6. De orde van het Gulden Vlies                             deel 1/2

DE RECHTVAARDIGE RECHTERS EN DE ORDE VAN HET GULDEN VLIES

http://nl.wikipedia.org/wiki/Orde_van_het_Gulden_Vlies


Dublin  -  enkele tientallen jaren geleden

Zijn verblijf in Dublin, in feite een aaneenschakeling van kroegtochten, overtrof zijn stoutste verwachtingen. Hij had zich laten verleiden door wilde verhalen over de beruchte Ierse pubs. En inderdaad, hij was volledig in de ban geraakt van de betoverende Guinness from the draft. Hij was verliefd op de maagdelijk witte schuimrand van het getapte bier, fel contrasterend met het uitnodigende zwarte vocht. Maar vooral de sfeer in de pubs was bijna onbeschrijfelijk, je moest het meemaken: de uitnodigende blik waarmee een vreemdeling wordt verwelkomd, de lichte roes van het overvloedige bier vermengd met de magische klanken van de Ierse volksmuziek waarin het heimwee naar een mythisch verleden weergalmt. En dan de plots losbarstende uitbundigheid, een wild om zich heengrijpende levensvreugde die meestal eindigt in een uitbundige tafeldans. Uniek.

Maar deze avond in een pub in een afgelegen buurt in Dublin was het totaal anders. Geen hartverwarmende verwelkoming, maar koele wantrouwige blikken. Hij had zijn “pint from the draft” bijna leeggedronken toen hij de bijna verborgen emblemen ontdekte: de linksdraaiende swastika, runentekens, “trouw is mijn eer” in gotisch schrift. Jawel, hij was in een pub van neonazi’s terechtgekomen. Toch bleef hij koppig doordrinken en kwam uiteindelijk met één van hen in een lang gesprek. Het was een oud-ss-er die in een eenheid had gediend op zoek naar occulte geheimen en dito voorwerpen. De nazi raakte meer en meer opgewonden en nam de Vlaming in vertrouwen. Enthousiast verhaalde hij over boeiende tochten naar ondermeer Rennes-le-Chateau en Montségur.

 

Plots keek hij dromerig voor zich uit.

- We hebben in feite niets gevonden en toch waren we er eens zeer dicht bij. Maar men was ons tweemaal te vlug voorgeweest.

- Ook ergens in Frankrijk?

- Neen, te Gent. Tweemaal ontsnapte ons het paneel van de rechtvaardige rechters. Eerst wilden onze Vlaamse vrienden het in handen krijgen, maar de kerk was ons voor met een zogezegde diefstal. Later leverde onze zoektocht naar het verdwenen, zeg maar verstopte paneel ook niets op. Ook nu waren ze ons te snel af.

- Wat was er dan zo bijzonder aan dit paneel? Ik dacht dat alles om het geld draaide.

- Neen, het paneel bevat informatie die voor ons van onschatbare waarde was. Occulte informatie die we nergens, maar dan ook nergens elders konden vinden.

- Welke informatie dan?

- Niet te veel willen weten vriendje, dit kan dodelijk zijn

De ex-nazi hulde zich in een vervaarlijk stilzwijgen. In plaats van Ierse muziek weerklonk plots het agressieve Horst Wessellied. Gestrekte armen gingen de hoogte in.

 

Twee merkwaardige glasramen

Eerst eventjes jullie aandacht voor twee merkwaardige glasramen in de St.-Baafskathedraal.

Eerst het laatste glasraam in de middenbeuk links. We bewonderen er diverse machines (weefgetouwen – spinmachines) uit de beruchte periode van de Gentse industriële revolutie, een tijdperk waarin katholieken en goddeloze socialisten met getrokken messen tegenover elkaar stonden en allebei de arbeider voor zich trachtten te winnen. Het glasraam is gewijd aan de bisschop Stillemans (1889 – 1916).In het bovenste register zien we de aartsengel Michaël. Hier schuilt een dieperliggende symboliek: de bisschop (kennen we uit de film Daens) wordt vereenzelvigd met de aartsengel en zo profileert de bisschop zich als de beschermer van de Gentse textielindustrie met haar arbeiders die zich moeizaam in arbeidersverenigingen, katholiek of socialistisch, trachtten te verdedigen tegen het genadeloze kapitalisme. En juist niet recht daartegenover, het derde glasraam rechts, iets dergelijks, maar met een totaal andere thematiek. We zien er afbeeldingen uit het leven van Johannes de Doper (doop van Christus, onthoofding van Johannes). In een vorig artikel wees ik al op het belangrijk verband in thematiek tussen de omstreden figuur van Johannes de Doper en het Lam Gods. Maar nu komt het fascinerende. In het bovenste register zien we ondermeer een engel die de ark des verbonds in bescherming neemt. Iemand wil zich hier dus duidelijk profileren als een beschermer van de geheimen van de ark, meer nog, een verwijzing naar bescherming van het Lam Gods dringt hier zich ook op. Algemeen wordt aangenomen dat bisschop Coppieters (1927 – 1947) de donor is. Maar zowel de bestelling als de betaling geschiedde door kanunnik Van den Gheyn. En hier zitten we met een groot probleem.

Vele auteurs beten al hun tanden stuk op de mysterieuze diefstal van de rechtvaardige rechters. Van de bloedernstige criminoloog Karel Mortier, die van de ontrafeling van het mysterie nog steeds zijn levenswerk maakt en die door zijn grondige benadering recht van spreken heeft, tot de fantast Karl Hammer-Kaatee die in zijn “waargebeurd verhaal” beweert dat hij informatie over het verdwenen paneel kreeg doorgespeel van de CIA. In al die werken, betrouwbaar of niet, steekt echter een constante, soms tussen de regels eruit te halen: kanunnik Van de Gheyn komt eruit te voorschijn als een eerder sinistere figuur, middelpunt van duistere manipulaties. Waarom wordt hij dan voorgesteld als beschermer van? Berouw? Hier neem ik echter een heel apart standpunt in. Meer nog, indien ik de periode van de bestelling van het glasraam (volle oorlogstijd, 1943, het bisdom beschikte niet over veel geld) advocaat was geweest, zou ik de kanunnik vurig verdedigd hebben, niet enkel zijn onschuld bewijzend, maar hem ook als een held hebben naar voor geschoven die met de nobelste bedoelingen de rechtvaardige rechters uit handen heeft gehouden van perfide nazi’s en/of hun even morbide sympathisanten in Vlaanderen. Maar om dit alles te begrijpen moeten we ver terug in de geschiedenis, tot de periode dat het grote Bourgondische rijk zich begon te vormen en men droomde van grootse veranderingen die de gehele wereld zouden omvormen. Het is er niet van gekomen, enkel het Lam Gods is er een stille, maar indrukwekkende getuige van. Maar beginnen we met het begin

 

Dijon  -   1 januari 1404

Neen, de eretitel koning der koningen regerend vanuit Jeruzalem, zat er voorlopig voor de Bourgondische vorsten niet in. Nochtans was zijn huwelijk met Margareta van Male, dochter van de graaf van Vlaanderen veelbelovend. Hij was zijn schoonvader dan ook zeer dankbaar dat hij hem het geheime boek met de lijst van de desposyni laten zien had. Rond het jaar 1000 had Dunstan, abt van Glastonbury dit geheime boek aan graaf Arnulf bezorgd. Zo wisten de graven van Vlaanderen dat ze de bloodline in zich hadden, behorende tot de stam van Juda via Jezus en Maria Magdalena. Filips de Stoute had dan ook zijn hoop gesteld op zijn zoon Jan van Bourgondië, die men later Jan zonder Vrees gaan noemen is. Hij mocht zijn zoon die onthulling nooit zo vroeg verteld hebben. Het geboorterecht om vanuit Jeruzalem te regeren maakte hem ongeduldig en onbezonnen zoals hij was nam hij onvoorbereid de eerste de beste gelegenheid aan: Sigismund van Hongarije had gesmeekt zijn grenzen tegen de oprukkende Turken te beschermen. Onvoorbereid, met te weinig krijgers was Jan opgerukt tegen het machtige Turkse leger, dromend van een over de christelijke wereld regerende koning. Nu wist Filips de Stoute maar al te goed dat de Turken meer eerbied hadden voor een moedig iemand die hen versloeg dan voor een zwakke aanvoerder die hun kracht onderschatte. Toen het leger der christenhonden dan ook verpletterend werd verslagen te Nicopolis in Bulgarije hadden de moslims geen medelijden met Jan. Meedogenloos moest hij de ellenlange tocht naar Turkije te voet afleggen, als de nachten het koudst en de dagen het warmst waren. Met hun geraffineerde foltermethodes brachten ze hem dan telkens juist tot aan de rand van de dood. Enkel na een losprijs van 200 000 florijnen werd hij vrijgelaten.

Een met tarotkaarten rondtrekkende Egyptenaar had Filips voorspeld dat hij nog dit jaar zou sterven. Hij had de voorspelling geloofd en de arme drommel uit de bloeddorstige klauwen van de inquisitie weten te houden. Daarom had hij de eerste dag van het jaar uitgekozen om een ridderorde zonder naam op te richten. Na een triomfantelijke tocht doorheen Vlaanderen had hij de nodige ridders kunnen verzamelen, het heimwee naar het middeleeuwse ridderideaal vermengd met de aangewakkerde haat tegen de Turken had wonderen verricht. Nu kon Filips de Stoute onbevreesd de naderende dood begroeten. Hij wist immers zeker, de kaarten hadden iets in die zin voorspeld, dat de ridderorde onder zijn nageslacht zou uitgroeien tot de verwezenlijking van een wereldhervormende gebeurtenis, Jeruzalem heroveren, de derde tempel bouwen en er de teruggevonden ark des verbonds plaatsen. Van aan de koning van Frankrijk ondergeschikte leenmannen zou het Bourgondische vorstengeslacht uitstijgen tot wereldheersers, weliswaar ondergeschikt aan de paus, met goddelijke macht en toestemming. Het lijden en mislukken van zijn zoon paste naadloos in dit goddelijke plan.

Tijdens feestelijkheden te Brussel stierf Filips de Stoute totaal onverwacht na een banale griepaanval.

 

De Orde van het Gulden Vlies

Op 10 januari 1430 was het dan zover: ter gelegenheid van zijn huwelijk met Isabella van Portugal (er waren toen veel ridders aanwezig)  richtte Filips de Goede de Orde van het Gulden Vlies op. De statuten maken ons niet veel wijzer: opkrikken van het ridderideaal en verdedigen van geloof en kerk. In 1431 wist paus Eugenius 4 echter meer: toen het eerste kapittel van de orde te Rijsel werd gehouden juichte hij: de Makkabeeën zijn opgestaan. Als je nu weet dat de Makkabeeën (een joods geslacht) de laatste heersers over Jeruzalem waren voor de komst van de Romeinen en de Syrische vorst Antiochus verjoegen, wordt het duidelijk dat Filips zijn begerig oog op Jeruzalem had laten vallen.

Filips koos 23 ridders uit, benoemd voor het leven. Als leider was hij nummer 24, verwijzend naar de 24 ouderlingen die Christus bij zijn terugkeer zouden bijstaan. Dat hij zichzelf niet nummer 25 toebedeelde bewijst dat hij zich niet met Christus identificeerde, zoals sommigen voor hem wel hadden gedaan. Hij hechtte wel veel belang aan de zuiverheid van het bloed van de leider, hetgeen dan weer naar de bloodline-opvatting van de Bourgondische vorsten verwijst. De leden mochten voor geen enkele rechtbank worden geleid, ze waren enkel rekenschap aan vorst en ordegenoten verschuldigd. Enige verwantschap met de tempeliers is hier niet vreemd aan.

Eigen aan de geest van de pre-renaissance greep men terug naar een klassiek mythisch thema: de speurtocht van Jason en de argonauten naar het gouden ramsvacht op het eiland Colchis. Men vroeg zich toch af waarom men niet had gekozen voor een Bijbels verhaal. Het waren geestelijken die (misschien zelfs letterlijk) uit de biecht klapten: de ramsvacht verwees naar de Bijbelse figuur Gideon uit Richteren. De man ging niet akkoord met het machtsstreven van de koningen van Jeruzalem, hij wou dat ze regeerden vanuit theologisch oogmerk als vertegenwoordigers van Jahweh (in de Bijbel lezen we trouwens dat Jahweh met tegenzin zijn macht aan de koningen afstond). Toen geschiedde een dubbel wonder: zijn wollen ramsvacht bleef droog wanneer het regende en werd nat toen het droog bleef. Voor hem was dit de bevestiging dat Jahweh hem gelijk gaf. Ineens wordt nu de ware bedoeling van Filips met zijn orde duidelijk: theocratisch vanuit Jeruzalem regeren, koning der koningen worden. Trouwens, meer en meer blijkt dat zijn gehele leven obsessioneel in teken stond van de door hem en diverse pausen geplande kruistocht. Meer daarover in een volgend artikel.

Het ordeteken bestond uit twee aan twee ineengehaakte vuurslagen (52 schakels om vuur te maken)met in het midden het Gulden Vlies, een gouden ramsvel met kop en poten. In de 17de eeuw zou Newton de symboliek van de orde grondig bestuderen, deze keer ging hij ze niet te lijf met wiskundige formules, maar zat hij nachten gebogen over zijn geheime occulte documenten en zijn speculatief-numerologische benaderingen van de Bijbel. Deze maal was het een symbolische appel die op zijn hoofd viel en kwam hij plots tot het besluit dat de orde koortsachtig op zoek was naar de ark des verbonds.

De schat van de orde werd bewaard in de kapelcrypte van het hertogelijk paleis op de Coudenberg (Brussel), maar werd in 1794 bij het oprukken van de Fransen te Wenen (schatkamer te Hofburg) in veiligheid gebracht.

In de 18de eeuw kwam er een splitsing tussen de Spaanse en Oostenrijkse tak van de orde. Bij de Spaanse tak wordt de ramskop van opzij gezien, bij de Oostenrijkse zijn meestal de twee horens zichtbaar. De Belgische koningen zijn afwisselend lid van één der twee takken.

Boze tongen beweren dat de orde zich heden ten dage vooral met het bankwezen bezighoudt. Maar het idee van te regeren vanuit Jeruzalem had men in de 20ste eeuw toch niet volledig laten vallen. Na de eerste wereldoorlog werd symbolisch aan koning Albert 1 de titel van koning van Jeruzalem aangeboden, maar de Engelsen (een Welsh regiment had Jeruzalem heroverd) stelden hun veto. Enkel het standbeeld van Godfried van Bouillon herinnert nog aan de Jeruzalem-ambitie van het Belgische Vorstenhuis.

 

Hun patroonsheilige – een schilderij met een dubbele bodem

Neen, Johannes de Doper als patroonsheilige benoemen durfde de orde niet. Wel iemand die eerst leerling was van Johannes en pas later bij Christus aansloot: Andreas, de broer van Petrus. Jezus ontmoette eerst Andreas, pas later Petrus, daarom wordt hij de eerst-geroepene genoemd. In het evangelie neemt hij driemaal het woord, daarna valt een totale stilte die doorzindert tot in het boek der handelingen, ook hier een totaal zwijgen. Door de eveneens zeer schaarse overlevering neemt men aan dat hij te Patras (Griekenland) de marteldood aan een x-vormig kruis stierf, dat men het andreaskruis is gaan noemen. Dit kruis speelde een belangrijke rol in de christelijke esoterie waar het voor de vereniging van het mannelijke en vrouwelijke principe in de kosmos stond, net zoals het hexagram. Het is m.i. door dit kruis en de connectie met Johannes de Doper dat de orde van het gulden vlies hem als patroonsheilige binnenbracht.

Hoe dan ook, de orde gaf in 1572 aan Frans Pourbus de opdracht  Andreas’ leven in 14 taferelen te schilderen. Het schilderij is te bewonderen aan het einde van de eerste gang rechts in de crypte van de St.-Baafskathedraal. Voor ons zijn de panelen 1,12,13 en 14 van belang. Het eerste paneel toont ons de prediking van Johannes de Doper. Paneel 12 en 13 hebben de relieken van Andreas als onderwerp: overbrenging van de relieken en de redding ervan uit een brandende kapel. Het opmerkelijke is nu dat de iconografische afbeelding van de relieken identiek is aan de wijze waarop men de ark des verbonds afbeeldde. Vooral paneel 14 verdient onze speciale aandacht: de Schotten overwinnen dank zij het andreaskruis dat in de lucht verschijnt. Het gaat hier om de beruchte slag bij Bannockburn (1314) waar de latere Schotse koning Bruce de overwinning op de Engelsen behaalt dank zij de hulp van gevluchte tempeliers. De ene legende verhaalt over de verschijning van het andreaskruis in de lucht (Andreas wordt dan de patroonsheilige van de Schotten), een even taaie legende leert ons dat de tempeliers de overwinning behaalden door voor het laatst in de geschiedenis gebruik te maken van de ark des verbonds dat ze via hun belangrijkste haven in Frankrijk (La Rochelle) juist voor de vervolging hadden laten overbrengen naar Schotland. Na Bannockburn werden de tempeliers deel van de Schotse regering als officiële Koninklijke lijfwacht en beschermers van de Schotse koningen (bron: L.Gardner: het mysterie van de ark des verbonds –Tirion).

Na het bestuderen van het schilderij was ik volledig overtuigd: de orde van het gulden vlies was in feite een bedekte voortzetting van de tempelierorde, maar dan heel wat braver en katholieker.

Maar dan ook weer niet zo katholiek als ze lieten uitschijnen, dat bewijst het Lam Gods.

~ wordt vervolgd

 

 

Tekst: Corry Geijsen