7. Een kruistocht uit het geheugen       gewist  - deel 2/2

Een diefstal in het geheugen gegrift

DE RECHTVAARDIGE RECHTERS EN DE ORDE VAN HET GULDEN VLIES deel 2

Reeds 4 jaar voor zijn huwelijk, in 1426 dus, zond Filips de Goede Jan Van Eyck met onder meer de gebroeders Adornes uit Brugge in geheime opdracht naar het Heilig Land om zijn geplande kruistocht voor te bereiden. Jan was reeds begonnen aan zijn Johannespaneel in opdracht van Willem iV van Henegouwen die met zijn Orde van Barbefosse Etrogsoort verzwakte tempeliersorde) eveneens een kruistocht aan het voorbereiden was. Jan moest in het Nabije Oosten ondermeer

gedetailleerde topografische kaarten tekenen. Ze waren ongeveer een jaar onderweg en kwamen met nieuwe inzichten terug. De gebroeders Adornes wilden zelfs van Brugge een soort Jeruzalem in de Lage Landen maken en lieten de Jeruzalemkerk bouwen waarin we heel wat esoterische symbolen aantreffen die ook op het Lam Gods te zien zijn, ondermeer het tau-teken. Jan werkte verder aan het Lam Gods, maar met een totaal gewijzigde iconografie en symboliek, naast klaarblijkelijk katholiek orthodoxe elementen verschenen heel wat esoterische en joodse symbolen, zo beeldde hij Eva niet af met de Bijbelse appel, maar met een etrog, een citrusvrucht als joods symbool voor de vrouwelijkheid vanwege de vaginale vorm.

Met zijn huwelijk met Isabella van Portugal sloeg Filips twee vliegen in één slag: hij kon de belangrijkste ridders verzamelen voor de oprichting van zijn orde en kreeg de befaamde Hendrik de Zeevaarder zomaar als schoonbroer in de schoot geworpen. Allebei koesterden ze een hardnekkige obsessie: Hendrik wou het geheimzinnige rijk van priester Johannes ontdekken, de mensen zouden er in hemelse omstandigheden leven en enkel de tempeliers kenden er het geheim van, en onze Filips wou de derde tempel in Jeruzalem oprichten om van daaruit theocratisch te regeren over de toen gekende wereld, zeg maar koning der koningen worden. Urenlang zullen ze hierover gefluisterd hebben. Hendrik stemde zelfs toe (vanaf 1438) schepen te bouwen ter voorbereiding van de geplande kruistocht. 

Naast het uitbreiden en consolideren van zijn rijk was de voorbereiding van die kruistocht de belangrijkste bekommernis van de Bourgondische vorst. In zijn grondig gedocumenteerd en boeiend geschreven boek “Europa tegen de Turken” gaat Fernand Vanhemelryck hier grondig op in (Davidsfonds,2009).

En dan geschiedde in 1453 de grootste traumatische gebeurtenis voor de christelijke wereld: de in alle preken als antichrist afgeschilderde Turkse leider Mehmet II verovert Constantinopel en laat zo de islam boven het christendom uittronen, zo werd het althans ervaren. Nu moest Filips de Goede zich wel outen en het ware gelaat van zijn orde aan de christelijke wereld tonen. Op 31 januari liet hij tijdens feestelijkheden in het Prinsenhof te Rijsel een levende vergulde fazant brengen waarboven hij met veel pracht en praal de eed aflegde om Constantinopel van de Turken te bevrijden, over zijn verdere plannen zweeg hij wijselijk, maar een goed verstaander had maar een half woord nodig. Ook de pausen waren uiteraard enthousiast, vooral Pius II (1458 – 1464). De overige vorsten van Europa toonden enkel een geveinsde belangstelling en hadden totaal andere doelstellingen in hun beleid, tot enorme teleurstelling en zelfs diep verdriet (Filips huilde heel dikwijls) van het duo Filips-Pius II die hun obsessionele doelstelling zienderogen als sneeuw voor de zon zagen verdwijnen. Dan maar een laatste wanhopige poging, die Pius II zelf ondernam en Filips door voornamelijk (jawel) Gentenaars liet volbrengen.

Eerst de paus. Hij liet het hoofd van Andreas (patroonsheilige van de Orde van het Gulden Vlies) van Griekenland naar Rome overbrengen waar hij het in ongeziene luister liet aanroepen, bijna aanbidden zelfs.Het was alsof het tempelierhoofd van Baphomet was herrezen. Maar ook de voor de tempeliers zo eigen geheime onderhandelingen met de moslims kregen we opnieuw te zien. De paus liet door de filosoof Nicolaas van Cusa de Koran onderzoeken op overeenstemmingen met het christendom en schreef hierover een geheime brief naar Mehmet II, die hij in hevige preken bleef bestempelen als de vleesgeworden antichrist. We geloven toch allebei in de onsterfelijkheid van de ziel en in de ene God, bekeer je toch tot het christendom en ik verhef je tot de meest begeerde titel in de westerse wereld: keizer van Constantinopel. Mehmet negeerde die smeekbede. Totaal ontgoocheld en zwaar ziek arriveerde de paus te Ancona om van daaruit alleen op kruistocht te vertrekken (19 juli 1464). Hij stierf volledig gedesillusioneerd in de havenstad op 15 augustus. Hij werd overgebracht naar Rome waar hij bijgezet werd in de kapel van de heilige Andreas. Een eeuwige rust naast het hoofd van de patroonheilige van de Orde van het Gulden Vlies werd hem echter niet gegund, want in 1964 werd het eeuwenlang bewaarde hoofd overgedragen aan de Grieks-orthodoxe gemeenschap van Patras. 

En onze Filips de Goede? Die bleef maar treuren en jammeren over zijn vervlogen droom. Plots namen een 330-tal Gentenaren, meestal leden van Gentse milities, een uiterst merkwaardig, maar nu totaal vergeten initiatief: vanuit de Vrijdagmarkt vertrokken ze op 4 mei 1464 op kruistocht, een ware zelfmoordactie. Eerst ging het richting Sluis waar ze bij enkele Bourgondische wapenbroeders aansloten (hun juiste aantal is niet gekend) en ontscheepten er, ze geraakten echter niet verder dan Marseille waar ze als slaaf door de moslims werden gevangengenomen. Slechts 5 keerden volledig uitgeput naar Gent terug.

Gent 1455 – vastenperiode – St.-Janskerk

 

Filips de Goede was te Gent om marktvrede te verlenen aan de vele vreemde kooplui te Gent. Hij maakt van de gelegenheid gebruik om te mediteren voor het Lam Gods.

Nu wist hij het zeker, hij zou nooit regeren vanuit Jeruzalem als koning der koningen. Hij kon geen voldoende groot leger samenbrengen, zijn bondgenoten waren niet geïnteresseerd. Nu stond hij voor een meesterwerk dat in verhulde vorm zijn innig gekoesterde droom vereeuwigde, maar niet iedereen zou het zo zien. Niet praktisch verwezenlijkt, wel esthetisch vereeuwigd, moest hij huilen of lachen met die paradox ? Trouwens zijn gehele leven stond in teken van een pijnlijke tweespalt. Enerzijds eiste hij zowel voor zichzelf als voor zijn onderdanen een bijna slaafse onderwerping aan de kerk, anderzijds luisterde hij ademloos naar hetgeen men hem onthulde in de geheimraad, waar ook wijlen Jan Van Eyck lid van was. Daar beweerde men dat Christus niet gestorven was voor de redding van de mensheid, maar dat zijn bedoeling was te onthullen, te verkondigen en dat hij op het einde der tijden zegevierend zou heersen vanuit het hemelse Jeruzalem. En dat wou Filips nu juist voorlopig in zijn plaats doen,. Urenlang had hij met Jan zaliger besproken hoe de schilder die tweespalt in zijn meesterwerk zouuitbeelden. Neem nu het lam. Uit het lam sijpelt bloed, maar dit was alleen nodig om de graal te tonen, want het geschilderde lam sloeg op het zegevierend lam uit de Apocalyps. Hij had het trouwens laten afbeelden naast een tau-kruis en niet het verwerpelijke martel- en moordkruis van de Romeinen. Tau was de laatste letter van het Hebreeuws alfabet, een equivalent van de omega, verwijzend naar de eindtijd, de voltooiing. Dit tau-teken liet hij meerdere malen op het Lam Gods aanbrengen. Niet Rome, maar Jeruzalem was het ware centrum van het christendom, in oorsprong en eindbestemming. Maar wat te doen met het huidige Rome, de paus en de kerk?.Ook hier had hij urenlang met Jan zaliger gediscussieerd om een geëigende iconografie te vinden. Zo had hij de kerk in haar uiterst vernederende fase laten uitbeelden:de kerkelijke waardigheidsbekleders op het middenpaneel met de rug naar het lam en drie van hen bedekt met de pauselijke tiara: na het concilie van Pisa waren er niet minder dan drie pausen. Anderzijds was Martinus V zegevierend als enige paus uit het concilie van Konstanz gekomen. En hier had hij, Filips, zich weer totaal en onvoorwaardelijk aan het pauselijk gezag onderworpen: hij liet daarom de verheerlijkte Christus met een tiara afbeelden en aan zijn voeten (hij had ook Christus de gelaatstrekken van Martinus laten meegeven) had hij zijn latere begeerde koningskroon gelegd, een duidelijker teken van onderwerping was niet mogelijk. Christus was priester-koning, als Filips als koning vanuit Jeruzalem zou regeren gebeurde dit ondergeschikt aan het gezag van de priester-paus.

Hij bekeek nog even de teksten van de gedeelten van de profetieën van Micha en Zacharias boven hun hoofden geschilderd (op de achterzijde van het paneel) en de tekst die Johannes de Doper leest: drie zorgvuldig uitgekozen teksten uit de bijbel die één onderwerp gemeen hebben: heersen vanuit Jeruzalem, en hiervoor had hij de Orde van het Gulden Vlies opgericht. Trouwens , hij had Jan de opdracht gegeven het lam zodanig te schilderen dat men het ook kon interpreteren als een jong ram zonder horens, kwestie van hulde aan zijn orde.

Toen staarde hij naar de sleutel van dit alles: het paneel van de rechtvaardige rechters. Met de rechtvaardige rechter bedoelde hij natuurlijk Salomon, koning en bouwer van de eerste tempel. Hij zit op het witte paard met de opgeheven poot, symbool voor de teruggekeerde Christus, ontleend aan de Apocalyps. De eer om die figuur uit te beelden had hij laten voorbehouden aan de stamvader van het geslacht der Bourgondische vorsten: Filips de Stoute. Van hem kwam het idee van de ridderorde. Achter hem zijn schoonvader Lodewijk van Male, graaf van Vlaanderen. Door het huwelijk met zijn dochter was het heilige bloed met de Bourgondiërs versmolten, een legitimatie om te regeren vanuit Jeruzalem en eventueel de ark te bedienen vanuit de herbouwde derde tempel. Ook zichzelf, samen met Jan Van Eyck had hij laten afbeelden op weg naar Jeruzalem, in het kielzog van de tempeliers, want zijn orde was in feite de opvolging van de tempeliers, vandaar de twee panelen naast elkaar. Cristi Milites, de ridders van Christus had Jan het paneel benoemd, dezelfde ereterm die Bernardus van Clairvaux aan de tempeliers verleende. Je kon er niet naast kijken: 9 ridders, de 3 stichters en de 6 eerste volgelingen. Twee van de drie vaandels door ridders omhooggehouden verwezen naar Gentse milities: het rode kruis voor de St.-Jorisgilde van de kruisboogschutters en het teken van het koninkrijk Jeruzalem voor de St-Sebastiaansgilde van de handboogschutters. Toen reeds wist hij dat ze hem zouden bijstaan in zijn kruistocht. De bijna gelijkenis tussen de emblemen van die Gentse militie en het koningschap Jeruzalem (vroeger ooit eens door Godfried van Bouillon verleend als dank voor dappere Gentse kruisvaarders) was uiteraard goed meegenomen. Trouwens, tempelierkruisen had hij een theologische ereplaats laten geven op het schilderij: naast de vinger van hun patroonsheilige Johannes de Doper, aan de rechterhand van de verheerlijkte Christus en, bijna blasfemisch, boven diens hoofd.

De ark des verbonds had hij echter niet gevonden. De geheimraad had hem wel veel verklapt. Vanuit Frankrijk was hij richting Schotland vertrokken, vanuit La Rochelle, daarna naar het verre westerse continent waarvan alleen de tempeliers het geheim kenden. En later zou hij teruggebracht worden naar het land van zijn oorsprong: Egypte. In de eindtijd zou de ark onder de grote piramide gehaald worden en in de nieuw gebouwde derde tempel geplaatst. Dit had Filips niet kunnen verwezenlijken, intuïtief wist hij dat dit aan Christus toekwam. De geheimraad had hem ook bij benadering de datering van de eindtijd onthuld. Sommige gegevens over ark en eindtijd had hij in gecodeerde vorm aan het paneel van de rechtvaardige rechters toevertrouwd. Hopelijk zou het nooit in verkeerde handen terechtkomen.

Neen, het kwam niet in verkeerde handen terecht, daarvoor zorgde veel later een zogenaamde diefstal

Houd de dief! Welke dief ? We zien er geen !

De graal en de ark zijn één - Graham Hancock

Vooreerst dit: er is reeds oneindig veel geschreven en gefantaseerd over de diefstal van de rechtvaardige rechters. Mijn hypothese is niet meer maar ook niet minder waard dan de andere hypotheses. Schiet dus niet op de pianist.

Ere wie ere toekomt. Het is P. Bernauw die in zijn ‘mysteries van het Lam Gods’ voor het eerst het idee opperde. In 1821 komen de zes bijpanelen (de geschiedenis hiervan is te ingewikkeld om ze hier volledig uit de doeken te doen) in het bezit van het kunstmuseum te Berlijn. Om nog onduidelijke redenen worden de panelen (voor een tentoonstelling) in de dikte doorgezaagd, dus ook de rechtvaardige rechters en de grisaille van Johannes de Doper ondergaan dit lot. Volgens de thrillerauteur Bernauw stootte men hier op een geheim, eventueel in verband met de graal. Na het verdrag van Versailles worden de panelen aan Gent teruggegeven. In de nacht van 10 op 11 april 1934 wordt het in Berlijn doorgezaagd paneel Sint-Jan de Doper en de rechtvaardige rechters gestolen. Meteen wereldnieuws. In Duitsland is Hitler aan de macht. In die beginperiode is Himmler, tot ongenoegen van Hitler die hem meermalen terechtwijst, geobsedeerd door het occulte en voornamelijk door de graal. Himmler stuurt zijn zonen, lees ss-ers van de Ahnenerbe eenheid gans Europa door op zoek naar informatie over de graal. De rechtvaardige rechters zal hoog op zijn verlanglijstje gestaan hebben. Hij had vele vrienden in Vlaanderen waar uiterst rechts begon te bloeien. Waarom het in hun handen laten komen, waarom zelf niet eens op onderzoek uitgaan, misschien zelfs door het wegkrabben van verflagen. Een zogenaamde diefstal lijkt hiervoor het beste alibi. Tijdens de tweede wereldoorlog zal Himmler het nogmaals proberen en zendt nu luitenant Koehn naar Gent. Met de spreekwoordelijke Duitse grondigheid gaat hij op zoek naar het verdwenen paneel. Hij is er zeker van dat het zich in de crypte van de kathedraal bevindt, maar hij klapt zijn mond voorbij. Als hij met zijn soldaten de crypte betreedt, heeft men het reeds op een andere plaats verborgen. Zoiets zal later nog gebeuren.

Zoals Karel Mortier onlangs opmerkte, het feit of die rechtvaardige rechters al of niet die informatie bevatten speelt geen rol, enkel het feit dat bepaalde mensen erin geloofden. Maar toch stel ik de vraag naar de aanwezigheid van die informatie op het schilderij en meen die positief te mogen beantwoorden

Maar eerst dit.

Zeer kort samengevat komt in diverse esoterische werken de volgende idee naar voren: de graal staat symbool voor de bloodline (je weet wel, sang real) en je moest over de juiste bloodline beschikken om de ark des verbonds te kunnen bedienen. Vandaar de identificatie. De ark werd bewaard in het heiligdom der heiligdommen in de tempel van Salomon. Ere wie ere toekomt, het was Andre Pinet (“het Lam Gods”) die voor het eerst opmerkte dat de verhouding van de afmetingen van de tempel volgens de bijbel (zestig el lang, twintig el breed en 30 el hoog en de innerlijke bekleding van het heiligdom der heiligdommen in cederhout volledig exact zijn weer te vinden in de vier panelen op de achterzijde van het schilderij die samen de zaal van de annunciatie vormen. Pinet is geen esoterische dromer zoals ik. Maar tocht stelde ik mij een esoterische vraag. Volgens de Talmoed werd de ark door koning Josia (7de eeuw v.C.) onder de tempel verborgen nadat hij door Jahweh de ingeving had gekregen dat de tempel door de Babyloniërs zou verwoest worden. Later zou de ark door de tempeliers onder de resten van tempel gevonden worden. Wisten Van Eyck en Filips hiervan en toonden ze het ? Volgens mij wel, als we het schilderij openen (en dus de voorzijde kunnen bewonderen) zien we juist onder de zaal, het heiligdom der heiligdommen dus, de beker waarin het bloed van het lam stroomt, de graal, alias de ark dus. Himmler moet geglunderd hebben bij het aanschouwen van een afbeelding van zijn geliefd object op het schilderij en popelde van ongeduld om Gentse vrienden te contacteren. In Gent was men hem te vlug af. Kanunnik Van den Gheyn had alle redenen zich als beschermer van de ark in de gedaante van een engel te laten afbeelden. En toen liep er toch iets mis. De geur van heiligheid maakt plaats voor een minder verfrissende reuk. En hier zou ik me graag de rol toemeten van een verdediger van de kannunik. Daarvoor moeten we ons verplaatsen in de tijdsgeest van de jaren dertig van de vorige eeuw. Een heel boeiende periode.

Van de ark naar de poen - van de kerk naar de politiek

 

Mijn verhaal krijgt nu een totaal andere wending. Men ontwaakt uit de wazige dromen over de ark en schakelt realistisch over naar het vragen van geld, veel geld. Het zwaartepunt ligt nu niet meer bij het bisdom (ik heb zelfs de indruk dat hun rol onbeduidend wordt) en verschuift naar de politiek. De achterliggende redenering is doodeenvoudig: nu we het toch hebben kunnen we geld eisen, voor een nobel doel. Het klinkt totaal ongeloofwaardig, maar het doel was inderdaad nobel; Maar hiervoor moeten we opnieuw terug naar het verleden, naar de 15de eeuw.

Ten tijde van Filips de Goede kenden de Nederlanden, noord en zuid broederlijk verenigd in 17 provinciën een ongekende bloei, die ze later nooit meer zouden bereiken. Hun culturele uitstraling is indrukwekkend, hun economische rijkdom benijdenswaardig. Enerzijds quasi onafhankelijk, anderzijds onder het sterk gecentraliseerde gezag van de Bourgondische vorsten. Van zoiets droomde nu juist het door Staf De Clercq in 1933 gestichte Vlaams Nationaal Verbond: opnieuw Verenigde Nederlanden naar Bourgondisch model, met een sterke leider aan het hoofd, het gedroomde Dietsland. De aanhang van het VNV groeide gestaag in Vlaanderen. Als hun sterke leider lonkten ze natuurlijk naar Hitler die echter geen oor had voor onafhankelijkheid en zijn aanbidders in Vlaanderen en Nederland slechts als kanonnenvoer beschouwde. Maar laat nu die ultrarechtse droom juist esthetisch geconcretiseerd worden in de rechtvaardige rechters. Een prachtiger icoon voor hun diep gekoesterde politieke wens konden ze zich niet dromen. Ook in hun handen mocht het niet komen. Vandaar. Maar er was meer.

In de dertiger jaren van de vorige eeuw was de kerk nog grotendeels in de ban van de politieke leer van paus Pius IX uit de 19de eeuw. Die beschouwde de democratische staatsvorm met de logisch daaruitvloeiende gedachte van scheiding van kerk en staat als een dwaling. Des te merkwaardiger dat in 1936 als reactie tegen het ultrarechts geweld in Vlaanderen de Katholieke Vlaamsche Volkspartij werd opgericht. Gestoeid op christelijke principes, maar met een zuivere democratische inslag. Zeer nobel dus, althans beschouwd in die tijdsgeest. Maar ze ondervonden uiteraard tegenwind. Ze hadden dus ondermeer voor hun noodzakelijke propaganda geld nodig, veel geld. Wat heeft dit nu met de rechtvaardige rechters te maken? Zeer veel. In 1934 was men reeds volop bezig met de plannen voor de oprichting van die partij. Eén van hun oprichters was Arseen Goedertier, de gedoodverfde vermoedelijke dief van de rechtvaardige rechters. Om uit de aangereikte puzzelstukjes een zinvol geheel te knutselen laat ik aan de creativiteit van de lezer over.

 

Corry Geijsen

Nawoordje: De kopie

 

Het volgende is genoegzaam bekend. In 1939 laat men door Van der Veken een kopie maken van de rechtvaardige rechters. Er ontstaat een gerucht dat de kopie het echte paneel zou zijn, een ernstig wetenschappelijk onderzoek van het hout in 1951 ontkracht echter die hypothese.

Mijn vriend Chris,op zijn beurt bevriend met Karel Mortier, is op zoek naar een uitgever voor zijn boek over de diefstal van de rechtvaardige rechters. Het bevat enkele nieuwe “gegevens” over die diefstal, in feite voorlopig maar onbewezen geruchten die vragen, zelfs smeken om definitieve bevestiging of ontkenning. Als het boek ooit verschijnt zal ik er dieper op ingaan. Nu enkel iets over de kopie. De geschiedenis is genuanceerder. Twee specialisten i.v.m. Vlaamse Primitieven (men noemde ze toen nog zo) kwamen tot de conclusie dat de zogenaamde kopie het originele was en vroegen het bisdom om een onderzoek. Het werd hen toegestaan, ze mochten ’s anderendaags terugkeren. Toen ontdekten ze echter dat het origineel werd vervangen door de kopie.

Trouwens, sommigen geloven dat Van der Veken het origineel mocht gebruiken voor het schilderen van zijn kopie. Ook een wild cowboyverhaal ? Op de achterzijde van de kopie bracht Van der Veken volgende tekst aan: Uit liefde als plicht verricht en om te wreken voor streken niet geweken. Die tekst werd prompt uitgewist.

 

 

Tekst: Corry Geijsen

 

 

Links:

 

Patrick bernauw
Stadsspelen: Mysterieus Belgie
De rechtvaardige rechters
Boek van het lam
Oberleutnant Koehn
Vlaams Nationaal Verbond
Jozef Vanderveken
Kanunnik Gabriel van den gheyn
EH Libertus Bornauw