8. Rome als rendez-vousplaats voor     het heidendom en christendom

In de gutsende regen reden we van de Da Vinci-luchthaven van Rome naar Ostia, de haven van de toenmalige hoofdstad van de bekende wereld.

Neen, dit is niet de eerste zin van een klassiek reisverslag, maar van een verkenning naar de raakvlakken tussen heidendom en christendom met daaruit voortvloeiend een kritische benadering van het pausdom. Aanleiding was een groepsreis die ik met mijn vrouw maakte. De meesten onder jullie zullen Rome al gezien hebben en in dit digitale tijdperk kan iedereen een grondige virtuele reis maken met uitgebreide informatie. Daarom zo weinig mogelijk data en namen. Rome dient enkel als achtergrond.

Onze reisleidster Magda nam het woord: In Ostia waren er veel kapelletjes, neen, geen christelijke maar tempeltjes ter ere van de Perzische zonnegod Mithras. Hij werd op 25 december, de dag van de zonnewende, in een grot uit een maagd geboren. Hiervan waren herders getuige. Hij werd 33 jaar oud. Je hoort het, Christus verscheen zo maar niet uit het niets. Overmorgen bezoeken we het Colosseum, geassocieerd met de christenvervolging. De christenen werden echter nooit om godsdienstige redenen vervolgd, enkel om politieke, want ze wilden een nieuw koninkrijk, hetgeen de Romeinen letterlijk opnamen.

Een zaak was zeker, het zou geen culturele verkenningstocht worden met een katholieke inslag. Magda had meteen mijn sympathie.

Een sloeber in de bus stelde een vraag: waren er veel bordelen in Ostia? Neen, want het was geen klassieke stad, enkel een handelsplaats. Maar er bevonden zich daar wel soortgelijke ontspanningsoorden, de nymphea. Eindelijk zou ik die eens kunnen bekijken. Een nympheum was een tempeltje, eerder een soort lusthof aan de nymfen gewijd, natuurgeesten aan het element water verbonden. In alle beschavingen wordt hiervan melding gemaakt en die watergeesten waren voornamelijk berucht om hun pogingen met mensen seksueel contact te zoeken. Vandaar de naam nymfomanie, de ziekte der nymfen.

Het regende nog steeds pijpenstelen, maar ik bleef toch lang stilstaan bij het centrum van een dergelijk nympheum: een rotspartij met fontein in de vorm van de vrouwelijke genitaliën. Men noemt dit een rocaille en van dit woord is de term rococo afgeleid, de typische vrouwelijke periode van de 18de eeuw. En die rocaille vormt nu juist het meest typische onderdeel van de zwierige bouwstijl uit die periode. Ook in de 18de eeuwse kerken met hun overdadige versieringen treffen we de rocaille veelvuldig aan. Dit heb ik altijd verrukkelijk cynisch gevonden: de kerk verbande enerzijds ongenadig al het vrouwelijke uit haar instituut om dan het vrouwelijk symbool bij uitstek als versieringselement terug binnen te smokkelen.

In Ostia aanschouwde ik het eerste raakvlak tussen christendom en heidendom. Het was een beloftevol begin van een boeiende verkenning.

Het unieke pantheon:

 

Ik was enorm geïmponeerd door het pantheon met zijn reuzekoepel – geen enkele latere architect durfde uit eerbied een grotere koepel ontwerpen – en de opening als enige lichtbron met een diameter van 9 meter. Het was de esoterische bedoeling bij het ontwerpen van die lichtbron dat er de opstijgende tellurische krachten en de neerdalende kosmische energieën elkaar kruisten. Gevoelige personen raken soms in trance onder die opening.

Het pantheon werd oorspronkelijk gebouwd als eerbetoon aan de moedergodin, later werden in de nissen de beelden geplaatst van de planeetgoden en nog later werden ook godenbeelden van de overwonnen volkeren erin geplaatst. Dit laatste is nu eens de positieve keerzijde van de imperialistische veroveringsdrang van de Romeinen: diepgevoelde eerbied voor de religieuze overtuigingen van de veroverde volkeren. Later zullen de christenen dit als verwerpelijk syncretisme bestempelen. Hoe dan ook, ik zou het logisch gevonden hebben dat een Christusbeeld hier tussen andere godenbeelden prijkte, want de Romeinen waren maar al te goed vertrouwd met het religieus gedachtegoed van een gedode god die na drie dagen verrees, denk maar aan de Griekse god Dionysos en Attis, zoon van de moedergodin Cybele. Van Attis werd trouwens beweerd dat hij gekruisigd werd.

De christenen palmden echter het pantheon in en maakten er een kerk van. In hun typische demoniseringsdrang beweerden ze dat de demonen van de heidense religie langs de opening in de koepel richting hel vertrokken.

De reden waarom alles misliep vinden we in het Forum, en mijns inziens ligt de schuld ditmaal bij de Romeinse keizers.

Het Forum Romanum of de devaluatie van de vergoddelijking:

 

Tegen alle geplogenheden in vroeg Philippus de priesteres Olympias die hem had ingewijd in de Griekse mysteriën van Orpheus ten huwelijk. Ze stelde maar één voorwaarde: haar alleen laten tijdens de huwelijksnacht. Toen hij die nacht vol verlangen in haar kamer gluurde zag hij iets gruwelijks: ze neukte (in de volgende context kan ik moeilijk de term de liefde bedrijven gebruiken) met een slang. Achteraf stelden priesters hem gerust, Zeus had toen de gedaante van een slang aangenomen. Zo werd die nacht zijn zoon verwekt die we allen kennen onder de naam Alexander de Grote. Later onderbrak Alexander zijn veroveringstocht in Egypte om alleen en in gevaarlijke omstandigheden naar het Amonorakel van Siwa te reizen, waar een priesteres zijn goddelijkheid bevestigde. Iets dergelijks werd verteld over Julius Caesar, één van zijn voorouders bedreef de liefde (hier kunnen we wel deftig blijven) met een vrouw die in feite een menselijke tijdelijke incarnatie van Venus was. De goddelijkheid werd postuum aan Julius toegekend. Soms werd de geslachtsgemeenschap door een goddelijke overschaduwing vervangen, men beweerde dat de moeder van Plato door een dergelijke overschaduwing bevrucht werd. Met andere woorden, er was niets nieuws onder de zon die de hoofden van de klassieke intellectuelen bescheen toen ze in de evangeliën over de bevruchting van Maria door de heilige geest (van oudsher het vrouwelijk aspect van de godheid) lazen. Net zoals Venus werd de heilige geest, Sophia bij de gnostici, door een duif gesymboliseerd.

Tijdens een wandeling in het Forum Romanum kan men echter duidelijk zien hoe alles uit de hand gelopen is. Sommige ruïnes waren tempels gewijd aan goddelijk geachte keizers en zelfs aan hun partners die in de goddelijkheid deelden. Een onvervalste religieuze inflatie. In feite was het simpel. De Romeinse keizer plaatste het embleem van de stralende zon, de sol invictus of de onoverwinnelijke zon achter zijn hoofd en hij werd prompt aanzien als een incarnatie van die zonnegod. Het embleem kon hij naar willekeur aan verwanten en/of partners doorgeven. De christenen weigerden terecht dit spelletje mee te spelen. Vooral Nero schoot dit in het verkeerde keelgat. Die weigering vormde een niet te onderschatten motief voor de christenvervolgingen.

Nochtans bestaat ook hier een raakvlak tussen dit gedegenereerd heidendom en het christendom. De hogepriester van die zonnecultus noemde men de pontifex maximus en dit was nu juist de eretitel die men de latere pausen toekende. Ook hier dus geen radicale breuk of een totaal nieuwe koers. Tegen de meeste gevestigde meningen in ben ik ervan overtuigd dat heidendom en christendom bijna naadloos in elkaar overgingen. Maar ….

Wat nu met de leer van de verrijzenis?

 

Als Paulus zijn reis maakte rondom het Middellandse Zeegebied om zijn eigen (lees: eigenzinnige, afwijkend van de bron) interpretatie van de leer van Christus te verspreiden stelde men hem eens een lastige vraag: jij met je verrijzenis uit de doden, wat dan met de mensen die op dit tijdstip van het goddelijk ingrijpen op aarde zijn? Hij antwoordde prompt: door de werking van het pneumatisch lichaam zal bij die mensen ook hun lichaam onsterfelijke eigenschappen verkrijgen. Nu waren het enkel de ingewijden onder de klassiekers die hier iets van begrepen. Want meervoudige lichamelijkheid (hylisch pluralisme), spiritualisering van het grofstoffelijk lichaam via activering van het pneumatisch lichaam, dit waren nu eenmaal onderwerpen die behoorden tot de inwijding in de mysteriescholen. In de huidige new age is het voornamelijk de joodse merkabamystiek die dergelijke terminologie gebruikt. Dit vormde nu zowel de sterkte als de zwakte van het oprukkende christendom: wat bestemd was voor een terechte of onterechte metafysische elite der ingewijden werd nu te grabbel gegooid voor iedereen die maar het juiste geloof aanhing.

Hoe dan ook, te Rome bevinden zich een ontroerende bevestiging van het verrijzenisgeloof en een griezelige ontkenning ervan, respectievelijk in de catacomben en in de 6 kapellen-knekelhuizen van de Santa Maria della Conzezione van de kapucijnen.

De gewijde stilte in de catacomben van Callistus grijpt naar de keel en vervulde mij met een diep ontzag en ontroering. De eenvoudige nissen in de talrijke ondergrondse verdiepingen maken geen enkel onderscheid tussen rang of stand, enkel de kleinere nissen duiden aan dat het kinderen betrof. Het was de bedoeling dat allen hoopvol wachtten op een verrijzenis waarvan men toen geloofde dat ze nakend was. Er bevinden zich hier ook altaren waar geregeld eucharistievieringen worden gehouden. Eerlijk en diepdoorvoeld geloof.

En dit in schril contrast met de kapucijnerkerk. Waarom deden ze dit toch, die kapucijnermonniken? Was het uit bittere frustratie omdat de verwachte verrijzenis niet had plaatsgevonden, uit een soort morbide wraakactie dus dat ze hun overleden medebroeders ontgroeven (vierduizend in totaal) en van hun botten, schedels, wervels en beenderen zogenaamde kunstwerken maakten, soms tot aan het plafond van de kapellen. Marquis de Sade verbleef hier ontelbare uren om inspiratie op te doen voor zijn literair hoogstaand maar door en door pervers geschrijfsel.

Neen, geef me dan maar …

Een uitstap naar de villa d’Este te Tivoli

 

Een pittoresk bergdorpje, een dertigtal kilometer van Rome, vooral bekend voor de tuinen van de villa d’Este, die door de talrijke fonteinen en watervalletjes als een schoolvoorbeeld gelden voor de prachtige renaissance tuinarchitectuur. Een rare snuiter, hertog Ercole d’Este, de bouwheer van al dat fraais. Hij stelde zich enerzijds ooit kandidaat voor het pausschap en ontving anderzijds Europese intellectuelen met ketterse opvattingen in zijn villa. Hij ontsnapte ternauwernood aan de vervolgingen van de inquisitie, maar werd door het Vaticaan wel aangesteld als spion bij het Franse hof waarmee hij nauwe contacten had.

Vooral de originele beelden in zijn tuin zijn indrukwekkend. Als kandidaat-paus zou je heiligenbeelden verwachten. Niets is minder waar. Het zijn allemaal beelden van heidense goden, met centraal het grote beeld van Artemis, de vruchtbaarheidsgodin (moedergodin) met de vele borsten, die eenmaal in de majestueuze tempel van Efese prijkte. De hertog noemde zijn tuin het kleine Rome. Ik weet dat het een dwaze gedachte is, maar zag het grote Rome er ook zo maar uit, mijmerde ik.

In elk geval, in een volgend artikel gaan we op zoek naar verwijzingen naar de moedergodin in het Vaticaan, symbolisch of onverholen. In het hol van de leeuw, op zoek naar de leeuwin. En vinden zullen we haar.

 

 

Tekst: Corry Geijsen