5. Johannes de Doper...

Johannes de Doper ... wegbereider of eindbestemming?

De controversiële paus Pius IX (1846 – 1878) had meer weg van een onverschrokken krijger dan een vrome plaatsvervanger van Christus op aarde. Zo moest het Oostenrijkse leger ingrijpen om zijn gezag te herstellen. Revolutionairen onder leiding van de rabiaat antiklerikale Garibaldi waren het verscheurde Italië aan het eenmaken en snoepten heel wat grondgebied van de pauselijke staten af. Wat er uiteindelijk van de pauselijke gebieden overbleef was zo miniem dat de paus zich als een gevangene in zijn eigen Vaticaan voelde. Dit alles gebeurde in de negentiende eeuw waar de romantiek de middeleeuwen verafgoodde en koene ridders, zoals de tempeliers, bijna een heilige aureool kregen. Velen achtten dan ook de tijd rijp om de als ketters veroordeelde tempeliers in kerkelijke eer te herstellen.

Heilige Vader, acht Uwe Heiligheid de tijd niet rijp om de banvloek op de tempeliers op te heffen en hun als verdedigers van het ware geloof opnieuw alle eer te geven die hen toekomt? U weet beter dan wie ook dat hun veroordeling een louter politieke kwestie was, de hebzucht van Filips 4 die zijn immense schulden aan de orde op een schandalige manier wou kwijtspelen ligt ten grondslag aan de veroordeling door Clemens V. Zijne Heiligheid, mag ik erop wijzen dat volgens onze grondige theologische benadering van die netelige kwestie bleek dat de veroordeling buiten het terrein valt van de door U ingestelde onfeilbaarheid van de paus. Het betrof hier inderdaad enkel een politieke kwestie.

Over de spreekwoordelijke trotse, zelfvoldane blik van Pius 9 scheen een zweem van weemoed en twijfel te komen, doch spoedig hernam hij zijn strijdvaardige houding, als was hij de reïncarnatie van een voor niets of niemand wijkende middeleeuwse geestelijke ridder.

-Hoe graag ik het ook zou willen, welke diepe eerbied ik ook heb voor de onvoorwaardelijke trouw van die moedige geestelijke ridders aan de paus, ik kan uw verzoek, hoe nobel ze ook is, onmogelijk inwilligen, want de tempeliers hebben zich schuldig gemaakt aan de allerergste ketterij die er bestond en spijtig genoeg nog altijd bestaat: DE JOHANNESKETTERIJ.

Om een ingewikkelde theologische kwestie eenvoudig uit te leggen, met die terecht gevreesde ketterij bedoelde de paus de overtuiging dat niet Christus, maar Johannes de Doper de ware Messias was.

Waar haalden nu de tempeliers, of toch een harde kern van hen die inderdaad blasfemische overtuiging vandaan? Nu zijn er twee mogelijkheden. Ofwel dompelen we ons onder in niet te bewijzen, vage complottheorieên, of we zoeken een plausibele verklaring. In naar sensatie zoekende werken over de tempeliers lezen we dat ze bij hun beruchte graafwerken onder de restanten van de tempel van Salomon documenten vonden die de ware aard van Christus openbaarden en waaruit bleek dat Johannes de Doper de ware was. Kan niet bewezen worden. Veel logischer is dat de tempeliers hun boute beweringen haalden bij de mandeeërs waarmee ze in contact kwamen.

De mandeeërs wisten het van horen zeggen.

 

Vanaf de tweede eeuw, in de bloeiperiode van de gnosis dus, treffen we de mandeeërs in het Midden Oosten aan, voornamelijk in Mesopotamië. Hun beweringen hadden ze dus van horen zeggen, alles nog eens overgoten met het heerlijke of wansmakelijke (volgens iemands religieuze overtuiging)sausje van de gnosis die alles wat een rechtgeaarde katholiek voor heilig houdt omkeert. Hun geschriften (veilig ver van de katholieke vernietigers van ketterse geschriften) noemen we de ginza's, met als belangrijkste het boek van Johannes. Hierin treedt hij zelf aan het woord. Johannes de Doper heet hier “de gezondene van de koning van het licht” en gaat in tegen Jezus, die Johannes boodschap heeft verminkt. Hij neemt tenslotte Jezus zijn plaats in. Johannes staat ook tegenover de heilige geest van de christenen, die in hun opvatting de demonische moeder van de planeten is en de verpersoonlijking van het kwaad Johannes doopte in de Jordaan, iemand kwam er symbolisch zwart in en ging er even symbolisch wit uit. Die rituele doopplechtigheden vormden de kern van hun religie (of als je het liever hoort, hun ketterij). Belangrijk was ook het symbool van de bron des levens. Raar genoeg vindt men die bron des levens afgebeeld beneden het middenpaneel van het Lam Gods. Toen de tempeliers in het Midden Oosten verschenen waren de mandeeërs nog met duizenden, de tempeliers moeten beslist met hen contact gehad hebben. Tijdens de golfoorlog waren ze nog met honderden in Irak, doch werden door Saddam Hoessein genadeloos uitgemoord. Hun herkomst is onzeker, maar veel elementen verwijzen naar Palestina, ten tijde van Christus. En dan komen we uit bij de Ebionieten, en die hadden het nu eens niet van horen zeggen.

De ebionieten kunnen getuigen

 

De Ebionieten is een van de namen (de Hebreeuwse eretitel voor armen) die men geeft aan de joodse christenen, dus zijn eerste volgelingen die alles persoonlijk hebben meegemaakt en uiterst belangrijk zijn voor de kennis van de ontstaansgeschiedenis van het christendom. Sinds Irenaeus (circa 190) vonden de kerkvaders hun leerstellingen zo gevaarlijk dat al hun geschriften vernietigd werden en we enkel kunnen vertrouwen op enkele veroordelingen. Zo geloofden de Ebionieten dat Christus als mens geboren werd, doch later door de doop van Johannes de Doper in de Jordaan zijn goddelijke status kreeg. Ook in die visie is Johannes de Doper religieusmetafysisch op zijn minst gelijkwaardig aan Christus. Cruciaal is hier de rol van de vinger van Johannes. Volgens de canonieke katholieke leer duidt Johannes Christus aan als het ware lam dat de zonden van de wereld wegneemt (Johannes wijst op Jezus, Johannes 1:29 – 34) Dit gebeurt wel de dag na de doop, maar is wel een merkwaardig staaltje van theologische extrapolatie, want hier was nog hoegenaamd geen sprake van de dood van Jezus. Volgens de visie van de Ebionieten gaf de wijsvinger van Johannes de Doper de goddelijke energie door, meer nog, verhief Jezus tot God. In het esoterisch christendom speelt nu die wijsvinger van Johannes een doorslaggevende rol. In die christelijke esoterie noemt men dan Johannes de Doper de lamp van de wereld, Christus het licht van de wereld en Maria (de moeder Gods) de weerspiegeling van het goddelijk licht. Op iconen worden ze dikwijls samen afgebeeld, met Christus als salvator mundi op het einde der tijden in het midden, Maria en Johannes de Doper zijn dan de voorsprekers voor de mens tijdens het laatste oordeel. Die iconografie komt bijna enkel in het oosten voor, in het westen enkel in gotische kathedralen, waarschijnlijk onder invloed van de tempeliers. Die drie samen noemt men een deësis. Merkwaardig genoeg tronen ze op het Lam Gods als gelijkwaardige figuren naast elkaar, dus de deësis-afbeelding. In de westerse religieuze kunst bevindt Johannes de Doper zich altijd tussen de gelovigen, maar nooit tronend naast God, zoals op het Lam Gods. Soms wordt hij samen met Maria afgebeeld, maar dan beiden knielend voor Gods troon (Ik citeer hier uit “Van Eyck – de aanbidding van het Lam Gods” Jo Bogaert – De Clip, een fraai geïllustreerd werk en grondig gedocumenteerd, warm aanbevolen).Ook de groene mantel van Johannes is opmerkelijk op het LG, verwijzend naar vruchtbaarheid?(later komen we op de vruchtbaarheidsidee terug). Johannes wijst met zijn vinger naar de verheerlijkte Christus (tevens God de Vader op het LG). Maar vertolkte Van Eyck hier de canonieke of de esoterische visie? Volgens mij de esoterische, want Van Eyck schilderde aan Johannes' vinger een tempelierskruis. Veelbetekenend zijn dan ook de teksten geschilderd boven het hoofd van Johannes: Dit is Johannes de Doper, groter dan de mens, aan de engelen gelijk, samenvatting van de wet, zaaiing van het evangelie, stem van de apostelen, stilzwijgen van de profeten, lamp van de wereld, getuige van de heer.

Een opmerkelijke mengeling van katholiekdogmatische en christelijk esoterische elementen, net zoals het gehele Lam Gods dit is

Op zoek naar Johannes in de St.-Baafskathedraal.

 

Vanaf het standbeeld van de broeders Van Eyck heeft men een goed overzicht over de twee verschillende kerken. De vroegere St.-Janskerk, gewijd aan Johannes de Doper, patroonsheilige van stad Gent en de latere (vanaf de 16de eeuw) St.-Baafskerk, nog later kathedraal. Trouwens het Lam Gods noemde oorspronkelijk het Johannespaneel. Een verwijzing naar de kerk waarvoor het bestemd was of naar het thema?Meer en meer wint de overtuiging veld dat aan het veelluik een onderstuk ontbreekt, volgens mij aan Johannes de Doper gewijd. Want nu missen de bestaande panelen eenheid in hun thematiek, vandaar de talloze, mekaar tegensprekende interpretaties. Redenen te meer om op speurtocht te gaan naar verwijzingen naar Johannes in de kerk die oorspronkelijk voor hem gebouwd werd.

Bavo, Christos, Johannes de DoperHet begint reeds boven de ingang waar we 3 beelden aantreffen: Bavo, Christus als salvator mundi en Johannes de Doper. Johannes wijst hier met zijn vinger naar een rond zegel van de tempeliers uit de Languedoc: een lam met een kruis erboven. De tempeliers grepen hier terug naar de oorspronkelijke voorstelling van Christus, voor het zevende concilie van Nicaea (787)die de figuratieve voorstelling van Christus als rechtgelovig liet erkennen. Daarvoor heerste de beeldenstrijd of iconoclasme. Een eerste duiding van het zegel lijkt simpel: Christus geeft zijn bloed als redding voor de mensheid: lam en kruis. Volledig conform dus aan de katholieke dogmatiek, althans op het eerste gezicht. Niet op het tweede, maar hiervoor heeft men zeer scherp ziende ogen of een verrekijker nodig. Want het kruismodel verwijst niet naar Christus maar naar Johannes de Doper: een lange staande balk en een zeer korte dwarsbalk, hoog geplaatst. Dus hoegenaamd geen Latijns kruis.

Binnen in de kerk is de 4de kapel rechts gewijd aan Johannes de Doper, het glasraam verbeeldt de prediking van Johannes en diens onthoofding. Het neoklassiek altaar stelt het doopsel van Christus in de Jordaan voor. We komen hier grondig op terug in een van de volgende artikelen over, jawel, de rechtvaardige rechters.

Velen beschouwen de overgang van het heidendom naar het christendom niet als een breuk met het eerste, maar als een continu proces waarbij veel heidense symbolen een christelijk tintje krijgen. De tempeliers aanbaden het hoofd van Baphomet, volgens een interpretatie waar ik achter sta, het afgehakte hoofd van Johannes de Doper. Esoterici zien dan ook een duidelijk verband met het hoofd van de green man, een Keltisch symbool voor de vruchtbaarheid en de wedergeboorte van het leven in de lente. Zeer opmerkelijk is het feit dat in alle kerken gerelateerd aan de tempeliers de green man te zien is, met de typische ranken in zijn mond. Welnu, boven de ingang van de crypte van St.-Baafs (in feite de St.-Janskerk dus) treffen we het bas-reliëf van de green man aan. Zo ben ik te weten gekomen dat het een 19de eeuwse kopie betreft (de Beule?) van een veel oudere afbeelding. De informatie over kunstwerken en relicten betreffende Johannes de Doper is zeer schaars verspreid. En dit is dan nog euforisch bedoeld. Dan maar de crypte afdalen om drie dergelijke zeer opmerkelijke kunstwerken te ontdekken.

Op speurtocht in de crypte.

 

De eerste zijkapel links brengt ons onmiddellijk in de stemming. In de vloer met de beruchte witzwartschaakbordtekening vinden we een onvervalst tempelierskruis: geankerd met 4 gelijke armen. Berucht, omdat eeuwen later de vrijmetselaars hetzelfde ontwerp, afgeleid van de beausant of de strijdvaan van de tempeliers, zullen gebruiken voor hun ritueel inwijdingstapijt.

Wat verder rechts treffen we een uiterst merkwaardige wandschildering (een van de talrijke secco's in de middenbeuk van de crypte): Johannes de Doper tussen een heilige pelgrim en de h. Margareta van Antiochië. Johannes wijst hier ook naar het tempelierzegel met het lam en het johanneskruis, al wil hij openbaren: ik toon jullie het tempeliergeheim. Tussen zijn voeten ontwaren we een gekroond hoofd. Er bestaan slechts 2 dergelijke voorstellingen en allebei in Gent: hier in de crypte en in de refter van de Bijloke. Officiële versie: Johannes houdt de spot met Herodes, de vazalkoning door de Romeinen aangesteld. De verbluffende iconografie vertaal ik echter anders: de kroon van de koning van Jeruzalem kwam mij toe, maar men heeft mij hiervoor onthoofd. Die typische johannesketterij dus. Of het hier een aanklacht (een kerkelijke basis voor de vervolging van de tempeliers dus) of een heimelijke sympathie voor de tempeliergedachte betreft weet ik niet. Ik gok voor de kerkelijke rechtvaardiging, vooral omdat de muurschildering uit de periode tussen 1480 en 1540 dateert, lang na de verkettering van de orde.

De volgende 2 kunstvoorwerpen verwisselen wel eens van kapel. Goed uitkijken dus. Eerst de reliekhouder van Johannes 1625). Op het plat van de afgehouwen hals (zilver en verguld) staat het wapenschild van de Locquenghien gegraveerd, schatbewaarder van het Sint-Baafskapittel uit die periode. In de schedel, op de plaats van het kruinchakra, steekt een verzegeld vierkant reliekdoosje dat echter leeg is. Nu komen we in een onvervalste Dan Brownstijl. Deze reliekhouder werd hoogstwaarschijnlijk gemaakt ter vervanging van een oudere Johannes in disco, bestemd voor een belangrijke devotie. En die reliekhouder was niet leeg, meer zelfs, waarschijnlijk werd de crypte in functie van die houder gebouwd. Vanaf de 12de eeuw kwamen geregeld kruisvaarders en tempeliers samen in de crypte. Ook de devotie voor een zekere Lausus (12 de eeuw, begraven in de crypte) speelde hierbij een rol. De reliekhouder verdween in de 15de eeuw, maar de naam Jeruzalem in Vlaanderen voor de crypte bleef behouden. Is het wishful thinking van mij te veronderstellen dat hier de wijsvinger van Johannes aanroepen werd? Een huidige tempelier verklapte me eens dat die bewuste vinger zich heden in een kasteel in Frankrijk bevindt, enkel gekend aan ingewijden. Inderdaad, Dan Brown zou hier een dikke kluif aan hebben!

Rest nog het houten beeld van Johannes de Doper uit de 15de eeuw. Op het eerste gezicht de traditionele katholieke voorstelling: gehuld in een boetekleed, met de Bijbel en het lam in de hand. Het boetekleed verwijst naar zijn verblijf in de woestijn. Hier werd hij in de woestijn door de engel Uriël in de geheimen van de kosmos ingewijd. Uriël werd niet door de kerk gedemoniseerd, maar wel verzwegen. Maar kijken we eens aandachtig naar het beeld, vanuit het wollen kleed verschijnt een gekloofde bokkenpoot: het typische en alom bekende symbool voor de duivel, als wou de anonieme kunstenaar waarschuwen: geloof niet alles wat ketterse onverlaten over Johannes wijsmaken, want hun verwerpelijke leerstellingen zijn satanisch geïnspireerd.

 

 

Tekst: Corry Geijsen