Het Caermersklooster en de abdij van Cambron. 

Ik meldde het reeds: voor het oprichten van hun Gentse klooster kochten de karmelieten de refuge op van de abdij van Cambron. Waar die cisterciënzerabdij lag bevindt zich nu het prachtige Pairi Daiza.         

Het was de geliefkoosde abdij van Bernardus van Clairvaux, de man achter de schermen bij de oprichting van de tempeliers (1119). Refuge betekent vluchthuis. Het is dus niet ondenkbaar, in mijn visie zelfs waarschijnlijk dat geheime documenten van de Tempeliers bij de Gentse karmelieten terecht kwamen. En waar ze die zouden verbergen weten we nu ook. Maar er is nog meer. Op een goede steenworp (als je tenminste over goede armspieren beschikte) van het klooster bevond zich de Gentse commanderij van de Tempeliers: het dobbelslot (ook vrouwelijke Tempeliers !!). Vrijdag de dertiende. Zoals bekend liet Filips de Schone op vrijdag 13 oktober 1307 de tempelridders in zijn hele rijk gevangen nemen. Vlaanderen negeerde dit bevel. Paus Clemens 5 , door de Franse koning aangezet om de Tempeliers te veroordelen, aarzelde aanvankelijk wat. Vanuit zijn nieuwe residentie Avignon stelde hij (1309) een Franse pontificale onderzoekscommissie samen waar Tempeliers zich mochten komen verdedigen. Het doet zo een beetje denken aan de rol van koning Nobel in Reinaert de Vos die onder het mom de vos te laten veroordelen enkel geïnteresseerd was in het vinden van een schat. Clemens 5 wou in feite meer te weten komen over de schat der Tempeliers, alias de ark des verbonds. Gozwin van Gent was toen de commandeur van het dobbelslot en die vertrok op verzoek richting Frankrijk (historisch niet zo correct, want wij behoorden tot het Franse rijk, zij het met veel tegenzin). Verklapte hij alles om zijn ridders te redden of liet hij cruciale documenten in veiligheid brengen in een gebouw zo een slordige steenworp van het dobbelslot verwijderd ? 

De professor en de schat der Tempeliers. 

Dit is niet de titel van een album van Suske en Wiske of Jommeke, maar slaat op een destijds (2002) ophefmakend boek van Rudy Cambier “Nostradamus en de erfenis van de Tempeliers”. Daarin betoogt de professor taalkunde (specialiteit Picardisch) aan de Waalse universiteit van Wodecq dat Nostradamus bij het schrijven van zijn beruchte “centuries” (1555) plagiaat pleegde. 

De oorspronkelijke tekst werd volgens de professor in het Picardisch geschreven door Yves de Lessines, prior van ...jawel ,de abdij van Cambron. En die tekst handelt niet over twijfelachtige profetieën, maar over de schat van de Tempeliers , in de vorm van verborgen muntstukken en geschriften. En nu komt het, die schat zou zich bevinden in de grond van de tuin van de professor te Ellezelles, ooit behorend tot de abdij van Cambron. Het sensationele nieuws haalde de kranten met overtuigende foto's van bakstenen structuren met tempelierstekens. De schat zou zich in tonnen bevinden. Voor een nauwkeurige beschrijving en duiding verwijs ik naar het boek zelf. Dat wat hij beweert zich nu juist in zijn tuin zou bevinden is net iets te ongeloofwaardig voor sceptici (maar feiten blijven feiten), anderzijds zullen esoterici stellen dat dergelijke synchroniciteiten de hoekstenen van de kosmos vormen, ze worden zelfs de fingerprints of God genoemd. Hoe dan ook, Marc vanden Daele hield een lange, maar verhelderende voordracht (het boek zelf is nogal verwarrend) hierover in de toenmalig actieve Braidkring in het bijzijn van de professor en zijn vrouw.. Daarna werd het wat stil hieromtrent. Tot mijn grote verbazing mocht ik jaren later de professor en zijn vrouw verwelkomen tijdens een van mijn rondleidingen. Een beminnelijk echtpaar en de tijd scheen geen vat op hen te hebben (een uitstraling van de tempeliersschat ?). Uiteraard vroeg ik hem hoe dit alles er nu voorstond. Hij antwoordde dat aanvankelijke administratieve moeilijkheden voor het ontgraven met het Waalse gewest nu van de baan waren , maar dat de kerk nu dwars lag. Aangezien de kerkelijke veroordeling van de Tempeliers nog niet opgeheven is eist men de aanwezigheid van een vertegenwoordiger van het Vaticaan bij een opgraving en ook het recht wordt opgeëist om alles eerst te onderzoeken . Dit weigert de professor. Afwachten dus.

 

Dit was het laatste stukje puzzel dat ik aanreikte. Met vriendelijk verzoek de puzzel zelf samen te stellen. Genoeg gespeculeerd nu, want te veel speculaties beletten het dromen. En dit laatste is juist waar het Patershol ons toe verleidt. Zouden we er niet eens samen gaan dromen ?

 

Om alle misverstanden te vermijden : in de 16 de eeuw kwam er een scheuring tussen geschoeide en ongeschoeide Karmelieten. De laatsten vestigden zich in Gent tegen de huidige Burgstraat (enkele geestelijken bestaan nog). In feite werd hun een deel van het Prinsenhof door bisschop Triest geschonken om hen tegen de Inquisitie te beschermen. Aan die turbulente periode van die merkwaardige bisschop (een tijdje van ketterij - het Jansenisme beschuldigd) wijd ik wel eens een apart artikel.

 

 

Tekst: Corry Geijsen                                                           Illustraties: Coucke Patrick